Universiteit van Utrecht


23 februari 1999

Faculteit Geneeskunde

Operatie mogelijk bij epilepsie patiënten

Epilepsie patiënten die lijden aan plaatsgebonden (gelocaliseerde) epilepsie en niet goed reageren op medicijnen kunnen mogelijk geopereerd worden. Voorwaarde voor een dergelijke operatie is een zo nauwkeurig mogelijke plaatsbepaling van het centrum waaruit de aanval begint. Deze plaatsbepaling omvat onder andere een EEG-onderzoek met video opnamen van de epilepsie-aanvallen en een magneetscan (MRI) van de hersenen. De indicaties en de opbrengst van deze onderzoeken worden beschreven in het proefschrift van drs. Geert Brekelmans waarop hij op 23 februari hoopt te promoveren aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Bij plaatsgebonden epilepsie vindt de epilepsie aanval plaats vanuit één bepaald deel van de hersenen. Zo’n 75 procent van de patiënten in Nederland die lijden aan epilepsie hebben baat bij medicatie. Voor ongeveer 25 procent werkt deze medicatie niet. Of deze mensen via een operatie kunnen worden geholpen is afhankelijk van de plaats waar de aanval plaatsvindt en hoe nauwkeurig deze kan worden bepaald. Onderzoek wijst uit dat van deze 25 procent ongeveer een kwart in aanmerking komt voor een operatie. In de praktijk komt dat neer op ongeveer 200 patiënten per jaar.

Het onderzoek dat moet uitwijzen of operatief ingrijpen mogelijk is, bestaat uit een aantal verschillende fasen. Allereerst vindt er een EEG-onderzoek plaats in combinatie met video-opnames van de aanvallen. Daarnaast wordt er een MRI van de hersenen gemaakt. Als beide onderzoeken niet genoeg informatie leveren over de plaats in de hersenen waar de aanval begint volgt verder onderzoek. Electroden kunnen dan in en rondom de hersenen worden geplaatst en registreren zo de electrische signalen die in de hersenen plaats vinden.

Wanneer de patiënt al deze tests succesvol doorloopt en de aanvallen blijken van één bepaald hersengebied uit te gaan, is de kans op succesvol operatief ingrijpen groot. Er zijn verschillende typen operaties. De meest verrichtte is de resectie waarbij (kleine) delen van de hersenen, al dan niet samen met afwijkingen als een tumor of litteken worden verwijderd. Daarnaast kunnen bij kinderen met ernstige epilepsie en grote hersenafwijkingen grotere delen van de hersenen of zelfs een hele hersenhelft operatief worden verwijderd (hemisferectomie). Tenslotte wordt bij frequente en met medicijnen onbehandelbare valaanvallen soms een callosotomie verricht, wat inhoudt dat de balk (corpus callosum), een verbindingssysteem tussen beide hersenhelften, voor 2/3 deel wordt doorgesneden. Na een resectie is 2/3 van de patienten aanvalsvrij terwijl 10-15 procent een belangrijke vermindering heeft van het aantal aanvallen. De patient is niet echt genezen van zijn epilepsie maar reageert na een operatie veel beter op medicatie. Een derde van de patiënten heeft na 3 tot 4 jaar uitblijven van de aanvallen zelfs geen medicijnen meer nodig.


23 februari 1999 om 14.30 uur
Academiegebouw. Domplein 29, Utrecht
Drs. G.J.F. Brekelmans, faculteit Geneeskunde Promotie: ‘Clinical neurophysiology in the presurgical evaluation of patients with intractable epilepsy’.

Voorlichter Johan Vlasblom (030) 2533550 of 2532572

Communicatie Service Centrum, Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht, Telefoon (030) 2533550 of 2532572 Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Promotie Operatie mogelijk bij epilepsie patiënten '




Lees ook