Landbouwuniversiteit Wageningen


Persbericht

27-01-99, nr. 99-07

Meisjes kiezen vaker uit interesse

Tot ruim tien jaar geleden bezochten voornamelijk jongens het middelbaar agrarisch onderwijs. Slechts één op de vijf leerlingen was vrouw. Inmiddels is het aantal meisjes in het middelbaar agrarisch onderwijs verdubbeld. Meisjes kiezen daarbij nog steeds voornamelijk voor meisjesrichtingen. Wanneer meisjes voor een jongensrichting kiezen, hebben ze daar vaak hele andere redenen voor dan jongens die voor dezelfde richting kiezen. Ook de toekomstverwachting van meisjes en de ervaringen in de klas verschillen. Scholen moeten hun beleid beter aanpassen aan deze verschillen. Dit stelt Quinta Kools in haar proefschrift 'Gelijk of verschillend? Motieven, ervaringen en toekomstplannen van vrouwelijke en mannelijke leerlingen in het middelbaar agrarisch onderwijs vergeleken' waarop ze dinsdag 2 februari promoveert.

Achterblijven
Vanaf begin jaren zeventig, toen onderzoekers vaststelden dat meisjes een grote achterstand in het onderwijs hadden, is sekse-ongelijkheid in het onderwijs een onderzoeksthema. Meisjes gingen veel korter naar school en volgden lagere opleidingen dan jongens. Deze 'verticale' scheiding is de afgelopen decennia verdwenen. Maar meisjes en jongens hebben nog steeds een voorkeur voor bepaalde richtingen, waardoor er typische meisjes- en jongensrichtingen bestaan. Meisjesstudies in het middelbaar agrarisch onderwijs zijn bloemisterij, dierverzorging en paardenhouderij; jongensrichtingen zijn plantenteelt en groenvoorziening. Deze 'horizontale' scheiding in het onderwijs draagt bij aan het voortbestaan van mannen- en vrouwenberoepen. Omdat de beloning en kansen in vrouwenberoepen nog steeds achterblijven bij die in mannenberoepen, wordt het bestaan van jongens en meisjesrichtingen in het onderwijs door veel onderzoekers en beleidsmakers als een probleem ervaren.

Cultuur
Het is van belang het onderwijs beter aan te passen aan de wensen van de verschillende seksen, omdat de motieven, ervaringen en de toekomstverwachting van jongens en meisjes van elkaar verschillen. Zo kiezen meisjes vaker uit interesse voor een studierichting en jongens vaker uit beroepsperspectief. Meisjes willen vaker een deeltijdbaan en een baan in loondienst. Jongens willen vaker zelfstandig ondernemer worden. Ook de ervaringen op school verschillen. Meisjes in een jongensklas voelen zich vaker niet op hun gemak dan jongens in een meisjesklas. Scholen zouden daarom meer aandacht moeten besteden aan de cultuur in de klassen, met name op het gebied van omgangsvormen. Door het onderwijs beter aan te passen aan de sekse die in de minderheid is, worden de typische jongens- of meisjesrichtingen aantrekkelijker voor andere sekse.

NOOT VOOR DE REDACTIE

De promotie van mw.ir. Q.H. Kools vindt plaats op dinsdag 2 februari om 13:30 uur in de aula van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Promotoren zijn prof.dr.ir. W van den Bor (Agrarische onderwijskunde) en prof.dr. H.P.J.M. Dekkers (Onderwijskunde, KUN). Een samenvatting van het proefschrift kunt u opvragen bij de afdeling Voorlichting en PR, tel: 0317-482846/484472.

Behandeld door Rien Bor: tel: 0317-482931/0317-422675 (privé).

Voor meer informatie kunt u mailen naar de afdeling Voorlichting en PR. Office@Alg.VL.WAU.NL

Zoekwoorden:

Deel: ' Promotie Meisjes kiezen uit interesse agrarisch onderwijs '




Lees ook