Rijksuniversiteit Groningen


RUG werkbalk

Nummer 6 10 januari 2000

Hulpverlening kan sneller

Groninger met hartinfarct roept te laat hulp in

Een deel van de Groningers met hartklachten wacht te lang met het bellen van de huisarts. Mede daardoor overlijden er in de provincie Groningen meer mensen aan een hartinfarct dan elders in het land. Ook blijkt een aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten onder Groningers meer voor te komen. Dat concludeert de GGD-arts Jan Broer na onderzoek naar de epidemiologie van coronaire hartziekten in de regio. Hij pleit voor een snellere hulpverlening aan patiënten met een acuut hartinfarct. Ook zouden huisartsen hun expertise beter moeten benutten bij het bevorderen van een gezonde leefstijl. Broer promoveert op 19 januari 2000 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Kenmerkend voor coronaire hartziekten is een vernauwing van de kransslagaders, waardoor het hart te weinig zuurstof krijgt. In de provincie Groningen overlijden jaarlijks 150 mensen meer aan deze hartaandoeningen dan men op grond van de landelijk gemiddelden zou verwachten. De sterfte ligt daarmee zeventien procent hoger dan in de rest van het land. Hartinfarcten veroorzaken driekwart van deze sterftegevallen. Broer onderzocht de oorzaken aan de hand van regionale sterftegegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek over de jaren 1980-1995. Daarnaast vergeleek hij de hulpverlening aan 924 patiënten met een acuut hartinfarct in de regio's Groningen en Rotterdam.

Langer wachten

Uit het onderzoek blijkt dat Groningers vaker thuis overlijden aan een hartinfarct. Broer interviewde 40 nabestaanden van patiënten die overleden voordat zij in een ziekenhuis konden worden opgenomen. In de helft van deze gevallen trad de dood zeer plotseling in, de overige patiënten belden hun huisarts gemiddeld een half uur later dan de mensen die het ziekenhuis wél haalden. "Vooral patiënten die alleen zijn op het moment van het infarct wachten te lang met het inroepen van hulp," zegt Broer. "Ook buiten kantooruren treuzelt men langer. Blijkbaar verkiest men zelfs bij een acuut hartinfarct de eigen huisarts boven een vervanger." Overigens bereikt de Groningse hartpatiënt het ziekenhuis eerder dan bijvoorbeeld de Rotterdammer. De hogere thuissterfte in het Noorden is dus niet te wijten aan een tragere hulpverlening.

Behandelvertraging bekorten

Eén op de twee patiënten overlijdt tijdens of kort na een hartaanval. Een snelle behandeling met bloedstolseloplossende middelen (trombolyse) is daarom gewenst. Toch duurt het momenteel drie uur voordat een patiënt deze behandeling krijgt. "Huisarts en ziekenhuis nemen een belangrijk deel van de zogeheten behandelvertraging voor hun rekening", becijfert Broer. "De huisarts is er weliswaar snel bij, maar heeft dan nog drie kwartier nodig om tot ziekenhuisopname te besluiten. En binnen het Academisch Ziekenhuis Groningen duurt het ongeveer zeventig minuten voor een behandeling van start gaat." Broer doet verschillende voorstellen die de behandelvertraging kunnen bekorten. Hij pleit ondermeer voor het uitrusten van ambulances met geavanceerdere ECG-apparatuur. Ook zouden huisartsen en ambulanceverpleegkundigen meer trombolyse kunnen toepassen. Op deze manier kan een deel van de diagnostiek en behandeling al ter plekke plaatsvinden. Nu gebeurt dat nog uitsluitend in het ziekenhuis.

Meer risico

Broer voert het hogere sterftecijfer ook terug op het voorkomen van een aantal klassieke risicofactoren. De doorsnee Groninger rookt meer, is te zwaar en heeft een hoger cholesterol gehalte dan de gemiddelde Nederlander. Vooral de combinatie van roken en een verhoogd cholesterolgehalte komt in de Noordelijke provincie (te) veel voor. Het is bekend dat het gecombineerde effect van een aantal risicofactoren groter is dan de optelsom van de afzonderlijke risico's.

Rol huisarts bij preventie kan beter

Volgens Broer kan de preventie van hartinfarcten verbeterd worden, als huisartsen meer energie stoppen in het bevorderen van een gezonde leefstijl. Huisartsen in Groningen geven nu maar aan tien procent van de rokers het advies om te stoppen van roken. "Zij associëren roken nog te veel met longziekten, en te weinig met hart- en vaatziekten," vindt Broer. Ook maken huisartsen nog onvoldoende gebruik van de mogelijkheden om het gebruik van gezonde voeding te stimuleren. Voorlichting kan echter veel effect sorteren. Een intensief voorlichtingsprogramma in Oost-Groningen bleek ook na een jaar effect te hebben op het voedingspatroon van mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Curriculum Vitae

Jan Broer (Apeldoorn 1953) studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1989 werkt hij als arts-epidemioloog bij de Hulpverleningsdienst GGD-Groningen. Broer verrichtte zijn promotieonderzoek bij de discplinegroep Huisartsengeneeskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en bij het Thoraxcentrum van de afdeling Cardiologie (Academisch Ziekenhuis Groningen). De promotores zijn prof.dr. B. Meyboom-de Jong en prof.dr. J.P. Mackenbach. De titel van Broers proefschrift luidt: Oversterfte aan coronaire hartziekten in Groningen. Achtergronden en preventiemogelijkheden.

Deel: ' Promotie RUG epidemologie coronaire hartziekten Groningen '




Lees ook