Gemeente Enkhuizen

RAADSNOTULEN

Enkhuizen, 4 oktober 1999.

Zakelijk verslag van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad der gemeente Enkhuizen, gehouden op maandag 4 oktober 1999 te 20.00 uur in het stadhuis, Breedstraat 53, 1601 KA Enkhuizen.

Voorzitter: Aanvankelijk mevrouw Th. Dekker, loco-burgemeester; later (20.19 uur) de heer drs. S.P.M. de Vreeze, burgemeester.

Secretaris: de heer J.J.J. van Huffelen, gemeentesecretaris.

Aanwezig 16 leden, namelijk: de dames

E.F. Dangermond-Hilderink (vvd),

Th. Dekker (wethouder) (pvda) en

mr. P.C.E. de Munnik-Blank (wethouder) (vvd);

de heren

H.F.P. Bode (pvda),

C.H. Boland (d66),

N.P. Dol (vl/gl),

H. van Doornik (cda),

Th. de Geus (rpf/sgp),

J. Hart (eb),

J.W. Hekkert (vvd),

F.C. Jans (eb),

J. Knukkel (wethouder) (vl/gl),

D. van Pijkeren (rpf/sgp),

drs. J.S. Tesselaar (eb),

K.P. van der Veen (pvda) en

D. Wiersma (cda).

Afwezig 1 lid, te weten: mevrouw

W.H.J. Lok-Hörnemann (vl/gl).

Agenda

Voorstel

1

Opening.

2

Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemming

3

Verslag van de vergadering van 6 september 1999.

4

Ingekomen stukken en mededelingen.

118

5

Verkoop grond achter Dreef 21.

23

6

Beëindiging raamovereenkomst betreffende de stedenband met Ustka (Polen).

79

7

Beschikbaarstelling krediet ten behoeve van het veranderproces: het veranderproces;
het uitvoeringskrediet voor het loket `bouwen en wonen'; de bedrijfsvoering (euro en millennium).

110
110a
110b

8

Verordening WonenPlusFonds.

103

9

Subsidie vvv Enkhuizen.

105

10

Naamgeving havens rondom Gependam.

106

11

Visiedocument en convenant smh/ghor-nhn.

107

12

Onderhoud openbare basisscholen.

108

13

Gebruiksvoorwaarden sporthal en gymnastieklokalen.

109

14

Intentieverklaring Regionale Ambulancevoorziening.

111

15

Aankoop om niet van grond hoek Reigerweg/Meeuwenlaan.

112

16

Overdracht perceel grond Schepenwijk aan enw.

113

17

Aanpassing jeugdsportsubsidieregeling.

114

18

Straatnaamgeving Kadijken Hagen.

116

19

Aanvullende storting museumfonds.

117

20

Rondvraag.

21

Sluiting.


1. Opening.

De voorzitster
opent de raadsvergadering en heet eenieder hartelijk welkom.

Hierna deelt zij mee dat de burgemeester iets later ter vergadering zal komen en dat van mevrouw Lok bericht van verhindering is ontvangen.


2. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen.

De voorzitster
trekt een penning uit het mandje en constateert dat volgens de presentielijst eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen bij de heer Jans.


3. Verslag van de vergadering van 6 september 1999.

Bladzijde 4.

De heer Hart
(eb) stelde in de vorige vergadering een vraag over het schaalonderzoek en de schaalvergroting. Volgens de notulen heeft de voorzitter geantwoord dat de raad zich daarover in het najaar definitief zal kunnen uitspreken. Wordt de raad nog tussentijds geïnformeerd?

De voorzitster
neemt zonder meer aan dat deze vraag bevestigend mag worden beantwoord. Zij zal de burgemeester vragen alle relevante informatie over deze materie aan de raad te doen toekomen.

Bladzijde 8.

De heer Dol
(vl/gl) wil graag weten of, conform de toezegging van wethouder Knukkel, de brief van de Werkgroep Kritisch Boombeheer nu inmiddels is beantwoord.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) heeft dat niet gecontroleerd, maar zal dat morgen alsnog doen.

Bladzijde 14.

De heer Jans
(eb) constateert dat ondanks de toezegging van wethouder mevrouw Dekker geen informatie over de nog niet betaalde erfpachtcanon voor het complex Kade/Wierdijk is gegeven.

De voorzitster
weet dat de zaak inmiddels is geregeld. In de commissie zal desgewenst nadere informatie worden verstrekt.

Bladzijde 19.

De heer Jans
(eb) verheugt zich erover dat volgens de notulen de heer Wiersma tot de fractie van Enkhuizer Belang is toegetreden!

De heer Wiersma
(cda): Dat moet onmìddellijk worden gecorrigeerd!

De voorzitster
ziet dat twee keer ten onrechte `De heer Wiersma (eb)' is vermeld. Uiteraard moet `(eb)' worden vervangen door: (cda).

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de op bladzijde 19 aangebrachte correcties, vervolgens het verslag van de op maandag 6 september 1999 gehouden raadsvergadering vastgesteld.

De voorzitster
legt uit dat de `feestelijke aankleding van de raadstafel' - de bodes voorzien iedereen van gebak - een nasleep is van het feit dat de heer en mevrouw Dangermond vorige week hun 40-jarig huwelijksfeest hebben gevierd. (Applaus.)


4. Ingekomen stukken en mededelingen.

(Voorstel nummer 118, 1999.)


1. Brief, de dato 30 augustus 1999, van het Instituut voor Bestuurlijke ontwikkeling Control en Organisatie advies voor overheid & zorg over sturen op `maatschappelijke effecten'.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.


2. Brief, de dato 3 september 1999, van de gemeente Drechterland te Hoogkarspel over aanbieding gemeentebegroting 2000.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) informeert naar aanleiding van deze brief of het gebruikelijk is dat de West-Friese gemeenten elkaar dergelijke stukken toesturen en, zo ja, doet Enkhuizen dat ook?

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) laat weten dat gemeentebegrotingen meestal uitsluitend aan de colleges van burgemeester en wethouders worden toegezonden. In dit geval is de begeleidende brief van de Drechterland aan de gemeenteraad van Enkhuizen geadresseerd en derhalve is de begroting automatisch op de lijst van ingekomen stukken geplaatst.


3. Brief, de dato 6 september 1999, van Natuurverrijking te Lekkerkerk over `De Groene Lijst'.

Burgemeester en wethouder stellen voor dit ingekomen stuk voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Van Doornik
(cda) lijkt het beter dit schrijven aan de milieucommissie voor te leggen.

De voorzitster
maakt uit het instemmende geknik van de verantwoordelijke wethouder op dat de suggestie van de heer Van Doornik wordt overgenomen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.


4. Brief, de dato 7 september 1999, van sfn te Amsterdam over een uitnodiging presentatieworkshops `Exploiteren in het nieuwe millennium'.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.


5. Brief, de dato 14 september 1999, van de Kiesvereniging Enkhuizer Belang over een verklaring inzake de aangifte in de affaire Deen.

Burgemeester en wethouder stellen voor dit ingekomen stuk voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Hart
(eb) verzoekt deze brief níét voor kennisgeving aan te nemen, maar naar de raadscommissie ab/ez te verwijzen.

De heer Wiersma
(cda) distantieert zich van de wijze waarop de fractie van Enkhuizer Belang met deze affaire meent te moeten omgaan.

De heer Bode
(pvda) deelt mee dat zijn fractie niet de behoefte heeft om dit stuk in de commissie te bespreken. De eerder in een besloten vergadering gegeven informatie is voldoende.

De voorzitster
herinnert zich dat juist in die bijeenkomst de fractie van Enkhuizer Belang niet was vertegenwoordigd.

De heer Hekkert
(vvd) benadrukt dat aan vvd-zijde geen enkele behoefte bestaat om de in de besloten vergadering gevoerde discussie over te doen.

De heer Wiersma
(cda): Idem.

De heer De Geus
(rpf/sgp) staat op het standpunt dat deze kwestie terecht achter gesloten deuren is besproken, er zijn immers personen in het geding. Volgens de lokale pers wordt nog een onderzoek verricht, maar daaraan zal een discussie in de commissie niets toevoegen. De raad doet er verstandig aan het stuk voor kennisgeving aan te nemen en moet voor het overige de ontwikkelingen afwachten.

De heer Boland
(d66) huldigt een afwijkende opvatting. Weliswaar heeft ook de d66-fractie geen behoefte aan een inhoudelijke behandeling van deze kwestie, maar als iemand vraagt een ingekomen stuk naar een commissie te verwijzen, getuigt het van respect zo'n wens te honoreren. Vervolgens moet de commissie beoordelen of een gedachtewisseling al dan niet nuttig is.

De heer Dol
(vl/gl) meent dat alles reeds achter gesloten deuren is gezegd en daarom voelt de fractie van Verenigd Links/GroenLinks niets voor de gedachte de brief op de commissieagenda te zetten.

De voorzitter
attendeert erop dat, indien een raadsmeerderheid besluit de brief naar de commissie door te sturen, de behandeling daarvan in beslotenheid zal moeten plaatsvinden, want vermeden moet worden dat in het openbaar over personen wordt gesproken.

De heer Hart
(eb) begrijpt niet waaruit de voorzitster distilleert dat zijn fractie over personen wil spreken! Hij herhaalt zijn voorstel het stuk op commissieniveau te behandelen.

Hierna wordt het voorstel van de heer Hart cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 12 tegen 4 stemmen verworpen.


6. Brief, de dato 3 september 1999, van de gemeente Kesteren over een vastgestelde motie inzake de ontwikkelingen op de Molukken.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.


7. Brief, de dato 13 september 1999, van de familie P.W. Bleeker te Enkhuizen over het bouwen aan de Zuider Boerenvaart.
8. Brief, de dato 13 september 1999, van de heer S. Frankfort te Enkhuizen over de vrijstellingsprocedure annex het voorbereidingsbesluit Hoornseveer/Zuider Boerenvaart.

Burgemeester en wethouders stellen voor deze ingekomen stukken te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer Jans
(eb) bevreemdt het dat wordt voorgesteld deze brieven in de commissie te behandelen, want de raad heeft al een besluit genomen. Het enige dat nog zin heeft, is de belanghebbenden daarvan in kennis te stellen en tevens aan te geven welke beroepsmogelijkheden zij nog hebben.

De voorzitter
beaamt dat de heer Jans volkomen gelijk heeft. De beide brieven zijn echter aan de gemeenteraad gericht en behoren alleen al op grond daarvan op de lijst van ingekomen stukken te worden geplaatst. Welnu, dat traject leidt vrijwel automatisch naar een bepaalde raadscommissie, maar in dit geval zal dat aan de besluitvorming weinig of niets kunnen veranderen. Voor het volgende ingekomen stuk, nummer 9, geldt eigenlijk hetzelfde.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


9. Brief, de dato 6 september 1999, van mevrouw B.A.M. Schipper en de heer J.N. Smit te Enkhuizen over bedenkingen tegen bouwplan voor het Hemeltje.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer Hekkert
(vvd) schetst dat raadsleden soms kopieën van aan het gemeentebestuur gerichte brieven op hun privé-adres krijgen. Het gros daarvan is later op de lijst van ingekomen stukken terug te vinden, maar dat kan niet van de volgende brieven worden gezegd.


- Brief, de dato 31 augustus 1999, van mevrouw Pater en de heer Bakker.


- Brief, de dato 7 september 1999, van das (rechtsbijstand).

De voorzitster
kent de eerste brief niet, maar het schrijven van das heeft zij gezien. Dat stuk is betrokken bij de gehouden hoorzitting. Ook hier geldt dat van belang is aan wie een brief is gericht. Als een stuk aan burgemeester en wethouders is geadresseerd, wordt het door het college behandeld. Zulke brieven komen in principe niet op de lijst van ingekomen stukken terecht.

(Burgemeester De Vreeze komt ter vergadering en neemt het voorzitterschap van wethouder mevrouw Dekker over.)

De voorzitter
vermeldt dat zijn late komst verband houdt met het feit dat mevrouw Koopman vanwege haar vrijwilligerswerk dat zij gedurende 40 jaar voor het Rode Kruis heeft verricht tot ridder in de orde van Oranje-Nassau is benoemd.

De heer Hart
(eb) refereert aan de zojuist gedane uitspraak van mevrouw Dekker dat dit ingekomen stuk weinig zin meer heeft. Hij bestrijdt die zienswijze, want het bouwplan voor het Hemeltje zal straks aan de orde komen en het is zeker niet uitgesloten dat in de discussie wezenlijke vragen worden gesteld die alleen in de commissie kunnen worden beantwoord. In dat kader kan ook brief nummer 9 worden besproken.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) betoogt dat de ingekomen stukken nummers 7 tot en met 9 in ieder geval in de raadscommissie w/ro ter tafel zullen komen. Daarbij moet wel duidelijk zijn dat, zoals daarstraks is gezegd, over het bouwplan voor Hoornseveer/Zuider Boerenvaart al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot het Hemeltje geldt een geheel andere situatie. Op de in de hoorzitting naar voren gekomen bedenkingen zijn reacties gegeven. Indien die de belanghebbenden niet tevredenstellen, hebben zij op grond van de procedure de mogelijkheid om officiële bezwaarschriften indienen.

De heer Hart
(eb) acht het niet meer dan correct brief nummer 9 in de commissie ter discussie te stellen, omdat in het bouwplan zeer veel veranderingen en aanpassingen zijn aangebracht.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Het college stelt dat toch voor.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10. Brief, de dato 15 september 1999, van swov/vvn/Stichting Kinderen Voorrang!/Voetgangersvereniging/enfb over de maatregel `Bromfiets op de rijbaan'.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.

11. Brief, de dato 13 september 1999, van de heer H. van Deelen te Enkhuizen over reddingsmaterialen.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) verenigt zich met het collegevoorstel en neemt aan dat met betrekking tot de te water geraakte reddingsmaterialen in de richting van de heer Van Deelen actie is ondernomen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) betreurt dat de gemeente regelmatig reddingsmaterialen weer op de daarvoor bestemde plaatsen moet ophangen en niet alleen in de wijk waar de heer Van Deelen woont. Misschien dat in een discussie een oplossing wordt gevonden.

13. Burgemeester en wethouders hebben een verzoek om vrijstelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ontvangen voor:

het bouwen van een bedrijfsverzamelgebouw aan Het Witte Hert in opdracht van Multirelax.

Burgemeester en wethouders zijn voornemens om ten behoeve van het onderhavige verzoek de in de artikelen 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vervatte vrijstellingsprocedure te voeren.

Ingevolge artikel 19, derde lid, van voornoemde wet bestaat echter de mogelijkheid dat de gemeenteraad in plaats van burgemeester en wethouders de in het kader van de vrijstellingsprocedure noodzakelijke beslissingen neemt, indien ten minste een vijfde deel van het aantal raadsleden (in casu vier leden) daartoe de wens te kennen geeft.

Burgemeester en wethouders stellen voor:

a. in te stemmen met het voeren van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor bovengenoemd plan;

b. geen gebruik te maken van de raadsbevoegdheid zelf te beslissen, maar dat aan burgemeester en wethouders over te laten;

c. een eventuele inhoudelijke behandeling van het aangegeven bouwplan te laten plaatsvinden op 18 oktober 1999 in de raadscommissie w/ro.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

Bouwplan het Hemeltje.

Burgemeester en wethouders verwijzen naar het feit dat de gemeenteraad op 5 juli 1999 overeenkomstig artikel 19, lid 3, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft besloten zelf te beslissen omtrent het verlenen van de benodigde vrijstelling voor het bouwplan het Hemeltje.

Burgemeester en wethouders stellen, op grond van de gewijzigde plannen, aanvullende maatregelen en de algehele afweging van de bedenkingen, voor om verdere medewerking aan het bouwplan voor het Hemeltje te verlenen, door de benodigde verklaring van geen bezwaar bij gedeputeerde staten van Noord-Holland aan te vragen en na ontvangst daarvan vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen. Eén en ander overeenkomstig de bij de stukken gevoegde beoordeling en het conceptbesluit.

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd) merkt op dat in het plan heel wat aanpassingen zijn aangebracht. Haar is uit de stukken echter niet duidelijk geworden of met de bewoners van de belendende percelen nog overleg heeft plaatsgevonden.

De heer Wiersma
(cda) spijt het dat ondanks de veranderingen in het plan nog geen overeenstemming met de heer Bakker, eigenaar van de aangrenzende stolp, is bereikt. De voorgestelde oplossing om bouw tot aan de erfscheiding mogelijk te maken, lijkt de minst slechte, ook voor de heer Bakker.

Met betrekking tot de binnentuin kan worden geconstateerd dat het plan door het weglaten van de praktijkruimten aanzienlijk is verbeterd, want zodoende wordt oneigenlijk gebruik voorkomen. Overigens valt nog wel wat te zeggen over de garages die aan het einde van het perceel staan. Gelet daarop kan eigenlijk niet worden gesteld dat grotendeels wordt tegemoetgekomen aan de wens de binnentuin onbebouwd te laten.

Voor het overige is het bouwplan goed aangepast.

De heer De Geus
(rpf/sgp) brengt naar voren dat het plan na alle aanpassingen acceptabel is geworden. Resteert één probleem en dat is de vraag hoe de buurman, te weten heer Bakker, in de toekomst onderhoud aan diens pand kan uitvoeren. Volgens de rpf/sgp-fractie is dat niet goed geregeld.

De heer Jans
(eb) stemt in met de aangebrachte wijzigingen van het bouwplan. De fractie van Enkhuizer Belang ergert zich wel aan het feit dat het gewijzigde bouwplan nog niet aan de omwonenden is getoond. Bovendien schrijft de heer Van der Lee in diens overigens heldere stuk dat nog een aantal wijzigingen zàl plaatsvinden. Het is daarom verstandig dit onderwerp naar de commissie te verwijzen, zodat iedereen daar precies kan zien welke wijzigingen zijn aangebracht. In dit geval is het van belang zoveel mogelijk consensus te bereiken om te voorkomen dat de gemeente straks mogelijk met planschadeclaims wordt geconfronteerd.

De heer Boland
(d66) belicht dat het bouwplan fors is aangepast en nu lijkt te kunnen worden gerealiseerd. Overigens rijst wel de vraag of voortaan altijd op deze manier met bouwplannen dient te worden omgegaan. Bij de ontwikkeling van volgende plannen zal meer rekening moeten worden gehouden met andere belangen dan alleen het economische belang van eigenaar of projectontwikkelaar.

Over één ook door anderen reeds genoemd detail heeft de d66-fractie nog zorg en dat is de manier waarop het bouwplan aansluit op het kapgebouw van de heer Bakker. Wordt daarover nog nader overleg gevoerd?

De heer Dol
(vl/gl) rapporteert dat zijn fractie inzake de erfgrens de zorgen deelt die voorgaande sprekers hebben verwoord. Weliswaar is het in de binnenstad geen vreemd verschijnsel tot aan de erfscheiding te bouwen, maar in dit geval roept dat onderhoudsproblemen op.

Uit een brief die spreker gisteravond op zijn deurmat heeft gevonden, wordt beweerd dat de omwonenden geen inzage hebben gehad in de meest recente planwijzigingen en daarover dus geen mening hebben kunnen geven. Is deze informatie correct?

De fractie van Verenigd Links/GroenLinks is tevreden over de oplossing die voor het binnenterrein is gevonden. Het is echter de vraag of de nu geplande ruimte onbebouwd zal blijven, omdat de bestemming `erf' is in plaats van `tuin'. Wat is precies het verschil? Als de bestemming `erf' in principe een vorm van bebouwing mogelijk maakt, moet voor `tuin' worden gekozen.

De heer Bode
(pvda) voert aan dat bouwen op een locatie in de binnenstad vrijwel nooit probleemloos kan geschieden. Vandaar dat een vrij lang traject moet worden gevolgd om alle belangen goed voor ogen te krijgen en te kunnen afwegen. In dit geval wordt een voormalige stadsboerderij vervangen door woningen. Het daarvoor gemaakte, kwalitatief goede bouwplan heeft spanningen opgeroepen. Naar aanleiding van de hoorzitting is vervolgens een aangepast plan gepresenteerd. De fractie van de pvda constateert nu dat ten aanzien van binnenterrein, verkeersafwikkeling en hoogte van het gebouw duidelijke verbeteringen zijn aangebracht, maar niet aan àlle wensen kan tegemoet worden gekomen. Voor wat betreft de onderhoudsproblemen die de buurman straks zal krijgen, zijn echter voorstellen gedaan die een basis zijn om elkaar te vinden.

Alles overziende meent sprekers fractie dat nu het groene licht kan worden gegeven.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) distilleert uit de bijdragen dat de grootste zorg uitgaat naar de toekomstige onderhoudsproblemen waarmee de linkerbuurman zal worden geconfronteerd. Inmiddels is aangeboden een stenen muur tegen de houten vijzel van de heer Bakker aan te zetten, zodat onderhoud overbodig wordt. Verder is het mogelijk een mandragende goot aan te brengen, waardoor dak en goot op een eenvoudige wijze kunnen worden onderhouden. Gelet op de plaatselijke situatie zijn dat volgens het college aanvaardbare oplossingen. Als de één tot de erfgrens heeft mogen bouwen, kan het een ander niet worden verboden en dus zal men gezamenlijk tot een redelijke oplossing van de praktische problemen dienen te komen of strijdend verder moeten te gaan. Het woord is nu aan de heer Bakker, de projectontwikkelaar en de architect.

Spreekster heeft na de hoorzitting geen overleg meer met de bewoners gevoerd en wil zich afzijdig houden van het gesprek tussen de omwonenden en de projectontwikkelaar. Erfdienstbaarheid, zoals het recht van overpad, en dergelijke zijn in principe zaken die tussen de eigenaar van het complex en de buren moeten worden opgelost.

De heer Hart
(eb): Het college heeft toch de taak een bemiddelende rol te spelen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Jawel, maar daaraan zijn grenzen. Het ligt niet op de weg van de gemeente zich in de onderhandelingen tussen particulieren te mengen.

Volgens de cda-fractie doen de garages het open karakter van de binnentuin geweld aan. Op de plattegrond zijn de garages getekend op de plek waar nu een duiventil staat. Met andere woorden: ook op dit moment is de binnentuin daar niet onbebouwd.

De eb-fractie ergert zich aan het feit dat het gewijzigde plan niet is getoond. Wat is er gebeurd? Na de hoorzitting heeft de architect op verzoek van spreekster een plattegrond getekend om de nieuwe situatie aanschouwelijk te maken, in dit geval diepte, situering van de garages en tuinoppervlakte. Pas wanneer duidelijk is dat het aangepaste plan doorgang kan vinden, zullen nieuwe, officiële tekeningen worden geproduceerd.

De heer Jans
(eb): Maar dan kan de raad geen invloed meer uitoefenen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Jawel, want de raad heeft alle in de procedure te nemen beslissingen aan zich gehouden. Bovendien hebben de omwonenden wettelijk het recht om tegen het nieuwe officiële bouwplan in het geweer te komen, indien daartoe aanleiding bestaat.

De heer Jans
(eb): De raad komt dan niet meer aan bod!

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Het is de vraag of dat nodig is. Het gebouw loopt nu minder ver naar achteren door en dat is precies wat de gemeenteraad als wens heeft uitgesproken.

De heer Dol
(vl/gl): Welk besluit neemt de raad nu?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Gevraagd wordt akkoord te gaan met het voornemen de tekeningen en het verslag van de hoorzitting naar gs te sturen en te verzoeken een verklaring van geen bezwaar af te geven. Zodra die verklaring wordt ontvangen, zal de gemeente vrijstelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan verlenen. Pas daarná komt de afgifte van een bouwvergunning aan de orde.

De d66-fractie wekt de indruk dat het oorspronkelijke plan uitsluitend op basis van het economisch belang van de nieuwe eigenaar is totstandgekomen, het tegendeel is waar. Overigens meent spreekster dat het oorspronkelijke plan fraaier oogde en beter in de Boerenhoek paste, maar een meerderheid was een andere mening toegedaan.

De heer Boland
(d66): In de onderbouwing van het oorspronkelijke plan stond dat het mede was gebaseerd op de economische haalbaarheid van het geheel. Nergens werd aangegeven dat ook rekening was gehouden met wensen van de omwonenden.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Inderdaad.

De vl/gl-fractie vraagt naar het verschil tussen de bestemmingen `erf' en `tuin'.

o
De bestemming `erf' wordt voornamelijk voor achtertuinen gebruikt. Die bestemming maakt het mogelijk een schuurtje - maximaal 36 m2 - of iets dergelijks te bouwen.
o
De bestemming `tuin' wordt meestal gelegd op onbebouwde grond aan de voorkant van een gebouw; op die grond is slechts een hekje of pergola toegestaan.

Op alle achtertuinen in de binnenstad rust de bestemming `erf'. Als in het onderhavige geval de bestemming `tuin' wordt gekozen, worden aan de betrokken bewoners dus rechten ontzegd die anderen in de binnenstad wel hebben.

De heer Dol
(vl/gl): In het gebied tussen Burgwal en Oranjestraat heeft het voormalige volkstuincomplex na verkoop de bestemming `tuinen' gekregen. De bewoners mogen een schuurtje van maximaal 10 m2 neerzetten. Voor het Hemeltje zou precies hetzelfde moeten gelden.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Toch worden op die manier de rechten van de toekomstige bewoners ingeperkt. Desondanks is spreekster bereid te onderzoeken of een dergelijke beperking juridisch mogelijk is. Het resultaat daarvan zal aan de commissie worden meegedeeld.

De heer Wiersma
(cda) verzet zich tegen de suggestie van de wethouder dat tussen een duiventil en garages weinig of geen verschil bestaat. Ooit is een aanvraag van een aanwonende - het betrof een garage die tegen de genoemde duiventil zou worden gebouwd - afgewezen op grond van het argument dat het binnenterrein open moet blijven. Dergelijke aanvragen zullen niet meer simpelweg kunnen worden weggewuifd wanneer de duiventil door garages is vervangen.

De wethouder benadrukte dat na de verklaring van geen bezwaar en het verlenen van de vrijstelling nog een bouwvergunning moet worden afgegeven. Welnu, als gs die verklaring afgeeft, is het, mede gelet op de discussie in de raad, buitengewoon onwaarschijnlijk dat het gemeentebestuur de bouwvergunning kan weigeren.

De heer De Geus
(rpf/sgp) erkent dat reeds veel hobbels zijn weggenomen, maar nog niet àlles is volkomen helder. Zijn fractie vraagt dan ook na deze termijn de vergadering voor vijf minuten te schorsen om zich intern te kunnen beraden.

De heer Jans
(eb) wijst nogmaals op het risico van planschade. Als de omwonenden straks kunnen aantonen dat zij het gewijzigde plan niet hebben kunnen inzien, is dat voor de gemeente een `aardig' minpuntje! De fractie van Enkhuizer Belang dringt er met klem op aan de gehele materie in de eerstvolgende commissievergadering nog eens de revue te laten passeren.

De heer Boland
(d66) kan zich in de gegeven antwoorden vinden. Blijft over het probleem van de erfscheiding. Als na de verklaring van geen bezwaar de vrijstelling is verleend, komt de bouwvergunning aan de orde, zoals de wethouder terecht heeft opgemerkt. Spreker neemt aan dat op dat moment zal moeten worden beoordeeld of de erfscheidingsproblematiek naar behoren is opgelost. In ieder geval mag het dan niet zo zijn dat als gevolg van de verleende vrijstelling de ene partij in een sterkere positie is komen te verkeren dan de andere.

De heer Dol
(vl/gl) behoeft in deze termijn slechts één vraag te stellen. Komt ook de bouwvergunning in de raad aan de orde?

De heer Bode
(pvda) beschouwt, gehoord de gegeven toelichting, het probleem van de erfscheiding als `oplosbaar'. Los van de vraag of men het uiteindelijk nu wel of niet helemaal met elkaar eens wordt, moet worden vastgesteld dat wat nu op tafel ligt het meest haalbare is. Vandaar dat de pvda-fractie het licht op groen wil zetten. Voor de goede orde zij erop gewezen dat in het verdere traject de belanghebbenden hun rechten onverkort kunnen uitoefenen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) bevestigt de laatste woorden van de heer Bode. Zij herhaalt dat na de verklaring van geen bezwaar en de verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan het aangepaste bouwplan in de commissie aan de orde zal komen. Voorts zal het plan worden gepubliceerd en kunnen de belanghebbenden daarop reageren voordat een bouwvergunning wordt afgegeven.

De voorzitter
schorst hierna de vergadering voor vijf minuten.

(Schorsing.)

De voorzitter
heropent de vergadering en vraagt de raadsfracties zich te beperken tot het afleggen van stemverklaringen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) pleit ervoor deze zaak tot de volgende commissievergadering aan te houden, zodat daar nog eens naar de problemen van de erfscheiding en eventuele planschadeclaims kan worden gekeken. Bovendien kunnen de omwonenden dan de aangepaste tekeningen bekijken. Hopelijk kan daarna in de volgende raadsvergadering worden besloten de stukken naar gs te sturen.

De heer Hekkert
(vvd) volstaat met de mededeling dat zijn fractie vrede met het nu voorliggende plan kan hebben.

De heer Wiersma
(cda) hecht sterk aan overeenstemming met de
omwonenden/belanghebbenden, omdat dan allerlei procedures worden voorkomen. Vandaar dat zijn fractie zich best een maand vertraging wil getroosten om dat te bereiken.

De heer Jans
(eb) prijst zich gelukkig te kunnen constateren dat het eb-voorstel een aantal medestanders heeft gekregen!

De heer Boland
(d66) kwam na de beantwoording van de wethouder tot de conclusie dat hoe dan ook nog over deze kwestie zal worden gesproken. Voor hem is dat voldoende om akkoord te gaan met het collegevoorstel nu bij gs de verklaring van geen bezwaar aan te vragen.

De heer Dol
(vl/gl) verwacht nog een antwoord op zijn vraag.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Excuus. Na ontvangst van de verklaring van geen bezwaar neemt het college de nodige besluiten. Spreekster is echter graag bereid toe te zeggen dat het enige dan nog van belang zijnde punt, te weten het welstandsaspect, in de raadscommissie w/ro aan de orde zal worden gesteld.

De heer Dol
(vl/gl) verklaart dat hij op grond van die toezegging kan instemmen met het collegevoorstel de procedure nu voort te zetten.

De heer Bode
(pvda) vindt in de gevoerde discussie geen aanleiding om het eerder verwoorde pvda-standpunt te wijzigen.

De voorzitter
concludeert dat

a. na ontvangst van de verklaring van geen bezwaar het welstandsaspect met de raadscommissie w/ro en de omwonenden/belanghebbenden zal worden besproken; b. de fracties van de vvd, d66, vl/gl en de pvda het collegevoorstel steunen, zodat het met 9 tegen 7 stemmen is aanvaard.

De heer Dol
(vl/gl) ontdekte dat voorstel nummer 119, Aankoop zwarte loods Kade 25, wel op de commissieagenda stond maar op de raadsagenda ontbrak. De reden daarvan heeft hij nergens kunnen vinden.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) verontschuldigt zich voor het feit dat zij bij de aanvang van de vergadering heeft verzuimd uit te leggen waarom voorstel 119 van de raadsagenda is afgevoerd. Over de aankoop van de loods zijn vragen gesteld, vandaar dat in overleg met de Dienst der Domeinen, die de loods verkoopt, is besloten de behandeling van het voorstel een maand uit te stellen.

De heer Hart
(eb) verzoekt dan tevens aan te geven hoe hoog de saneringskosten zullen zijn.

De voorzitter
: Akkoord, er zal een indicatie worden gegeven.


5. Verkoop grond achter Dreef 21.

(Voorstel nummer 23, 1999.)

De heer Wiersma
(cda) kondigt aan niet aan de beraadslagingen over dit voorstel te zullen deelnemen en ook zal hij zich van stemming onthouden.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.


6. Beëindiging raamovereenkomst betreffende

de stedenband met Ustka (Polen).

(Voorstel nummer 79, 1999.)

De heer Boland
(d66) zet uiteen dat de wijze waarop de stedenband met Ustka moet worden beëindigd te betreuren valt. Misschien had eerder een discussie moeten plaatsvinden over de vraag wat deze raad van de stedenband verwachtte. Op dit moment moet, helaas, worden geconstateerd dat het geen zin heeft de stedenband in stand te houden. Vervolgens rijst de vraag of het dan wel zinvol is uitvoering te geven aan punt 2 van het ontwerpbesluit, te weten in plaats van de stedenband een vriendschapsrelatie met de gemeente Ustka aan te gaan. Er is immers niet van gedachten gewisseld over de vraag welke inhoud daaraan zal worden gegeven en dus is sprake van een loos gebaar en dat dient achterwege te blijven.

De heer Dol
(vl/gl) verwoordt teleurstelling over het feit dat de stedenband met Ustka niet kan worden gecontinueerd, maar de wijze waarop in het collegevoorstel de relatie wordt beëindigd is nogal bot. Het daaraan gekoppelde voorstel, te weten het aangaan van een vriendschapsrelatie, klinkt sympathiek, maar daarvoor zijn geen middelen geboekt. In de afgelopen zeven à acht jaar hebben op velerlei gebieden - sport, cultureel en kunst - contacten tussen Ustka en Enkhuizen plaatsgevonden en ook in het persoonlijke vlak is daarvan sprake geweest. Zo'n relatie kan men niet zonder meer afkappen. Vandaar dat spreker voor het aangaan van een vriendschapsrelatie, zoals ook met Gosen in Japan bestaat, ten minste een pm-post wil opnemen. Op een dergelijke post kan een beroep worden gedaan wanneer mensen uit Ustka moeten worden ontvangen.

De heer Hart
(eb) verheelt niet dat de fractie van Enkhuizer Belang nooit in vuur en vlam heeft gestaan voor de stedenband met Ustka. Desondanks wekt de wijze waarop het college de stedenband wil beëindigen verwondering. De eb-fractie geeft burgemeester en wethouders in overweging met een evaluatie te komen die de raad een beter inzicht geeft in datgene wat is bereikt met het geld dat Enkhuizen in de afgelopen jaren beschikbaar heeft gesteld.

De heer De Geus
(rpf/sgp) toont zich verrast door de voortvarende manier waarop dit collegevoorstel tot stand is gekomen.

Ook de rpf/sgp-fractie is van oordeel dat de stedenband geen vruchtbare samenwerking heeft opgeleverd, zij het dat goede contacten op sportief en cultureel gebied zijn ontstaan; die zullen waarschijnlijk worden gecontinueerd, wat de raad ook besluit.

Niet duidelijk is wat met het aangaan van een vriendschapsrelatie wordt bedoeld. Het raadsvoorstel lezende krijgt men de indruk dat moet worden gedacht aan `living apart together'! Graag een nadere toelichting.

Kortom: jammer dat het zo is gelopen, maar ook volgens de fractie van de rpf/sgp is onvoldoende grond aanwezig om de huidige stedenband intact te laten.

De heer Van Doornik
(cda) haalt naar voren dat de stedenband niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Vanuit Ustka werd niet gereageerd zoals men hoopte; bijzonder jammer, te meer daar de gemeente Enkhuizen zich in hoge mate heeft ingespannen om verenigingen en particulieren naar Ustka te laten gaan. Hoe dan ook, het college stelt terecht vast dat in Ustka kennelijk onvoldoende belangstelling voor de stedenband bestaat en derhalve is het verstandig de band te verbreken.

Burgemeester en wethouders stellen voor de stedenband om te zetten in een vriendschapsrelatie. Als de raad dat wil, zullen daarvoor financiële middelen moeten worden gevoteerd. In de commissie is echter gebleken dat die intentie niet bestaat en dan is het verstandiger niet aan een nieuwe relatie te beginnen.

De heer Hekkert
(vvd) onderschrijft dat aan de stedenband met Ustka een einde moet worden gemaakt. De gemeente Enkhuizen heeft zich nogal druk gemaakt om inhoud te geven aan de stedenband, terwijl van de kant van Ustka weinig of geen initiatieven in die richting zijn ontplooid.

De heer Boland bracht terecht naar voren dat deze raad eigenlijk nooit goed aangaf wat van de stedenband mocht worden verwacht. Toch is inmiddels wel duidelijk geworden dat niet aan de verwachtingen wordt voldaan. Evalueren om te kunnen vaststellen hoe het zover is gekomen, heeft echter geen zin, omdat nooit heldere doelen zijn geformuleerd. Hieruit moet lering worden getrokken.

Ook de fractie van de vvd wil graag weten welke inhoud aan een vriendschapsband zal worden gegeven en of daarvoor een potje beschikbaar moet worden gesteld, iets waarvan sprekers fractie vooralsnog geen voorstandster is.

Tot slot. In deze gemeente bestaat de Stichting Stedenband Enkhuizen - Ustka. Wordt zij na aanvaarding van het onderhavige raadsvoorstel geliquideerd?

De heer Bode
(pvda) roept in herinnering dat een jaar geleden in het kader van een evaluatie is gezegd dat nog een bepaalde periode zal worden afgewacht of vanuit Ustka initiatieven worden ontplooid dan wel een invulling aan de stedenband wordt gegeven. Dat is niet het geval geweest en dus is het verstandig de huidige relatie te beëindigen.

Ten aanzien van het voorstel een vriendschapsband aan te gaan, heeft spreker het gevoel dat twee mensen die tot een scheiding hebben besloten tegen elkaar zeggen dat zij vrienden willen blijven. Het is beter dat niet officieel uit te spreken, maar die mogelijkheid wel open te houden.

De heer Boland
(d66): Wat de heer Bode heeft gezegd over gescheiden mensen die vrienden willen blijven, spreekt weliswaar aan, maar leest de pvda-fractie dat in punt 2 van het ontwerpbesluit? Daar staat iets anders:

`2. Het gemeentebestuur van Ustka uit te nodigen tot het aangaan van een vriendschapsrelatie.'

De heer Bode
(pvda): Vanzelfsprekend blijft het mogelijk dat in de toekomst vriendschappelijke relaties tussen bestuurders, verenigingen enzovoort blijven bestaan, maar dat moet men niet afspreken. Eigenlijk bevat punt 2 een aantal vriendelijke woorden om het afscheid wat te verzachten.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) reageert als volgt. In 1990 besloot het gemeentebestuur van Enkhuizen aandacht te besteden aan de ontwikkelingen in Oost-Europa, en wel via een stedenband met een gemeente aldaar, in dit geval Ustka. Het was de bedoeling

·
de West-Europese en de Oost-Europese cultuur met elkaar in contact te brengen;
·
na de vernietiging van het communistische systeem de betrokken Oost-Europese gemeente te ondersteunen bij de opbouw van een nieuw, democratisch en economisch systeem;
·
na te gaan op welke manier bevolkingsgroepen in beide gemeenten met elkaar in contact zouden kunnen worden gebracht.

Met name op het gebied van de gezondheidszorg en het onderwijs hebben de gemeente Enkhuizen en haar gemeenschap belangrijke bijdragen geleverd. Voorts heeft een uitwisseling van bevolkingsgroepen plaatsgevonden, waarbij niet alleen aan de gezondheidszorg en het onderwijs, maar ook de sport moet worden gedacht. Overigens gaan nog steeds mensen en groepen naar Ustka en lang niet altijd in het kader van de stedenband.

Ondanks alle positieve aspecten wordt voorgesteld de stedenband te beëindigen. Bestuurlijk blijken in Ustka onvoldoende mogelijkheden te bestaan om nieuwe voorstellen aan te dragen, zoals Enkhuizen in het verleden heeft gedaan. Tijdens een vorig jaar afgelegd bezoek hebben twee Enkhuizer collegeleden dat probleem heel helder in Ustka aangekaart, maar daarop is, helaas, onvoldoende gereageerd. Vandaar het voorstel de stedenband nu op te heffen.

Burgemeester en wethouders lijkt het een goede zaak wel de vriendschapsbanden die op verschillende gebieden tussen beide gemeenten zijn ontstaan te behouden. Een officiële vriendschapsrelatie maakt het mogelijk dat het Enkhuizer gemeentebestuur mensen en groepen uit Ustka op een representatieve manier ontvangt. Op zich is dat niets nieuws, want ook met de plaatsen Gosen in Japen en Kappeln in Duitsland wordt een dergelijke relatie onderhouden. Wanneer mensen uit die plaatsen een (zakelijk) bezoek aan Enkhuizen brengen, worden zij ook op het stadhuis ontvangen. De daaraan verbonden kosten worden bestreden uit de bestaande post `representatie'. Welnu, het college stelt voor op dezelfde basis een vriendschapsrelatie met Ustka aan te gaan. Overigens is het niet de bedoeling dat leden van het Enkhuizer gemeentebestuur of verenigingen op kosten van de gemeentekas naar Ustka gaan. Dergelijke bezoeken zullen in de persoonlijke sfeer dienen te geschieden. Het is dus niet nodig in de gemeentebegroting een aparte post ten behoeve van de vriendschapsrelatie met Ustka op te nemen.

De heer Hekkert vraagt naar de toekomst van de Stichting Stedenband Enkhuizen - Ustka. De stichting is autonoom en bepaalt dus zelf of opheffing al dan niet opportuun is. Spreker is bekend dat het stichtingsbestuur nog geen plannen in die richting heeft. Nieuwe initiatieven zullen overigens niet worden ontwikkeld, maar de twee volgende, in het verleden vastgelegde activiteiten zullen nog wel plaatsvinden.

>
Vanuit de gemeente Enkhuizen zal nog een bezoek aan Ustka worden gebracht om het door deze gemeenteraad genomen besluit toe te lichten.
>
In het kader van een uitwisseling zal een kunsttentoonstelling worden georganiseerd.

De heer Boland
(d66) bedankt de portefeuillehouder voor diens uitgebreide, heldere beantwoording. Jammer dat de uitleg die wethouder Knukkel aan het begrip `vriendschapsrelatie' heeft gegeven, waarmee de d66-fractie trouwens prima uit de voeten kan, niet in het raadsvoorstel is opgeschreven.

De heer De Geus
(rpf/sgp) stipt aan dat de uitleg van de wethouder tot tevredenheid stemt. Nu is in ieder geval duidelijk geworden wat onder een vriendschapsrelatie moet worden verstaan.

Van deze gelegenheid maakt spreker gebruik een opmerking te maken die wellicht wat prematuur is. Als het college van plan is op zoek te gaan naar een andere stedenbandpartner zal het buitengewoon plezierig zijn als een gemeente wordt gekozen waarmee deze raad kan communiceren.

De heer Van Doornik
(cda) dankt de wethouder voor diens uitvoerige antwoorden. Het wollige begrip `vriendschapsrelatie' heeft een wat meer concrete invulling gekregen.

De heer Bode
(pvda) spreekt zijn bewondering uit voor de wijze waarop wethouder Knukkel het begrip `vriendschapsrelatie' inhoud heeft gegeven.

De voorzitter
: De heer Knukkel werd in de raadscommissie ab/ez node gemist!

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


7. Beschikbaarstelling krediet ten behoeve van het veranderproces:


- het veranderproces;

(Voorstel nummer 110, 1999.)


- het uitvoeringskrediet voor het loket `bouwen en wonen';

(Voorstel nummer 110a, 1999.)


- de bedrijfsvoering (euro en millen
nium).

(Voorstel nummer 110b, 1999.)

De heer Tesselaar
(eb) vangt zijn spreekbeurt aan met de constatering dat de opdeling van het oorspronkelijke voorstel de zaak een stuk duidelijker heeft gemaakt.

Kosten bedrijfsvoering, voorstel 110b.
De fractie van Enkhuizer Belang heeft over dit onderdeel geen opmerkingen te maken.

Overheidsloket 2000, voorstel 110a.
Spreker neemt aan dat het bedrag van ¦ 65.000,-- voor de avondopenstelling van het loket is verwerkt in het totale krediet van ¦ 150.000,--. De eb-fractie doet de suggestie de op de loonlijst staande gemeentelijke adviseur, die een lange ambtelijk staat van dienst bij deze gemeente achter de rug heeft, in te schakelen en op die manier de kosten te drukken.

Veranderproces, voorstel 110.
De eb-fractie heeft nog steeds grote moeite met datgene wat over cultuur en structuur van de organisatie is geschreven. Vanzelfsprekend is de fractie niet tegen veranderingen, integendeel. Toen de vvd-fractie een wethouder leverde, werd zelfs gehoopt dat het roer van het gemeentelijke schip een paar graden zou omgaan, maar helaas moet nu worden geconstateerd dat het feitelijk stuurloos ronddobbert.

De essentie van het voorstel is een bedrag van
¦ 400.000,-- beschikbaar te stellen voor veranderingen in de top van de organisatie die de top zèlf moet bewerkstelligen; een dood geboren kindje! In dat kader is een externe projectsecretaris aan het managementteam toegevoegd en staat een workshop van twee dagen op het programma. Dat alles kan best nuttig zijn, maar men mag sterk betwijfelen of via die weg fundamentele veranderingen zullen optreden.

De heer Boland
(d66) houdt dezelfde volgorde aan als de heer Tesselaar.

Kosten bedrijfsvoering.
Met dit onderdeel kan de d66-fractie zonder meer instemmen.

Overheidsloket 2000.
Verheugend dat de avondopenstelling nog een keer apart aan de orde zal worden gesteld. Op dat moment zal spreker het standpunt van zijn fractie kenbaar maken. Het voorstel geeft verder geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Veranderproces.
Het college heeft duidelijk gemaakt wat financieel gezien bij welke post hoort en hoe die zal worden aangewend. Toch moet worden vastgesteld dat nu een cheque wordt gevraagd voor een proces waarmede de raad achteraf niet meer te maken zal krijgen. Spreker mist in het collegestuk de eindtermen die men met het gevraagde krediet wil bereiken. Zo staat onder het kopje `De cultuur van de organisatie':

`. . . dat de uitwerking van dit traject door ons college gevolgd en getoetst zal worden.'

Op grond waarvan wordt getoetst?

Ter verbetering van het instrumentarium is een aantal werkgroepen in het leven geroepen. Prima, maar onduidelijk is waar die groepen moeten eindigen en is evenmin helder aan de hand waarvan de raad kan zien of men al dan niet in de oorspronkelijke opzet is geslaagd.

In een commissievergadering is het tijdpad als risicofactor genoemd. Als het tijdpad niet kan worden aangehouden, kunnen daaruit onvoorziene kosten voortvloeien. In een nadien gehouden commissiebijeenkomst is met betrekking tot het tijdschema desgevraagd geantwoord dat het naar de indruk van het college wel goed gaat. Dat straalt geen groot vertrouwen uit!

In de alinea `Ter afronding' schrijven burgemeester en wethouders onder meer:

`Wij realiseren ons dat wij op bovenstaande wijze veel informatie hebben gegeven.'

Klopt, maar betwijfeld mag worden of de gegeven informatie essentieel en volledig is.

`Wij beraden ons nog op de wijze waarop uw raad, dan wel de raadscommissie ow/sv nadrukkelijker bij dit, voor een deel intern proces, betrokken kan blijven.'

Graag, waarbij duidelijk moet zijn waar het geheel eindigt en wanneer dat kan worden gecontroleerd.

De heer Wiersma
(cda) poneert de stelling dat cultuur en structuur van een organisatie altijd onderwerpen van kritische beschouwingen dienen te zijn. Het college wil meer bedrijfsmatig opereren en dat is een goede zaak. Tegen deze achtergrond is het jammer dat burgemeester en wethouders ten aanzien van de procesbeschrijvingen moet erkennen dat

`een aantal mensen zelfs na lang aandringen nog niet hun proces heeft beschreven.'

Kennelijk legt het college zich zuchtend en/of verdrietig bij deze situatie neer. Waarom wordt die cultuur niet flink aangepakt en structuur gecreëerd waarin zoiets absoluut onmogelijk is?

Daarstraks is al opgemerkt dat de uitwerking van het traject zal worden gevolgd. Op zich prima, maar veel belangrijker zijn de resultaten die het publiek en de raad straks zullen kunnen waarnemen. De cda-fractie wacht die met spanning af.

In het personeelsblad `Interactief' is over het loket 2000 onder andere het volgende geschreven.

`De voorbereidingen loket `bouwen en wonen' in volle gang. Ook in Enkhuizen wordt gewerkt aan de invoering van zo'n loket. Voor het opzetten van het loket is een adviesbureau ingeschakeld. Dit bureau start volgende week met het inventariseren . . . '

Een wat merkwaardige mededeling, want de raad moet daarover vanavond nog een besluit nemen. Met andere woorden: in het artikeltje had ten minste een voorbehoud moeten worden gemaakt. Ook op dit punt moet een cultuuromslag plaatsvinden.

Voor het overige wenst de fractie van het cda het college en het ambtelijk apparaat veel succes toe.

De heer Dol
(vl/gl) herhaalt het standpunt dat hij in de gecombineerde commissievergadering naar voren heeft gebracht, te weten ondersteuning van de drie raadsvoorstellen die nu aan de orde zijn. In alle stukken miste hij helaas de raadsbetrokkenheid die toch van groot belang is. Als raadslid wenst hij bij het proces te worden betrokken en niet pas achteraf van de ontwikkelingen op de hoogte te worden gesteld, een mening die door alle commissieleden is onderschreven. Overigens werd tijdens die bijeenkomst zeer veel helderheid gegeven. De openheid was zó groot dat zelfs de fractie van Enkhuizer Belang die niet alles helemaal snapte toch haar fiat gaf.

Vanavond is het woord `eindtermen' gevallen. Spreker begreep in de commissie dat de organisatie een aantal jaren had stilgestaan en nu in beweging was gekomen. Er zijn nu plannen voor de toekomst gemaakt. Een ontwikkeling die van belang is, waarbij ervoor dient te worden gezorgd dat de zaak in ontwikkeling blijft. Hopelijk zal daarvoor op de nieuwe gemeentebegroting een post worden opgenomen om in de toekomst `achterstallig onderhoud' te kunnen voorkomen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) ondersteunt de stelling van burgemeester en wethouders dat met betrekking tot de gemeentelijke organisatie een heroriëntatie nodig is. Daarin spelen meerdere elementen een grote rol, bijvoorbeeld


-
bedrijfsmatig(er) werken;

-
klantvriendelijk opereren;

-
goede communicatie;

-
meer controle op uitgaven;

-
beter budgetbeheer.

Na de vorige discussie is gespecificeerd hoe het bedrag van ¦ 400.000,- in het kader van het veranderingsproces zal worden besteed. Op één prangende vraag is echter nog geen duidelijk antwoord gekomen en dat is of het tijdschema kan worden aangehouden. Als het proces langer loopt dan gepland, zullen de kosten van, bijvoorbeeld, de projectsecretaris oplopen.

In tegenstelling tot de heer Dol hoopt de fractie van de rpf/sgp dat in de begroting voor volgend jaar géén post voor het veranderingsproces zal prijken; het veranderingsproces moet immers in dìt kalenderjaar worden afgerond. Het bedrag van ¦ 400.000,-- heeft trouwens een taakstellend karakter meegekregen. De fractie wil niet moeilijk doen als later blijkt dat nog een aanvullend bedragje nodig is, maar daarbij denkt zij beslist niet aan honderdduizenden guldens!

De heer Hekkert
(vvd) begint zijn betoog met in de richting van de eb-fractie op te merken dat het gemeentelijke apparaat echt niet stuurloos is!

De heer Tesselaar
(eb): Niet het apparaat is stuurloos, maar het college!

De heer Hekkert
(vvd): O.

Veranderproces, voorstel 110.
In een vorige vergadering heeft met name de vvd-fractie aangedrongen op een bespreking van dit raadsvoorstel in de commissie; het gaat immers om een enorm bedrag. Nadien is een betere onderbouwing van dit op zich belangrijk proces gegeven. Kernpunten daarin zijn:

4
planning;

4
meetpunten;

4
(tijd)schema;

4
betrokkenheid van de raad.

De fractie is nu bereid het gevraagde krediet ad ¦ 400.000,--- beschikbaar te stellen en wil zelfs niet uitsluiten dat in de komende periode nogmaals bedragen nodig zullen zijn.

Overheidsloket 2000, voorstel 110a.
Voor dit loket, dat ook een avondopenstelling kent, wordt een krediet gevraagd waarin een bepaald bedrag voor een particuliere beveiligingsdienst is opgenomen. De fractie van de vvd voelt er echter niets voor bewakers te laten surveilleren en dringt erop aan dusdanige àndere beveiligingsmaatregelen te nemen dat de veiligheid is gewaarborgd.

Kosten bedrijfsvoering, voorstel 110b.
Dit deel van het collegevoorstel roept geen commentaar op.

De heer Bode
(pvda) gaat allereerst op voorstel 110a in.

Overheidsloket 2000.
Het overheidsloket is ook 's avonds geopend en dan is een iets andere situatie aan de orde dan overdag. Aan een vorm van beveiliging zal niet kunnen worden ontkomen, maar het is de vraag of het inhuren van een particuliere beveiligingsdienst dè oplossing is. In ieder geval is het verstandig te bekijken welke alternatieven op dit gebied voorhanden zijn.

Veranderproces.
Ook de fractie van de pvda is gelukkig met het feit dat de totale materie in drie onderdelen is gesplitst, want nu is helder waaraan de verschillende bedragen zullen worden besteed. Er heeft een analyse van de organisatie plaatsgevonden en vervolgens zijn op enig moment een programma en een plan van aanpak geformuleerd. Een raadsmeerderheid stemt in met het voorstel daaraan de gereserveerde ¦ 400.000,-- uit te geven. De fractie hoopt dat het college en het projectmanagement voortvarend leiding geeft aan de realisering van de aangegeven doelstellingen.

De raad moet zich niet willen bemoeien met de te nemen concrete stappen, toe te passen methodieken et cetera, maar dient wel een sturingsmogelijkheid te hebben, in die zin dat de resultaten worden bereikt die de raad wenst. Volgens de pvda-fractie kan dat alleen wanneer vooraf ten minste een tiental meetbare criteria is geformuleerd, zodat over, bijvoorbeeld, twee jaar kan worden beoordeeld of de vlag er dan inderdaad bijstaat zoals nu wordt beoogd. Kortom: de effecten moeten op een objectieve manier zichtbaar kunnen worden gemaakt.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) zal het op prijs stellen als de voorzitter straks de gemeentesecretaris de gelegenheid geeft om een aantal inhoudelijke antwoorden te geven.

Kosten bedrijfsvoering, voorstel 110b.
Spreker heeft beluisterd dat iedereen met dit raadsvoorstel akkoord gaat.

Overheidsloket 2000, voorstel 110a.
Met name over de inrichting van het loket `bouwen en wonen' zijn enkele essentiële opmerkingen gemaakt. Zo is naar voren gekomen dat een adequate beveiliging van het loket, waarbij aan de avonduren moet worden gedacht, niet per se in de personele sfeer behoeft te worden gezocht. In overleg met de betrokken ambtelijke medewerk(st)ers zal worden bekeken hoe het voor de beveiliging bestemde bedrag het beste kan worden aangewend.

De heer Boland
(d66): Nu ontstaat misschien een misverstand. In de stukken wordt met betrekking tot het overheidsloket 2000 níét over beveiliging gesproken. Alleen in relatie met de avondopenstelling van de afdeling dienstverlening bevolking wordt iets over beveiliging gezegd. De dekking daarvan is echter niet in voorstel 110a opgenomen, maar in het veranderingsproces, en wel bij - hierdoor is wellicht de verwarring ontstaan - de wèrkgroep `overheidsloket 2000'. Wel is in voorstel 110a geschreven dat dit punt later aan de orde zal komen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): De heer Boland heeft gelijk. Over de openstelling van het loket dienen nog besluiten te worden genomen en verder zal deze aangelegenheid in het kader van de begroting 2000 nog aan de orde komen. Spreker heeft nu slechts willen aangeven dat nog zal worden bekeken op welke wijze de gewenste beveiliging het beste kan worden gerealiseerd.

Veranderproces, voorstel 110.
Het college verontschuldigt zich voor de manier waarop het veranderingsproces in de vorige raadsvergadering is gepresenteerd. Met name de heer Boland wees er toen op dat de raad feitelijk werd gevraagd een sprong in het duister te maken. Vandaar dat het raadsstuk naar de commissie werd terugverwezen. Daar is tot tevredenheid van de commissieleden zeer veel duidelijk gemaakt. De gegeven informatie had hoofdzakelijk tot doel de raadsbetrokkenheid te vergroten, maar het was en is zeker niet de bedoeling de raad met allerlei technische details lastig te vallen. Wel dient helder te zijn

G
welke doelstellingen worden nagestreefd;
G
of het tijdschema kan worden aangehouden;
G
op welke tijdstippen verantwoording zal worden afgelegd.

Getracht zal worden de informatie zoveel mogelijk via de raadscommissie ow/sv te geven. Wanneer belangrijke mededelingen moeten worden gedaan, zullen àlle raadsleden worden uitgenodigd een vergadering van die commissie bij te wonen.

De gemeentesecretaris
vult de beantwoording van wethouder Knukkel als volgt aan.

De heer Tesselaar vraagt zich af of het wel echt nodig is om ¦ 400.000,-- uit te geven aan een cultuur- en structuurverandering in de top van de organisatie. Wat is de bedoeling? De leiding van de organisatie moet eerst naar zichzelf kijken, daarna gaat het middenkader cursussen volgen en ten slotte moet sprake zijn van een olievlekwerking die zich tot en met de werkvloer uitstrekt. Het gaat dus niet alleen om veranderingen in de organisatietop, integendeel.

De heer Boland had eerder het gevoel dat een blanco cheque werd gevraagd. Eén en ander is nu gepreciseerd, maar de einddoelen zijn nog niet helemaal duidelijk. Ten aanzien van een aantal onderdelen kunnen zeker eindtermen worden geformuleerd, zoals in de structuurdiscussie is uiteengezet. De effecten van andere processen, zeker die het instrumentarium betreffen, zijn echter lang niet altijd meetbaar. De heer Wiersma heeft terecht gezegd dat uiteindelijk de klant beoordeelt of een andere manier van werken en organiseren de gewenste cliëntgerichtheid heeft opgeleverd. Wel mag worden vastgesteld dat de gemeente op de goede weg is, waarbij aan de verlengde loketopenstelling moet worden gedacht; de effecten daarvan zijn onderzocht. Het lijkt verstandig tijdens de informatievoorziening aan de raad te vragen welke einddoelen precies worden beoogd.

Meerdere fracties hebben iets gezegd over de betrokkenheid van de raad bij het gehele veranderingsproces. Men wil, volkomen terecht, regelmatig worden bijgepraat. Wellicht is het een goede gedachte het veranderingsproces als vast punt op de agenda van de raadscommissie ow/sv te zetten. Tijdens die gelegenheden kunnen niet alleen de portefeuillehouder en spreker toelichtingen geven, maar ook mensen van de werkvloer aan het woord komen.

De heer Wiersma signaleert dat niet alle procesbeschrijvingen tot stand zijn gekomen. Het verhogen van de bedrijfsmatigheid is één van de aspecten van het veranderingsproces. Nog belangrijker is dat op een open en adequate manier met elkaar wordt (samen)gewerkt en gecommuniceerd. Iedereen moet daarop kunnen worden afgerekend. In algemene zin kunnen de pijlers van het veranderingsproces als volgt worden beschreven.

H
In een goede organisatie werkt men plezierig en weet iedereen wat men aan de collega's heeft.
H
Als gevolg daarvan ontstaat vanzelf een grotere output en wordt meer cliëntgericht gewerkt.

Sommige fractievoorzitters hebben ervoor gepleit in volgende begrotingen een vaste post voor `organisatieonderhoud' op te nemen. Prima! Sinds 1992, toen het huidige sectorenmodel is ingevoerd, zijn te weinig tijd en middelen beschikbaar gesteld om de organisatie up-to-date te houden. Dat wreekt zich nu. Met een vaste post kan worden voorkomen dat incidenteel grote bedragen moeten worden gevoteerd, zoals thans het geval is.

De heer De Geus vraagt of het tijdschema kan worden aangehouden. Sommige zaken liggen goed op schema, maar in andere gevallen kan dat niet gemakkelijk worden vastgesteld. Uit `de beginselverklaring' in het plan van aanpak blijkt dat het veranderingsproces geen geschiedenis mag worden die zich jarenlang voortsleept. Het is echter niet eenvoudig om per project een exacte einddatum te noemen. Het uitgangspunt is dat in het eerste kwartaal van het jaar 2000 het plan van aanpak grotendeels tot uitvoering moet zijn gebracht.

De heer Hekkert noemde in zijn betoog planning en meetpunten. Daarstraks is reeds uitgelegd dat het voor bepaalde onderdelen goed mogelijk is meetpunten in te bouwen, maar dit geldt niet voor alles. De non-profitsector functioneert nu aanmaal iets anders dan het bedrijfsleven. Bovendien blijft het een moeilijke zaak bij de buitenwacht de output van de organisatie te meten. Desondanks is het de moeite waard een poging te wagen.

Tot slot. In de organisatie, de projectgroep en het mt wordt enthousiast aan deze materie gewerkt. Spreker vertrouwt erop dat één en ander tot een goed einde zal worden gebracht binnen de door de raad beschikbaar gestelde kredieten. Dit laat onverlet dat in de toekomst onderhoud van de organisatie noodzakelijk is. Organiseren is immers een continu proces.

De heer Tesselaar
(eb) vestigt de aandacht op de volgende drie punten.


1. De wethouder heeft niet gereageerd op de eb-suggestie inzake de gemeentelijke adviseur.

2. Volgens de gemeentesecretaris liggen de problemen ook op de werkvloer, maar die zienswijze moet worden bestreden. In dit geval zijn de top en, misschien, het middenkader verantwoordelijk. Niemand van die categorieën zal echter zelf een beul kiezen!
3. Kennelijk probeert dit gemeentebestuur het wiel opnieuw uit te vinden. Waarom? Enige jaren geleden heeft een onafhankelijk bureau een quickscan van de organisatie gemaakt. In het desbetreffende rapport, dat om een onduidelijke reden onder de pet wordt gehouden, is toch precies aangegeven wat er met de organisatie mis is?

Conclusie: als het college daadkrachtig sturing aan de organisatie zou hebben gegeven, was dit raadsvoorstel niet nodig geweest.

De heer Boland
(d66) hoorde tot zijn genoegen dat in de organisatie met enthousiasme aan het veranderingsproces zou worden gewerkt.

In de beantwoording van zowel de wethouder als de gemeentesecretaris is voldoende begrip voor de geuite kritiek naar voren gekomen. Bij volgende gelegenheden zal hij daarover graag verder praten.

De heer Wiersma
(cda) leidt uit de mededeling over de olievlekwerking af dat de mensen op de werkvloer geen cursussen zullen volgen, maar hun kennis via het middenkader moeten vergaren. Dat is zijns inziens een wat gevaarlijke benadering.

Volgens de gemeentesecretaris is het soms moeilijk objectief te meten. Spreker geeft in overweging een breed onderzoek naar de tevredenheid onder burgers en medewerk(st)ers te houden. De resultaten daarvan moeten als nulsituatie worden beschouwd waarmee toekomstige situaties kunnen worden vergeleken. Ook is het mogelijk een klachtenlijn op te zetten.

De heer Dol
(vl/gl) onderdrukt de neiging te reageren op de in tweede instantie geleverde bijdragen van de fracties van Enkhuizer Belang en het cda!

Als het goed is zal de betrokkenheid van raads- en commissieleden niet stoppen bij het informeren van de raadscommissie ow/sv. Het veranderingstraject vergt meer dan alleen op commissieniveau bijpraten. Hopelijk wordt daarvoor een goede modus gevonden.

De heer De Geus
(rpf/sgp) vergat in de eerste termijn expliciet te zeggen dat de fractie van de rpf/sgp met de voorstellen 110a, Overheidsloket 2000, en 110b, Kosten bedrijfsvoering, volledig akkoord gaat.

Ook met voorstel 110, Het veranderproces, kan de fractie instemmen. Gelukkig heeft de gemeentesecretaris bevestigd dat de huidige plannen binnen de beschikbaar gestelde bedragen kunnen worden verwezenlijkt. Tevens is daarbij het tijdpad geschilderd.

Het lijkt zeker zinvol na te denken over de suggestie van de heer Wiersma, te weten het uitvoeren van een zogenaamde `nulmeting'.

Hopelijk kan de gemeentesecretaris diens in de beantwoording getoonde enthousiasme op alle medewerk(st)ers van de gemeente overbrengen.

De heer Bode
(pvda) beluisterde in de reactie van de gemeentesecretaris op het verzoek aan de hand van concrete punten de resultaten af te meten dat daaraan op het gebied van de structuur zeker kan worden voldaan. Dat zou echter niet of aanzienlijk moeilijker kunnen als het om cultuurverandering gaat. Spreker huldigt een tegengestelde mening en vraagt een aantal punten te formuleren op basis waarvan metingen mogelijk zijn.

Over de betrokkenheid van de raad denkt de pvda-fractie iets anders dan de wethouder heeft verwoord. Uiteraard is de cultuur die in een organisatie heerst een afspiegeling van de cultuur in het hoogste orgaan. Dat is niet het college van burgemeester en wethouders maar de gemeenteraad. De raad moet ook in dit geval doen waarvoor deze is aangesteld en dat is besturen, dus

F
de doelstellingen van het veranderingsproces formuleren; F
vaststellen welke kosten daarmee gemoeid mogen zijn; F
aan de hand van de geformuleerde criteria en de tussenrapportages beoordelen of nog steeds de goede weg wordt bewandeld.

De commissie moet niet over het veranderingsproces meepraten. Eén van de gewenste cultuurwijzigingen is dat de raad efficiënter opereert. Deze dient zich daarom te beperken tot het formuleren van heldere doelstellingen waarop dagelijks bestuur en ambtelijke apparaat kunnen worden afgerekend.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) bespeurt dat hij slechts twee sprekers behoeft te antwoorden.

In de richting van de heer Tesselaar moet worden gezegd dat conform een raadsbesluit de activiteiten van de bedoelde gemeentelijke adviseur búíten de gemeente plaatsvinden.

De genoemde quickscan is aan ieder personeelslid van de gemeente Enkhuizen en de pers toegezonden, zij het dat vooraf privacygevoelige gegevens zijn verwijderd.

De heer Bode merkt terecht op dat bestuurlijk meten op basis van uitgangspunten dient te geschieden. Dit vereist echter dat de raad regelmatig wordt geïnformeerd; dat is iets anders dan meesturen in het veranderingsproces. Vanuit die invalshoek zal worden gepoogd de betrokkenheid van de raad zo groot mogelijk te doen zijn.

De gemeentesecretaris
geeft nog de volgende antwoorden.

De heer Wiersma suggereert een klantentevredenheidsonderzoek uit te voeren. Eerder dit jaar is een imago-onderzoek gehouden. Wanneer een aantal maatregelen is geïmplementeerd, kan nogmaals tot een dergelijk onderzoek worden besloten om te kunnen nagaan of de tevredenheid bij burger al dan niet is toegenomen. Deze suggestie wordt meegenomen.

Een ander mogelijkheid die de heer Wiersma noemde was een klachtenlijn. Intern wordt al gewerkt aan de organisatie van een klachtenmeldpunt. Als dat experiment slaagt, zal daaraan in bredere zin handen en voeten worden gegeven.

Resteert één aspect, waarover de meningen wat verdeeld zijn, en dat is de vraag hoe het gemeentebestuur bij het ambtelijke veranderingsproces kan worden betrokken. Twee punten zijn belangrijk:

LZ een adequate informatievoorziening;
LZ het gezamenlijk formuleren van bepaalde einddoelen.

De heer Dol wil niet alleen worden geïnformeerd, maar ook betrokken worden bij datgene wat in de organisatie gaande is. In de komende tijd zullen bestuurders en ambtenaren zich moeten beraden op de vraag hoe dat het beste gestalte kan krijgen. Overigens staat in de Notitie evaluatie organisatiestructuur dat wijzigingen in ambtelijk handelen bestuurlijke consequenties kunnen hebben casu quo tot bestuurlijke keuzen moeten leiden.

Zonder hoofdelijke stemming worden vervolgens de voorstellen van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard, onder aantekening dat de fractie van Enkhuizer Belang geacht wil worden tegen voorstel nummer 110 te hebben gestemd.


8. Verordening WonenPlusFonds.

(Voorstel nummer 103, 1999.)

De heer Hekkert
(vvd) schildert dat WonenPlus een experiment betreft dat door de provincie Noord-Holland is opgezet. Deze prima voorziening moet het mogelijk maken dat veel meer oudere mensen thuis kunnen blijven wonen. Het project wordt gedurende drie jaar door de provincie gesubsidieerd, maar daarna wordt het geacht selfsupporting te zijn. Daaruit vloeien de volgende vragen voort.


1. Is al iets bekend over de toewijzing van provinciale subsidies?
2. Met welke consequenties zal de gemeente worden geconfronteerd wanneer na drie jaar de provinciale bijdrage wegvalt?
3. Is dit experiment een gemeentelijke bijdrage waard?
4. Kan na, pakweg, een jaar een evaluatie worden gehouden om te kunnen beoordelen of

a. een acceptabele ontwikkeling plaatsvindt;
b. het vooruitzicht bestaat dat de voorziening `WonenPlus' na drie jaar inderdaad selfsupporting zal zijn;
c. het nu gevoteerde bedrag van
¦ 27.000,-- in relatie met een eventuele toename van het aantal gebruikers voldoende is.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) onderstreept dat de provincie Noord-Holland gedurende de eerste drie jaren in ieder geval een bijdrage zal verstrekken.

Burgemeester en wethouders willen het mogelijk maken dat ook de tot de doelgroep behorende mensen met een smalle beurs zich op WonenPLus abonneren. Daarvoor is van de voor armoedebestrijding gereserveerde middelen een bedrag van
¦ 27.000,-- afgezonderd. In de commissie is gebleken dat ook de vvd-fractie hiermee geen moeite heeft, integendeel. Op dit moment gaat het college ervan uit dat het jaarlijkse bedrag van ¦ 27.000,--, bestemd om voor de mensen met een smalle beurs de abonnementskosten te kunnen vergoeden, voorlopig voldoende zal zijn.

Momenteel gaat het om de kernvraag of een besluit voor drie jaar wordt genomen zònder dat duidelijk is of en, zo ja, na welke termijn een evaluatie zal worden gehouden. Op zich heeft het college geen enkel probleem met een evaluatie, maar het is de vraag of al na, bijvoorbeeld, een jaar voldoende inzicht in de ontwikkeling kan worden gegeven. Aan het WonenPlus zal na 1 januari aanstaande een praktische invulling worden gegeven en het is dan ook niet uitgesloten dat het pas na anderhalf jaar zinvol is tot een evaluatie te komen. Evenals de provincie wil het college zich aan een termijn van drie jaar binden om zodoende de gebruikers en de betrokken instanties een bepaalde zekerheid te geven. Kortom: wanneer voldoende gegevens voorhanden zijn, zal zeker een evaluatie worden gehouden, maar het is nu onmogelijk te zeggen wanneer dat moment aanbreekt.

De heer Hekkert
(vvd) beperkt zich in de tweede termijn tot de volgende punten.

UFFFD
Met de termijn van anderhalf jaar heeft de vvd-fractie geen moeite. In ieder geval moet op enig moment kunnen worden beoordeeld of de ontwikkelingen in de goede richting gaan. UFFFD
De wethouder heeft niet aangegeven hoe hoog de bijdrage van het provinciaal bestuur is waarop de gemeente Enkhuizen mag rekenen. UFFFD
Ook is de portefeuillehouder niet ingegaan op de vraag voor welke consequenties de gemeente komt te staan wanneer de provinciale subsidie na drie jaar wordt beëindigd.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) repliceert dat hij ernaar streeft het project over ongeveer anderhalf jaar te evalueren. In ieder geval is nu al duidelijk dat ten behoeve van de mensen met een smalle beurs de abonnementskosten ad ¦ 7,50 per maand ook na de periode van drie jaar zullen moeten worden vergoed, zelfs indien het project zichzelf dan (voor een groot deel) kan bedruipen.

De heer Hekkert
(vvd): Daarover bestaat geen misverstand. Het bedrag van ¦ 27.000,-- zal in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende zijn, omdat uit de demografische gegevens blijkt dat het aantal ouderen toeneemt. Het deel daarvan dat tot de minima behoort, zal naar verwachting niet substantieel kleiner worden, zodat verondersteld mag worden dat uiteindelijk meer mensen een beroep op de regeling zullen doen. Daar gaat het echter niet om. Met de aanvaarding van dit voorstel worden verwachtingen gewekt, terwijl bekend is dat de provinciale financiering na drie jaar zal worden beëindigd. Voorkomen moet worden dat de voorziening dan abrupt verdwijnt. Vandaar dat het van belang is tijdig te evalueren en te bezien of de voorziening kan worden gehandhaafd.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Het is best mogelijk dat in de toekomst als gevolg van een groter aantal deelnemers meer dan ¦ 27.000,-- nodig zal zijn. Dan zal moeten worden bezien welke mogelijkheden het fonds `armoedebestrijding' biedt. Daarnaast zal het dan noodzakelijk zijn de regeling te evalueren.

De voorzitter
onderbreekt de beantwoording met de opmerking dat nu zo langzamerhand een technische gedachtewisseling over een bepaald vakgebied begint te ontstaan. Het is beter dat de beide heren een afspraak met elkaar maken om verder over allerlei details te praten.

De heer Hekkert
(vvd): Dat is niet nodig. De boodschap van de fractie is dat een evaluatie dient te worden gehouden zodra voldoende gegevens op tafel liggen. Blijkt op grond daarvan dat de verkeerde weg wordt bewandeld, dan geldt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. In het tegenovergestelde geval mag de raad niet schromen voor de minima de noodzakelijke middelen te voteren.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Op het moment dat de bijdrage van de provincie wordt beëindigd, dus na drie jaar, zal de raad moeten kiezen, in dit geval het project al of niet continueren.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


9. Subsidie vvv Enkhuizen.

(Voorstel nummer 105, 1999.)

De heer De Geus
(rpf/sgp) tekent aan dat zijn fractie voor dit jaar akkoord gaat met de voorgestelde subsidieverhoging van ¦ 22.000,--. Het lijkt de fractie echter voorbarig op dit moment de subsidie voor een periode van twee jaar vast te stellen. De gemeente zit krap in haar financiële middelen en verlaagt casu quo schrapt daarom allerlei bijdragen aan verenigingen, instellingen enzovoort. Tegen deze achtergrond is het wat `overdone' de vvv ook voor het jaar 2000 een extra bedrag van ¦ 22.000,-- toe te kennen. In dezen hebben ook het bedrijfsleven en andere participanten een verantwoordelijkheid. Vandaar dat de fractie het volgende amendement indient.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 4 oktober 1999, besluit:


* voor het jaar 1999 akkoord te gaan met verhoging van de subsidie aan de vvv van
¦ 62.640,-- tot een bedrag van ¦ 84.640,-- en deze verhoging ad ¦ 22.000,-- mee te nemen in de begroting 1999 ten laste van de post `nieuw beleid';

* voor het jaar 2000
¦ 22.000,-- te reserveren en op grond van de resultaten over dat boekjaar bij een negatief bedrijfsresultaat pas achteraf tot uitbetaling over te gaan;

* vanaf 2001 het subsidiebedrag voor de vvv Enkhuizen jaarlijks te beoordelen en daarbij het maximale subsidiebedrag op ¦ 62.640,-- te stellen;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Dol
(vl/gl) onderkent zonder meer dat de vvv goed werk voor de gemeente Enkhuizen doet en het is dan ook plezierig dat die organisatie naar een nieuw, strategisch gunstig gelegen pand kan verhuizen. Daaraan zijn echter kosten verbonden. De vvv is een verantwoordelijkheid van zowel het bedrijfsleven als de gemeente. Welnu, dat dient tot uitdrukking te komen in de financiële middelen die naar de vvv stromen. In principe is het dan ook onjuist dat de gemeente een extra bijdrage moet verstrekken, omdat de andere participanten in gebreke blijven.

Als de vvv naar haar nieuwe onderkomen verhuist, moet dat behoorlijk zijn ingericht. Spreker weet uit eigen ervaring hoe vervelend het is om met een krakkemikkige inventaris te moeten werken.

Hij dient het volgende amendement in.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 4 oktober 1999, besluit:


* voor het jaar 1999 akkoord te gaan met verhoging van de subsidie aan de vvv van
¦ 62.640,-- tot een bedrag van ¦ 68.140,-- en deze verhoging ad ¦ 5.500,-- mee te nemen in de begroting 1999 ten laste van de post `nieuw beleid';

* voor het jaar 2000
¦ 22.000,-- akkoord te gaan met verhoging van de subsidie aan de vvv van ¦ 62.640,-- tot een bedrag van ¦ 84.640,-- en deze verhoging van ¦ 22.000,-- mee te nemen;

* voorts vanaf 2001 het subsidiebedrag voor de vvv Enkhuizen jaarlijks te beoordelen;
en gaat over tot de orde van de dag.'

In punt 1 is de subsidieverhoging gebaseerd op het aantal maanden dat het jaar 1999 nog telt, te weten globaal een kwartaal, dus een vierde van de in het raadsvoorstel genoemde
¦ 22.000,--.

De heer Jans
(eb) had een gewijzigd ontwerpbesluit verwacht waarin het huurbedrag naar rato zou zijn aangepast. Een nieuw besluit bleef echter achterwege, omdat opeens bleek dat geen rekening was gehouden met de aanschaf van nieuw meubilair. Had men dat niet eerder kunnen voorzien?

Het rpf/sgp-amendement bevat ten opzichte van het collegevoorstel twee wijzigingen:


- de subsidieverhoging alleen voor het jaar 1999 toekennen;
- het jaarlijkse subsidiebedrag op maximaal ¦ 62.640,-- bepalen.

De fractie hecht veel waarde aan de vvv, omdat het toerisme in Enkhuizen een belangrijke economische pijler is. De vvv komt uit een diep dal en daarom is het onverstandig te stellen dat zij binnen een jaar haar schaapjes op het droge moet hebben. De eb-fractie steunt dan ook het collegevoorstel.

De heer Bode
(pvda) memoreert dat tijdens de in de commissievergadering gevoerde discussie naar voren is gekomen dat de huisvestingskosten slechts op een deel van dit jaar betrekking hebben. In het vl/gl-amendement is dat terug te vinden. Dat deel van het bedrag ad ¦ 22.000,-- dat niet aan de huurverhoging behoeft te worden uitgegeven, kan volgens de pvda-fractie voor de inrichting worden aangewend. De fractie houdt nog steeds aan die lijn vast.

De heren De Geus en Dol hebben ervoor gewaarschuwd dat de gemeente niet in de positie mag geraken dat zij financieel moet afdekken wat andere participanten nalaten. De ondernemers kunnen niet volstaan met het tonen van warme belangstelling voor de vvv, integendeel, die belangstelling moet in klinkende munt worden vertaald. Door nu een deel van hun kosten als het ware voor te schieten, wordt het gevaar gecreëerd dat de ondernemers gemakkelijk achteroverleunen en nog nadrukkelijker een afwachtende houding zullen aannemen.

De pvda-fractie stemt in met het collegevoorstel ook voor volgend jaar een bedrag van
¦ 22.000,-- voor de vvv te reserveren. De heer De Geus doet de aardige suggestie de gemeentelijke financiële bijdrage afhankelijk te maken van het bedrijfsresultaat van de vvv, maar in dat geval zal die organisatie er zeer waarschijnlijk wel voor zorgen dat de maximale subsidie nodig is! Hoe dan ook, voor de jaren na 2000 wil de fractie van de pvda niet automatisch ¦ 22.000,-- beschikbaar stellen. In dit licht lijkt het beter punt 3 in het rpf/sgp-amendement als volgt te veranderen:


* vanaf 2001 het subsidiebedrag voor de vvv Enkhuizen jaarlijks te beoordelen en daarbij het maximale jaarlijkse subsidiebedrag vast te stellen;

De heer Van Doornik
(cda) schaart zich achter het collegevoorstel. In de commissie is uitgelegd dat het bedrag van ¦ 22.000,-- mede zal worden gebruikt om de aanloopkosten te dekken. Daarnaast zal een deel voor de aanschaf van inventaris worden gebruikt. In dit verband is het goed erop te wijzen dat de vvv in feite helemaal opnieuw moet beginnen. Vandaar dat de cda-fractie geen moeite heeft met het voorstel voor zowel dit jaar als het jaar 2000 het subsidiebedrag met ¦ 22.000,-- te verhogen. Uiteraard dient de vvv er in de toekomst voor te zorgen dat ook het bedrijfsleven diens steentje aan de opwaardering bijdraagt. Uit allerlei contacten blijkt dat daaraan hard wordt gewerkt.

De heer Boland
(d66) steunt het vl/gl-amendement, en wel op grond van de volgende motivatie. Vanzelfsprekend behoort het gemeentebestuur achter de vvv te staan, maar ook het bedrijfsleven moet dat doen. De gemeente Enkhuizen neemt haar verantwoordelijkheid en het kan niet zo zijn dat zij bovendien moet suppleren omdat anderen tekortschieten.

De voorzitter
schorst vervolgens de beraadslagingen voor collegeberaad.

(Schorsing.)

De voorzitter
heropent de beraadslagingen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) signaleert dat vrijwel alle fracties het bedrijfsleven oproepen méér bij te dragen aan de instandhouding van de vvv. De beide amendementen hebben echter het effect dat de financiële problematiek op de vvv zelf wordt afgewenteld en dat is geen goede zaak. De vvv heeft een nieuwe start gemaakt en de lat behoorlijk hoog gelegd. In het eerste twee jaren is die niet gehaald, zij het dat steeds dichter bij de gestelde doelen is gekomen. Het college gaat ervan uit dat die in de komende jaren zullen worden bereikt. Daarom wordt voorgesteld voor de jaren 1999 en 2000 een extra bijdrage te verstrekken en vanaf 2001 het subsidiebedrag jaarlijks te beoordelen.

Terecht hebben sommige fracties gezegd dat de vvv dit jaar slechts gedurende één kwartaal met meerkosten als gevolg van de nieuwe huisvesting te maken heeft. De inrichting staat daar echter los van. Via een publieksactie heeft de vvv geprobeerd die investeringskosten te dekken, maar dat is helaas niet helemaal gelukt.

Een andere opmerking is dat vooral de ondernemers bij een goed functionerende vvv zijn gebaat, maar desondanks het minst betalen. Mede om deze reden stelt het college voor de gemeentelijke subsidie vanaf 2001 jaarlijks te beoordelen. Spreekster lijkt het echter ongewenst nu een maximumbedrag vast te stellen, zoals de rpf/sgp-fractie wil. Overigens moet men zich realiseren dat de vvv niet zonder gemeentelijke steun kan bestaan. Die is gerechtvaardigd, omdat de gehele gemeente profiteert van het beeld van Enkhuizen zoals de vvv dat bij (potentiële) bezoekers oproept.

Samenvattend: het college handhaaft diens voorstel.

De voorzitter
doet aan het adres van de rpf/sgp-fractie de suggestie het derde punt in haar amendement als volgt aan te passen.


* vanaf 2001 het subsidiebedrag voor de vvv Enkhuizen jaarlijks te beoordelen en dat in het meerjarenbeeld mee te nemen;

De heer Hart
(eb): Wordt het raadsvoorstel door het gehéle college gedragen?

De voorzitter
: Ja, maar naar aanleiding van de tweede termijn kan een andere situatie ontstaan.

De heer De Geus
(rpf/sgp) bestempelt de suggestie van de voorzitter als `redelijk'. Punt 3 van het amendement dient nu als volgt te worden gelezen.


* vanaf 2001 het subsidiebedrag voor de vvv Enkhuizen jaarlijks te beoordelen;

De twee andere punten handhaaft de fractie, ondanks de opmerking dat de vvv wellicht kunstmatig een tekort zal creëren om het gereserveerde bedrag van
¦ 22.000,-- binnen te halen. De rpf/sgp-fractie deelt die vrees niet. Met de gekozen formulering wordt in de richting van het bedrijfsleven een helder signaal afgegeven.

De heer Jans
(eb) is verheugd over het feit dat het college op diens door de fractie van Enkhuizer Belang gesteunde standpunt blijft staan.

De heer Bode
(pvda) waardeert de beide amendementen, omdat die een signaalfunctie vervullen, zoals de heer De Geus terecht stelt. De boodschap is duidelijk: private verplichtingen en verantwoordelijkheden mogen niet met publieke middelen worden afgedekt. De wethouder heeft meegedeeld dat de vvv druk doende is met het bewerken van de private sector en dat daarin progressie waarneembaar is. De pvda-fractie neemt aan dat die pogingen ertoe zullen leiden dat het gemeentebestuur vanaf 2001 met andere bedragen kan volstaan.

De fractie van de pvda zal met het voorstel van burgemeester en wethouders akkoord gaan.

De heer Wiersma
(cda) illustreert dat er altijd mensen en instanties zijn die zonder enig schuldgevoel of gewetensnood geheel kosteloos meestijgen op de thermiek die anderen veroorzaken. Ook in het geval van de vvv zullen sommige mensen aan hun verantwoordelijkheid voorbijgaan. Misschien is het een goede gedachte analoog aan, bijvoorbeeld, de baatbelasting een zodanige regeling te treffen dat àlle betrokkenen hoofdelijk worden aangeslagen.

De heer Hart
(eb): De heer Wiersma noemt de baatbelasting als voorbeeld. Vreest de heer Wiersma een fiasco?

De heer Wiersma
(cda): Wat ligt aan de baatbelasting ten grondslag? Zodra goed en redelijk overleg niet tot het gewenste resultaat leidt, stelt het gemeentebestuur een verordening op of neemt het anderszins dwingende maatregelen.

De heer Boland
(d66) haakt als volgt op het antwoord van mevrouw Dekker in. Feitelijk zegt de wethouder dat, indien de raad geen extra geld voteert, de vvv de dupe is. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Het bedrijfsleven en de gemeente zijn de partners waarop de vvv drijft. In dit geval is afgesproken dat het gemeentebestuur voor de (nieuwe) huisvesting zorgt, terwijl het bedrijfsleven voor de inrichting verantwoordelijk is. Nu het bedrijfsleven in gebreke blijft, heeft het vvv-bestuur een probleem, maar dat houdt geenszins in dat aan deze tafel voor de oplossing dient te worden gezorgd. Vandaar dat spreker het vl/gl-amendement blijft steunen.

De wethouder heeft er in de beantwoording op gewezen dat na het jaar 2000 de subsidie aan de vvv jaarlijks zal worden beoordeeld. Deze uitspraak is niet meer dan het intrappen van een wijd openstaande deur, want èlke subsidie aan wie dan ook wordt jaarlijks tegen het licht gehouden.

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd) vertrouwt er evenals het college van burgemeester en wethouders op dat de vvv binnen afzienbare tijd de gestelde doelen zal bereiken en daarom zal de vvd-fractie het raadsvoorstel volgen. Daarbij maakt de fractie wel de kanttekening dat zij met ingang van het jaar 2001 bij de bepaling van haar standpunt zal laten meewegen in hoeverre het bedrijfsleven aan de exploitatie van de vvv bijdraagt.

Ten slotte. Wellicht stapt bij de officiële opening van het nieuwe vvv-kantoor iemand naar voren die een aardige donatie aanbiedt.

De heer Boland
(d66): Welke consequentie moet daaraan worden verbonden? Mag de vvv vrijelijk over die gift beschikken of moet die in mindering worden gebracht op de gemeentelijke subsidie?

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd): Geen consequenties!

De heer Dol
(vl/gl): Dan ontstaat bij de vvv een surplus.

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd): Ja.

De heer Dol
(vl/gl): Duidelijk.

Spreker behoeft nog slechts één opmerking te maken. De strekking van het vl/gl-amendement is dat geen gemeentelijke financiële middelen mogen worden ingezet om datgene te corrigeren wat een andere partner nalaat.

De voorzitter
rondt de beraadslagingen af met de mededeling dat eerst het vl/gl-amendement in stemming zal worden gebracht en daarna het amendement van de rpf/sgp-fractie.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) voelt zich na een opmerking van de heer Hart geroepen om de volgende stemverklaring af te leggen. Hij zal ten aanzien van het jaar 1999 het vl/gl-amendement steunen. Voor het jaar 2001 zal binnen het kader van de dan beschikbare financiële middelen het subsidiebedrag bij voorkeur moeten worden gehandhaafd. Mocht het vl/gl-amendement niet worden aanvaard, dan zal spreker zich beraden op de voorstellen die daarna aan de orde komen, zoals hij tijdens de schorsing aan de collegeleden heeft meegedeeld.

Vervolgens wordt het amendement van de heer Dol cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen verworpen. (Alleen de heren Boland, Dol en Knukkel spreken zich vóór aanvaarding van het amendement uit.)

Hierna wordt het gewijzigde amendement van de heer De Geus cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 12 tegen 4 stemmen verworpen. (Alleen de heren Dol, De Geus, Knukkel en Van Pijkeren spreken zich vóór aanvaarding van het amendement uit.)

Tot slot wordt het voorstel van burgemeester en wethouders in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen aanvaard.

Vóórgestemd hebben de heren Jans, Tesselaar en Bode, mevrouw Dekker, de heren Wiersma, Hekkert, Boland en Knukkel, mevrouw De Munnik-Blank, de heer Van der Veen, mevrouw Dangermond-Hilderink alsmede de heren Hart en Van Doornik.

Tégengestemd hebben de heren Dol, De Geus en Van Pijkeren.

10. Naamgeving havens rondom Gependam.

(Voorstel nummer 106, 1999.)

11. Visiedocument en convenant smh/ghor-nhn.

(Voorstel nummer 107, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 10 en 11 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

12. Onderhoud openbare basisscholen.

(Voorstel nummer 108, 1999.)

De heer Bode
(pvda) vraagt of de gemeente verantwoordelijk blijft voor het onderhoud van de buitenkant van de schoolgebouwen.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) antwoordt bevestigend. Overigens is de gemeente niet alleen verantwoordelijk voor de openbare schoolgebouwen, maar ook voor die van het bijzonder onderwijs en het voortgezet onderwijs. Het betreft een permanente kostenpost.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

13. Gebruiksvoorwaarden sporthal en gymnastieklokalen.

(Voorstel nummer 109, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

14. Intentieverklaring Regionale Ambulancevoorziening.

(Voorstel nummer 111, 1999.)

De heer Tesselaar
(eb) aanvaardt namens de fractie van Enkhuizer Belang dit collegevoorstel, maar waarschuwt voor de gedachte dat schaalvergroting uitsluitend (financiële) voordelen oplevert. Ergens is een omslagpunt, maar helaas weet niemand waar dat precies ligt.

De voorzitter
zegt toe dat later in het kader van de rav op dit punt zal worden teruggekomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

15. Aankoop om niet van grond hoek Reigerweg/Meeuwenlaan.

(Voorstel nummer 112, 1999.)

De heer Boland
(d66) plaatst allereerst de opmerking dat in de gemeentelijke organisatie een bepaalde cultuur verloren is gegaan. Gecorrigeerde raadsstukken werden daar waar wijzigingen waren aangebracht in de kantlijn van verticale streepjes voorzien.

Als in een aangepast raadsstuk iets anders wordt voorgesteld dan in het oorspronkelijke voorstel behoort dat vanzelfsprekend ook in het ontwerpbesluit tot uitdrukking te komen. In de commissie is geconstateerd dat de in dit stuk opgevoerde kosten niet ten laste van de algemene reserve maar de revitalisering van het Koperwiekplein moeten komen. Het raadsvoorstel is wèl in die zin aangepast, maar het bijgevoegde ontwerpbesluit níét.

De voorzitter
verneemt van de secretaris dat sprake is van een omissie. Het ontwerpbesluit wordt geacht te zijn aangepast in de zin als de heer Boland heeft aangegeven.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het gewijzigde ontwerpbesluit aanvaard.

16. Overdracht perceel grond Schepenwijk aan enw.

(Voorstel nummer 113, 1999.)

17. Aanpassing jeugdsportsubsidieregeling.

(Voorstel nummer 114, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 16 en 17 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

18. Straatnaamgeving Kadijken Hagen.

(Voorstel nummer 116, 1999.)

De heer Hart
(eb) beveelt aan de namen `Buitengaats' en `Onderzeil' te vervangen door respectievelijk `Lijzijde' en `Op de rail'.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) steekt zijn tevredenheid over de voorgestelde namen niet onder stoelen of banken. De fractie van de rpf/sgp stemt daar graag mee in.

De heer Dol
(vl/gl) benut deze gelegenheid om de erkentelijkheid van zijn fractie te verwoorden. Eindelijk vindt een originele straatnaamgeving plaats!

De voorzitter
rekent erop dat de lovende woorden bij de geestelijke vader van de voorgestelde straatnamen zullen terechtkomen.

Over de suggesties van de heer Hart is in de raadscommissie uitvoerig gesproken en het blijkt dat daarvoor geen meerderheid is te vinden.

De heer Hart
(eb) ervaart het als `betreurenswaardig' dat de andere raadsfracties zijn voorstellen niet steunen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

19. Aanvullende storting museumfonds.

(Voorstel nummer 117, 1999.)

De heer Bode
(pvda) duidt op de omstandigheid dat in de commissie begripsverwarring is ontstaan over de vraag of de voorgestelde storting ad ¦ 25.000,-- al dan niet een structureel karakter heeft. Inmiddels is duidelijk geworden dat het om een structurele bijdrage gaat. de pvda-fractie kan zich daarin vinden, maar betreurt dat de tekst van het raadsvoorstel niet is aangepast. Nu wordt nog steeds de indruk gewekt dat sprake is van een eenmalige storting.

De heer Boland
(d66) conformeert zich allereerst aan de woorden van de heer Bode.

In het fractieberaad is naar voren gekomen dat de museale bezittingen belangrijk zijn, maar het gemeentebestuur kan het zich niet permitteren vanuit die emotie te besluiten van alles en nog wat te restaureren. Men moet zich dan ook afvragen in hoeverre de gemeente dat zelfstandig kan doen of samenwerking met musea moet zoeken; die hebben immers de nodige kennis in huis. Tegen deze achtergrond is het goed één en ander in de kerntakendiscussie nog eens te bespreken.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) adstrueert waarom wordt voorgesteld een structurele bijdrage, in dezen ¦ 25.000,-- per jaar, in een fonds te storten om het `ontroerend' goed van de gemeente Enkhuizen te kunnen onderhouden casu quo herstellen. Uiteraard is dat bedrag niet voldoende en daarom is de suggestie van de heer Boland, samenwerking met andere instanties, zeker waardevol.

Het is de bedoeling de museale eigendommen onder te brengen in een stichting en die met het geld uit het museumfonds te voeden. Deze constructie heeft als voordeel dat externe subsidies kunnen worden aangevraagd, iets waarvoor een gemeente, gelet op het onderhavige doel, vrijwel nooit in aanmerking komt.

De activiteiten die worden ontplooid, zijn altijd eerst met de provinciale museumconsulent en/of met het zzm besproken.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) wijzigt het raadsvoorstel liever niet. Overigens is dat ook niet nodig, omdat uit de notulen van deze vergadering duidelijk zal blijken dat het om een structurele aanvullende storting in het museumfonds gaat.

Spreekster is blij met de opmerking van de heer Boland. De gemeente Enkhuizen wordt als gevolg van het grote aantal onroerende goederen en `ontroerende' bezittingen met ontzettend veel kosten geconfronteerd. Het is dan ook zeker noodzakelijk alle mogelijkheden te onderzoeken om die zaken te kunnen onderhouden en waar nodig te restaureren.

De heer Boland
(d66) meldt dat hij, mede gelet op het vergevorderde uur, nu niet inhoudelijk op het voorstel zal ingaan. Bij een andere gelegenheid zal hij echter zeker op dit onderwerp terugkomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

20. Rondvraag.

¡
De heer Hart (eb) kijkt vreemd op van de gemeentelijke brief die over de herinrichting van het centrum is of zal worden verzonden. Aan de middenstanders en bewoners van het betreffende gebied wordt gevraagd of zij vrijwillig in de kosten willen bijdragen. Uit de brief kan worden afgeleid dat, indien onvoldoende ondersteuning wordt gevonden, de herinrichting wordt afgeblazen. Is deze conclusie juist?

De voorzitter
beantwoordt de vraag als volgt. Het in 1996 gesloten convenant is voor ruim de helft uitgevoerd. Weliswaar vertrouwt het college erop dat het convenant volledig zal worden uitgevoerd, maar uit het evaluatietraject, zoals dat met het mkb en Winkelhart Enkhuizen is afgesproken, moet blijken of nog steeds voldoende draagvlak bestaat om het oorspronkelijke plan geheel te realiseren. Vandaar dat een tweede peiling zal worden gehouden, zoals in de brief is vermeld.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) voegt aan het antwoordt van de voorzitter toe dat in het overleg met de betrokken organisaties is aangekondigd dat de aangeduide brief zal worden verzonden. Burgemeester en wethouders vertrouwen erop dat geplande herinrichting zal plaatsvinden, maar horen van de ondernemers en bewoners van het betreffende gebied graag of hun vertrouwen gerechtvaardigd is.

¡
De heer Van Pijkeren (rpf/sgp) dringt erop aan bij de bestelling van de naambordjes voor Kadijken Hagen - zie agendapunt 18 - tevens bordjes te bestellen met de tekst `Laden en lossen tussen 07.00 en 11.00 uur' en die bij de hema en aan de andere kant van de Westerstraat te plaatsen.

De voorzitter
onthult dat met betrekking tot het verkeer momenteel over het stellen van prioriteiten wordt gesproken. Het punt dat de heer Van Pijkeren heeft genoemd, zal morgen opnieuw de revue passeren en overigens zal één en ander ook in het kader van de begroting ongetwijfeld uitvoerig aan de orde komen.

¡
De heer Van Doornik (cda) verwijst naar de wateroverlast die zich vorig jaar op het Enkhuizer Zand heeft voorgedaan. Brandweer en openbare werken hebben toen noodmaatregelen getroffen. Spreker meent zich te herinneren dat naar aanleiding daarvan is toegezegd dat een permanente voorziening zal worden gerealiseerd. Hoe staat het daarmee?

Wethouder Knukkel
(vl/gl) moet het antwoord schuldig blijven, maar zal deze kwestie morgen in het gesprek met openbare werken aansnijden.

¡
De heer Dol (vl/gl) zag enige tijd geleden in de Enkhuizer Courant een foto van een niet goedkoop kunstwerk dat ooit op de hoek van het Venedie en de Sint Janstraat stond. Het kunstwerk werd in verband met de herinrichting weggehaald en zou een plaats in een nieuwbouwwijk krijgen. Dat is echter op een nogal beschamende en kunstvreemde manier gebeurd! Graag een betere plek zoeken.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) belooft het gesignaleerde probleem serieus te zullen bezien. Vervolgens zal zij de commissie informeren.

¡
De heer Dol (vl/gl) stapt vervolgens over naar een ander onderwerp. Aan de overkant van het stadhuis is op de plaats van de afgebrande supermarkt een hekwerk verschenen. Het gaat om een belangrijk, toeristisch aantrekkelijk punt in de stad dat nu geen fraaie aanblik biedt, integendeel, en daarover maakt de fractie van Verenigd Links/GroenLinks zich zorgen. Zit er schot in de zaak?

Wethouder Knukkel
(vl/gl) beklemtoont dat met de eigenaar van het betreffende perceel goed overleg wordt gevoerd. Bovendien zullen betrokkene en gemeente elkaar over alle relevante ontwikkelingen informeren. Duidelijk moet zijn dat druk uitoefenen het overleg niet ten goede zal komen.

De voorzitter
twijfelt er niet aan dat de ontwikkelingen aan de commissie zullen worden meegedeeld.

¡
De heer Bode (pvda) grijpt deze gelegenheid aan om een ander kwetsbaar punt in de stad te noemen, namelijk de Vijzelstraat. Daar zal een supermarkt worden gevestigd. In welk stadium bevindt de realisatie zich nu? Spreker stelt deze vraag omdat in de meest recente commissievergadering is gebleken dat daarover zelfs in de boezem van het college onduidelijkheid bestaat.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Geen onduidelijkheid in mijn boezem!

Tot nu toe zijn de deadlines in het proces steeds in acht genomen. In de komende vergadering van de raadscommissie w/ro zal aan de hand van een papiertje kunnen worden nagegaan in welk stadium de zaak zich precies bevindt.

De voorzitter
interpreteert het antwoord van de wethouder als volgt. In de eerstvolgende vergadering van de commissie van mevrouw Dekker zal een A4'tje ter tafel liggen waarop de indertijd vastgestelde tijdsbalk is weergegeven plus een sterretje dat aangeeft waar men momenteel staat.

De heer Hart
(eb): Is het perceel al betaald?

De voorzitter
: Ook dergelijke vragen kunnen in de commissievergadering aan de orde komen.

¡
Mevrouw Dangermond-Hilderink (vvd) koppelt aan de opmerking van de heer Bode een punt dat haar verbazing heeft gewekt. Als straks de supermarkt in de Vijzelstraat is gevestigd, zal parkeren in die omgeving daarvan niet eenvoudiger worden, integendeel. Het is dan ook heel vreemd dat een stuk grond van de Clarissenplaats aan iemand als tuin te koop is aangeboden. De gemeente doet er veel verstandiger aan de grond niet te verkopen en die eventueel als parkeergelegenheid in te richten.

De voorzitter
waagt zich niet aan een reactie, omdat de mededeling van mevrouw Dangermond geheel nieuw voor hem is. De gemeentesecretaris zal morgen nagaan wat er precies aan de hand is.

21. Sluiting.

De voorzitter
dankt allen voor de geleverde discussiebijdragen en wenst eenieder wel thuis toe. Hierna sluit hij de vergadering (23.48 uur).

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

der gemeente Enkhuizen op maandag 8 november 1999.

De secretaris, De voorzitter,

(J.J.J. van Huffelen) (drs. S.P.M. de Vreeze)

Deel: ' Raadsnotulen gemeente Enkhuizen '




Lees ook