Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 08-07-1999

Persbericht
Nummer: 97

Quotum 25 procent onafhankelijke televisieproducties nader ingevuld

Staatssecretaris dr. F. van der Ploeg van OCenW heeft overeenstemming bereikt met de Vereniging van Onafhankelijke Televisieproducenten (OTP) en de NOS over de invulling van het voorschrift aan de publieke omroep om 25 procent van de zendtijd te besteden aan producties van onafhankelijke producenten. Zij hebben afgesproken dat hieronder uitsluitend producties van onafhankelijke producenten vallen die in opdracht van de publieke omroep zijn vervaardigd. Herhalingen en co-producties die tussen 16.00 en 24.00 uur worden uitgezonden tellen volledig mee. Producties van voormalige omroepmedewerkers zullen gedurende de eerst e twee jaar niet worden meegeteld. Om een evenwichtige verdeling van het onafhankelijk product tussen de drie televisienetten te bereiken, overweegt Van der Ploeg om een minimum percentage per televisienet van 17.5 procent verplicht te stellen.

Het wettelijk quotum van 25 procent onafhankelijke televisieproducties werd in 1997 na een motie van Van Zuijlen in de Mediawet opgenomen. Het doel was om de audiovisuele productiesector in Nederland kansen te geven. Over de vraag welke programma-onderdelen als onafhankelijke producties moeten worden aangemerkt bestonden meningsverschillen tussen de NOS en de OTP. Dit betrof het meetellen van coproducties, herhalingen en programma's van producenten die lange tijd voor één omroepvereniging werken. Van der Ploeg heeft er niet voor gekozen om producenten die in één jaar voor meer dan 90 procent van hun producties voor dezelfde omroep werken uit te sluiten van het wettelijk quotum van 25 procent. Hierdoor zouden onbedoeld producenten met een levensbeschouwelijke identiteit, zoals bijvoorbeeld de vaste EO-producenten, zwaar getroffen worden. Ook producenten die zich gespecialiseerd hebben in educatieve programma's voor de NOT/Teleac zouden groot nadeel ondervinden. Van der Ploeg heeft er daarom voor gekozen om programma's van voormalige omroepmedewerkers gedurende twee jaar niet te laten meetellen. Deze maatregel is bedoeld om te voorkomen dat omroepverenigingen hun vaste medewerkers verzelfstandigen, uitsluitend met de bedoeling de quotumverplichting te omzeilen.

De NOS zal in de toekomst in de kwartaalrapportages over de realisatie van het quotum uitvoerig moeten rapporteren. De NOS zal naast gegevens over het aandeel van onafhankelijke producenten voor de gehele publieke omroep ook per net en per zendgemachtigde moeten rapporteren. Voorts moet de NOS per kwartaal aangeven hoe groot het aandeel van (eventueel grotere) producenten is geweest die slechts voor één omroep produceren. Zo nodig kan de raad van bestuur bij een onevenwichtige ontwikkeling corrigerend optreden.

Het verplichte quotum geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1999. Het Commissariaat voor de Media is belast met het toezicht op de naleving van het quotum. Hij zal de nadere criteria voor het onafhankelijke product in een convenant met de NOS vastleggen.

Deel: ' Quotum 25 % onafhankelijke televisieproducties ingevuld '




Lees ook