Provincie Limburg

ROAZ gez. 3 prov.

Persbericht


6/99

PROVINCIES NOORD-BRABANT, ZEELAND EN LIMBURG

PERSINFORMATIE

Maastricht, 12 januari 1999


1. GELIJK SPEELVELD IN DE STORTWERELD NIET EERDER VOORZIEN DAN 2004.


2. ZUIDELIJKE EN NOORDELIJKE PROVINCIES STELLEN CONCLUSIES VAN HET LANDELIJK STORTPLAN TER DISCUSSIE.


3. NAADLOZE OVERGANG VAN DE PROVINCIALE VERANTWOORDELIJKHEDEN NAAR LANDELIJKE STURING IN DE AFVALMARKT.

De drie zuidelijke provincies verenigd in het Regionaal Afval Overleg Orgaan Zuid (RAOZ) en de vier noordelijke provincies verenigd in het Noordelijk Afval Overleg Orgaan (NAO) hebben kennis genomen van het Ontwerp Landelijk Stortplan. Het landelijk stortplan doorloopt van 11 januari tot en met 19 februari 1999 de inspraak.

Het landelijk stortplan is gericht op de afronding van de herstructurering van de stortsector. Het dient ter onderbouwing van de besluitvorming van de Minister van VROM over het opengaan van de provinciegrenzen voor het transport van afval. Het landelijk stortplan stelt voor om het overschot aan brandbaar afval in te zetten voor de voltooiing van de herstructurering van de kleinere stortplaatsen. De voltooiing van deze herstructurering is volgens het landelijk stortplan voorzien rond 1 januari 2000. Op deze datum kunnen volgens het plan de provinciegrenzen reeds voor brandbaar afval vervallen.

Het RAOZ en NAO zijn het niet eens met deze veronderstelling. Zij zijn van mening dat de herstructurering van de stortsector pas is voltooid als alle kleinere stortplaatsen fysiek zijn volgestort en als alle kosten voor de exploitatie, eindafwerking en nazorg voor deze stortplaatsen zijn afgedekt en de overblijvende grotere stortplaatsen voldoende overlevingskansen hebben in een marktsituatie. Er kan pas sprake zijn van een marktsituatie zodra een gelijk speelveld voor de deelnemende partijen is bereikt. Door het RAOZ is dit tijdstip pas in 2004 voorzien.

Bovendien zal het landelijk verdelen van het overschot aan brandbaar afval geen oplossing zijn voor een voorspoedige herstructurering. Het versneld vullen van kleinere stortplaatsen met het overschot aan brandbaar afval uit andere regio's veroorzaakt op haar beurt problemen bij die stortplaatsen die rekening hebben gehouden met deze hoeveelheid bij de exploitatie van hun stortplaatsen.

Daarnaast is het RAOZ van mening dat het openstellen van de provinciegrenzen voor te storten brandbaar afval pas mogelijk is vanaf het moment dat de gewijzigde Wet milieubeheer in werking treedt. Vanaf dat moment liggen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de planning van de eindverwerking bij het Rijk. Indien de grenzen eerder zouden opengaan ontstaat er een situatie waarbij de provincies nog wel de verantwoordelijkheid hebben maar geen instrumenten meer ter beschikking om die verantwoordelijkheden verder in te vullen. Dit is voor alle spelers in het afvalgebeuren, een ongewenste situatie.


--------------------------------------------------------------------

Deel: ' Provincies stellen Ontwerp Landelijk Stortplan ter discussie '




Lees ook