Partij van de Arbeid


KAUKASUS NIET ALLEEN RUSSISCH PROBLEEM

Artikel door Jan Marinus Wiersma, verschenen in Dagblad "Trouw", oktober 1999

Terwijl we met verontwaardiging gadeslaan dat de Russische regering hard ingrijpt in Tsjetsjenië, bevestigt deze ontsteltenis tezelfdertijd dat we de problemen daar als puur Russische beschouwen. De Kaukasus is ver weg en we zijn er minder op geconcentreerd dan op het voormalige Joegoslavië. Tsjetsjenië is Kosovo niet. Of toch wel? Er is elders al gewezen op de overeenkomsten tussen beide conflicten. Het verschil zit in de actuele omstandigheden. Kosovo ontleent zijn huidige status aan het enorme onrecht dat de Serviërs de Albanezen hebben aangedaan. Tsjetsjenië heeft na een eerder conflict al grote autonomie gekregen maar misbruikt die nu om radicaal Islamitische groepen onrust te laten zaaien in Dagestan, een aanpalende Russische deelrepubliek, waar een oorlog van iedereen tegen iedereen dreigt. Een reactie van de Russische regering kon niet uitblijven al is deze buiten-proportioneel.

De Noord-Kaukasus (deel van de Russische Federatie) kent meer dan 30 nationaliteiten, die in een wankel evenwicht met elkaar en Moskou leven. Een deel ervan is verenigd in de anti-Russische Confederatie van bergvolken in de Kaukasus, die zich ook actief betoond heeft in de conflicten in Georgië. Na het verlies van het USSR-grondgebied, is voor de Russen een afscheiding binnen het huidige territorium van de Russische Federatie onaanvaardbaar. Moskou beroept zich op de respectabele Helsinki-principes die ook op Kosovo zijn toegepast, ook al ontwikkelt zich dat de facto tot een onafhankelijke staat. Ook Tsjetsjenië kreeg die ruimte maar misbruikt haar nu in de ogen van Moskou door acties in Dagestan te steunen. Vooraanstaande Tsjetsjenen willen Tsjetsjenië en Dagestan omvormen tot een soort Islamitische republiek. Er is geen enkele reden om vanuit Europa de rebellen uit dat land aan te moedigen. De containment- politiek van Moskou is begrijpelijk; al kan men vraagtekens plaatsen bij de gebruikte middelen. Tsjetsjenië en Dagestan liggen in de Noord-Kaukasus, die deel uitmaakt van de Russische Federatie. Het gebied grenst aan de Zuid-Kaukasus, die ook niet bepaald stabiel is. Georgië heeft moeten toestaan dat de Afghanen een grote mate van onafhankelijkheid genieten. Azerbeidzjan (Islamitisch) is met Armenië (Christelijk) verwikkeld in de kwestie Nagorna-Karabach. Zowel Georgië als Azerbeidzjan hebben grote groepen ontheemden. Veel Russen beschouwen deze landen als een veiligheidszone voor de Russische Federatie. Dat is wellicht onrealistisch (Azerbeidzjan gaat min of meer zijn eigen gang) maar de Russische Federatie wil conflicten daar buiten de deur houden, zoals het omgekeerd niet wil dat vanuit een van deze landen steun wordt gegeven aan rebellen in de Noord-Kaukasus. Met Armenië en Georgië bestaan nog steeds intensieve militaire banden.

De Kaukasus is het meest instabiele gebied van Europa. Dat lijkt ons hier in het westelijk deel van het continent koud te laten. Dat is principieel fout. Deze landen zijn via de OVSE met elkaar en met ons verbonden. En dat vooronderstelt gedeelde veiligheidsbelangen en het streven naar gemeenschappelijke veiligheidsoplossingen. Er zijn meer praktische overwegingen. Het gebied is rijk aan energiebronnen. Van strategisch belang voor zowel Europa als voor de VS. Met een eventuele toenadering van de EU tot Turkije komt het gebied als het ware dichterbij. Wat aan de grenzen van Turkije gebeurt en hoe Turkije (reeds NAVO-bondgenoot) daarop reageert, zal op een gegeven moment ons rechtstreeks raken. De VS zijn zeer actief in de Zuid-Kaukasus en lijken aan te koersen op een groter rol van Turkije, dat met name de banden met Azerbeidzjan koestert (Azeri's zijn een Turks volk). De tegenstrever van dat land, Armenië, staat om historische redenen vijandig tegenover Turkije. Het andere grote land in deze regio, Iran, ziet Rusland als de potentiële partner. Olie is de drijfveer achter veel politiek in de regio. Het Kaspische gebied bevat grote oliereserves en zou zelfs in de volgende eeuw de rol van het Midden-Oosten kunnen overnemen. Turkmenisten, Kazachstan en Azerbeidzjan beheersen deze voorraden. Er zijn grote contracten gesloten met Westerse oliemaatschappijen. De controle van deze voorraden is van evident belang. Een belangrijk vraagstuk is het transport, want de Kaspische Zee kent immers geen uitgangen. Olie moet via Rusland vervoerd worden of eventueel via Iran. De pijpleidingen-politiek van de VS wil geen afhankelijkheid van deze landen. Turkije is tegen de Russische optie omdat doorvoer van de olie richting het Westen de Bosporus zou overbelasten. Het aanleggen van een pijplijn van Azerbeidzjan naar de Turkse Middellandse-Zeekust wordt daar als de beste oplossing gezien. Dit vraagstuk van wat wel de "Nieuwe Zijde-Route" wordt genoemd vormt een spanningshaard vanwege de sterk divergerende belangen.

Een derde punt van grote zorg, naast de etnische tegenstellingen, is de rol van het gebied als kruispunt van vrijwel alle vormen van criminaliteit, waaronder mogelijk handel in splijtbaar materiaal. Dat heeft een vernietigend effect op de maatschappij daar, maar vormt ook een wezenlijke bedreiging voor West-Europa. De grensbewaking in de regio is zeer slecht georganiseerd.

Doen alsof de Kaukasus niet bij Europa hoort, is onverstandig. Het is problemen vooruitschuiven. Voor Midden- en Oost-Europa hebben we de politiek van uitbreiding van de EU. In Bosnië en Kosovo zijn we militair paraat. Voor de hele Balkan hebben we het stabiliteitspact. Met Turkije worden betrekkingen weer aangehaald. De EU heeft een Gemeenschappelijke Strategie voor Rusland vastgesteld en zal dat ook voor de Oekraïne doen. De rest, de Kaukasus, lijkt een blinde vlek. Dat mag niet zo blijven. De EU moet (via Turkije, dus nog een reden de betrekkingen met dit land te verbeteren) een veel actievere politiek voor die regio ontwikkelen. Zelfstandig en samen met de VS, die zich veel meer met het gebied bezighouden. Aan financiële steun moet een politieke strategie gekoppeld worden. Het ware te overwegen een contactgroep voor de regio te vormen. Met de EU, de VS, Turkije en de Russische Federatie. Dat zou ook een forum kunnen bieden voor het wegnemen van de argwaan over en weer. De nieuwe hoge vertegenwoordiger van de EU, Solana, zou het initiatief hiertoe kunnen nemen. De EU is minder verdacht dan de VS. De contactgroep zou de stabiliteit van de regio tot belangrijkste doelstelling moeten verklaren op basis van de OVSE-uitgangspunten en niet uitgaande van pure oliebelangen.

Jan Marinus Wiersma
Lid van het Europees Parlement (PvdA)
Voorzitter van de delegatie EU/Oekraine, Wit-Rusland, Moldavie

Deel: ' PvdA-er in EP Kaukasus niet alleen Russisch probleem '




Lees ook