MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

Pronk: iedereen heeft recht op water

Pronk: iedereen heeft recht op water

Een op de vijf mensen heeft geen toegang tot veilig drinkwater. Ontwikkelingslanden beschikken in het algemeen over weinig kwalitatief goed water en vooral de armen zijn hier de dupe van. Iedereen heeft recht op water en waterbronnen moeten rechtvaardig worden verdeeld.

Dit zijn enkele hoofdpunten uit de speech van de Minister voor het Wereld Water Forum van vrijdag 18 maart in het Congres Centrum in Den Haag.

De waterproblematiek valt volgens Pronk uiteen in drie dimensies: rijk-arm, nu-later en toegankelijkheid. Hieronder volgt de integrale tekst van de speech.

Toespraak van minister Pronk (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) bij de opening van de NGO-workshops op het Wereld Water Forum op 18 maart 2000 in Den Haag

(N.B.: het gesproken woord geldt)

Dames en heren,

Water en land zijn in Nederland altijd onafscheidelijk geweest. We hebben watersnoodrampen gekend, we hebben land van het water teruggewonnen. We ontvangen voldoende water en waren in het verleden vooral bezig met de strijd tegen het water in plaats van om het water. Dat verandert nu enigszins. Door het vele malen daalt de grondwaterspiegel namelijk, evenals de bodem. Met als gevolg aantasting van de natuur en zorg over de veiligheid. Daarnaast hebben we te maken met vervuild grond- en oppervlaktewater.

Juist in een waterrijk land als Nederland is water dus een vraagstuk dat continu de aandacht vraagt. Op veel plaatsen elders in de wereld geldt dat nog veel sterker: het is vaak niet in de juiste kwaliteit en kwantiteit voorhanden. Een op de vijf mensen op aarde heeft geen toegang tot veilig drinkwater. Sommige gebieden op aarde kampen met een gebrek aan water, andere met overlast door een teveel.

Ondertussen zijn we er wel van afhankelijk, zowel ecologisch als economisch. Direct om het te drinken, erin te koken en te wassen. Indirect voor onze voedselvoorziening, economische activiteiten, medicamenten, etc. Ook dat laatste ja, want het verdwijnen van ecosystemen als gevolg van slecht waterbeheer, betekent in een aantal gevallen ook het verdwijnen van culturen met kennis van geneeskrachtige planten.

Het onvoldoende voorhanden zijn van schoon zoet water is dus een mondiaal vraagstuk, hoewel het probleem per regio van karakter verschilt. We mogen spreken van een mondiale waterproblematiek. Een problematiek in het spanningsveld tussen natuur en cultuur, tussen economie en ecologie.

In de concept-ministeriële verklaring van deze conferentie hebben we zeven uitdagingen geïdentificeerd die centraal moeten staan in het zoeken naar een balans binnen dat spanningsveld. De eerste heet .meeting basic needs., een uitdaging die wat mij betreft nog scherper zou mogen worden geformuleerd. Wat dacht u van .meeting basic rights., wat inhoudt dat iedereen recht op water heeft en dat individuen samen hun waterbronnen rechtvaardig moeten verdelen. De overige zes uitdagingen die we hebben geformuleerd, zijn: protecting ecosystems, securing the food supply, sharing water resources, managing risks, valuing water en governing water wisely.

Uitdagingen die we alleen samen kunnen aangaan. Maar wel ieder vanuit onze eigen positie, onze eigen rol. Ik denk dat ook het vinden van die rol een belangrijke uitdaging is voor de komende dagen.

Om goed beslagen ten ijs te komen, is een scherp beeld van alle facetten van de waterproblematiek onmisbaar. Als aftrap van deze dag wil ik aan dat beeld graag een bijdrage leveren en een aantal noties noemen waarvan we ons bewust moeten zijn bij het aangaan van die uitdagingen, bij het vinden van oplossingen.
Zonder de illusie te koesteren dat we het waterprobleem ooit helemaal de wereld uit zullen helpen. Alleen al omdat de problematiek van water steeds weer andere verschijningsvormen aanneemt.
Als er iets misgaat met water of met de watervoorziening, raakt ons dat onmiddellijk. Een recent voorbeeld: vergiftiging van de rivier de Tisza. Een ramp die nu toevallig in Europa plaatshad, maar die ook in Afrika - denk aan Mozambique -, Azië of Zuid-Amerika had kunnen gebeuren.

Laten we deze ramp eens ontleden. We zien zeer uiteenlopende facetten. Ik noem er een paar:

Ecologisch: zeker 80 procent van de vissen in de Tisza is gedood. Het ecosysteem is voor jaren ontwricht.
Gezondheid: alleen al in Hongarije lijden 2 miljoen mensen onder de ramp omdat hun drinkwatervoorziening is aangetast en ze niet kunnen vissen.
Arm/rijk: Vanuit een situatie van armoede rekening houden met het milieu is een stuk moeilijker dan vanuit een situatie van luxe. Economisch/industrieel: de ramp is een direct gevolg van nalatigheid bij goudwinning, een industriële activiteit. Niet alle bedrijven nemen het even nauw met milieuregelgeving.
Aansprakelijkheid: de Tisza stroomt behalve door Roemenië ook door Hongarije, Oekraïne en Servië. In hoeverre wordt Roemenië of het bedrijf verantwoordelijk gesteld?

Bij het ontwikkelen van oplossingen zullen we ons deze complexiteit steeds goed voor ogen moeten houden. Zelf zie ik drie dimensies of invalshoeken die ons kunnen helpen het probleem verder te analyseren:
. rijk-arm (sociaal);
. nu-later (tussen generaties);
. toegankelijkheid van water voor landen
(geografisch/interstatelijk)

Deze invalshoeken licht ik nu verder toe.

Arme landen zijn vaak ook arm in kwalitatief goed water. Daarnaast hebben in arme landen de rijken meer toegang tot water van acceptabele kwaliteit dan de armen. Het watersysteem wordt er vaak zwaar gesubsidieerd. Maar vooral het rijke deel van de bevolking profiteert daarvan. Het arme bevolkingsdeel is meestal aangewezen op commerciële toeleveranciers of op vervuild water.

We zien situaties waarin roofbouw wordt gepleegd op ecosystemen en schaarse watervoorraden. Bijvoorbeeld in Spanje en de VS, waar irrigatie grote druk zet op de watervoorraden. Of in Jemen, waar waterbronnen in hoog tempo uitgeput raken door de verbouw van qat. Ook toekomstige generaties hebben echter recht op voldoende water van acceptabele kwaliteit.

Afhankelijk van hun geografische ligging, beschikken landen over meer of minder water. Een belangrijke factor is de watertoevoer van rivieren uit andere landen. Een voorbeeld in zuidelijk Afrika is het stroomgebied van de Zambezi. Deze rivier stroomt door acht verschillende landen, die voor hun watertoevoer afhankelijk zijn van elkaar. En daar dus ook afspraken over moeten maken. Want gelijke toegang tot water voor landen in dezelfde regio, moet mijns inziens uitgangspunt zijn.

Dat landen heel goed tot zulke afspraken kunnen komen, hebben we gezien in de kwestie tussen India en Bangladesh. Hier ontstonden spanningen toen de Indiase Farrakadam de watertoevoer naar Bangladesh ontregelde. Inmiddels hebben deze landen een akkoord gesloten over een verdeelsleutel voor het water, zodat Bangladesh nu weet hoeveel water het in welke periode van het jaar kan verwachten. En een zijrivier van de Ganges, de Gorai, wordt nu uitgebaggerd, zodat er weer meer water naar Bangladesh stroomt en de verzilting van de bodem daar wordt teruggedrongen.

In dit soort gevallen kan international dispute settlement overigens een belangrijke rol spelen. Via mediation, consultation en negotiations kunnen we - weliswaar meestal als er al een samenwerkingsverband bestaat - conflicten tussen landen over waterstromen oplossen of helpen voorkomen. Helaas is het nog lang niet zo ver dat alle landen gebruik maken van zulke mechanismen.

Kijken we langs deze drie invalshoeken, rijk-arm, nu-later en toegankelijkheid van water, naar de waterproblematiek, dan komt een aantal noties bovendrijven waarmee we rekening moeten houden bij het ontwikkelen van oplossingsrichtingen. Per invalshoek noem ik er een paar.

Zoeken we langs de invalshoek rijk-arm naar oplossingen voor de waterproblematiek, dan moeten we rekening houden met: . de verdeling van de financiële lasten bij verbetering van de watervoorziening. Kosten van infrastructurele verbeteringen mogen niet alleen drukken op de schouders van hen die van deze verbetering direct profiteren, meestal de armsten. Oplossingen voor het probleem moeten daarom in een breed-maatschappelijke en internationale context worden geplaatst. En toepassing vergt solidariteit van beter bedeelden. . ook voor de armen mag water echter geen gratis goed worden. De voorziening kan dan niet op gang komen. Water moet daarom als economisch goed worden getaxeerd (cost recovery/user pays). De hoogte van het prijskaartje is een belangrijk instrument voor overheden om het gebruik van water te sturen.

Goed watermanagement moet leiden tot duurzame ontwikkeling; een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige wereldbevolking zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden van toekomstige generaties. De ecologie stelt randvoorwaarden aan onze ontwikkelingen. In de zeven uitdagingen die we ons hebben gesteld, is dat besloten in protecting ecosystems en governing water wisely. Ook het tegengaan van watervuiling is daarvan mijns inziens een zeer belangrijk onderdeel.

Noties:
. in een gespannen watersituatie zie je een heftige competitie tussen sectoren, tussen beneden- en bovenstroomse belangen, tussen stedelijke en landelijke behoeften. Dat impliceert het maken van keuzen tussen economische activiteiten. Met pijnlijke gevolgen voor sommige sectoren. Het niet maken van zulke keuzen betekent op termijn echter nog grotere consequenties voor de economie als geheel. In Nederland zou minder bemalen ten gunste van een hoger grondwaterniveau negatief uitpakken voor de landbouw. Maar wat zijn de gevolgen voor de natuur als we ons de diepte in blijven malen?
. sleutel: het hanteren van een vraag-georiënteerde aanpak (hoeveel water is er te verdelen en hoe kan de samenleving daarvan het beste profiteren) in plaats van een aanbodgeoriënteerde aanpak (hoeveel water hebben we nodig en waar halen we het vandaan).

De onderlinge afhankelijkheid van landen in hun watervoorziening vergt regionale integratie cq samenwerking tussen landen boven- en benedenstrooms. Zorg voor een eerlijker verdeling over landen. En zorg voor internationale afspraken over gelijke toegang tot water. De UNEP wees onlangs nog eens op de dreiging van wateroorlogen als we dat niet doen. Noties:
. landen moeten in hun handelen rekening houden met de eventuele gevolgen voor de watervoorziening van landen stroomafwaarts; . er moet een internationaal en integraal watermanagement worden gevoerd, gericht op het totale stroomgebied van rivieren. Hieraan moet breed worden deelgenomen: politiek, publiek, stakeholders en NGO.s; . daar is samenwerking en regelgeving voor nodig.

Dames en heren,
Ik heb drie dimensies genoemd van de waterproblematiek: rijk-arm, nu-later en toegankelijkheid van water. Daaruit blijkt dat de waterproblematiek een vraagstuk is dat in alle regio.s van de wereld speelt. Water is onmisbaar en we moeten er bewust mee omgaan op alle niveaus. Daarbij horen politieke oplossingen, regelgeving, internationale samenwerking, een goede geschillenbeslechting en - als sluitstuk - een integrale aanpak. Net als overheden, burgers, bedrijfsleven en grass roots-organisaties moeten NGO.s daarin hun eigen weg vinden.

Dat we zorgvuldig en verstandig met ons water moeten omgaan, weten we al veel langer. Niet voor niets kwamen we eerder bijeen in Stockholm, Mar del Plata, New Delhi, Dublin, Rio de Janeiro en Noordwijk om over water te praten. We legden er de nadruk op ontwikkelingsvraagstukken, landbouw, drinkwatervoorziening, sanitatie, duurzaamheid en de bescherming van ecosystemen. De laatste jaren besteedden we meer aandacht aan partnerschappen tussen stakeholders, en het belang van veranderende gedragspatronen, technische innovaties. Zaken die nog steeds van groot belang zijn.

We zijn op een heleboel terreinen flink opgeschoten, maar vaak toch nog onvoldoende doordrongen van ernst van de problematiek. Waterproblemen en vooral de samenwerking in gedeelde stroomgebieden zullen ook in de verre toekomst de aandacht blijven opeisen. Er blijft ontzettend veel te doen. Ik hoop dat we met deze conferentie weer een stapje verder komen.


18 mrt 00 09:00

Deel: ' Pronk iedereen heeft recht op water '




Lees ook