Wageningen Universiteit

Persbericht Wageningen Universiteit
23 januari 2003, nr. 006

Depressieve internetdiscussianten willen niets van advies weten

Depressieve mensen die via internet deelnemen aan discussiegroepen vermijden elkaar advies te vragen of te geven. De deelnemers zien adviseren als een misplaatste handelswijze. Het gebiedt hen open te staan voor adviezen van anderen, omdat een verzoek om advies niet vrijblijvend is. Daardoor komt hun onafhankelijkheid in het geding. Wanneer er toch advies wordt verstrekt beschouwen ze dat als een ~technische kwestie⤮ of wordt de adviesvraag bestempeld als louter ~afreageren⤮ of ~ontladen⤮. Dat concludeert Joyce Lamerichs in haar proefschrift dat zij op 27 januari aan Wageningen Universiteit verdedigt.

Hoewel van een groep lotgenoten van depressieproblemen verwacht kan worden dat het delen van ervaringen centraal staat, is dat niet vanzelfsprekend. Er valt ook nog iets te verliezen. Deelnemers zijn bang dat er getwijfeld wordt aan hun vermogen om een ~normaal⤮ leven te leiden, ondanks hun depressiviteit. Daarom presenteren nieuwkomers binnen de online-discussiegroep uitvoerige verklaringen over het ontstaan van hun depressie. Hiermee benadrukken ze hun vermogen tot kritische reflectie. Ook presenteren ze zich als iemand die ~anders⤮ is, bijvoorbeeld ~gevoelig⤮ of ~intellectueel veeleisend⤮. Dit stelt hen in de gelegenheid hun verhaal te doen, zonder dat ze dit in verband hoeven te brengen met hun depressie. Tegelijk noemen ze de acties die zij ondernemen ter bestrijding van de depressie. Met deze strategieën beschrijven de nieuwelingen hun probleem, zonder aan competentie in te boeten. Bovendien weerleggen ze de stelling dat ze slachtoffer zouden zijn van hun aandoening of dat depressiviteit een kwaal is die goed is te genezen als de persoon in kwestie maar wil.

De depressieve discussianten zijn zich verder ervan bewust hoe betrekkelijk hun persoonlijke adviezen zijn die ze ~in de groep gooien⤮, zo blijkt uit de 2000 tekstfragmenten die de onderzoeker bestudeerde. Ze verwijzen naar hun individueel verschillende omstandigheden, waardoor adviezen niet van toepassing zouden zijn. Ook de geldigheid van de mening van professionele deskundigen, zoals psychiaters die zich in de discussie mengen, wordt voortdurend aan onderhandelingen onderworpen.

Wanneer deelnemers aan de online-discussies elkaar om hulp vragen, doen ze dat in bedekte termen. Ze putten zich uit in het verantwoorden van de hulpvraag. Ze beschrijven de vraag om hulp bijvoorbeeld als een uiting van eerlijke gevoelens. Tegelijkertijd beschouwen zij het vragen om hulp als een morele plicht. Zo wordt er voortdurend onderhandeld over wat geldt als een gepaste vraag om hulp.

Joyce Lamerichs nam voor haar onderzoek een Engelstalig forum op internet met anonieme deelnemers uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië en Nieuw-Zeeland. Circa tachtig procent van de deelnemers is vrouw. De gesprekken werden gevoerd tussen 1997 en 1999.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Joyce Lamerichs promoveert op 27 januari bij prof. dr. C.M.J. van Woerkum, hoogleraar Communicatiemanagement, (tel. 0317 484310). Co-promotor is dr. H.F.M. te Molder, universitair hoofddocent, (tel. 0317 484562). Beiden zijn verbonden aan de leerstoelgroep Communicatie en Innovatiestudies van Wageningen Universiteit. Joyce Lamerichs is bereikbaar onder tel. 0317 482563, e-mail joyce.lamerichs@wur.nl .

Behandeld door: Jac Niessen (wetenschapsvoorlichter Wageningen UR), tel. 0317 485003 of jac.niessen@wur.nl. U kunt ook mailen naar de stafafdeling Communicatie en Marketing: pers.communicatie@wur.nl .

Deel: ' Promotie Depressieve internetdiscussianten willen geen advies '




Lees ook