Provincie Utrecht


Persbericht
24 september 1999

BORCO vindt passende inrichting landelijk gebied noodzakelijk bij ingrijpende mestplannen
RECONSTRUCTIEWET MOET DOORGAAN

Het Kabinet heeft een vernieuwde aanpak van het mestbeleid voorgesteld. De beoogde sanering van het mestoverschot stagneert door de juridische patstelling rond de Wet Herstructurering Varkenshouderij. Bovendien dreigt een zware boete van het Europese Hof voor niet nakomen van de Europese Nitraatrichtlijn. Het Kabinet kiest voor een integrale mestaanpak gebaseerd op mestafzetcontracten. Productie- en afzetmogelijkheden van mest worden nadrukkelijk gekoppeld. Dierrechten, mestproductierechten en mestbeleid voor verschillende sectoren en gebieden zullen op termijn verdwijnen. Mest kan worden afgezet op eigen grond, bij de mestverwerking of verbranding en via mestafzetcontracten op akkerbouwbedrijven.
De gevolgen voor veebedrijven die niet duurzaam de mest af kunnen zetten, zijn ingrijpend. Berekend is dat het vernieuwde mestbeleid negatieve inkomenseffecten heeft en ook leidt tot bedrijfsbeëindigingen in met name de niet-grondgebonden sectoren. De veehouderijsector zal minder dieren en minder bedrijven gaan tellen. Maar de sector zal ook toegroeien naar een economisch en ecologisch gezond perspectief: er zal volgens het Kabinet een aanzienlijke milieuwinst worden geboekt.

Oost wordt hard getroffen
De verwachting is dat het inkomen van melkveebedrijven en gemengde bedrijven zal dalen. Gemengde bedrijven zullen in veel gevallen de varkens- en pluimveetak moeten afstoten. Een aantal niet-grondgebonden bedrijven zoals de gespecialiseerde varkens-, vleeskalver- en pluimveehouderij zal sluiten . Het BORCO denkt dat de nieuwe voorstellen veel te weeg zullen brengen in agrarisch Oost Nederland. De hoge kosten voor mestafzet en de hogere heffing voor de nitraatverliezen op nitraatgevoelige gronden zullen met name veel kleine, gemengde bedrijven in het hart treffen. In 2003 zal er in Oost Nederland een kleinere veestapel zijn en zal het aantal bedrijven aanzienlijk zijn verminderd. Over de gevolgenvoor de verwerkende industrie, de handel, de slachterijen en de veevoederindustrie is het nu nog gissen. De verwachtingen lopen sterk uiteen en geven dus veel onduidelijkheid over de toekomst.

Reconstructiewet hard nodig
Door de nieuwe mestplannen zullen veel bedrijven sluiten, veranderen in omvang of verplaatsen. De partijen in het BORCO willen de mogelijkheid hebben om de verwachte grootscheepse gevolgen van de plannen te kunnen begeleiden en te kunnen sturen. Enerzijds is flankerend sociaal-economisch beleid nodig voor de agrarische ondernemers die gedwongen worden keuzes te maken. Anderzijds wil BORCO de mogelijkheid hebben om de veranderingen zodanig aan te wenden dat alle plattelandsactiviteiten op de meest gewenste plek komen. Er moeten middelen en instrumenten komen om dit proces zo goed mogelijk aan te sturen en in combinatie met de mestplannen te zorgen voor verbetering van de ruimtelijke- en milieukwaliteit van landelijk Oost Nederland. Het landelijk gebied in Oost Nederland kent gestapelde problemen, zoals verdroging, versnipperde natuur, geurhinder, ontbreken van ontwikkelingsperspectief en aantasting van het landschap. Zolang de komende regelgeving onduidelijk blijft, blijven de problemen opgestapeld. Die onduidelijkheid leidt ertoe dat niet aan de slag kan worden gegaan met de verbetering van de kwaliteit van het landelijk gebied, terwijl ook bij de ondernemers essentiële bedrijfsbeslissingen steeds worden uitgesteld. Naast de mestplannen noemt het BORCO ook de regelgeving rondom geurhinder (stankrichtlijn).
Het BORCO pleit daarom met kracht voor (1) het op korte termijn verstrekken van de gevraagde duidelijkheid en (2) het invoeren van de Reconstructiewet. De Reconstructiewet geeft de mogelijkheden om samen met belangengroeperingen het proces te begeleiden en te zoeken naar een passende ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied voor alle functies. Met de voorbereiding van reconstructieplannen zijn de betrokken provincies, samen met de belangenorganisaties, al meer dan een jaar bezig. De voorgestelde nieuwe ingreep, de vernieuwde integrale aanpak van de mestproblematiek, maakt de zoektocht naar een passende ruimtelijke inrichting meer dan ooit noodzakelijk. Om dit goed te kunnen doen zijn voldoende financiële middelen en beleidsruimte noodzakelijk. Bijvoorbeeld voor de ondernemers die moeten stoppen flankerend sociaal-economisch en fiscaal beleid. En voor de ondernemers die door willen gaan of zich (elders) willen ontwikkelen onder meer een passend stankinstrumentarium. Het BORCO heeft het pleidooi voor versnelde duidelijkheid en voor de Reconstructiewet inmiddels in een brief aan Kabinet en Kamer verwoord.

In het BORCO, het Bestuurlijk Overleg Reconstructie Concentratiegebied Oost, werken diverse partijen samen aan de voorbereiding van de komende Reconstructiewet. In dit overlegorgaan zijn vertegenwoordigd: de provincies Utrecht, Gelderland en Overijssel, de landbouworganisatie GLTO, natuur- en milieuorganisaties, gemeenten, waterschappen, particulier grondbezit, Directie oost van het ministerie van LNV, de Regionale Inspectie Milieuhygiëne Oost (VROM) en de dienst Landelijk Gebied. Het adres: secretariaat BORCO, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem, tel: 026 - 359 95 30, fax: 026 - 359 95 10.
(Voor informatie: Susan van Vliet, actueel@prvutr.nl 030 - 258 31 51 )

Deel: ' Provincie Utrecht Reconstructiewet moet doorgaan '




Lees ook