Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
TRCDL/2001/3086
datum
19-07-2001

onderwerp
Rapport Verantwoord certificeren en controleren in de biologische landbouw
doorkiesnummer

bijlagen
1

Geachte Voorzitter,

In het debat van 8 februari jl. naar aanleiding van het Algemeen Overleg van 25 januari jl. inzake de beleidsnota Biologische Landbouw is gesproken over het functioneren van Skal. Ik heb daarin aangekondigd dat een gesprek tussen Skal en mijn departement zou plaatsvinden. Naar aanleiding van dit gesprek en aanvullende informatie van Skal was er behoefte om meer inzicht te krijgen in het functioneren van Skal. Dit werd door Skal onderkend. Ik heb vervolgens besloten tot het laten uitvoeren van een quick scan-onderzoek door Ernst & Young. Het onderzoek is gericht op het (interne) functioneren van Skal in de periode 1998 tot heden, inclusief het toezicht door mijn departement en een analyse naar de mogelijkheden en alternatieven met betrekking tot de positionering en organisatie van het controle- en certificeringsproces in Nederland. Beide onderdelen hebben betrekking op het uitvoeren van publieke taken in de biologische landbouw. Bijgaand treft u het eindrapport aan. In deze brief geef ik een reactie op de hoofdlijnen van het rapport.

up

datum
19-07-2001

kenmerk
TRCDL/2001/3086

bijlage

Conclusies en aanbevelingen uit het rapport
De belangrijkste conclusies uit het rapport inzake het functioneren van Skal zijn:
* De organisatie en uitvoering van de publieke controle- en certificeringstaken zijn in de jaren 1998 en 1999 op een aantal wezenlijke punten niet toereikend geweest.
* Er is in 1998 en 1999 sprake geweest van een onvoldoende organisatorische en financiële scheiding van publieke en private taken.
* Het bestuur en de directie van Skal hadden in deze periode sneller en slagvaardiger kunnen inspelen op de ontwikkelingen in de biologische landbouw (o.a. groeiende belangstelling voor biologische landbouw en daarmee verschillende opvattingen over interpretatie 'biologisch', substitutie van private naar publieke regelgeving en daarmee veranderende taak en positie van Skal, groei van en wijzigingen in de structuur van de organisatie Skal). Dit geldt volgens Ernst & Young overigens ook voor LNV. * Vanaf 2000 is er een duidelijke stijgende lijn in de kwaliteit van controle en certificering; Skal is voor de toekomst voldoende toegerust voor het uitvoeren van de publieke controle- en certificeringstaak.

De aanbevelingen in dit verband betreffen het strikt scheiden van publieke en private taken (organisatorisch en financieel), het scheiden van controle- en certificeringstaken, het creëren van prikkels voor een doelmatigere controle en certificering en een resultaatgerichte aansturing door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV).
Met betrekking tot de toekomstige inrichting van het controle- en certificeringsproces in Nederland, voorzover dit betrekking heeft op de uitvoering van publieke taken in de biologische landbouw, wordt door Ernst & Young aanbevolen te kiezen voor één certificerende en voorlopig voor één controlerende instantie en dit onder te brengen in het publieke domein. Voorts stelt Ernst & Young voor om het nu private EKO-keurmerk bij het Rijk onder te brengen om een wildgroei aan private keurmerken te voorkomen.

Reactie op de hoofdlijnen van het rapport
Met betrekking tot het functioneren van Skal onderschrijf ik de conclusies en ben ik ingenomen met de constatering dat Skal voor de toekomst voldoende is toegerust om haar publieke taken uit te voeren. Hiermee wordt het vertrouwen in de controle en certificering in de biologische landbouw en in het EKO-keurmerk versterkt. De in dit verband genoemde aanbevelingen zijn helder en passen binnen mijn beleid gericht op het versterken van de sturing en van het toezicht op zelfstandige bestuursorganen. In de beleidsnota Biologische Landbouw heb ik reeds aangekondigd de rol van mijn departement als rijkstoezichthouder te evalueren en zonodig aan te passen. Dit heeft ertoe geleid dat in de tweede helft van 2000 door mijn departement de voorbereiding van een aansturingsprotocol tussen Skal en LNV ter hand is genomen.

Ernst & Young ziet het door LNV in overleg met Skal opgestelde conceptaansturingsprotocol en het bijbehorende informatiestatuut als een goede basis voor een betere samenwerking tussen LNV en Skal. Het protocol geeft helderheid in de verantwoordelijkheidsverdeling tussen LNV en Skal en verscherpt de sturings- en toezichtsrelatie. De aanbevelingen van Ernst & Young zullen worden besproken met Skal en indien praktisch toepasbaar, worden overgenomen, waarna het protocol op korte termijn zal worden ondertekend door LNV en Skal. Hiermee moet een meer effectieve en doelmatige controle en certificering worden bereikt.
De publieke controle en certificering in de biologische landbouw heeft betrekking op voedingsmiddelen. Dit heeft een relatie met het werkterrein van de Nederlandse Voedselautoriteit (NVa). De NVa zal dan ook worden belast met het uitoefenen van het rijkstoezicht op Skal.

Ernst & Young pleit voor één certificerende en voorlopig één controlerende instantie.
Ik ben van mening dat, mede gelet op de argumenten uit het rapport, in de huidige situatie de biologische landbouw het meest gebaat is bij één instantie die verantwoordelijk is voor de publieke controle en certificering in de biologische landbouw, waarbij er wel een nadrukkelijke scheiding moet bestaan tussen certificering en controle. In het licht van de uitkomsten van het Ernst & Young-onderzoek is Skal de meest geëigende instantie voor het uitvoeren van de publieke taken. Skal blijft vooralsnog een private organisatie die voor LNV publieke taken uitvoert. De NVa zal een onderzoek uitvoeren naar private instellingen die publieke en private taken hebben. Het uitgangspunt daarbij is dat het uitvoeren van publieke taken zal worden ondergebracht in het publieke domein. In dat verband zullen de taken van Skal opnieuw worden beoordeeld.

Met betrekking tot het EKO-keurmerk ben ik van mening dat in beginsel de inzet van keurmerken een verantwoordelijkheid van de sector is en niet van de overheid. Het EKO-keurmerk is op dit moment eigendom van Skal. Skal overweegt het EKO-keurmerk 'terug te geven' aan de sector. Het is derhalve aan Skal en de sector te bezien op welke wijze het EKO-keurmerk het beste gepositioneerd kan worden.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

Bijlage:
Rapport Verantwoord certificeren en controleren in de biologische landbouw (PDF-formaat, 318 Kb)

ZIE HET ORIGINELE BERICHT VOOR OPHALEN VAN PDF-BESTANDEN



Deel: ' Rapport certificeren en controleren biologische landbouw '




Lees ook