Erasmus Universiteit Rotterdam


02/05/99

Promovendus onderzocht de opkomst van popmuziek in Nederland

Popmuziek was meer dan een instrument in een generatiestrijd

De opkomst van popmuziek in de jaren vijftig en zestig is een verbazingwekkend en intrigerend fenomeen. Hoe is het te verklaren dat zoveel mensen popmuziek gingen consumeren? Waarom werd popmuziek plotseling zo gewaardeerd? Op 18 februari promoveert Wilfred Dolfsma aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn proefschrift ‘Popmuziek Waarderen – Instituties, WAARDEN, en Economie’. Met onder meer archiefmateriaal, interviews met personen die direct betrokken waren bij de productie van met name radioprogramma’s en muziektijdschriften, en een serie groepsinterviews met consumenten van popmuziek schetst de promovendus een beeld van de ontwikkelingen in de jaren vijftig en zestig, en de rol van popmuziek daarin.

Popmuziek is een belangrijk cultureel en economisch fenomeen. In de jaren vijftig en zestig kwam popmuziek op in Nederland, net als in andere Westerse landen. Het verving grotendeels de ‘crooner’ en Big Band-muziek, maar ook de ‘volkse’ Jordaan-muziek en de populaire Duitstalige ‘volksmuziek’. De snelheid waarmee popmuziek Nederland veroverde, maar ook de vorm waarin het aan het publiek gebracht werd en waarop dat publiek het ontving, verschilt van andere landen.

Hoe is die plotselinge opkomst van popmuziek in de jaren vijftig en zestig te verklaren? Waarom gingen opeens zoveel mensen popmuziek waarderen en consumeren? Om deze vragen te beantwoorden, moet volgens Wilfred Dolfsma gekeken worden naar de manier waarop de consumptie- en de productiekanten elkaar beïnvloed hebben en hoe bepaalde sociaal-culturele waarden in verhouding stonden tot hun ‘institutionele omgeving’.

Verschuiving van waarden

Het beeld dat popmuziek slechts een instrument was in handen van jongeren om zich af te zetten van de oudere generaties is volgens Dolfsma onjuist. Popmuziek markeerde en creëerde verschillen tussen bepaalde sociale groepen, ook binnen een zelfde generatie, omdat popmuziek stond voor bepaalde sociaal-culturele waarden als vrijheid, succes, moderniteit, snelheid, vernieuwing en seksualiteit.

Dit soort waarden kwamen tot uitdrukking in instituties als hitlijsten of diskjockeys. De vorm van dergelijke instituties werd niet zomaar van het Amerikaanse voorbeeld overgenomen, maar kwam tot stand doordat er continu naar een manier gezocht werd om de muziek bij de luisteraar te brengen. Daarbij was er volgens Dolfsma steeds de dreiging van het botsen van bepaalde waarden waarop bijvoorbeeld omroeporganisaties en muziektijdschriften oorspronkelijk gestoeld waren. De publieke omroepen hadden een duidelijke opvoedende taak, en dat was van invloed op manier waarop de platen die gedraaid werden en de manier waarop die werden gepresenteerd bij programma’s als ‘Tijd voor Teenagers’ (VARA, vanaf september 1959) en ‘Tussen 10+ en 20’ (AVRO, iets later). Zelfs een piratenzender met een duidelijk winstoogmerk als Veronica liet zich niet alleen leiden door omzet, marktaandeel en winst. Dolfsma concludeert dat de waarden die ten grondslag lagen aan de instituties die destijds ontstonden, aan zowel consumptie- als aan productiezijde, begonnen te verschuiven.

‘Echte’ popmuziek stond bovendien gelijk aan Engelstalige muziek. Nederlandse muzikanten konden eigenlijk geen popmuziek maken en echte diskjockeys waren Brits of Amerikaans. Muziektijdschriften als ‘Tuney Tunes’ of ‘Muziek Express’ sloten aan bij deze waarden door het soort informatie dat ze gaven en door de vorm waarin die informatie gegeven werd. De jaarlijks door de tijdschriften gepubliceerde ‘populariteitspolls’ bijvoorbeeld werden door de fans belangrijk gevonden. Deze en andere instituties speelden een rol bij het ontstaan van een eigen referentiegroep en een eigen identiteit bij jongeren. Ook hier ziet Dolfsma een wisselwerking tussen verschuivende waarden en instituties als een verklaring voor de verschillen binnen generaties en voor de opkomst van de popmuziek in de jaren vijftig en zestig in Nederland.

Promotor: prof.dr. A. Klamer, Kunst- en cultuurwetenschappen, i.h.b. economie van de kunst en cultuur

Nadere informatie:

Promotie: donderdag 18 februari 1999, 16.00 uur, Senaatszaal, Woudestein
Info: bij de promovendus, tel. 010 – 408 2449 of 053 – 489 4235, of bij de afdeling Interne en Externe Betrekkingen, tel. 010 – 408 1777

Deel: ' Promotie Popmuziek meer dan instrument in generatiestrijd '




Lees ook