Universiteit van Utrecht


24 februari 1999

Faculteit Sociale Wetenschappen

Het immigratiedebat in Nederland en Engeland

De vestiging van onderdanen van de voormalige koloniën van Nederland en Groot-Brittannië en arbeidsmigranten na de oorlog is bepalend geweest voor de ontwikkeling van deze landen tot multiculturele en multi-etnische samenlevingen. Beide landen probeerden de komst van immigranten vanuit de koloniën te beperken, omdat zij ervan overtuigd waren dat deze groep zich niet zou kunnen aanpassen. De noodzakelijke werving van buitenlandse arbeidskrachten veranderde de beeldvorming over immigranten echter. John Schuster hoopt op de vergelijking tussen het Nederlandse en Britse immigratiebeleid van na de oorlog op 24 februari 1999 te promoveren aan de faculteit Sociale Wetenschappen in Utrecht.

Schuster heeft de politieke en publieke discussies over immigratie en immigranten in de jaren vijftig in Nederland en Groot-Brittannië onderzocht. Hij verklaart de overeenkomsten en verschillen tussen het Britse en Nederlandse beleid aan de hand van de economische en politieke condities van de toelating, de overwegingen die daarbij een rol hebben gespeeld en de invloed van de immigratie op ideeën over natie en nationale identiteit. Immigranten werden toegelaten op grond van hun nationaliteit en vanwege de behoefte aan goedkope arbeidskrachten. Tegelijkertijd werden zij gezien als vreemdelingen binnen het geheel van de Engelse en Nederlandse natie. Schuster: "Nederland en Engeland hebben zich ontwikkeld tot multi-etnische en multiculturele samenlevingen, maar ze zijn zeker geen multi-etnische en multiculturele naties."

Nederland
In de jaren vijftig probeerde de Nederlandse overheid de komst van Indische Nederlanders te beperken omdat zij ervan overtuigd was dat deze groep zich niet zou kunnen aanpassen. Verschillende commissies bogen zich tevens over de mogelijkheden om de immigratie van Surinamers te beperken. De aanwezigheid van Antillianen werd niet als problematisch ervaren, omdat deze groep veel kleiner was en minder in de aandacht stond. Twintig jaar commissiewerk resulteerde uiteindelijk in 1973 in een ontwerp toelatingsregeling voor Rijksgenoten, die om onduidelijke redenen nooit werd ingediend.

Van welkom tot sociaal probleem
In Nederland leidde de werving en vestiging van arbeiders van mediterrane afkomst en de gezinshereniging tot conflicten tussen ministeries. Sociale Zaken was belast met de zorg voor een voldoende aanbod van arbeiders. Economische Zaken had de zorg voor de economische ontwikkeling in Nederland en Maatschappelijk Werk de sociale kant. Daartegenover stond Justitie, die de grenzen in de gaten hield. In de loop der jaren is de maatschappelijke beeldvorming over buitenlandse werknemers verschoven: van immigranten die welkom waren om het probleem van het gebrek aan arbeidskracht op te lossen tot immigranten die met hun nakomelingen als een sociaal probleem worden gezien.

In zijn verslag over Groot-Brittannië plaatst Schuster de werving van Europese arbeidsmigranten tegenover de beperking van de immigratie uit het Caribisch gebied, Zuid-Azie en Afrika via immigratie- en nationaliteitswetgeving.


24 februari 1999 om 14.30 uur
Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht
Drs. J. Schuster, faculteit Sociale Wetenschappen Promotie: 'Poortwachters over Immigranten: het debat over immigratie in het naoorlogse Groot-Brittannië en Nederland'

Voorlichter Ineke de Bruijn (030) 2531586

Communicatie Service Centrum, Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht, Telefoon (030) 2533550 of 2532572 Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Promotie Het immigratiedebat in Nederland en Engeland '




Lees ook