Rijks Universiteit Groningen


nummer 58

3 mei 1999

POLITIEKE PARTIJEN KOMEN VERKIEZINGSBELOFTEN MEESTAL NA

Verkiezingsprogramma’s van politieke partijen bevatten meer dan loze beloften. Zo nam het paarse kabinet twee van de drie voorstellen over die PvdA, VVD en D66 in 1994 deden. Dit concludeert politicoloog Robert Thomson. Hij vergeleek beleidsvoornemens van de vier grote partijen bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1986, 1989 en 1994 met het daaropvolgend regeringsbeleid. Op 10 mei 1999 promoveert Thomson aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bij systematische analyse van het beleid van regeringscoalities zijn de resultaten gunstiger dan sceptici in media en wetenschap ons willen doen geloven.

Holle frases?

Verkiezingsbeloftes van partijen zijn geen holle frases. Ze gaan altijd over specifieke onderwerpen die maatschappelijk van belang zijn, zoals de sociale voorzieningen, organisatie van de gezondheidszorg en het belastingstelsel. Bovendien doen partijen vooral beloftes over kwesties die ertoe doen voor hun electorale aanhang. "Als Wim Kok belooft de koppeling van uitkeringen en het minimumloon te zullen vasthouden in zijn regeringsbeleid - zoals in het PvdA-verkiezingsprogramma van 1994 – dan heeft die uitspraak uit zijn mond groot electoraal belang," aldus Thomson.

Regeerakkoord

De onderhandelingen over het regeerakkoord worden vaak gezien als loos politiek ritueel. Toch onderhandelen de partijen tijdens de formatie stevig over beleidsvoornemens. Veel daarvan komt dan ook terug in het regeerakkoord. Zijn beloftes eenmaal opgenomen, dan worden ze ook eerder gerealiseerd. Partijen vermijden controversiële onderwerpen geenszins. Verder weegt het belang dat een partij zelf hecht aan het onderwerp zwaar. Thomson: "Regeerakkoorden zijn wel degelijk het resultaat van keiharde onderhandelingen".

Partijen praten langs elkaar heen

Opvallend genoeg worden van alle toekomstige coalitiepartners veel verkiezingsbeloftes (61 %) geheel of gedeeltelijk in regeringsdaden omgezet. Het komt namelijk zelden voor dat de realisatie van de plannen van de ene partij voorstellen van coalitiepartners direct in de weg staat. "Als de VVD een verlaging van inkomstenbelasting voorstelt voor de hogere inkomens, brengt dat voorstellen van andere partijen om gunstige belastinghervormingen door te voeren voor de lagere inkomens niet onmiddellijk in gevaar. Kortom: partijen praten langs elkaar heen," verklaart Thomson.

Oppositie

Opvallend is dat ook het CDA als oppositiepartij nog de helft van de verkiezingsbeloftes uit 1994 terugzag in het regeerakkoord. De partij ligt regelmatig onder vuur over een te zwakke oppositie. Thomson: "Het is lastig oppositie voeren, wanneer het regeringsbeleid voor een aanzienlijk deel overeenstemt met je eigen partijstandpunten."

Scepsis

De belangentheorie, een veel gebruikte politicologische onderzoeksbenadering, meet het aantal beweringen dat partijen tijdens de verkiezingsperiodes doen over een bepaald onderwerp. Deze 'verkiezingsbeloften' worden vergeleken met de uiteindelijke begrotingsuitgaven. Thomsons analyse omvat een samenhangende vergelijking van alle verkiezingsbeloften. "Dat is een systematischer benadering van het politieke bedrijf dan de heersende alledaagse scepsis. Sceptische politicologen en de media beweren vaak dat verkiezingsbeloften niet nagekomen worden. Scepsis in de media is overigens terecht gezien hun controlerende functie," vindt Thomson.

Vuurvaste democratie

Onderzoek op dit terrein richtte zich tot nu toe alleen op eenpartijstelsels. Thomson onderzocht als eerste het democratisch gehalte van een coalitiesysteem. Thomson: "De partijen in het Verenigd Koninkrijk wisten bijna 90 % van hun verkiezingsbeloften na te komen. Tony Blair hoeft immers niet te onderhandelen met coalitiegenoten. Dat impliceert niet per se dat de Engelse democratie vuurvaster zou zijn dan de Nederlandse."

Curriculum vitae

Robert Thomson, geboren in 1972 te Stirling (Schotland), studeerde in 1993 cum laude af als politicoloog aan de University of Strathclyde in Schotland. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij het Interuniversity Centre for Social Science Theory Formation and Methodology in Groningen. Momenteel is hij werkzaam als onderzoeker bij de faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. De volledige titel van zijn proefschrift luidt: The Party Mandate: Election Pledges and Government Actions in the Netherlands, 1986-1998. Promotores zijn prof.dr. F.N. Stokman en prof.dr. C. van der Eijk.

Deel: ' Promotie Politiek komt verkiezingsbeloften meestal na '




Lees ook