Persbericht, 11 maart 1999
Vijfsterrenrestaurant en afvalberg op zeebodem

YERSEKE - Wat hebben biologie en bodemscheikunde (geochemie) van de zee met elkaar van doen? Zegt een chemische meting iets over het aanwezige zeedierenleven? Ja, en Birgit Dauwe van het NIOO-CEMO bewijst dat. Maandag 15 maart promoveert ze in Groningen op haar onderzoek naar de kwaliteit van het organische voedsel op de zeebodem. Dauwe ontwikkelde een geochemische test waarmee die kwaliteit makkelijk te beoordelen is. De uitkomst van de test voorspelt welke bodemdieren van het voedsel eten.

Stukjes organisch afval maken een ronde van ongeveer een jaar door de Noordzee. Ze beginnen helemaal onderin, in het ondiepe zuidelijke deel. Hier hebben de algen het naar hun zin, met een enorme groei-explosie in het voorjaar tot gevolg. Op een gegeven moment zinken dode stukjes alg naar de bodem. Daar dient een deel als voedsel, een ander deel komt in de zeebodem terecht, maar de rest blijft niet liggen. Stromingen in de Noordzee wervelen de deeltjes weer op en voeren ze mee naar het Noordoosten. Dit proces herhaalt zich nog enkele keren. Zo hinkelt dit organische materiaal door de Noordzee. Wat er uiteindelijk overschiet van de deeltjes komt op een enorme afvalberg terecht. Die organische afvalberg heet Skagerrak, een stuk zee boven Denemarken van 400 meter diep.

NIOO-promovenda Dauwe onderzocht de afname van de kwaliteit van het organische materiaal langs de transportroute door de Noordzee. Hiervoor keek ze naar de mate waarin het materiaal af kon worden gebroken en naar de aanwezige eiwitten en met name de aminozuren daarin. Hoe verder de organische deeltjes vervoerd zijn, des te slechter afbreekbaar zijn ze. Tegelijkertijd verandert de aminozuursamenstelling van de eiwitten in de bodem op een voorspelbare manier. Dit zegt ook wat over het dierenleven op de diverse zeebodems.
Op de begraafplaats voor oude, afgewerkte organische deeltjes in het Scandinavische Skagerrak komen andere vretertjes voor dan bij de schaarsere verse waren van het vijfsterrenrestaurant in het zuiden. De zee-uitvoering van regenwormen zie je overal opduiken. In de Duitse Bocht, daar waar de Elbe met vers organisch materiaal uitmondt in de Noordzee, zijn echter veel schelpdieren te vinden. Een voorbeeld zijn mossels, deze filteren (net) boven de bodem het voedsel uit het water. Kleine gravers bewonen de bodem van het Skagerrak. Ze eten sediment of jagen op andere dieren. Het Friese front bezit voedsel van gemiddelde kwaliteit en herbergt hierdoor de grootste diversiteit aan type eters en de grootste en diepstlevende dieren (kreeftachtigen). De samenstelling van de dierenburgerij verschilt zo van plaats tot plaats langs de transportroute en de samenstelling en de afbreekbaarheid van het voedsel verklaart dat.

Dauwes begeleider Peter Herman denkt dat met name haar methode voor een indruk van de smakelijkheid (de verteerbaarheid) van het organische voedsel in de literatuur terecht zal komen. De aanwezige aminozuren geven dat betrouwbaar aan en de methode is gemakkelijk uit te voeren. Met het juiste apparaat - een HPLC, High Pressure Liquid Chromatograph - en een beetje geduld lukt het wel.

Het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) maakt deel uit van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het NIOO-Centrum voor Estuariene en Mariene Oecologie (CEMO) in Yerseke onderzoekt fundamentele biologische processen in riviermondingen en kustwateren.

Deel: ' Promotie Vijfsterrenrestaurant en afvalberg op zeebodem '




Lees ook