Persbericht, 31 augustus 1999
Virussen goed voor biodiversiteit mini-samenleving

NIEUWERSLUIS/NIJMEGEN - Vrijdag 3 september promoveert NIOO-onderzoeker Erik van Hannen in Nijmegen. Met behulp van DNA-opsporingsmethoden bestudeerde hij de relaties in een mini-samenleving: die van de micro-organismen. Virussen blijken zo nu en dan flink huis te houden onder de bacteriën. De positieve noot is dat dit de biodiversiteit verhoogt. Ook de eencellige oerdiertjes laten zich niet onbetuigd.

Welke mini-organismen leven er in een microbiële samenleving? Ze hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal eencellig. De belangrijkste groepen zijn algen, bacteriën, virussen en protisten ('oerdiertjes'). Promovendus Van Hannen: "De algen, het plantaardige plankton, zijn de basis voor het leven op aarde. Deze cellen vangen zonlicht in en gebruiken de energie om suikers te maken. Op deze suikers leeft de rest van de gemeenschap. Eerst de bacteriën en die worden vervolgens verorberd door de protisten. Microbiologen noemen deze voedselstroom de 'microbiële lus' (Z.O.Z). Virussen horen daar ook bij: zij kunnen alle andere groepen infecteren." Van Hannen richtte zich op de factoren die de levensgemeenschap vorm geven: de zogenaamde governing forces. Dat kan van alles zijn: temperatuur, voedsel (nutriënten) of interacties tussen organismen. Hij vergelijkt het met een satellietfoto van Amsterdam: "Daar zie je huizen en wegen op bepaalde plaatsen. Dat is niet zomaar: hier spelen ook governing forces een rol. Ditmaal zijn het onder andere wetgeving en beschikbare ruimte."

Virussen blijken een heel grote invloed te hebben op de levensgemeenschap. Bepaalde organismen raken besmet en sterven, daardoor krijgen andere soorten een kans om de opengevallen ruimte in te nemen. Virussen leven maar heel kort, behalve als ze bijvoorbeeld een nieuwe bacteriecel vinden om te besmetten. Ieder virus heeft over het algemeen één soort gastheer. De meest voorkomende soort loopt de grootste kans om massaal geveld te worden door een virus. Bij Van Hannen verdween in een kweekvat de dominante cyano-bacterie (blauwalg) vrijwel compleet door een virusplaag. Zo extreem is dat nog nooit waar-genomen. De bacteriediversiteit in het vat werd na deze gebeurtenis wel twee keer zo hoog.

Een andere invloed heeft het soort alg: dat bepaalt welk type microbiële levensgemeenschap erop 'bloeit'. Van Hannen: "Een cyanobacterie wordt blijkbaar door andere bacteriën lekker gevonden dan een groenalg." Als protisten, eencellige 'oerdiertjes', de bacterieflora afgrazen, heeft dat ook heel wat gevolgen. De bacteriën worden groter en zijn dan niet meer te verzwelgen. De oerdiertjes zorgden ook voor een verrassende vondst: Van Hannen trof (het DNA van) een heel aparte soort aan in één van zijn kweekvaten. Dit eencellige diertje hoort bij een recent ontdekte groep van parasieten, de zogenaamde Drips. Deze Drips parasiteren op waterdieren als zalmen, kikkers en kreeften. Bijzonder om in een vat aan te treffen zonder zulke dieren in de buurt... Een ander soort bezoekers waren de meercellige raderdiertjes (rotiferen) die van de microbiële lus kwamen snoepen. Zij zorgden ervoor dat er materiaal uit de lus verdween richting de grotere dieren.

Deel: ' Promotie Virus goed voor biodiversiteit mini-samenleving '




Lees ook