Katholieke Universiteit Nijmegen

Bron: Pers en Voorlichting, tel. (024) 361 22 30 Aanmaakdatum: 21 juni 1999

PERS & VOORLICHTING Persbericht

Studies over architectuur en stedebouw
BEDELORDEKLOOSTERS, 'S-HERTOGENBOSCH EN DE BOSSCHE SCHOOL

Maandag 21 juni promoveerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen de in 's-Hertogenbosch geboren en getogen kunsthistoricus en jurist mr. dr. Frans Jozef van der Vaart op drie studies over architectuur en stedebouw: Bedelordekloosters, 's-Hertogenbosch en de Bossche School, is de titel van het werk, dat zich ontvouwt als een drieluik.

Stad bepaalt klooster
Het middenluik, het hoofdpaneel, gaat over de correlatie tussen stad en (stads)klooster. In de dertiende eeuw vestigden zich voor het eerst kloosters in steden. Van der Vaart onderzocht in honderd steden in Noord-West Europa waar en hoe de eerste volgelingen van Dominicus (dominicanen of predikbroeders) en van Franciscus (franciscanen of minderbroeders) zich vestigden. Zij namen het ideale kloosterplan, eeuwen daarvoor ontwikkeld door de orde der benedictijnen, als uitgangspunt en pasten het zo goed en zo kwaad als mogelijk was in in de stedelijke structuren. De plaatselijke situatie bleek dus allesbepalend. In zoverre geldt dus dat de stad het klooster bepaalde. Maar eenmaal in de stad aanwezig gebeurde ook het omgekeerde, zo illustreert het eerste zijluik.

Klooster bepaalt stad
Deel twee van de studie behandelt de architectuurgeschiedenis van het dominicanenklooster in 's-Hertogenbosch. In 1296 gesticht, paste het zich aan aan de plaatselijke situatie. De eerste dominicanen kochten een voormalige rentmeesterswoning en bouwden deze in de loop der eeuwen uit tot een imposant kloostercomplex. De omringende bebouwing wisselde van eigenaar en veranderde aldoor, terwijl het klooster bleef. Althans tot de beruchte inname van de stad in 1629 door Frederik Hendrik.Toen werd het klooster afgebroken en het terrein verkaveld. Deze studie bewijst dat zelfs nadien de contouren van het klooster de stedebouwkundige situatie bleven bepalen. Dus ook het klooster bepaalde mede de stad.

Bossche School
Een klooster visualiseert een ordesleven in teken van God. In zoverre kan kloosterarchitectuur gezien worden als de realisatie van een kloosterfilosofie. Thomas van Aquino (1225 - 1274) boekstaafde de filosofie van zijn orde, de orde van de dominicanen, en werd één de belangrijkste scholastici. In onze eeuw beleefde Thomas' filosofie een opleving, waamee het neothomisme een feit was. Mede op basis daarvan kon vanuit Delft (Technische Hogeschool) in 's- Hertogenbosch de cursus kerkelijke architectuur ontstaan. Hieraan is het tweede zijluik gewijd. Uit de cursus zou geleidelijk de Bossche school ontstaan. Man van het eerste uur was prof. Granpré Molière, die zijn studenten stimuleerde over het wezen van de architectuur na te denken. Eén van hen was Dom. H. van der Laan, als docent verbonden aan de Bossche cursus. Van der Laan 'vond' het zogenaamde plastische getal, dat als een visie op architectuur door de cursisten in de bouwpraktijk werd toegepast. Net als de dominicanen eeuwen geleden, drukken Bossche school-architecten hun stempel op de gebouwde omgeving. Architectonische visie bepaalt mede een stad.

Bedelordekloosters, 's-Hertogenbosch en de Bossche School, Studies over architectuur en stedenbouw, verscheen als deel VII in de serie Nijmeegse kunsthistorische studies, ISBN 90 5710 065 7, NUGI 912, verkrijgbaar bij Nijmegen University Press.

Personalia
Frans Jozef van der Vaart (39) studeerde kunstgeschiedenis (1978-1984) en Nederlands recht (1981-1986) aan de KU Nijmegen. Van 1984 tot 1986 inventariseerde hij de roerende monumenten in het bisdom Den Bosch. Vanaf 1986 was hij achtereenvolgens docent privaatrecht, hoofd van de Economisch Juridische afdeling, hoofd Algemeen-bestuurlijke en jurdische zaken en plaatsvervangend secretaris van het College van Bestuur van de Hogeschool Enschede. Thans is hij werkzaam als advocaat in Enschede. Sinds 1980 is Van der Vaart betrokken bij een serie kleine monografieën over de St. Janskathedraal te 's-Hertogenbosch. Van 1988 tot 1991 doceerde hij kerkgeschiedenis aan de opleiding voor permanent diaken van het bisdom Den Bosch, en van 1992 tot 1998 kunstgeschiedenis aan het Sint Janscentrum, het priesterseminarie.

Deel: ' Publicatie Bedelordekloosters en de Bossche School '




Lees ook