Partij van de Arbeid


Bijdrage Witteveen-Hevinga aan debat over gasboringen Waddenzee
9 december 1999 PvdA-voorlichting

Wijs omgaan met de Waddenzee.
Ook een leidraad voor premier Kok en zijn kabinet: bij twijfel niet boren.

Het kabinet heeft zich aan zijn woord gehouden. De gevraagde vergunningen voor het proefboren en het winnen van gas worden niet afgegeven.

De PvdA-fractie vindt het winst dat het voltallige kabinet de ruimte die de Kamer aan het kabinet heeft gegeven om zelf nog nader onderzoek te doen, heeft benut en tot het inzicht is gekomen dat er twijfel is over schade aan het Waddengebied door gaswinning. Dat is in overeenstemming met de PvdA-motie die de Kamer naar aanleiding van het Waddengasdebat op 11 november heeft aangenomen.

En dat we er vertrouwen in hadden, dat hoef ik hier niet herhalen. Immers, ook de voortekenen waren positief.


* Zo was het verheugend dat de staatssecretaris van LNV op 4 november 1998 besliste dat voor de proefboringen in de Noordzeekustzone ook een vergunning nodig was op basis van de Natuurbeschermingswet. En op 12 januari van dit jaar besliste de staatssecretaris dat voor de gaswinningslocaties rond Lauwersoog een Natuurbeschermingswetvergunning noodzakelijk was, ook al stonden de installaties buiten het gebied van de Natuurbeschermingswet.
Dat zijn de vergunningen waarover het Kabinet nu heeft besloten ze niet te verlenen.
Wanneer kan de Kamer de aanwijzing van gebieden op grond van de Natuurbeschermingswet verwachten?


* Ook was het positief dat het kabinet bij de behandeling van de VROM-begroting in 1998 bekend maakte dat er een nieuwe PKB voor het Waddengebied zou komen. Tot op dat moment bepaald geen vanzelfsprekendheid. De huidige PKB liep immers af.


* Tenslotte heeft deze minister van EZ het voorzorgbeginsel uitgedragen zoals ik dat van geen van haar voorgangers ooit gehoord heb.

De PvdA-fractie vindt deze aanpak een voorbeeld van een integrale, samenhangende werkwijze waarin de diverse departementale kokers over hun eigen grenzen zijn heengestapt.

De fractie van de PvdA heeft het beleid ten aanzien van het Waddengas voortdurend getoetst aan het economisch belang, aan overwegingen van energiepolitieke aard en aan de belangen van natuur en milieu zoals neergelegd in de wetgeving, te weten de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en de toekomstige Natuurbeschermingswet.

Het was ook daarom dat wij kritisch waren over de Derde Energienota van Paars I, van Minister Wijers.
Hoe anders is de situatie inmiddels?
Vastgesteld moet worden dat niet alleen de Kamer maar ook het kabinet een beslissende stap heeft gezet.
En ik stel vast dat er diverse andere stappen zullen volgen.

Het debat van vandaag moeten we plaatsen in een lange termijnperspectief.
Energiebeleid is reeds per definitie lange termijnbeleid. En dat het het kabinet menens is om echt uitvoering te geven aan een duurzaam energiebeleid waarin plaats is voor de bescherming van het wetland de Waddenzee en waarin alternatieven voor een offensief energiebeleid handen en voeten krijgen daarvan zijn wij wel overtuigd.

Ik licht dat als volgt toe.
Het voorzorgbeginsel, kort gezegd: bij twijfel niet boren, staat uitzonderingen toe in de volgende gevallen:
a.als er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang c.q. van maatschappelijke noodzaak;
b.als er geen alternatieven voor de schadelijke handeling bestaan.

Aan één criterium is voldaan, namelijk bij twijfel niet boren. Of we echter ooit voor de vraag komen te staan in hoeverre de genoemde uitzonderingen aan de orde zullen zijn, wordt bepaald door de mate waarin we erin slagen om een aangepast aardgasbeleid en alternatieven te ontwikkelen.
Ook het kabinet is zich daarvan bewust als we de brief nader onder de loep nemen.
De PvdA-fractie constateert dat het kabinet serieus vorm geeft aan een duurzamer aardgasbeleid.
Het kabinet geeft alternatieven aan waardoor de nut- en noodzaakdiscussie van gaswinning in de Waddenzee zich in een totaal andere richting ontwikkelt, namelijk ten gunste van dit unieke natuurgebied.
Ook als een logisch vervolg op de reeds genomen besluiten.

Ik hoef er geen geheim van te maken dat de PvdA-fractie blij was te lezen dat
1.eindelijk het pleidooi vanuit de Kamer door in ieder geval VVD, CDA en PvdA voor een actiever beleid om de voorwaarden voor mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat te verbeteren de noodzakelijke aandacht krijgt. Wij beschouwen dat als een loyale uitvoering van de ingediende PvdA-motie over verbetering van de voorwaarden voor mijnbouwactiviteiten in de Noordzee. Mag de fractie van de PvdA ervan uitgaan dat de voorstellen die wij terzake bij de schriftelijke ronde over de Mijnbouwwet gedaan, overigens in goed overleg met de FNV en de Nogepa, in overweging worden genomen? Kan het antwoord op het nader verslag nu zo spoedig mogelijk naar de Kamer worden gezonden, zo luiden mijn vragen aan de minister van EZ;
2.onze visie om reeds nu werk te maken van de ruimtelijke inpassing van windenergie en - in de toekomst - grootschalige zonne-energie nader wordt onderzocht. Terecht hecht het kabinet aan voortvarende procedures, die in de komende Vijfde nota ruimtelijke ordening verwerkt zullen worden. Wellicht kan Nederland met een grootschalige toepassing van zonne-energie nog een voortrekkerspositie in de wereld gaan bekleden als we goed werk maken van een sterke thuismarkt. Voorts gaan wij er vanuit dat het plan van mijn collega De Boer met betrekking tot de oplossing van de locatieproblematiek van windmolens daarin ook een rol zal spelen. Wellicht ten overvloede, het element ruimtebeslag van duurzame energieontwikkeling was precies een wezenlijk element dat wij misten in de nota van staatssecretaris Ybema over ruimtelijke economie, zoals behandeld in de Kamer op maandag 22 november jl. Ook dat komt nu dus op z'n pootjes terecht.

Deze toekomstgerichte lange termijnaanpak, zoals in de brief aangegeven, kan beter de toets van een duurzaam aardgasbeleid doorstaan dan tot op heden het geval geweest is. Zo kan onze belangrijkste bodemschat, het aardgas, immers beter de transitiefunctie vervullen in de richting van overschakeling op duurzame energie.

De PvdA-fractie sluit zich graag aan bij de uitwerking van een dergelijke lange termijnvisie, uiteraard ook als het gaat om de bescherming van het Waddengebied. Bij de ontwikkeling en toepassing van grootschalige zonne-energie, gaat het - zoals het kabinet terecht zegt - om een lange termijnaanpak.
Ik weet zeker, juist ook omdat het Waddengebied een van de zonnigste gebieden is van Nederland, dat grootschalige toepassing van zonne-energie in de nieuwe PKB een rol zal gaan spelen. Ik ga er vanuit dat dit ook voor windenergie het geval zal zijn. Wij gaan er vanuit dat het kabinet kiest voor een lange werking van de nieuwe PKB.
Vanzelfsprekend wordt dan ook gestalte gegeven aan een lange termijnbescherming van het Waddengebied op een wijze zoals in de PvdA-motie op stuk nr. 5 van kamerstuk 26 431 is verwoord, met name met betrekking tot het voorzorgbeginsel en het niet toestaan van nieuwe mijnbouwactiviteiten in het Waddengebied. Mag ik de visie van de minister van VROM daarop vernemen?

Deel: ' PvdA over over gasboringen Waddenzee '




Lees ook