Katholieke Universiteit Nijmegen

Taalredacteur in onderzoek naar geschreven Engels van Nederlandse bètawetenschappers:

Te veel `direct' taalgebruik in Engelstalige artikelen trekt onderbouwing in twijfel
Als Nederlandse wetenschappers hun artikelen in het Engels schrijven, dan heeft dat geschreven Engels duidelijke kenmerken van het Nederlands. Het is herkenbaar door een weinig vloeiende stijl en een grotere directheid, vergeleken met het schrift van Engelstalige collega's (natives). Alhoewel een gebrekkige taalvaardigheid een rol speelt, laat de hedendaagse Nederlandse wetenschappelijke schrijfcultuur ook sporen achter in deze schrijfstijl. Zo wordt een wetenschappelijke tekst die bestaat uit te veel korte zinnetjes door niet-Nederlanders als storend ervaren. Nederlandse wetenschappers moeten voorts uitkijken met het gebruik van directe beweringen. Paradoxaal genoeg, kan deze directe stijl de lezer tot twijfelen brengen over de wetenschappelijke onderbouwing. Dat constateert Joy Burrough-Boenisch in het proefschrift waarop ze op dinsdag 11 juni aan de KU Nijmegen hoopt te promoveren. Joy Burrough, afgestudeerd in Oxford (UK) en McGill (Canada) in de aardrijkskunde is werkzaam als taalredacteur in Nederland sinds 1976. Vandaar haar belangstelling om het geschreven Engels van Nederlandse bètawetenschappers te onderzoeken.

`Nederlanders doen gekke dingen met hun Engels' De promovenda merkt op dat Nederlanders wel heel gekke dingen doen met hun Engels. Geestige voorbeelden daarvan bundelde ze eerder in de uitgave 'Righting English that's gone Dutch' (Sdu, 1998). "Wanneer je in een vreemde taal schrijft, is er altijd invloed vanuit je moedertaal. Maar zelfs afkortingen, Latijnse en Franse uitdrukkingen en leestekens hebben een verschillende betekenis in de schrijfculturen van Nederland en Engeland. Het besef van de soms subtiele werking van verschillen in cultuur en conventies op het schrijven was voor mij de aanleiding om mij in de toegepaste linguïstiek te storten", aldus Joy Burrough.

Structurering en tijd

De Nederlandse wetenschappers maken in het Nederlands - en dus ook in het Engels - kortere zinnen dan native-speakers. Zoals gebruikelijk in het Nederlands, structureren ze hun tekst met behulp van alinea's. Dat, tezamen met minder expliciete verbindingen tussen achtereenvolgende zinnen, leidt tot een (voor niet-Nederlanders) weinig vloeiende samenhang. Verder neigen Nederlanders ertoe minder nuanceringen te gebruiken dan natives. Een opvallend kenmerk is hun gebruik van de onvoltooid tegenwoordige tijd voor de beschrijving van hun methoden en onderzoeksresultaten. Engelse wetenschappers gebruiken die tijd voor de algemene waarheden (de feiten), terwijl men de verleden tijd hanteert bij de beschrijving van eigen handelingen, resultaten en bevindingen. "Dat zijn conventies: een juist gebruik van de tijd is essentieel in het Engels", zegt Mw. Burrough. "Als je daar fouten mee maakt, krijg je erg gekke wendingen". Ze noemt als voorbeeld een tweetalig bordje met klok en wijzers dat ze zag op Schiphol: dit toilet is gecontroleerd om ...uur. "De schoonmaakster moet de tijd van de controle aangeven door middel van de wijzers. Helaas was de vertaling daaronder: this toilet is checked at ... Daar staat dat het toilet dagelijks om de aangegeven tijd wordt schoongemaakt. Echt iets anders dan bedoeld'.

Receptie-onderzoek

Mw. Burrough verkreeg haar gegevens op basis van een grootscheeps receptie-onderzoek waarin de paragraaf `Discussie' van drie ongecorrigeerde Engelse artikelen geschreven door Nederlandse biologen, gelezen en geannoteerd werden door biologen uit acht landen. De reacties van deze lezers, in het bijzonder die op de aspecten van samenhang, hedging (nuancering) en werkwoordstijden, bracht ze in verband met het al dan niet native speaker zijn of het optreden als referent voor Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften.


--- einde bericht ---

Deel: ' Promotie Te veel taalgebruik in Engelstalige artikelen trekt onderb.. '




Lees ook