Raadsnotulen

Enkhuizen, 6 april 1999.

Zakelijk verslag van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad der gemeente Enkhuizen, gehouden op dinsdag 6 april 1999 te 20.00 uur in het stadhuis, Breedstraat 53, 1601 KA Enkhuizen.

Voorzitter: de heer drs. S.P.M. de Vreeze, burgemeester. Secretaris: de heer J.W.Th.M. Slagter, loco-gemeentesecretaris.

Aanwezig 16 leden, namelijk:
de dames

E.F. Dangermond-Hilderink (vvd),
Th. Dekker (wethouder) (pvda) en
mr. P.C.E. de Munnik-Blank (wethouder) (vvd);

de heren

H.F.P. Bode (pvda),
C.H. Boland (d66),
N.P. Dol (vl/gl),
H. van Doornik (cda),
Th. de Geus (rpf/sgp),
J. Hart (eb),
J.W. Hekkert (vvd),
F.C. Jans (eb),
J. Knukkel (wethouder) (vl/gl),
D. van Pijkeren (rpf/sgp),
drs. J.S. Tesselaar (eb),
K.P. van der Veen (pvda) en
D. Wiersma (cda).

Afwezig 1 lid, te weten: mevrouw

W.H.J. Lok-Hörnemann (vl/gl).

Agenda

Voorstelnr


1

Opening.


2

Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemming.


3

Verslag van de vergadering van 1 maart 1999


4

Ingekomen stukken en mededelingen.


43


5

Benoemingen in commissies.


44


6

Liggelden en Havenverordening.


24


7

Verkoop woning Apenspel 1.


27


8

Plan van aanpak geneeskundige hulpverlening bij (zware) ongevallen en rampen (ghor) Noord-Holland Noord.


29


9

Bepaling standpunt bestuurlijke organisatie West-Friesland Oost.


30


10

Vaststelling Marktverordening Enkhuizen 1999.


31


11

Grondverwerving 2e fase Schepenwijk.


34


12

Project- en realisatieovereenkomst ‘Tussen Twee Havens’.


35


13

Aan de openbaarheid onttrekken van de laad- en loswal aan de Stanfriesweg op het bedrijventerrein ‘Krabbersplaat’.


36


14

Fusie van nv nuon, Energie Noord West nv, Energie en Watervoorziening Rijnland (ewr) en gamog Gelre Flevo Holding bv.


37


15

Rondvraag


16

Sluiting.


1. Opening.

De voorzitter
opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij stipt hierna de volgende punten aan.

— Mevrouw Lok is verhinderd deze vergadering bij te wonen.

— De heer Boland is vandaag jarig.

— Tijdens een wijkavond zijn twee brieven aan een gemeentelijke vertegenwoordiging overhandigd. Conform de toen gedane toezegging zullen beide brieven nu rondgaan, zodat de raadsleden van de inhoud kennis kunnen nemen.
— In de vorige vergadering is afgesproken de motie inzake de huisjes aan Kade/Wierdijk na advisering door de commissie opnieuw aan de raad voor te leggen. Mevrouw Dekker zal bij agendapunt 4, onderdeel ‘Mededelingen’, aangeven welke resultaten de commissievergadering heeft opgeleverd en een voorstel doen voor de afhandeling van de motie.


2. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemming.

De voorzitter
trekt penning nummer 2 uit het mandje, zodat volgens de presentielijst eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen bij de heer Van der Veen.


3. Verslag van de vergadering van 1 maart 1999.

De heer De Geus
(rpf/sgp) verwijst naar bladzijde 7. Daar is de toezegging weergegeven, dat mevrouw De Munnik in de raadscommissie nadere inlichtingen zal geven over het contract met Multikabel, maar in de laatstgehouden commissiebijeenkomst is dat niet gebeurd; graag alsnog.

De voorzitter
begrijpt dat de heer De Geus doelt op eventuele afspraken over het beperkte televisie- en radioprogrammapakket.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) herinnert eraan dat reeds eerder is vastgesteld dat Enkhuizen als eerste gemeente duidelijke afspraken over deze aangelegenheid heeft gemaakt. Desgevraagd zegt spreekster toe dat één en ander alsnog in de raadscommissie f/o aan de orde zal worden gesteld.

De heer Jans
(eb) memoreert dat zijn fractie met betrekking tot het verbouwplan voor het voormalige garagebedrijf aan de Vissersdijk heeft gevraagd dat in de commissie te bespreken die zich met milieuzaken bezighoudt. Dat is echter niet gelukt en daarom heeft de fractie van Enkhuizer Belang zich tegen het collegevoorstel uitgesproken, maar dat is niet in het besluit op pagina 12 terug te vinden.

De voorzitter
concludeert dat op bladzijde 12 in de vierde regel van boven de punt door een komma moet worden vervangen en daarachter de volgende zinsnede dient te worden toegevoegd.

‘onder aantekening dat de fractie van Enkhuizer Belang geacht wil worden tegen punt 9.2. te hebben tegengestemd.’

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging en de aangebrachte correctie, vervolgens het verslag van de op maandag 1 maart 1999 gehouden raadsvergadering vastgesteld.


4. Ingekomen stukken en mededelingen.

(Voorstel nummer 43, 1999.)


1. Brief, de dato 11 januari 1999, van mevrouw A. v.d. Meer-Veeken met betrekking tot het gevoerde parkeerbeleid in de gemeente.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.

De heer De Geus
(rpf/sgp) is het weliswaar eens met het collegevoorstel, maar in deze brief gaat het in wezen alleen om een wat wild uitgegroeide bosschage achter de hema en de oplossing van dat probleempje behoeft toch eigenlijk geen maand te wachten.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) belooft morgenochtend te zullen onderzoeken wat in dezen al dan niet mogelijk is.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


2. Brief, de dato 3 maart 1999, van de bewoners van de Driebanen met betrekking tot het verkeerscirculatieplan binnenstad.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.


3. Brief, de dato 8 maart 1999, van de bewoners van de Paulus Potterstraat met betrekking tot de verkeersoverlast in die straat door herbestrating van de Melkmarkt.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.

De heer Hart
(eb) kan zich geheel in het collegevoorstel vinden. De fractie van Enkhuizer Belang zal wel graag zien dat in de commissie ook het politierapport inzake de verkeersbewegingen ter plaatse beschikbaar zal zijn.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) zegt toe dat zodra het bedoelde rapport voorhanden is dat bij de stukken ter inzage zal worden gelegd. Desgevraagd voegt spreekster hieraan toe dat met de nodige spoed wordt gewerkt, waarbij de zorgvuldigheid echter beslist niet in het gedrang mag komen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


4. Brief, de dato 10 maart 1999, van de heer D. Wiersma, cda-fractievoorzitter, te Enkhuizen met betrekking tot de inrichting Noorderweg en Mandeladreef.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.


5. Brief, de dato 1 maart 1999, van de bewoners van de Paulus Potterstraat met betrekking tot een brief van die bewoners gericht aan wethouder P. de Munnik-Blank.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.


6. Brief, de dato 4 maart 1999, van het comité voor behoud woningen Kade/Wierdijk met betrekking tot een voorstel tot behoud van woningen aan Kade/Wierdijk.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) deelt mee dat het onderhavige schrijven zeer voortvarend reeds in de op 23 maart jongstleden gehouden commissievergadering is behandeld.

De heer Wiersma
(cda) prijst deze gang van zaken, maar hoopt van harte dat geen afbreuk is gedaan aan de inspraakmogelijkheid voor zowel voorstanders als tegenstanders van het voorgestelde behoud.

De voorzitter
: Het comité was aanwezig.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) weet dat in de gemeentelijke rubriek werd gemeld dat de brief van het comité in de commissievergadering zou worden behandeld. Spreekster durft echter niet te zeggen of tevens werd aangegeven dat inspraak mogelijk zou zijn.

De heer Van Doornik
(cda) benadrukt hetgeen de heer Wiersma over de mogelijkheid van inspraak heeft gezegd. Hem is bekend dat het comité nádat het contact met de gemeente had opgenomen pas ‘s middags voor de vergadering vernam dat een toelichting kon worden gegeven. Als dat was gepubliceerd, hadden misschien ook anderen van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

De voorzitter
: De volgende keer zal daarop uitdrukkelijk worden gelet.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


7. Brief, de dato 26 februari 1999, van het landelijk bureau VluchtelingenWerk met betrekking tot de maatschappelijke begeleiding en inburgering van vluchtelingen.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.


8. Brief, de dato 12 maart 1999, van M. van den Haak, namens de bewoners van de flat Jan Gooskaai en de bewoners van de Sebastiaan Centenweg 191 tot en met 1997 met betrekking tot de overlast van een groep jongeren.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer Dol
(vl/gl) meent dat in dit geval sprake is van ernstige baldadigheden. Na het aanbrengen van de ‘bovengrondse riolering’ op het plein bij de voormalige Op=Op-winkel is toegezegd die voorziening binnen twee weken te zullen verwijderen. Verder zou overleg worden gepleegd met de jongeren die het plein als speelgelegenheid gebruikten. Zeer waarschijnlijk is de bron van alle onrust het lege pand waarvan de ramen zijn dichtgetimmerd. Is al iets bekend over het toekomstige gebruik van het gebouw?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) informeert de raad als volgt. Naar aanleiding van de overlast en de plaatsing van rioolbuizen zijn verschillende acties ondernomen.

a. Spreekster kan zich niet herinneren dat expliciet is toegezegd de rioolbuizen binnen twee weken te verwijderen. Wel is afgesproken binnen dat tijdsbestek naar een meer definitieve en fraaiere oplossing te zoeken.
b. Met de firma Laurus, de huurder van de voormalige Op=Op-markt, is daarover gesproken. Voorgesteld is het plein tot een wat groener gebied om te vormen, de stenen muurtjes te vervangen door kleurige hekjes en twee bankjes weg te halen. Eén en ander zal zodanig worden gedaan dat bestrating op een vrij eenvoudige manier kan worden aangebracht op het moment dat in het pand weer een winkel of iets dergelijks wordt gevestigd. Voor het zogenaamde ‘achtergebied’ geldt hetzelfde.
c. Samen met de jongeren die ter plaatse hun vertier zoeken, is in de buurt rondgekeken naar een betere locatie voor een speelplek. In overleg met hen, politie en een aantal omwonenden is die gevonden. Afgesproken is een concrete invulling van die plaats in overleg met de belanghebbenden te realiseren, waarbij iedereen voor ogen moet houden dat de financiële middelen van de gemeente beperkt zijn.
d. Het toekomstige gebruik van de voormalige Op=Op-markt is een moeilijk punt, omdat de eigenaar van het pand een dusdanig hoge verkoopprijs vraagt dat de belangstelling nihil is. Voor verhuur als groot winkelpand is de totale oppervlakte te klein. Wel wordt nagedacht over een mogelijke splitsing in units. Overigens is de firma Laurus, die aan een huurcontract voor 13 jaar vastzit, in het uiterste geval bereid tot onderverhuur tegen een lagere prijs dan de firma zelf moet betalen. Op die manier lijdt Laurus in ieder geval minder verlies dan thans, want nu staat het pand leeg. e. Tussen de eigenaar van de woningen boven de voormalige Op=Op-markt en de firma Laurus wordt overleg gevoerd over de mogelijkheid door middel van tussenmuren woningen te creëren.

De heer Van Doornik
(cda) vraagt of bij de firma Laurus het aantal vierkante meters verkoopoppervlakte een rol speelt als strategische voorraad die wellicht in een groter verband kan worden ingebracht.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) heeft die indruk niet.

De voorzitter
neemt aan dat eventuele vorderingen in de komende commissievergaderingen zullen worden medegedeeld.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


9. Brief, de dato 23 maart 1999, van De Voetgangersvereniging waarin het verzoek tot een financiële bijdrage voor het jaar 2000 wordt gedaan.

10. Brief, de dato 16 maart 1999, van het Noordhollands Landschap waarin het verzoek tot een financiële bijdrage voor het jaar 2000 wordt gedaan.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, deze ingekomen stukken te behandelen bij de vaststelling van de begroting voor het jaar 2000.


11. Brief, de dato 16 maart 1999, van de Stichting Vrouwenplatform Enkhuizen, namens de gezamenlijke vrouwenorganisaties in Enkhuizen, waarin een reactie wordt gegeven op de notitie ‘(on)begrensde ambities’.

12. Brief, de dato 2 maart 1999, van H.J. van Stralen, namens de gebruikers van De Witte Duif, waarin een reactie wordt gegeven op de accommodatierapportage.

Burgemeester en wethouders stellen voor deze ingekomen stukken te betrekken bij de verdere afhandeling van de notitie ‘(on)begrensde ambities’.

De heer Dol
(vl/gl) stipt aan dat de raad enige tijd geleden de accommodatienotitie heeft ontvangen. Uit de krant blijkt dat zich sindsdien beleidswijzigingen hebben voorgedaan. Zo blijkt dat gebruikers van De Witte Duif opeens ergens anders terechtkunnen. Ook voor het vrouwenplatform lijken plotseling mogelijkheden te zijn ontstaan. De fractie van Verenigd Links/GroenLinks zal het op prijs stellen als het voortschrijdend inzicht van zowel het college als de belanghebbenden bekend is op het moment dat de accommodatienotitie aan de orde wordt gesteld.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) attendeert erop dat in de bedoelde krantenberichten wordt weergegeven wat in het overleg tussen de gemeente en de verschillende organisaties te berde wordt gebracht. De essentialia van al die besprekingen plus de gewenste oplossingen zullen op papier worden gezet en vóór de meivergadering van de raadscommissie w/ro beschikbaar zijn.

De heer Dol
(vl/gl) maakt uit het antwoord op dat de notitie pas in mei zal worden besproken in plaats van april. Hij zou graag hebben gezien dat tijdig was aangegeven dat dit onderwerp in de tijd was opgeschoven.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) moet erkennen dat zij zich de vorige keer te hoopvol heeft uitgelaten. Het was gewoonweg niet mogelijk alle verenigingen, instellingen en organisaties voor de aprilvergadering van de commissie aan tafel te krijgen.

De heer Van Doornik
(cda) wijst erop dat in de voorlichtingsrubriek al een bepaalde datum is genoemd. Die zal tijdig moeten worden gecorrigeerd om misverstanden te voorkomen.

De voorzitter
ziet dat de heer Slagter inmiddels een aantekening heeft gemaakt. De aangepaste procedure – behandeling in meivergadering van de commissie en in juni in de raad –zal in brede kring bekend worden gemaakt.

De heer Dol
(vl/gl): Dan zal tevens moeten worden aangeven dat ook inhoudelijke wijzigingen hebben plaatsgevonden.

De voorzitter
: Alleen indien de in het overleg naar voren gekomen suggesties tot een wijziging van het oorspronkelijke voornemen van het college hebben geleid.

De heer Hart
(eb) las in de krant dat de eerstverantwoordelijke wethouder bepaalde toezeggingen zou hebben gedaan en sommige in de notitie voorkomende uitspraken zou hebben teruggenomen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) volstaat met de opmerking dat vóór de commissievergadering schriftelijk zal worden gemeld welke resultaten de gevoerde gesprekken hebben gehad en welke aanbevelingen, standpunten enzovoort naar voren zijn gekomen.

De heer Hart
(eb) constateert dat de wethouder zijn vraag niet beantwoordt.

De voorzitter
kiest een andere invalshoek. Het college heeft het voornemen bestaande huurrelaties te wijzigen. Pas nadat de raad daarover diens oordeel heeft geveld, is sprake van (nieuw) beleid. Kortom: op dit moment kunnen nog geen toezeggingen zijn gedaan.

De heer Wiersma
(cda) had na het verschijnen van de notitie de indruk dat de wethouder met alle belanghebbenden zou overleggen en aan de hand daarvan vervolgens een herzien, ‘geëvalueerd’ collegevoorstel zou aanbieden.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) legt uit dat naast de integrale notitie ‘(on)begrensde ambities’ ook het advies ‘vanuit het veld’ integraal zal worden voorgelegd.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


13. Brief, de dato 11 maart 1999, van Gulden Regels waarin suggesties worden gedaan voor afstemming van bijzondere bijstand en maaltijdvoorziening binnen de gemeente.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen.


14. Brief, de dato 16 maart 1999, van mevrouw M. v.d. Heide met betrekking tot het plaatsen van twee paaltjes op haar terrein aan de Oosterhavenstraat 30.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen.

De heer Wiersma
(cda) memoreert dat de gemeente een tijdje geleden werd overstroomd met correspondentie van het Rechtsbijstand Bureau Administratief Recht Codex te Middenbeemster over het gebruik van grond aan de Oosterhavenstraat. Alhoewel nu een stilte is ingetreden, is zeer waarschijnlijk nog niet het eindstadium bereikt. Valt daarover naar aanleiding van deze brief iets te zeggen?

Wethouder Knukkel
(vl/gl) verklaart dat het onderhavige schrijven eigenlijk losstaat van de kwestie waarop de heer Wiersma doelt. Daarover kan worden gemeld dat het college vanmorgen een besluit heeft genomen inzake de nog steeds lopende beroepsprocedure. In de eerstvolgende commissievergadering zullen over het collegebesluit en de procedure nadere mededelingen worden gedaan.

De voorzitter
: Het college heeft besloten een punt achter de zaak te zetten. De tegenpartij heeft echter nog de mogelijkheid naar de rechter te stappen.

De heer Tesselaar
(eb) verkeerde in de veronderstelling dat het college eerder had medegedeeld dat de zaak al onder de rechter was.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) verduidelijkt dat de beroepsprocedure na de gehouden hoorzitting, het uitgebracht advies en het besluit van het college is afgerond. De betrokkenen hebben nu nog de mogelijkheid naar de burgerrechter te stappen.

De voorzitter
voegt hieraan toe dat ook de gang van bezwaar- en beroepschriften een juridische procedure is. Als dergelijke stukken worden behandeld, zijn die ‘onder de rechter’. Dan gaat het echter om een andere instantie dan een rechtbank.


15. Brief, de dato 9 maart 1999, van de heer P.M. Visser met betrekking tot het vergunningenbeleid voor muzikanten in de binnenstad.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor algemeen bestuurlijke en economische zaken.


16. Brief, de dato 23 maart 1999, van Janey Niemeijer met betrekking tot het vertrek van de bioscoop.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor algemeen bestuurlijke en economische zaken.

De heer Dol
(vl/gl) zou een eventuele sluiting van de bioscoop zeer aan het hart gaan. Aangezien het toerisme voor Enkhuizen zeer belangrijk is en deze gemeente ook een centrumpositie inneemt, verwacht hij dat in de commissie ab/ez een voorstel tot behoud van de bioscoop zal worden gedaan.

De voorzitter
plaatst de opmerking dat de bioscoop zonder meer in de huidige bestemming past en het college geen reden ziet om die te veranderen. Vervolgens bepaalt de markt of het voor een exploitant interessant is de bioscoop open te houden.

De heer Dol
(vl/gl) bestempelt dit antwoord als ‘nogal kort door de bocht’. Zijns inziens gaat in dit geval de verantwoordelijkheid van de gemeente verder dan de voorzitter aangeeft. In de commissie zal hij op dit punt terugkomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


17. Betreft planschadeclaim van de heer D.H. Bijleveld.

Gezien het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken en het op 22 maart 1999 verhandelde in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening stellen burgemeester en wethouders voor deze planschadeclaim af te wijzen.

De heer Boland
(d66) staat op het standpunt dat, indien de gemeenteraad in plaats van het college een beslissing moet nemen, het niet charmant is te volstaan met een vermelding op de lijst van ingekomen stukken. In dit soort gevallen behoren burgemeester en wethouders een raadsvoorstel en een bijbehorend ontwerpbesluit aan te bieden.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) haalt naar voren dat de commissie dit onderwerp heeft besproken en vervolgens unaniem het advies van het externe bureau unaniem heeft onderschreven. Haar is niet bekend waarom geen raadsvoorstel is gemaakt.

De voorzitter
onderschrijft de zienswijze van de heer Boland. Voortaan zal daarop beter moeten worden gelet.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


18. Burgemeester en wethouders hebben verzoeken om vrijstelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ontvangen voor:


1. uitbreiding van het horecabedrijf aan de Spoorstraat 12-16 met het naastgelegen woonhuis Spoorstraat 10;

2. bouwen van bedrijfsunits aan De Star in opdracht van mevrouw A.M.J. van Leeuwen-Brieffies;

3. bouwen van een bedrijfsgebouw aan De Trompet in opdracht van Autobedrijf Spruit.

Burgemeester en wethouders zijn voornemens om voor de onderhavige verzoeken de in de artikelen 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vervatte vrijstellingsprocedure te voeren.

Ingevolge artikel 19, derde lid, van voornoemde wet bestaat echter de mogelijkheid dat de gemeenteraad in plaats van burgemeester en wethouders de in het kader van de vrijstellingsprocedure noodzakelijke beslissingen neemt, indien tenminste een vijfde deel van het aantal raadsleden (in casu vier leden) daartoe de wens te kennen geeft.

Burgemeester en wethouders stellen voor:

a. in te stemmen met het voeren van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor bovengenoemde plannen;

b. geen gebruik te maken van de bevoegdheid van de raad zelf te beslissen, maar dit aan burgemeester en wethouders over te laten;

c. voor zover een inhoudelijke behandeling van de onder 2 en 3 genoemde bouwplannen gewenst is die te laten plaatsvinden in de op 19 april 1999 te houden vergadering van de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer Hekkert
(vvd) brengt met betrekking tot het onder nummer 18.1 genoemde vrijstellingsverzoek het volgende naar voren. Na de behandeling in de commissie heeft de vvd-fractie zich nader beraden en geconcludeerd dat zij niet met het voeren van de vrijstellingsprocedure kan instemmen.

De heer Dol
(vl/gl) doet ten aanzien van het onder 18.1 genoemde vrijstellingsverzoek het voorstel de gemeenteraad de in het kader van de vrijstellingsprocedure noodzakelijke beslissingen te laten nemen.

De voorzitter
stelt vast dat het voorstel van de heer Dol door mevrouw Dangermond alsmede de heren Hekkert en Wiersma wordt ondersteund, zodat niet het college maar de raad alle nodige beslissingen over het onder 18.1 aangeduide vrijstellingsverzoek zal nemen.

Met betrekking tot de onder de nummers 18.2 en 18.3 vermelde vrijstellingsverzoeken wordt zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

De voorzitter
vermeldt voor alle duidelijkheid dat de lijst van ingekomen stukken bij brief van 30 maart 1999 met twee punten is aangevuld.


19 Betreft de kapvergunning ten behoeve van vier beuken op de gemeentelijke begraafplaats.

Burgemeester en wethouders stellen voor kennis te nemen van hun besluit voor deze vier beuken een kapvergunning te verlenen.

De heer Wiersma
(cda) vangt zijn spreekbeurt aan met de stelling dat het verlenen van kapvergunningen een bevoegdheid van het college is. In dit specifieke geval heeft de eerstverantwoordelijke portefeuillehouder echter gevraagd de in het geding zijnde bomen te bekijken en op basis daarvan een advies uit te brengen. In zo’n geval ligt het nogal voor de hand dat het commissieadvies wordt gevolgd; eigenlijk kan dat dan niet terzijde worden geschoven. Het college heeft in dit soort situaties dus twee mogelijkheden:

— òf het verleent op grond van diens bevoegdheid een kapvergunning en ziet achteraf wel waar het schip strandt, — òf het wint een advies bij de commissie in – nogmaals, burgemeester en wethouders zijn daartoe níét verplicht – en neemt dat over.

Kortom: als in dit soort gevallen een advies wordt gevraagd, kunnen burgemeester en wethouders niet met goed fatsoen zeggen: ‘Dikke lucht, we doen toch wat anders.’

Wethouder Knukkel
(vl/gl) toont begrip voor de zienswijze van de heer Wiersma, maar benadrukt vervolgens dat tijdens de bespreking in het college niet meer helder was of inderdaad nog een meerderheid achter het commissieadvies stond. Vandaar dat deze zaak nu in de raad aan de orde is.

De heer Wiersma
(cda) antwoordt op de vraag van de voorzitter welk standpunt de cda-fractie nu inneemt dat het college zich moet beperken tot het afgeven van een kapvergunning voor de twee zieke beuken.

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd) voelt zich bekocht en voert daarvoor de volgende redenen aan.


1. Tijdens het overleg in de commissie bestond de indruk dat een meerderheid slechts twee bomen wilde kappen.
2. Als de vier beuken worden gekapt, kan zij zich niet voorstellen dat een jonge aanplant kan gedijen op de nog in de grond zittende wortels van de weggehaalde bomen.

3. Het vermoeden bestaat dat het handig is om vier beuken te verwijderen, want dan ontstaat een goede doorgang naar de aldaar nog te bouwen schuur.

Samenvattend: alhoewel spreekster zich in eerste instantie voor het kappen van vier bomen heeft uitgesproken, is zij in tweede instantie tot het inzicht gekomen dat met de verwijdering van twee bomen moet worden volstaan.

De heer Hekkert
(vvd) conformeert zich aan het collegevoorstel. Hij geeft de voorkeur aan een nieuwe groep bomen.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) voert aan dat inmiddels al heel wat over de vier beuken is afgeboomd. In de commissievergadering is echter niet gesproken over het advies van de milieucommissie. Dat unanieme advies behelst het kappen van vier bomen. Voor de rpf/sgp-fractie is dat advies echter niet van doorslaggevend belang geweest. De fractie hanteert de volgende, voor haar belangrijke overwegingen om achter het collegevoorstel te staan.

a. Het herplanten van bomen moet zo mogelijk groepsgewijs gebeuren.
b. Spreker is er niet van overtuigd dat na de kap van de twee zieke bomen de overblijvende twee geen gevaar zullen opleveren, want de indruk bestaat dat nummer drie niet in een optimale conditie verkeert.

De heer Tesselaar
(eb) keert zich namens de fractie van Enkhuizer Belang tegen het plegen van ‘euthanasie’ op, in dit geval twee, gezonde bomen. Dit standpunt geldt voor alle bomen in Enkhuizen. Aan een wethouder die diens beloften aan de commissie niet nakomt, raakt de fractie zo langzamerhand gewend; Boris Jeltsin doet in het Kremlin niet anders.

De heer Dol
(vl/gl) Een vergelijking die compleet mank gaat!

De heer Tesselaar
(eb): In de via de radio uitgezonden vergadering sprak een meerderheid zich uit voor het kappen van slechts twee bomen. De heer Knukkel zegde toe dat advies te zullen overnemen. Vanuit het stadhuis worden allerlei decreten uitgevaardigd en veel beloften gedaan. Vervolgens worden die teruggedraaid of verdraaid, vandaar de vergelijking met het Kremlin.

De heer Dol
(vl/gl) Deze demagogische manier van discussiëren is beneden peil. Het uitvaardigen van decreten is in geen enkel opzicht te vergelijken met de wijze waarop hier beleid wordt geformuleerd en beslissingen worden genomen.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp): Kennelijk bestaan problemen met het functioneren van een lid van het college. Als het betrokken collegelid commissie-/raadsleden uitnodigt om ter plekke te worden geïnformeerd, is het opvallend hoe weinig mensen aan die uitnodiging gehoor geven. Spreker kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat in dezen de beste stuurlui aan wal staan.

De voorzitter
: Wie de schoen past, trekke hem aan.

De heer van der Veen
(pvda) reageert op de woorden van de heer Tesselaar. Blijkbaar heeft die niet goed geluisterd, want de portefeuillehouder heeft gezegd kennis te nemen van de standpunten van de fracties en die aan het college te zullen voorleggen. De wethouder heeft zeker niet gezegd dat het commissieadvies bepalend is.

De heer Tesselaar
(eb): Jawel en dat wordt in het krantenverslag bevestigd. Als het goed is, zal ook uit het officiële verslag blijken wat de wethouder precies heeft toegezegd.

De heer Boland
(d66) zal niet de bloemlezing van alle aangevoerde argumenten herhalen. Onder het motto ‘regeren is vooruitzien’, steunt de fractie van d66 het voorstel in de toekomst tot een mooie, nieuwe groep van beuken te komen.

De heer Dol
(vl/gl) haakt aan bij de opmerking van de heer Boland. Wat de d66-fractie beoogt, kan op verschillende manieren worden bereikt. De fractie van Verenigd Links/GroenLinks kiest in meerderheid voor het behoud van twee van de vier bomen die het college wil laten kappen. Overigens was spreker verrast door dit aan de lijst van ingekomen stukken toegevoegde punt. Ook hij had begrepen dat het commissieadvies – twee in plaats van vier bomen verwijderen – als ‘bijna bindend’ zou worden beschouwd.

Hij stelt voor na de kap van twee bomen geen nieuwe bomen te planten. De twee beuken die blijven staan, moeten de kans krijgen tot volle wasdom te komen. De bomen zullen dan zeker geen gevaar voor de omgeving opleveren. Pas wanneer die het loodje leggen, moet tot het planten van een nieuwe, evenwichtige groep bomen worden overgegaan. Niet alleen is het onesthetisch jonge bomen naast prachtige oude beuken te planten, maar ook de groeikans van de jonge aanplant neemt dan aanmerkelijk af.

De heer van der Veen
(pvda) beperkt zich tot de mededeling dat sinds de commissievergadering zijn fractie haar duidelijke standpunt niet heeft gewijzigd. De fractie van de pvda acht het nog steeds legitiem voor een nieuwe groep bomen te kiezen en kan zich dan ook vinden in het verlenen van de kapvergunning.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) behoeft slechts één opmerking te maken, en wel over de procedure. Tijdens de commissiebijeenkomst tekende zich een meerderheid voor een bepaald standpunt af. Spreker zegde toe dat naar het college van burgemeester en wethouders te zullen terugkoppelen. Vlak voor de bespreking in het college werd opeens duidelijk dat binnen een uit drie leden bestaande fractie een andere mening was ontstaan met als gevolg dat het commissieadvies niet meer op een meerderheid steunde. Gelet daarop kwam het college tot de slotsom dat het vanuit democratisch oogpunt goed zou zijn de raad om een uitspraak te vragen. Spreker zal daarvoor niet de eerste de beste dronkelap aanroepen . . .

De voorzitter
distilleert uit deze peiling dat drie collegeleden, één lid van de vvd-fractie, de rpf/sgp-fractie, de fractie van d66 en twee leden van de pvda-fractie – samen negen raadsleden – het collegebesluit steunen. De fractie van het cda, één lid van de vvd-fractie, de eb-fractie en één lid van de vl/gl-fractie – samen zeven raadsleden – wijzen de kapvergunning gedeeltelijk af. Hieruit mag worden afgeleid dat het college van burgemeester en wethouders zeer waarschijnlijk zal besluiten de reeds eerder verleende kapvergunning te handhaven.


20. Brief, de dato 29 maart 1999, van de heer H. Beentjes, voormalig waarnemend gemeentesecretaris, waarin hij de raad bedankt voor zijn periode in Enkhuizen en de manier waarop de raad heeft bijgedragen aan zijn afscheid.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.

Mededelingen.

De voorzitter
geeft, zoals aangekondigd, mevrouw Dekker het woord om mededelingen te doen over de tijdens de vorige raadsvergadering ingediende pvda-motie ‘Kade/Wierdijk’.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) vestigt de aandacht op het volgende. In de vorige raadsbijeenkomst werd afgesproken dat in commissieverband zou worden getracht antwoorden te geven op de drie vragen in de pvda-motie. Die vragen luiden:

‘is de gemeente bereid
a. de niet gedekte onrendabele top (circa ƒ 50.000,-- per woning) voor haar rekening te nemen?
b. het complex van de wbve over te nemen en, zo ja, met welk doel? c. indien op voorgaande vragen ontkennend wordt geantwoord alsnog in overleg te treden met de wbve inzake het realiseren van passende nieuwbouw ten behoeve van een combinatie van wonen en bedrijvigheid?’

De uitvoerige discussie die in de raadscommissie w/ro heeft plaatsgevonden, kan, sterk verkort, als volgt worden samengevat.

Van de zijde van het college is erop gewezen dat


4
aankoop, renovatie en verkoop van woningen geen gemeentelijke taken zijn;

4
de gemeente op het gebied van de volkshuisvesting hoofdzakelijk voorwaardenscheppend opereert;

4
het volkshuisvestingsbelang in dit geval niet in het geding is;
4
de bezuinigingen die het gemeentebestuur op andere beleidsterreinen heeft moeten doorvoeren, het onverantwoord maken zeer veel geld aan de onderhavige woningen uit te geven.

Ten aanzien van het laatste moet worden erkend dat de gemaakte berekeningen sterk verschillende uitkomsten hebben opgeleverd; feitelijk is sprake van een welles-nietessituatie. Hoe dan ook, het hoogste bedrag komt op ƒ 900.000,- uit en dat acht het college volslagen onaanvaardbaar. Zelfs de helft rechtvaardigt niet dat daarvoor drie belangrijke gemeentelijke beleidspunten worden losgelaten.

Uiteindelijk hebben de gedachtewisselingen de volgende standpunten opgeleverd.


4
Het aanbod van de Woningbouwvereniging Enkhuizen de panden aan de gemeente te verkopen, wordt, nadrukkelijk gelet op de taxatie, door de fracties van het cda de pvda de vvd en d66 afgewezen.
4
De heer Kooiman (rpf/sgp) houdt fractieberaad voor evenals Enkhuizer Belang.

4
Mevrouw Lok (vl/gl) wil tot aankoop van de woningen overgaan.

De heer Van Doornik
(cda) mist in deze weergave van de discussie het uitdrukkelijk gegeven advies ook de plannen van het comité goed te bekijken en te laten doorrekenen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) repliceert dat het niet zinvol is het gehele verslag van de commissievergadering voor te lezen.

De heer Dol
(vl/gl) verwijt het college een weinig consequente houding. Eerder op deze avond moest de raad zich over een bepaald punt uitspreken omdat een commissie een andere zienswijze dan het college had. In dit geval wordt met een mededeling volstaan in plaats van een behoorlijke terugkoppeling van het collegestandpunt naar de commissie.

De voorzitter
beklemtoont dat de raad alle vrijheid heeft nu te besluiten dit onderwerp plus de daarop betrekking hebbende verslagen van vergaderingen en conclusies van het college in de eerstvolgende commissievergadering en de daarop volgende raadsvergadering opnieuw te zullen bespreken. Gehoord de samenvatting van de wethouder en de gemaakte opmerkingen stelt spreker voor aldus te handelen.

De heer Bode
(pvda) betoogt dat het ordevoorstel van de voorzitter in feite neerkomt op één maand uitstel. De wbve is voornemens de woninkjes aan derden te verkopen, maar acht het fatsoenlijk die eerst aan de gemeente aan te bieden. De woningbouwvereniging kan echter elk moment besluiten de pandjes af te stoten. In de vorige raadsvergadering is gezegd dat, wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, de raad met spoed bijeen zal worden geroepen om dan een definitieve positie in te nemen. Hoe wordt met die afspraak omgegaan?

De voorzitter
zet uiteen welke stappen zijn ordevoorstel behelst.


1. Burgemeester en wethouders zullen zich in hun eerstvolgende vergadering uitspreken over een door mevrouw Dekker en haar ambtelijke staf te formuleren collegevoorstel.
2. De raadsfracties zullen zich over het desbetreffende voorstel van het college een mening moeten vormen.

3. Tijdens de op 19 april aanstaande te houden commissievergadering kunnen die meningen, standpunten en/of zienswijzen worden geventileerd.

4. Mevrouw Dekker zal tussen nu en 19 april contact opnemen met wbve om na te gaan of deze procedure voor de woningbouwvereniging acceptabel is. Mocht dat niet zo zijn, dan is het toch gewenst even bij elkaar te komen.

5. Afhankelijk van het commissieadvies en de mogelijkheden van de woningbouwvereniging zal deze kwestie in de eerstvolgende raadsvergadering opnieuw aan de orde worden gesteld.

De heer Hekkert
(vvd) schaart zich achter het ordevoorstel.

Hij benut deze gelegenheid om naar pagina 6 van de daarstraks vastgestelde raadsnotulen te verwijzen; daar staat onder meer:

‘De voorzitter lijkt het ook verstandig dat de ambtelijke organisatie spoedig terdege nagaat welke positie de gemeente op basis van het erfpachtcontract inneemt . . . ‘

De vvd-fractie acht dit punt van wezenlijk belang, aangezien zij er nog steeds niet van overtuigd is dat de gemeente via de erfpacht voldoende invloed op de toekomst van de woningen kan uitoefenen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) laat weten dat ook dit punt in de commissie aan de orde is geweest. Gebleken is dat de erfpacht geen ontzettend groot machtsmiddel is.

De heer Van Doornik
(cda) bestrijdt dat. Zijns inziens kan via de erfpachtcanon wel degelijk invloed worden uitgeoefend op het type woningen dat wordt gebouwd.

De voorzitter
: Ook de erfpacht zal in het collegevoorstel aan de orde komen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het ordevoorstel van de voorzitter besloten.


5. Benoemingen in commissies.

(Voorstel nummer 44, 1999.)

De voorzitter
benoemt tot leden van het stembureau de heren Tesselaar, Van der Veen en Wiersma.

Zonder beraadslaging wordt tot stemming overgegaan. Bij de stemming worden 16 stembiljetten ingeleverd. Op de heer E.S. Fijma worden 16 stemmen uitgebracht, zodat hij met algemene stemmen is benoemd tot lid van de raadscommissie voor algemeen bestuurlijke en economische zaken.

De voorzitter
ontbindt het stembureau onder dankzegging aan de leden voor de verrichte werkzaamheden.


6. Liggelden en Havenverordening.

(Voorstel nummer 24, 1999.)

De heer Tesselaar
(eb) refereert aan de vraag die de fractie van Enkhuizer Belang in de commissie f/o over de zogenaamde ‘ex-Dijkliggers’ heeft gesteld. De eb-fractie gaat akkoord met een verhoging van 8 % voor abonnementhouders, maar daar moet het dan ook bij blijven. Vanavond heeft hij van twee ex-Dijkliggers echter geheel andere percentages gehoord.

— De eerste betaalde vorig jaar voor een ligplaats bij Die Port van Cleve ƒ 1.240,-. Nu moet de betrokkene ƒ 1.455,- ophoesten oftewel ruim 17 % meer. — De ander betaalde vorig jaar ƒ 900,- en moet thans ƒ 1.100,- neertellen; een verhoging van ruim 22 %.

De voorzitter
: De heer Mulder van de afdeling economische zaken heeft hierover een brief, de dato 30 maart 1999, aan de raadsleden gestuurd.

De heer Tesselaar
(eb): Die brief bevat slechts abracadabra! Er worden allerlei soorten verhogingen en andere zaken genoemd, maar die doen niets af aan het feit dat in de vorige raadsperiode twee wethouders, in casu mevrouw Sandstra en de heer Van Doornik, bepaalde beloften aan de Dijkliggers hebben gedaan. In de commissie heeft de eb-fractie gevraagd na te gaan wat precies is beloofd en dat met de betrokkene te bespreken.

De voorzitter
: Nee, in de commissie is gevraagd hoe dit tijdens de begrotingsbehandeling aanvaarde voorstel zich verhoudt tot eventueel aan de Dijkliggers gedane toezeggingen. Welnu, in het schrijven van de heer Mulder is uiteengezet dat het om twee volkomen aparte onderwerpen gaat.

a. In het kader van het dekkingsplan voor de begroting 1999 heeft de gemeenteraad ingestemd met een hogere liggeldopbrengst, zij het met inachtneming van een nader te bepalen differentiatie. Eén en ander geldt ook voor de ex-Dijkliggers die nu in de Oosterhaven zijn ondergebracht.
b. De onder a bedoelde verhoging staat geheel los van de toezegging die het vorige college heeft gedaan.

Met andere woorden: in de besluitvorming over de begroting werd niet gezegd dat de bootjes die voorheen aan de Dijk een ligplaats hadden, zouden worden vrijgesteld van de vastgestelde liggeldverhoging.

De heer Tesselaar
(eb): Hoe dan ook, een gedane belofte kan niet terzijde worden geschoven. Bovendien komen verhogingen van 17 en 22 % zelfs niet in de buurt van 8 %.

De heer Wiersma
(cda) roept in herinnering dat ook zijn fractie uitdrukkelijk heeft gevraagd na te gaan welke afspraken met de Dijkliggers zijn gemaakt. De cda-fractie nam aan dat de brief van de heer Mulder een correcte weergave van die afspraken was. Mocht dat stuk echter een interpretátie zijn waarmee de raad al of niet kan instemmen, dan ontstaat een andere situatie en herhaalt de fractie haar vraag wat indertijd precies is afgesproken.

De heer Tesselaar
(eb): De brief is niet volledig. Daarin wordt met betrekking tot de boxmaat wel gesproken over ‘een vermeerdering van de gehuurde lengte/breedte met 50 cm per jaar’, maar niet gezegd dat de huurders ook moeten betalen voor een ruimte van 35 centimeter tussen twee boten.

De voorzitter
: Jawel, maar dat is een onderdeel van de boxmaat.

De heer Bode
(pvda) steekt niet onder stoelen of banken dat zijn fractie zich in de commissie zorgelijk over de nieuwe situatie heeft uitgelaten. Daarop is geantwoord dat een regeling is getroffen voor de mensen die nu opeens meer moeten betalen op basis van het feit dat de grondslag van strekkende in vierkante meters is veranderd. De fractie kan zich uitstekend in die regeling vinden, te meer omdat die uiteindelijk leidt tot het hanteren van boxmaten waartegen eigenlijk niemand bezwaar heeft. Bovendien is een differentiatie aangebracht die een onderscheid maakt tussen ‘Enkhuizer gebruikers’ en anderen. De pvda-fractie kan dan ook goed uit de voeten met de wijzigingen van de Havenverordening en de Liggeldverordening.

De heer Tesselaar
(eb): De pvda-fractie gaat er dus mee akkoord dat de Dijkliggers een oor wordt aangenaaid!

De heer Bode
(pvda): De heer Tesselaar is waarschijnlijk vergeten dat diens fractievoorzitter meermaals heeft gezegd dat voor de havens kostendekkende tarieven zouden moeten gelden. Dan gaat het echter om heel àndere percentages!

De heer Tesselaar
(eb): Dat kan, maar gedane beloften mogen nooit worden gebroken!

De voorzitter
: Hier is geen gedane belofte in het geding. Waarover nu wordt gesproken, is een uitwerking van het bij de begroting behorende dekkingsplan dat door een raadsmeerderheid is aanvaard.

De heer Hart
(eb): Er werd expliciet toegezegd dat geen verhoging zou plaatsvinden. Als dat toch gebeurt, pleegt het college woordbreuk!

De heer Dol
(vl/gl) citeert de volgende zinnen die in de brief van 30 maart 1999 voorkomen.

‘Op 22 april 1997 is tevens met de Dijkliggers afgesproken dat de verplaatsing naar de Oosterhaven wel gepaard zou gaan met een wijziging van de basis voor de liggeldberekening.

(. . .)

Daar waar dit ineens tot forse liggeldverhogingen zou leiden, is uit coulance een overgangsregeling getroffen.’

De vl/gl-fractie acht dat alleszins redelijk; er is geen sprake van woordbreuk.

Onderaan op de tweede pagina, genummerd 22, van het raadsvoorstel staat:

‘1) de tarieven voor de liggelden voor 1999 als volgt te wijzigen:
(. . .) - de overige liggeld-tarieven te verhogen met 5%.’

Spreker neemt aan dat deze verhoging niet alleen voor de chartervaart geldt, maar ook op de vissersvloot van toepassing is.

Bovenaan op de derde pagina, genummerd 23, staat de volgende zin.

‘2) De Zuiderhavendijk onder de Havenverordening te brengen.’

Het argument om daartoe over te gaan, is dat de Zuider Havendijk in open verbinding met het IJsselmeer staat. Dat valt niet te ontkennen, maar wanneer oppervlaktewater onder de Havenverordening wordt gebracht en liggeld wordt geïncasseerd, schept dat voor de gemeente de verplichting bepaalde (haven)voorzieningen te treffen. In dit geval is dat niet zo en derhalve heeft spreker grote moeite met punt 2.

Ook bij de volgende passage in het raadsvoorstel plaatst spreker een groot vraagteken.

‘Binnenliggers

Tot nu toe wordt in de binnenwateren geen liggeld geheven.’

Zijns inziens zal het een bijzonder ingewikkelde klus worden dat wèl te doen. De verkoop van registratiestickers of wat dan ook lijkt hem praktisch onuitvoerbaar. Voorts geldt ook in dit geval dat het innen van liggelden verplichtingen met zich brengt, bijvoorbeeld op het gebied van de waterkwaliteit, baggeren enzovoort.

De heer Hart
(eb): Deze kwestie is nu niet aan de orde en heeft met de onderhavige liggeldverordening helemaal niets te maken.

De heer Dol
(vl/gl): Nee, maar wel is sprake van een beleidsvoornemen. Welnu, dat voornemen lijkt niet verstandig.

De heer Hekkert
(vvd) verschilt met de heer Dol van mening. De Zuider Havendijk moet naar de mening van de vvd-fractie wel degelijk onder de Havenverordening vallen. In dezen kan een vergelijking met de Oosterhaven worden gemaakt. Voor die haven gold heel veel jaren de Liggeldverordening zonder dat daar zelfs maar een spoor van een voorziening aanwezig was. Inmiddels is daarin verandering gekomen en wie weet wat ooit nog aan de Zuider Havendijk zal worden gerealiseerd.

De voorzitter
verheelt niet dat hij geen antwoord kan geven op de vraag of de verhoging van 5 % ook voor de vissersvloot geldt.

De heer Van Doornik
(cda): De vissers betalen op basis van aanvoer naar de visafslag.

De voorzitter
: Bedankt, nu behoeft het antwoord niet in de commissie te worden gegeven.

De heer Boland
(d66): Dit is niet het einde van het verhaal. Ook dat tarief kàn worden verhoogd of worden veranderd. Met andere woorden; nu constateren dat iets zo is, wil nog niet zeggen dat sprake is van een eindstation.

De voorzitter
: Goed, ook dat punt zal in de commissie nader aan de orde worden gesteld.

Met betrekking tot de Zuider Havendijk is in deze raad meermaals gezegd dat gelijke monniken gelijke kappen behoren te dragen. Nu moet iemand voor een plaats aan de IJsselmeerkant van het Flessenscheepjesmuseum liggeld betalen, terwijl aan de andere kant kosteloos kan worden afgemeerd. Is dat eerlijk? Vervolgens is uitvoerig gediscussieerd over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt, stalen vletjes, traditionele scheepjes, witte bootjes et cetera. Geconcludeerd is dat dit punt nog eens nauwkeurig dient te worden bezien en opnieuw in de commissie moet worden bespreken. Voor de binnenwateren geldt hetzelfde.

De heer Hekkert
(vvd) beluisterde in de beantwoording dat een aantal zaken, waaronder de Zuider Havendijk, naar de commissie zou worden terugverwezen. Is het desondanks de bedoeling de Zuider Havendijk nu onder de werking van de Havenverordening te brengen, zij het dat, afhankelijk van de uitkomst van de discussie in de commissie, voor bepaalde categorieën wellicht een uitzondering zal worden gemaakt?

De voorzitter
: Ja.

De heer Tesselaar
(eb) poneert de stelling dat de ex-Dijkliggers, die nu gedwongen naar de Oosterhaven zijn verplaatst, er aanzienlijk op achteruit zijn gegaan.

— Er zijn geen afsluitbare hekjes geplaatst; dat was wel beloofd.
— Elektriciteit kan niet met een sleutel of geldstukken worden verkregen, men moet elke keer opnieuw de havenmeester bellen om een elektriciteitskastje te openen. — Aan/bij de drijvende kade zijn geen lampen aangebracht. Cynisch genoeg is dat wel het geval bij de kade waar de Dijkliggers zijn verdreven.
— Toiletten, fietsenstalling en vuilniscontainer(s) ontbreken.
— De tariefverhoging gaat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari in.

In dit geval gaat het om gewone Enkhuizers met een klein bootje. Uitgerekend zij worden geplukt met verhogingen die een veelvoud van 8 % zijn.

De heer De Geus
(rpf/sgp) meldt dat ook in de commissievergadering meerdere fractievertegenwoordigers gewag hebben gemaakt van de op het eerste gezicht enorme tariefverhoging voor de ex-Dijkliggers. Vervolgens is in de brief, de dato 30 maart, van de heer Mulder uitgelegd hoe de nieuwe tarieven tot stand zijn gekomen. De heer Tesselaar beweert dat verhogingen van 17 en 22 % aan de orde zijn. Daar staat tegenover dat de Dijkliggers ook op hun oude ligplaatsen met verhogingen zouden zijn geconfronteerd. Het was dan ook verstandig geweest als inzichtelijk zou zijn gemaakt welke tarieven nu voor die ligplaatsen aan de Dijk hadden gegolden. Hopelijk kan dat alsnog gebeuren, zodat een beter begrip bij alle betrokkenen ontstaat. Waarschijnlijk zal dan ook blijken dat de stellingname van de heer Tesselaar weinig meer dan gebakken lucht is.

De heer Tesselaar
(eb): In de oude situatie had men een onaanvaardbare verhoging kunnen ontlopen door gewoon de haven uit te varen en elders een ligplaats te zoeken. Zelfs dat kan nu niet meer.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Jawel, maar ook elders had liggeld moeten worden betaald.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) hecht eraan te vermelden dat van alle kanten, ook van omwonenden, grote waardering is uitgesproken voor datgene wat in het kader van de herinrichting in de Oosterhaven tot stand is gebracht.

Ten aanzien van de toiletaccommodatie kan worden gemeld dat in goed overleg met het Zuiderzeemuseum naar een geschikte ruimte wordt gezocht.

Het college van burgemeester en wethouders wil gedurende dit jaar bekijken wat er gebeurt als de kade niet wordt afgesloten. Mochten onverhoopt problemen ontstaan, dan zal onverwijld alsnog tot afsluiting worden overgegaan.

De voorzitter
: Voor wat betreft de levering van elektriciteit moet worden erkend dat de betreffende voorziening nog niet klaar is. Wie stroom wil hebben, behoeft echter slechts één telefoontje met het havenkantoor te plegen om een aansluiting te krijgen.

Desgevraagd zegt spreker toe dat de brief van de heer Mulder voor de komende commissievergadering nogmaals ter inzage zal worden gelegd. De heer De Wit zal worden uitgenodigd de diverse tarieven nog eens toe te lichten. Dan kunnen de commissieleden met de heer De Wit ook praten over de realiteitswaarde van stickers enzovoort.

De heer Boland
(d66): Wordt nu wel besloten de Zuider Havendijk onder de Havenverordening te brengen?

De voorzitter
: Ja, althans het college handhaaft dat onderdeel van het raadsvoorstel. Later kan nog wel over een concrete invulling daarvan worden gesproken.

De heer Dol
(vl/gl) verzet zich tegen het voorstel de Zuider Havendijk onder de Havenverordening te laten vallen, want dat gebeurt op uitsluitend financiële gronden.

De heer Boland
(d66): Die stelling moet worden tegengesproken, want hier speelt ook het beheer een zeer belangrijke rol. Zolang de Havenverordening niet van toepassing is, kan de havenmeester niet regulerend optreden; sterker deze kan dan helemaal níéts doen! Als de Havenverordening wel van toepassing wordt verklaard, rijst vervolgens de vraag welke tarieven moeten gelden en welk voorzieningenniveau dient te worden verwezenlijkt. Daarover zal in de commissie moeten worden gesproken.

De voorzitter
: Juist. Als morgen een schip van 12 meter binnenvaart, kan de heer De Wit daar helemaal niets tegen doen.

De heer Dol
(vl/gl): Dat zij zo. In wezen is de Zuider Havendijk een binnenwater dat toevallig op het IJsselmeer uitkomt in plaats van in de polder. Het is echter hoe dan ook een binnenwater en daarvoor behoort op een andere manier beleid te worden ontwikkeld.

De heer Wiersma
(cda) wil mogelijke misverstanden voorkomen. Hij neemt aan dat de meermaals aangeduide brief een correcte weergave van de gemaakte afspraken is. Die afspraken zullen aan de hand van concrete voorbeelden worden toegelicht. Graag één en ander op papier, en wel op een dusdanig tijdstip dat de fracties het geheel vóór de commissievergadering kunnen bestuderen en eventueel met de ex-Dijkliggers kunnen bespreken.

Op bladzijde 2 van het raadsvoorstel zijn de verschillende tariefverhogingen in percentages weergegeven, maar wordt niets gezegd over de oorspronkelijke verhoging van 3 % waartoe op 7 december 1998 is besloten. Ook over dit punt mag geen onduidelijkheid bestaan.

De voorzitter
: De tekst is duidelijk, die luidt:

‘Wij stellen dan ook voor, in aanvulling op uw besluit van 7 december 1998,


1) de tarieven voor de liggelden voor 1999 als volgt te wijzigen:’

De voorgestelde verhogingen komen dus bovenop de 3 % van 7 december
1998.

De heer Wiersma
(cda): Goed.

De voorzitter
verbindt aan deze discussie de volgende conclusies.

h
De raad gaat in hoofdlijnen akkoord met het collegevoorstel, zij het met de aantekening dat de eb-fractie niet instemt met de verhogingen voor de ex-Dijkliggers.
h
De vl/gl-fractie maakt een voorbehoud ten aanzien van het voorstel de Zuider Havendijk onder de Havenverordening te laten vallen. h
De heer De Wit zal worden gevraagd aan de hand van een aantal cijfermatige voorbeelden duidelijk te maken welke financiële effecten voor bezitters van bootjes met een lengte van 4, 6 en 8 meter zijn opgetreden. Die effecten plus de brief van de heer Mulder zullen in de volgende commissievergadering aan de orde komen.

De heer Tesselaar
(eb): De eb-fractie wil geacht worden te hebben tegengestemd.

De voorzitter
: Tegen het gehéle raadsvoorstel?

De heer Hart
(eb): Ja.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Onbegrijpelijk! De heer Hart hanteerde nog niet zo heel lang geleden de aardige verkiezingsleus ‘Het roer moet om!’ Voor met name de havens zouden kostendekkende tarieven dienen te worden berekend. Nu wordt daarmee een begin gemaakt en toch stemt de eb-fractie tegen. Hoe moet het volgens die fractie dan wel?

De heer Hart
(eb): In het verleden heeft de fractie van Enkhuizer Belang meerdere keren betoogd dat de havens geen schip van bijleg mogen zijn. Dit betekent evenwel niet dat de kleine jongens moeten worden gepakt en de grote buiten schot mogen worden gelaten!

De voorzitter
: De fractie van de heer Hart wil de ex-Dijkliggers niet meer dan 8 % in rekening brengen en het dan nog ontbrekende bedrag, circa 12 %, door de overige categorieën laten betalen. Daarvoor is geen raadsmeerderheid te vinden.

De heer Hart
(eb): Nee, dat is wel duidelijk.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Misschien is het goed de heer Hart nog even te wijzen op een veelzeggende zin die in dit raadsvoorstel staat.

‘Voor de chartervaart is Enkhuizen absoluut de duurste haven en zelfs 35% duurder dan de directe buren Hoorn en Medemblik.’

Kortom: als de zienswijze van de eb-fractie wordt gevolgd, komt hier geen enkel schip meer.

De heer Hart
(eb): Onzin!

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Deze stijl van vergaderen moet worden vermeden.

De heer Hart
(eb): Verwonderlijk dat ook de heer Knukkel niet door heeft waar het om gaat.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard, onder aantekening dat de fractie van Enkhuizer Belang geacht wil worden te hebben tegengestemd.


7. Verkoop woning Apenspel 1.

(Voorstel nummer 27, 1999.)

De heer Dol
(vl/gl) nam met interesse kennis van dit raadsstuk. Punt 3 luidt:

‘3. Het saldo, zijnde de verkoopopbrengst minus de bemiddelingskosten van de makelaar, ad. ƒ 148.000,-- ten gunste brengen van de algemene reserve;’

Spreker stelt voor de verkoopopbrengst aan het volkshuisvestingsfonds toe te voegen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) juicht het voorstel van de heer Dol weliswaar toe, maar meent dat de wethouder van financiën de consequenties daarvan het beste kan overzien.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) huldigt de opvatting dat uiteindelijk de raad bepaalt wat met de verkoopopbrengst zal gebeuren.

De heer Bode
(pvda) omschrijft het voorstel van de heer Dol als ‘sympathiek’, maar wil alvorens daarover een definitieve uitspraak te doen een overzichtje zien van de consequenties die daaruit voortvloeien en welke andere mogelijkheden er zijn om het volkshuisvestingsfonds te voeden. Nu ‘ja’ of ‘nee’ zeggen, is een vorm van ad hoc-beleid die niet de voorkeur heeft.

De heer Dol
(vl/gl) verwoordt begrip voor het standpunt van de heer Bode. Aan de andere kant heeft deze raad ook een fonds in het leven geroepen voor het onderhoud van de gemeentelijke monumenten. Daarin wordt geld gestort zonder dat precies bekend is wat al dan niet aan de orde zal komen. Voor het volkshuisvestingsfonds geldt hetzelfde. Wel is duidelijk dat er iets zal gebeuren. Vandaar zijn voorstel om wat geld in het volkshuisvestingsfonds te storten, zodat de raad enige armslag heeft.

De heer Hart
(eb) ondersteunt het voorstel van de heer Dol volledig.

De heer Wiersma
(cda) betuigt adhesie aan de zienswijze van de heer Bode. De cda-fractie lijkt het beter dat in het kader van de begroting voorstellen worden gedaan voor de wijze waarop allerlei fondsen structureel kunnen worden gevoed.

De heer Boland
(d66) belicht dat de lijn die de heren Bode en Wiersma hebben verwoord rekentechnisch de beste benadering is. De onderhavige woning staat als eigendom op de balans. De verkoopopbrengst behoort derhalve aan de algemene reserve te worden toegevoegd. De begrotingsbehandeling is hèt moment om beleid te formuleren en aan te geven met welke middelen de fondsen moeten worden gevoed.

De heer Hekkert
(vvd) acht dit niet het moment om een beslissing over het voorstel van de heer Dol te nemen en sluit zich voor het overige bij de vorige spreker aan.

De heer De Geus
(rpf/sgp) onderstreept hetgeen de vorige drie sprekers hebben gezegd.

De voorzitter
signaleert dat het voorstel van de heer Dol veel sympathie ontmoet, maar definitieve uitspraken mogen pas in het kader van de begroting worden verwacht.

De heer Dol
(vl/gl): Ik heb nota genomen van de ‘algemene reserve’ van de fracties.

De voorzitter
: Het voorstel van de heer Dol wordt tot medio november bewaard en in herinnering geroepen wanneer met betrekking tot fondsen, reserves enzovoort de stand van zaken wordt opgemaakt.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


8. Plan van aanpak geneeskundige hulpverlening bij (zware) ongevallen en

rampen (ghor) Noord-Holland-Noord.

(Voorstel nummer 29, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


9. Bepaling standpunt bestuurlijke organisatie West-Friesland Oost.

(Voorstel nummer 30, 1999.)

De heer Wiersma
(cda) merkt op dat het collegevoorstel in grote trekken de instemming van de cda-fractie heeft en daarom kan met enkele aanvullende opmerkingen worden volstaan.


1. Het collegevoorstel wordt voor kennisgeving aangenomen.
2. Voor de provincie is geen regierol weggelegd.
3. Het sow moet niet al te veel algemene functies vervullen; samenwerking kan min of meer ad hoc worden geregeld.


4. Waar nodig moet een intensieve samenwerking worden bevorderd.

Met de laatste onderdelen kan onmiddellijk worden gestart. Allereerst zou met de buurgemeenten moeten worden onderzocht hoe een betere samenwerking tot wederzijds voordeel kan strekken.

Voor het overige wacht de fractie de discussie in de regio af. De fractie van het cda meent dat Enkhuizen voldoende slagkracht, bestuurskracht en ambtelijke vermogen bezit om die discussie en de verdere bestuurlijke ontwikkelingen in deze regio te kunnen overleven.

De heer Boland
(d66) leest de onderzoeksopdracht voor.

‘Informatie te verschaffen op basis waarvan kan worden bezien in hoeverre herindeling/samenvoeging van gemeenten of andere oplossingen gewenst/noodzakelijk zijn, gezien de huidige en toekomstige ontwikkeling van de taken van de dertien gemeenten.’

In de ogen van de d66-fractie is die opdracht mislukt, want het product voldoet niet.

a. Het rapport bevat geen kwantitatieve onderbouwing. b. Er worden veel gemiddelde uitspraken voor alle 13 gemeenten gedaan, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen, bijvoorbeeld, Hoorn, Andijk en Enkhuizen.
c. De voordelen en/of nadelen voor de burgers zijn niet aangegeven.
d. Ten aanzien van samenwerking is niet ingegaan op mogelijke problemen die met cultuurverschillen samenhangen.

Uit de aantekening van het college blijkt dat is overwogen het rapport met de bevolking te bespreken. Gelukkig is dat niet gebeurd, want met de onderzoeksresultaten kan eigenlijk niets worden gedaan.

Toch meent de fractie van d66 dat wel degelijk voldoende aanleiding bestaat om serieus naar samenwerkingsmogelijkheden of zelfs samenvoeging van gemeenten te kijken. Evenals de d66-fractie in Stede Broec pleit spreker ervoor de meest voor de hand liggende samenvoeging, in casu Stede Broec en Enkhuizen, nader te onderzoeken. In dat onderzoek zouden de sterke en zwakke kanten alsmede de kansen en bedreigingen moeten worden bekeken op basis waarvan een oordeel kan worden geveld. In dezen kan worden gedacht aan ruimtelijke ordening, voorzieningen, woningbouw, monumenten, efficiency en financiën. Als dat is onderzocht, moet daarover met de bevolking en het maatschappelijk middenveld in de gemeente worden gesproken.

De heer Hart
(eb) steunt globaal het standpunt van burgemeester en wethouders, maar desondanks wil de fractie van Enkhuizer Belang een enkele opmerking maken.

Stede Broec en Enkhuizen zouden wat liefdevoller met elkaar moeten omgaan. In het verleden hadden de beide gemeenteraden regelmatig contact met elkaar. Op die manier werd over de schutting naar elkaars belangen, problemen et cetera gekeken en werden standpunten uitgewisseld. Vooral in de afgelopen jaren is Enkhuizen wat koud met Stede Broec omgegaan en de fractie zal graag zien dat daarin verandering komt.

De heer Dol
(vl/gl) illustreert tot welk punt hij het betoog van de heer Boland kan onderschrijven, te weten tot daar waar het rapport en het overleg met de bevolking zijn genoemd.

Alhoewel ook dit raadsstuk in de commissie aan de orde is geweest, behoort de raad vanavond een officieel standpunt te bepalen.

De fractie van Verenigd Links/GroenLinks wenst een mogelijk samenwerking met welke gemeente dan ook nuchter af te wegen, ongeacht of het om Stede Broec, Drechterland of Wognum dan wel (een) andere gemeente(n) gaat. Men kan denken aan, bijvoorbeeld, een ambtenarenpool om via die weg kennis bij elkaar op te doen. Overigens is intergemeentelijke samenwerking niets nieuws. Zo is op grond van een samenwerkingsregeling het cwi in Stede Broec gevestigd en ook een mogelijke derde fase van Schepenwijk zal met die gemeente moeten worden besproken.

Hoe dan ook, na de uitkomsten van het kpmg-rapport mag dit gemeentebestuur niet zelfgenoegzaam achterover leunen en denken dat Enkhuizen het wel alleen kan redden. Op meerdere gebieden zal naar samenwerking moeten worden gestreefd. Dat goed regelen, moet als een uitdaging worden beschouwd.

De heer Bode
(pvda) nodigt de heer Dol uit helder aan te geven of diens fractie al dan niet het collegevoorstel steunt. In wezen heeft de heer Dol weinig anders gezegd dat in het raadsstuk staat.

De heer Dol
(vl/gl): Daaraan is een eigen, vl/gl-interpretatie gegeven; dat zou de fractie van de pvda ook moeten doen.

De heer Bode
(pvda): Toen dit stuk in de commissie op tafel lag, voelde niemand zich geroepen een geheel eigen visie te verwoorden. Men was dus van oordeel dat de zienswijze van het college kon worden onderschreven. Vanavond zijn bijdragen geleverd die niet of nauwelijks afwijken van datgene wat burgemeester en wethouders voorstellen. Met andere woorden: feitelijk wordt niets toegevoegd aan de al eerder kenbaar gemaakte standpunten.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) verenigt zich met de opmerking van de heer Bode. Zijn fractie heeft in de commissievergadering weinig gezegd, omdat het college een prima stuk heeft aangeboden.

De voorzitter
beantwoordt de sprekers als volgt.

De heer Wiersma suggereert het accent op samenwerking te leggen. Het college probeert al daaraan een praktische invulling te geven. De voorbeelden zijn al genoemd: ambtenarenpool, cwi, derde fase Schepenwijk, bestuur enzovoort. Daarover bestaat een heel goed contact met de buurgemeente. Aan beide kanten bestaat de bereidheid ten aanzien van concrete projecten samenwerking te zoeken. De typering van de heer Hart, te weten dat de samenwerking met Stede Broec als ‘koud’ moet worden omschreven, dient dan ook van de hand te worden gewezen. Enkele weken geleden is het college van die gemeente hier nog op bezoek geweest. Misschien moet dat ook op raadsniveau gebeuren.

Het betoog van de heer Boland raakt de kern van de zaak. Ook burgemeester en wethouders zijn wat teleurgesteld in het kpmg-rapport. De verwachting was dat per gemeente een kwantitatieve analyse zou worden gepresenteerd. Aan de hand daarvan zouden de volgende drie opties worden gewogen.

— Op de huidige voet doorgaan.
— Een versterkte samenwerking.
— Eventuele samenvoegingen.

De suggestie van de heer Boland een herkansing mogelijk te maken door alleen de posities van Stede Broec en Enkhuizen te onderzoeken, verdient een nadere bestudering en zal in ieder geval met de buurgemeente worden besproken.

Tot slot verheugt het spreker bijzonder dat de gehele raad het collegevoorstel als ‘positief’ heeft bestempeld, te meer daar het in een bijzonder goede samenwerking met Stede Broec tot stand is gekomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


10. Vaststelling Marktverordening Enkhuizen 1999.

(Voorstel nummer 31, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


11. Grondverwerving 2e fase Schepenwijk.

(Voorstel nummer 34, 1999.)

De heer Hart
(eb) tekent aan dat voor zowel bedrijven als overheden geldt dat regeren vooruitzien is. Uit dit raadsstuk blijkt dat het college, zeker ten aanzien van grondverwerving in Schepenwijk, niet ver vooruitkijkt. Een in het verleden gesloten pachtovereenkomst zit de gemeente Enkhuizen nu danig in de weg. Dat obstakel kan alleen worden weggenomen als ruim ƒ 300.000,- op tafel wordt gelegd. Het probleem had simpel kunnen worden voorkomen door tijdig een partiële bestemmingsplanwijziging vast te stellen. Gelet op de snellere gronduitgifte in Schepenwijk was dat ook alleszins logisch geweest. Nu zit de gemeente met een groot financieel gat. In de commissie is dan ook gevraagd of straks nog wel een behoorlijk sluitende exploitatie mogelijk zal zijn. Heeft het college daarvoor al een oplossing?

De voorzitter
erkent dat, terugkijkend, anders had moeten worden geopereerd, maar niet alle ontwikkelingen op Schepenwijk waren redelijkerwijs te voorzien. Ruim drie jaar geleden was de raad unaniem van oordeel dat de gronduitgifte te langzaam verliep. Er moest een extra medewerker worden aangetrokken om te voorkomen dat de gemeente een gigantisch verlies zou lijden. In de afgelopen twee jaar zijn de gronden echter sneller uitgegeven dan de gemeente die kan aankopen. Achteraf bezien ware het dan ook inderdaad verstandig geweest het bestemmingsplan snel te wijzigen, want dan zou dit probleem zich niet hebben voorgedaan.

Momenteel wordt een bestemmingsplan voorbereid, voor zowel het ontbrekende deel als fase 3, zodat dit soort kwesties wordt vermeden. Verder kan worden gemeld dat de totale grondexploitatie van Schepenwijk veel gunstiger uitvalt dan drie jaar geleden is voorzien, waardoor deze extra kostenpost zonder problemen kan worden opgevangen.

De heer Hart
(eb) hoorde de voorzitter over de afgelopen twee jaar spreken. De pacht expireerde op 31 december 1998 en dat is echt nog niet zo heel lang geleden! Al vóór dat tijdstip bestond een goed inzicht in de ontwikkelingen die gaande waren.

Gezien het belang van de zaak, waarbij ook en zeker niet op de laatste plaats aan de werkgelegenheid moet worden gedacht, zal de fractie van Enkhuizer Belang niet tegen het collegevoorstel stemmen, zij het wel met pijn in het hart.

De voorzitter
herkent dat gevoel. Hopelijk zal de fractie van Enkhuizer Belang zich deze discussie herinneren op het moment dat het college voorstelt extra ambtelijke capaciteit aan te trekken om de bestaande achterstand op het gebied van de bestemmingsplannen, niet alleen Schepenwijk, weg te werken.

De heer Boland
(d66) bedient zich van de beeldspraak ‘kritiek leveren is achteromkijken en regeren is vooruitzien’ om de heer Hart een vraag voor te leggen. Kan deze een proeve van bekwaamheid in regeren geven door nu te vertellen wat de raad anders kan doen dan met pijn in het hart dit raadsvoorstel accepteren?

De heer Hart
(eb): Het gaat om veel gemeenschapsgeld en fouten moeten dan ook aan de kaak worden gesteld om daarvan te leren. In dit geval had tijdig via een simpel briefje een partiële herziening van het bestemmingsplan moeten worden aangekondigd.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd): Nee, dat is onjuist. Een partiële herziening zou niet door de pachtkamer zijn geaccepteerd, de gemeente had een volledig bestemmingsplan moeten maken.

De heer Hart
(eb): Weliswaar staat de pachter heel sterk, maar als de gemeente Enkhuizen de zaak tijdig had aangekaart, zou deze problematiek zich niet hebben voorgedaan.

De voorzitter
: De suggestie dat in 1998 een simpel briefje voldoende zou zijn geweest, strookt niet met de ambtelijke informatie waaruit blijkt dat een complete bestemmingsplanherziening nodig zou zijn geweest.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Inderdaad, de Pachtwet werd nauwkeurig bestudeerd met als eindconclusie dat de gemeente de grond nogmaals voor een periode van zes jaar moest verhuren. Via een partiële herziening had dat niet kunnen worden voorkomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


12. Project- en realisatieovereenkomst ‘Tussen Twee Havens’.

(Voorstel nummer 35, 1999.)


13. Aan de openbaarheid onttrekken van de laad- en loswal aan de

Stanfriesweg op het bedrijventerrein ‘Krabbersplaat’.

(Voorstel nummer 36, 1999.)


14. Fusie van nv nuon, Energie Noord West nv, Energie en Watervoorziening

Rijnland (ewr) en gamog Gelre Flevo Holding bv.

(Voorstel nummer 37, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 12 tot en met 14 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.


15 Rondvraag.

¡
De heer Bode (pvda) gebruikt de rondvraag om te informeren naar de geplande verkoop van de gemeentelijk woonboot. Mocht daarin geen schot zitten, dan moet wellicht worden overwogen de boot te slopen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) rapporteert dat de pogingen de woonboot te verkopen tot nu toe slechts één aanbieding hebben opgeleverd. De geïnteresseerde wil de woonboot in water binnen de gemeente Enkhuizen laten, maar de raad heeft indertijd besloten dat niet toe te staan. Vandaar dat, mede met het oog op de veiligheid, ernstig wordt overwogen de woonboot te verwijderen en te slopen.

De heer Van Doornik
(cda) suggereert te pogen de boot via derden te verkopen, zoals in de raadscommissie ab/ez is voorgesteld. Voor zover hij weet heeft de afdeling dat niet gedaan.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) onthult dat een externe deskundige heeft uitgelegd dat in wezen alleen interesse voor de lìgplaats van de woonboot bestaat. Pogingen de woonboot te verkopen, zullen dus alleen succesvol zijn indien daaraan een ligplaats is gekoppeld.

¡
De heer Boland (d66) interesseert zich met betrekking tot het navisduct en de Gependam voor de laatste stand van zaken.

De voorzitter
schildert dat de voortgang met het Gependamproject afhankelijk is van het navisduct. Afgelopen donderdag is het navisduct gegund, zodat de gemeentelijke planning voor de Gependam nu op de uitvoering van het navisduct kan worden afgestemd. Met andere oorden: het laatste hobbeltje is afgelopen donderdag genomen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) vult dit antwoord aan met de mededeling dat de gemeente binnen drie weken van Rijkswaterstaat het precieze tijdschema voor het navisduct zal krijgen en daarop zal de gemeentelijke planning aansluiten.

¡
De heer Jans (eb) bespeurt weinig of geen activiteiten op de plaats in de Vijzelstraat waar een vestiging van Unigro zal komen. Kan iets over de stand van zaken worden gezegd?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) rekent erop dat in het kader van de bouwvergunningverlening overmorgen het bouwplan van de architect officieel zal worden ingediend.

¡
De heer Jans (eb) snijdt vervolgens een geheel ander onderwerp aan. Hij mist in Enkhuizen een waterpartijtje/fonteintje.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Enkhuizen is aan drie kanten door een ‘kleine waterpartij’ omsloten!

Wethouder Knukkel
(vl/gl) noteert de suggestie van de heer Jans graag. Misschien kan ergens een mooie fontein worden geplaatst waarin mensen muntstukken zullen gooien om hun geluk een handje te helpen. Dat zou voor de gemeente een niet onbelangrijke inkomstenbron kunnen zijn!

¡
De heer Tesselaar (eb) schetst het volgende probleem. In de raadscommissie ab/ez is gevraagd twee bankjes bij de kinderboerderij weg te halen. Jongstleden vrijdagochtend was het daar een onbeschrijflijke bende, er lagen bierblikjes, patatzakjes, drugszakjes en de prullenbakken waren kapot getrapt. Een passerende dame vertelde dat zij de politie had gebeld, omdat jongeren ’s nachts ook bierflesjes in de kinderboerderij stuk gooien. De bankjes kunnen het beste worden vervangen door brandnetels.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) vernam in het overleg met de beheerster van de kinderboerderij dat de rommel elke morgen wordt opgeruimd en dat meerdere mensen uitdrukkelijk hebben gevraagd de bankjes te laten staan. Spreker wacht nog op een rapportage op basis waarvan definitief kan worden beoordeeld of de bankjes al dan niet moeten verdwijnen.

De heer Tesselaar
(eb): De politie heeft getracht de betrokken jongeren aan te houden, maar dat is niet gelukt.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Dat is een breder probleem dan het al of niet handhaven van twee bankjes.

De voorzitter
lijkt het goed dat de wethouder nog eens naar deze problematiek kijkt en daarop in de commissie terugkomt.

¡
De heer Van Pijkeren (rpf/sgp) beschikt over informatie waaruit kan worden opgemaakt dat de woongemeenschap ‘Kwakershof’ een brief, gedateerd maart, aan het college heeft gestuurd. In dat stuk zijn plannen uiteengezet voor de realisering van 51 woningen. Hoe staat het met die plannen?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) illustreert de stand van zaken als volgt. Aangezien ook het college graag zal zien dat het oorspronkelijke, kleine plan wordt vervangen door een groter, wordt overleg met de woningbouwvereniging gevoerd. Die zal in nauw contact met de woongemeenschap bekijken of met behulp van extra (subsidie)middelen een groter gebouw kan worden gerealiseerd.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp): Wordt de gemeente stapsgewijs over het verloop van het traject geïnformeerd?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Ja, want de gemeente is bij het overleg vertegenwoordigd. Mocht onverhoopt blijken dat een grotere opzet onhaalbaar is, dan zal de raad daarvan op de hoogte worden gebracht.

¡
De heer Wiersma (cda) beroept zich op een krantenartikel waarin de perikelen bij Sprookjeswonderland zijn beschreven. Er is sprake van een parkeerprobleem dat door de buurman van Sprookjeswonderland is aangezwengeld. Heel merkwaardig, want deze raad heeft de laatste parkeerruimte aldaar ten behoeve van de aanleg van enkele tennisbanen opgeofferd. Overigens onder het uitdrukkelijke beding dat de betrokkene een eigen parkeerterrein zou realiseren. Dat parkeerterrein werd weliswaar aangelegd, maar kan niet door bezoekers van Sprookjeswonderland of het zwembad worden gebruikt aangezien het hek dicht is. Hoe dan ook, het college heeft ingestemd met de aanleg van
200 parkeerplaatsen op het voormalige zwembadterrein en dat is een goede zaak. Nadat met de werkzaamheden was begonnen, werd een bouwstop afgekondigd. Dat levert allerlei problemen op, voor zowel bezoekers als de buurman. De noodzakelijke bouwactiviteiten kunnen echter pas worden voortgezet nadat gs de artikel-19-procedure hebben goedgekeurd. Hopelijk is het college bereid diens contacten bij de provincie zodanig te bewerken dat op een zeer korte termijn de noodzakelijke goedkeuring wordt verkregen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) kent de geschetste problematiek. Het college zet zich ervoor in om deze zaak zo spoedig mogelijk rond te krijgen, maar is nu eenmaal aan de voorgeschreven procedure gebonden.

De eigenaar van Sprookjeswonderland erkent dat de noodzakelijke vergunning op een te laat tijdstip is aangevraagd en heeft dan ook begrip voor het gemeentelijke handelen.

De heer Wiersma
(cda): Vanuit toeristisch oogpunt is het voor Enkhuizen van belang dat de eerstverantwoordelijke portefeuillehouder diens persoonlijke contacten met de betrokken gedeputeerde gebruikt om te bewerkstelligen dat deze aangelegenheid binnen drie maanden kan worden afgerond.

De voorzitter
: U bedoelt waarschijnlijk ‘een bevriend partijgenoot’!

De heer Wiersma
(cda): Ja.

¡
Wethouder mevrouw Dekker (pvda) kondigt aan dat de fractie van de pvda in 1999 het raadsuitje zal organiseren. Vooralsnog lijkt maandag 13 september of maandag 27 september daarvoor een geschikte datum.

De heren Dol
(vl/gl) en De Geus (rpf/sgp) geven de voorkeur aan respectievelijk een datum in oktober/november en een dinsdag of een donderdag.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) hoopt dat zij een datum kan vinden die ook de heren Dol en De Geus goed uitkomt.


16. Sluiting.

De voorzitter
sluit de raadsvergadering onder dankzegging voor ieders bijdrage aan de discussies (22.37 uur).

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

der gemeente Enkhuizen op donderdag 29 april 1999.

De secretaris, De voorzitter,

(J.J.J. van Huffelen) (drs. S.P.M. de Vreeze)

Deel: ' Raadsnotulen gemeente Enkhuizen '




Lees ook