Provincie Utrecht

Persbericht
1000159200

Provincie gaat rampenplannen uitgebreider toetsen GS: 1 miljoen voor deskundigenpool brandbeveiliging

Gedeputeerde staten van Utrecht hebben besloten dat het veiligheidsbeleid van de provincie Utrecht verder moet worden geïntensiveerd. GS willen over een periode van vier jaren 1 miljoen gulden bijdragen aan de vorming van een deskundigenpool in het kader van de brandveiligheid. Verder wordt aan gemeenten gevraagd voor 1 januari 2002 een geactualiseerd rampenplan in te dienen, worden gemeentelijke rampenplannen uitgebreider getoetst en zal de provincie strenger optreden in het kader van de Wet milieubeheer.

Gedeputeerde staten (GS) van Utrecht willen tot 2005 één miljoen gulden bijdragen aan de deskundigenpool die in het kader van de brandbeveiliging in de provincie Utrecht wordt opgericht. De commissaris van de Koningin, de heer mr B. Staal en de Utrechtse burgemeesters werden het in juli eens over de vorming van een pool om achterstanden in vergunningverlening en handhaving bij het brandveiligheidsbeleid weg te werken. De deskundigenpool zal uit ongeveer 10 deskundigen bestaan, die in en voor gemeenten aan de slag gaan. De pool wordt ondergebracht bij de Regionale Brandweer Utrecht. Het voorstel van GS moet nog door provinciale staten worden goedgekeurd.

Deze zomer heeft het kabinet alle gemeenten opgeroepen voor het einde van het jaar een geactualiseerd rampenplan bij GS in te dienen. GS dringen hierop ook aan in een brief aan de gemeenten. Gedeputeerde staten toetsen volgens de Wet rampen en zware ongevallen de gemeentelijke rampenplannen. Tot nu toe was dit een toetsing op hoofdlijnen. Dat was ook de bedoeling van de wetgever, onder meer omdat gemeenten de primaire verantwoordelijkheid hebben voor de rampenbestrijding. GS heeft besloten om af te stappen van deze toetsing op hoofdlijnen. Uit een enquête uit 2000 door de commissaris van de Koningin onder Utrechtse gemeenten, maar ook uit de rapporten van de Commissies Oosting (vuurwerkramp Enschede) en Alders (cafébrand Volendam), blijkt dat de gemeentelijke voorbereiding op de rampenbestrijding op een aantal vlakken tekort schiet. Voor de meer uitgebreide toetsing van de rampenplannen is een toetsingskader vastgesteld, waarin onder meer aanbevelingen van de commissies Oosting en Alders zijn verwerkt. Ook voor het toetsen van rampbestrijdingsplannen is een toetsingskader vastgesteld. Een rampbestrijdingsplan wordt opgesteld door de burgemeester en getoetst door de commissaris van de Koningin.

De handhaving van risicovolle bedrijven wordt, waar nodig, geïntensiveerd. Voor ongeveer 250 inrichtingen in de provincie is het provinciebestuur het bevoegd gezag als het gaat om milieuregelgeving. Al deze bedrijven zijn recent tegen het licht gehouden om te bepalen in hoeverre ze risico vol zijn voor de omgeving, met andere woorden of er slachtoffers kunnen vallen buiten de inrichting bij een calamiteit. Volgens het nieuwe beleid zullen bedrijven met verhoogde risico's vaker worden bezocht dan gebruikelijk is bij reguliere controles. Bedrijven met een zeer hoog risico worden minstens 6 keer per jaar bezocht en gecontroleerd, bedrijven met een verhoogd risico tenminste 3 keer per jaar en instellingen met een gering risico minimaal 1 maal per jaar.

De controlefrequentie van een bedrijf wordt bepaald aan de hand van twee criteria: milieurelevantie en de mate waarin binnen het bedrijf de regels worden nageleefd. Bij de beoordeling van het criterium milieurelevantie wordt in het nieuwe beleid veel nadrukkelijker gewicht toegekend aan veiligheid en brandgevaar.

Voor meer informatie over dit bericht kunt u zich wenden tot Mireille van Kempen, 030 - 258 2333 of per e-mail: mireille.van.kempen@provincie-utrecht.nl .

Deel: ' Provincie Utrecht gaat rampenplannen uitgebreider toetsen '




Lees ook