Rijksuniversiteit Groningen


Nummer 153 15 november 1999

Kortgestraften hebben meer begeleiding nodig

Justitie houdt te weinig rekening met draaideurgevallen

Al sinds de vorige eeuw is bekend dat een korte gevangenisstraf - maximaal zes maanden - niets oplost. Recent onderzoek bevestigt dit. Veel kortgestraften zijn draaideurgevallen, mensen die na enige tijd opnieuw achter de tralies verdwijnen. Daarom zou het beter zijn om bij de invulling van de straf meer rekening te houden met de specifieke behoeften en mogelijkheden van de verschillende soorten kortgestraften: werklozen, daklozen en verslaafden. Dit concludeert Janine Janssen na een onderzoek bij honderd kortgestrafte mannen. Ze denkt daarbij aan intensieve begeleiding en goede nazorg. Janssen promoveert op 25 november 1999 aan de Rijksuniversiteit Goningen.

Janssen volgde honderd mannen vanaf het begin van hun korte gevangenschap tot twee jaar na hun vrijlating. Meestal hadden ze hun straf gekregen voor vermogensdelicten, zoals diefstal, heling en inbraak. Na hun straf bleek hun situatie er vaak niet beter op geworden. Voorafgaand aan de gevangenisstraf had ongeveer veertig procent betaald werk, was vijftien procent dakloos en ruim zestig procent verslaafd. Twee jaar na de vrijlating was het aantal werklozen en daklozen onder hen toegenomen. Veruit het grootste deel van de gedetineerden (85%) kwam in die periode opnieuw in aanraking met justitie en tweederde moest opnieuw een vrijheidsstraf ondergaan.

Dilemma

"Justitie staat in de omgang met chronische wetsovertreders voor een dilemma," zegt Janssen. "Het steeds maar weer voor korte tijd verwijderen uit de maatschappij lost niets op. De gevangenschap is te kort om de problemen van de gedetineerde echt aan te pakken. Afkicken lukt niet in zo'n korte periode, daar zijn geen gerichte programma's voor." Een langdurige straf staat echter niet in verhouding tot de misdaad. "Er komt bij," zegt Janssen, "dat korte straffen duur zijn en er gevaar bestaat voor criminele besmetting. Allemaal problemen zo oud als de weg naar Rome. Maar ondanks de bezwaren worden korte straffen nog vaak opgelegd, in 1995 wel zo'n twintigduizend keer."

Taakstraf

Janssen denkt dat, nog meer dan nu al gebeurt, niet-verslaafde kortgestraften een taakstraf zouden moeten krijgen, in plaats van een vrijheidsstraf. "Op die manier is de groep kortgestraften misschien te verkleinen. Voor verslaafden en andere gedetineerden met complexe problemen zou een meer intensieve begeleiding moeten komen. Tegelijk met een goede nazorg zou dat kortgestraften meer mogelijkheden bieden tot herintreding in de maatschappij. Maar zoals het er nu uitziet, komen we niet van de korte straf af. Een bepaalde groep mensen zal lastig blijven."

Overzicht verloren

Opvallend is de conclusie van Janssen dat een aanzienlijk deel van de onderzochte kortgestraften niet meer in staat is het proces van het opleggen en tenuitvoerbrengen van hun straffen te volgen. Met name diegenen die veel delicten pleegden, hadden het overzicht verloren. Ze konden geen nauwkeurige omschrijving geven van hun strafgeschiedenis.

Curriculum vitae

Janssen (Sittard, 1968) studeerde van 1987-1993 culturele antropologie in Utrecht. Haar afstudeerscriptie over langgestrafte Latijns-Amerkikaanse drugskoeriers in detentie werd in boekvorm gepubliceerd. In 1994 begon ze als aio met haar huidige promotie-onderzoek. Op dit moment werkt ze aan de RUG bij de afdeling criminologie en doet onderzoek naar sociale uitsluiting. De titel van het proefschrift van Janssen is: Laat maar zitten. Een exploratief onderzoek naar de werking van de korte vrijheidsstraf. Promotor is prof.dr. W.M.J. de Haan.

Deel: ' Promotie Kortgestraften hebben meer begeleiding nodig '




Lees ook