Universiteit van Utrecht

Nieuws
Persberichten


23 november 1999

Onafhankelijkheidsstreven Suriname tegengewerkt door starre houding Nederland

Nederland heeft in 1961 bewust een kans laten liggen met Suriname toe te werken naar onafhankelijkheid. Terwijl in Suriname de roep om een aanpassing van de relaties met Nederland steeds luider klonk en buurlanden van Suriname onafhankelijk werden, hield de Nederlandse regering vast aan het handhaven van de status quo. Suriname werd door deze starre houding later onafhankelijk dan zijn buurlanden, waardoor het de aansluiting met deze landen in de Caraïbische regio miste. Bovendien werd de soevereiniteitsoverdracht in 1975 overhaast en onder weinig florissante omstandigheden geregeld. Het ontbreken van een adequate voorbereiding op de onafhankelijkheid zou de republiek na 1975 danig opbreken.

Deze conclusie trekt Peter Meel in zijn op 26 november te verdedigen proefschrift `Tussen autonomie en onafhankelijkheid. Nederlands-Surinaamse betrekkingen 1954-1961'. In zijn studie beschrijft Meel de functie die het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de rechtsregeling die Suriname en de Nederlandse Antillen in 1954 autonomie gaf, heeft gehad voor het Surinaamse dekolonisatieproces. Meel stelt vast dat het Statuut belangrijk is geweest omdat het een begin maakte met de dekolonisatie van beide rijksdelen en omdat het de betrekkingen tussen de drie landen stabiliseerde. Tegelijkertijd concludeert hij dat het Statuut belemmerend heeft gewerkt voor de voortgang van het Surinaamse dekolonisatieproces. Nederland wenste namelijk vast te houden aan het Statuut, omdat het de restanten van het voormalige koloniale rijk intact wilde houden en omdat het de rechtsregeling beschouwde als de beste waarborg voor de politieke en economische ontwikkeling van Suriname.

Met het aantreden van het kabinet-Emanuels (1958-1963) kwam in Suriname het Statuut in toenemende mate ter discussie te staan. In
1961 werd daarom op initiatief van dit kabinet een rondetafelconferentie georganiseerd waaraan alledrie de Koninkrijkspartners deelnamen. Suriname verzocht zijn buitenlandse betrekkingen in het vervolg zelfstandig te mogen behartigen. Nederland weigerde met deze autonomieverruiming akkoord te gaan. Volgens het Statuut werden de buitenlandse betrekkingen van de Koninkrijksdelen gemeenschappelijk geregeld, met een dominante rol voor Nederland. De regering voelde er niets voor dit veranderen. Om toch voorbereid te zijn op eventualiteiten ontwierp een ambtelijke werkgroep onder leiding van vice-ministerpresident Korthals een plan, dat voorzag in een fasegewijze overdracht van de soevereiniteit aan Suriname. Het aantrekkelijke van dit plan was dat de onafhankelijkheid hierin werd beschouwd als het einddoel van het Surinaamse dekolonisatieproces, maar dat op een geleidelijke wijze en met beleid naar dit einddoel zou worden toegewerkt. Daarmee was dit scenario aanvaardbaar voor zowel radicale als gematigde voorstanders van onafhankelijkheid. De regering weigerde echter dit plan met Suriname te bespreken en bleef afwijzend staan tegenover concrete stappen in de richting van onafhankelijkheid. Pas in de beginjaren zeventig, dus kort voor de soevereiniteitsoverdracht, zou Nederland deze houding laten varen.

Het proefschrift van Peter Meel, dat gebaseerd is op uitgebreid archiefonderzoek en interviews met betrokkenen, gaat in op de staatkundig-politieke, economische en culturele aspecten van het Surinaamse dekolonisatieproces. Een belangrijk hoofdstuk in het boek handelt over het Surinaamse nationalisme, een nog nauwelijks bestudeerd fenomeen, dat in de periode tot 1961 sterk cultureel georiënteerd was.

Vrijdag 26 november 1999 om 16.15 uur

Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht

Promotie:'Tussen autonomie en onafhankelijkheid. Nederlands-Surinaamse betrekkingen 1954-1961'

Drs. P.J.J. Meel, faculteit Sociale Wetenschappen

Een handelseditie is verschenen bij uitgeverij KITLV in Leiden, ISBN
9067181536, prijs ƒ65,-.

Voorlichter Johan Vlasblom (030) 253 4073 of 253 7567

Laatst gewijzigd:
Communicatie Service Centrum
Heidelberglaan 8

3584 CS Utrecht
Telefoon (030) 2533550 / 2532572
Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Promotie Onafhankelijkheidsstreven Suriname tegengewerkt '




Lees ook