Rijksuniversiteit Groningen


RANDSTADREGIO'S WEINIG UITSTRALING NATIONALE ECONOMIE

De provincies Friesland, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant zijn direct en indirect het sterkst verbonden met de nationale economie. Daarentegen hebben Noord- en Zuid-Holland, de twee mainportregio's rond Amsterdam en Rotterdam, en Zeeland de zwakste relaties met de nationale economie. Dat kan betekenen dat een economische impuls in deze laatste regio's minder doorwerkt op de nationale economie dan een zelfde impuls in de eerstgenoemde regio's. Aldus een belangrijke conclusie uit de zogeheten bi-regionale input-output tabellen. Deze (ook internationaal) nieuwe en unieke statistiek is samengesteld door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Uit de cijfers blijkt verder dat bedrijven in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Friesland economisch voor meer dan 50 procent op het eigen regionale bedrijfsleven en op de eigen regionale bevolking zijn gericht. Bij Noord- en Zuid-Holland komt dit vooral door de economisch grote omvang van deze beide provincies. Bij Friesland ligt dit voornamelijk aan een traditioneel sterke gerichtheid op de eigen provincie.

Zeeland en Rijnmond meest internationaal

Bedrijven in Drenthe, Overijssel en in de centrale provincie Utrecht verkopen naar verhouding het meest aan andere regio's in Nederland. Het economisch kleine Flevoland koopt de meeste goederen uit de rest van het land in (39 procent), gevolgd door de economisch eveneens kleine provincie Drenthe (33 procent) en Utrecht (30 procent). De provincie Zeeland en Groot-Rijnmond handelen verhoudingsgewijs het meest met het buitenland. Bijna 40 procent van hun afzet verdwijnt naar het buitenland, terwijl ruim 30 procent van hun gebruikte goederen en diensten uit het buitenland komt.

Afzonderlijke bedrijfsklassen en goederengroepen

Naast resultaten voor de 12 provincies en de twee mainportregio's, bevat de nieuwe statistiek veel informatie voor afzonderlijke bedrijfsklassen en goederengroepen. Zo zijn Friesland, Drenthe en vooral Groningen (aardgas) de enige provincies die meer delfstoffen exporteren dan importeren. Zo zijn Zuid-Holland (tuinbouwproducten), Limburg, Noord-Brabant (varkens) en Flevoland (akkerbouwproducten) de regio's met de grootste netto-export van agrarische producten. Gelderland is veruit de grootste netto-exporteur van openbare nutsdiensten (vooral elektriciteit) en Noord-Holland veruit de grootste netto-importeur. De grootste netto-import van bouwdiensten komt verrassenderwijs uit het Amsterdam/Noordzeekanaalgebied. Terwijl, wat minder verrassend, deze regio samen met het Rijnmondgebied ook de grootste netto-exporteur van handels- en transportdiensten is.

Dienstensector in de Randstad: sterke nationale vervlechting

Niet alleen per regio, maar ook per sector kunnen uit deze statistiek potentiële uitstralingseffecten naar de regionale en nationale economie worden afgeleid. Zo heeft de landbouw in Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe, zowel achterwaarts naar haar toeleveranciers als voorwaarts naar haar afnemers, direct en indirect zeer grote uitstralingseffecten. Bij de delfstoffenwinning vallen natuurlijk de zeer sterke voorwaartse relaties van het Groninger aardgas op. Bij de handel en distributie neemt Rijnmond nationaal een extreme positie in. Achterwaarts heeft deze sector direct en indirect zeer veel toeleveranciers, terwijl er voorwaarts direct en indirect verhoudingsgewijs juist maar weinig (binnenlandse) afnemers zijn. Bij de overige sectoren zijn de regionale verschillen kleiner, behalve bij de tertiaire en kwartaire diensten. Daar staan de drie Randstadprovincies en de twee mainportregio's zowel voorwaarts als achterwaarts veruit aan de top.

Wie doet het economisch met wie?

De nieuwe bi-regionale input-output tabellen voor de 12 provincies en de twee mainportregio's geven aldus een uniek inzicht in de onderlinge relaties tussen de sectoren binnen een regio, alsmede in de relaties van de sectoren in de eigen regio met die in de rest van het land. Deze tabellen laten bij wijze van spreken per regio zien "wie het in Nederland bedrijfsmatig met wie doet". Bovendien geven de 14 eveneens nieuwe regionale aanbod- en gebruiktabellen voor het eerst cijfers over de productie en over het verbruik van goederen en diensten per regionale bedrijfsklasse. Daarbij wordt er per goederengroep aangegeven welk deel van het aanbod en welk deel van de vraag uit de eigen regio komt, welk deel uit overig Nederland en welk deel uit het buitenland.

Samenwerking CBS en RUG

Deze statistiek is het resultaat van een ruim driejarig samenwerkingsverband van het CBS en de RUG. De eerste fase van deze samenwerking, het samenstellen van de regionale aanbod- en gebruiktabellen, is uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het CBS. De tweede fase, het verzamelen van informatie over handel tussen regio's en het samenstellen van de bi-regionale input-output tabellen, is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de RUG. De tweede fase is mede mogelijk gemaakt door bijdragen van vele instanties, waaronder de provincies en de ministeries van Economische Zaken en VROM.

Deel: ' Randstadregio's weinig uitstraling nationale economie '




Lees ook