KNMI

De toestand van het klimaat in Nederland 1999

Redactie: G.P. Können

Omslag: Tienjaar gemiddelde wintertemperaturen 800-1999 voor de Lage Landen, zoals gereconstrueerd door J. Buisman, F. IJnsen en A.F.V. van Engelen uit documentaire bronnen. De rode lijn is een lopend gewogen gemiddelde over 150 jaar.
Data, groter

Een gedrukt exemplaar is aan te vragen bij de bibliotheek. Er is ook een opgemaakte PDF versie (1.7MB).

Voorwoord
Samenvatting

1. Waargenomen schommelingen in het Nederlandse klimaat van de 20e eeuw

* Windrichting en temperatuur

* Watertemperatuur en ijsbedekking

* Windsnelheid en zeewaterstand

* Zonneschijn en 'mooie' dagen

* Neerslag

* Grote neerslaghoeveelheden

* De gemiddelde herhalingstijd en de neerslag van 1998
* Neerslag en afvoer

* Zomerdroogte

* Hagel en onweer

* Is Nederland warmer geworden?


2. De Noord-Atlantische Oscillatie

* Patronen van klimaatvariaties

* De NAO

* De invloed van NAO op ons klimaat

* Onderzoek naar de variabiliteit in de NAO index
* Natuurlijke variabiliteit van de atmosfeer
* Versterken de oceanen de NAO?

* NAO en El Niño

* NAO en het broeikaseffect

* Wat staat ons te wachten?


3. El Niño en La Niña

* El Niño en de Zuidelijke Oscillatie

* Eén systeem: ENSO

* Wereldwijde invloeden van El Niño

* Invloeden op het weer in Nederland

* El Niño en schommelingen in de wereldgemiddelde temperatuur
* Het broeikaseffect en El Niño

* De El Niño van 1997/98

* De droom van Walker: seizoensverwachtingen


4. Wat betekent 'Kyoto' voor het mondiale klimaat?
* Korte voorgeschiedenis: het Klimaatverdrag van 1992
* Het Berlijn-mandaat (1995)

* Het Kyoto Protocol van 1997: gevolgen voor de uitstoot
* Safe Landing Analyse

* Onzekerheden en beperkingen

* Conclusies


5. De toekomst van het Nederlandse klimaat
Technische verantwoording
Colofon

Voorwoord

Dit rapport 'De toestand van het klimaat in Nederland 1999' is de derde van onze driejaarlijkse klimaatrapportages en daarmee de laatste van deze eeuw. De rapportage serie komt voort uit de gedachte dat het klimaat een kostbaar doch kwetsbaar goed is dat voortdurend bewaking behoeft. De verschijnselen van de afgelopen drie jaren verdienen in perspectief geplaatst te worden met de verschijnselen eerder in de twintigste eeuw, terwijl door de voortgeschreden kennis de karakteristieken van heden en toekomstig klimaat scherper in beeld kunnen worden gebracht.

Wij staan aan de vooravond van een wereldwijde opwarming door het broeikaseffect. De complexiteit van het klimaatsysteem brengt met zich mee dat alleen door internationale bundeling van krachten verwachtingen van het toekomstig klimaat verbeterd kunnen worden. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) brengt hiertoe elke vijf jaar een rapport uit dat de kennis over het klimaat inventariseert. De IPCC rapporten worden gezien als leidraad voor het doen van uitspraken over het mondiaal klimaat. Uiteraard dragen ook Nederlanders bij aan de totstandkoming van deze rapporten. Omdat we ons verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de toekomstige generaties, is het goed te kunnen vaststellen dat deze rapporten inderdaad tot stappen hebben geleid om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen structureel te beperken. Het Kyoto Protocol, waarvan de consequenties in deze klimaatrapportage zijn beschreven, vormt hiervan het recentste voorbeeld.

Sinds de publicatie van de laatste klimaatrapportage in 1996 is geen nieuw IPCC rapport verschenen, maar de wetenschap stond niet stil. Onderzoek aan klimaatvariabiliteit, met name aan de Noord-Atlantische Oscillatie en El Niño, hebben tot nieuwe en diepe inzichten geleid die het beeld aanscherpen van de komende klimaatverandering. Los van de noodzaak tot monitoring, vormt dit op zich zelf al voldoende reden om ook in dit inter-IPCC tijdperk deze nieuwe klimaatrapportage uit te brengen.

Aan het huidige rapport hebben diverse KNMI medewerkers bijgedragen, ieder naar eer en geweten vanuit hun eigen discipline. Vanuit hun specialisatie is er hierdoor specifieke kennis aangedragen die elders nauwelijks voorhanden is. De bundeling van deze kennis verhoogt de waarde van dit rapport.

Dr H.M. Fijnaut, Directeur KNMI
Dr A.P.M. Baede, Hoofd Sector Klimaatonderzoek en Seismologie KNMI

Samenvatting

De driejaarlijkse klimaatrapportage van het KNMI heeft steeds een centraal thema. Hebben we in het vorige rapport vooral aandacht besteed aan diagnose van het Nederlandse klimaat en klimaatvoorspellingen, ditmaal is de variabiliteit van het klimaat het centrale thema met speciale aandacht voor Nederland, het Atlantisch gebied en El Niño. Het rapport laat zien hoe onze kennis van de natuurlijke oorzaken van klimaatvariaties is toegenomen, illustreert de mogelijkheden ervan bij het ontwikkelen van seizoensverwachtingen, en past de kennis ook toe op de klimaatverwachtingen voor de komende eeuw. Bovendien schenkt het rapport nog aandacht aan de mogelijke gevolgen van de internationale klimaatovereenkomst die eind 1997 in Kyoto is afgesloten.

Klimaat Nederland 20e eeuw

Het Nederlandse weer kent sterke jaar-op-jaar variaties. Dit geldt zowel voor de temperatuur als voor andere onderdelen van het weer. Bij middeling over langere tijdschalen blijven variaties aanwezig. De gemiddelde temperatuur van Nederland van de laatste twintig jaar was ongeveer 0.7 °C hoger dan die van de eerste twintig jaar van de 20e eeuw. Dit verschil manifesteert zich vooral in het winterseizoen. Deels in samenhang met de hogere temperatuur, nam ook de neerslaghoeveelheid toe. Ondanks de hogere wintertemperatuur is er geen empirische aanwijzing dat hiermee ook de kans op optreden van hevige koudegolven anders is geweest.

Onderzoek naar de consistentie van temperatuurreeksen bracht problemen aan het licht die de detectie van langjarige variaties bemoeilijkt. Medio deze eeuw hebben er veranderingen in meetomstandigheden plaatsgevonden die tot een systematisch verschil tussen metingen aan het begin en eind van deze eeuw leiden. Ook de verstedelijking rond de waarnemingsstations hebben de metingen beïnvloed. Anderzijds zijn deze effecten niet groot genoeg om het gesignaleerde temperatuurverschil tussen begin en eind van de 20e eeuw in twijfel te trekken.

De jaren 1996-1998 hebben de variabiliteit van het Nederlandse weer nogmaals onderstreept. Landelijk gezien was 1998 het natste jaar van de eeuw. Het optreden van twee zeer natte perioden binnen een tijdsbestek van anderhalve maand droeg mede aan de hoge jaarneerslag bij. Op sommige plaatsen viel een hoeveelheid neerslag zoals die daar gemiddeld slechts eens in de 125 jaar of meer voorkomt. Het feit dat zo'n gebeurtenis zich toch twee keer vlak achter elkaar ergens in Nederland voordeed, is evenwel niet in strijd met de hoge waarde van deze gemiddelde herhalingstijd.

Noord-Atlantische Oscillatie

De Noord-Atlantische Oscillatie (NAO) is een grootschalig patroon van klimaatvariatie boven de Noord-Atlantische Oceaan dat zich kenmerkt door een afwijkend luchtdrukverschil tussen de Azoren en IJsland. Wanneer dit drukverschil groter is dan normaal, spreken we van een positieve fase. Tijdens deze positieve fase zijn de westelijke luchtstromingen, die 's winters relatief warme lucht naar West-Europa voeren, sterker dan normaal.

Onderzoek bracht aan het licht dat de warmte in Nederland van de afgelopen twintig jaar grotendeels te verklaren is door variaties in de atmosferische stroming. Hierbij zijn de hoge wintertemperaturen voornamelijk toe te schrijven aan een ongewone sterkte en persistentie van de positieve fase van de NAO. Ofschoon de mogelijkheid openblijft dat het broeikaseffect voor een klein deel heeft bijgedragen aan de sterkte van de NAO, moet volgens de huidige inzichten het verschijnsel primair beschouwd worden als een gevolg van een natuurlijke variatie.

Recente modelexperimenten suggereren dat het broeikaseffect de NAO zou kunnen beïnvloeden. Het is nog niet duidelijk in welke richting de NAO zich zal ontwikkelen, want verschillende modellen laten verschillende uitkomsten zien. Zou een Duitse studie juist zijn die een systematische voorkeur voor de positieve fase voorspelt, dan zou dat een versterking van de westelijke luchtstromingen boven West-Europa betekenen met een aanzienlijke invloed op het Nederlandse winterklimaat. Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat de beïnvloeding van de NAO niet vóór 2010 te onderscheiden zal zijn van de natuurlijke variabiliteit.

El Niño en seizoensvoorspellingen

El Niño en zijn tegenhanger La Niña zijn grootschalige herverdelingen van zeewatertemperatuur, wind en neerslag in de tropische Stille Oceaan. Deze verschijnselen hebben een grote invloed op het klimaat, niet alleen in het betreffende gebied, maar wereldwijd.

El Niño en La Niña zijn de afgelopen jaren beter begrepen en de kwaliteit van de voorspellingen op termijn van seizoenen is hierdoor toegenomen. Mede door de zeer sterke El Niño van 1997/98 zijn de wereldwijde effecten op het weer beter doorgrond. De invloed van El Niño op het weer in Nederland is klein, maar niet geheel afwezig. KNMI onderzoek geeft aan dat El Niño's van sterkten zoals in 1997/98, gepaard gaan met een verhoogde lente-neerslag in Nederland.

Het effect van de wereldwijde opwarming door het broeikaseffect op El Niño is nog slechts fragmentarisch bekend. Sommige verkennende studies geven aan dat de gemiddelde toestand in en boven de Stille Oceaan in de loop van de 21e eeuw dichter naar de El Niño toestand zal gaan. Dit resultaat is zeer voorlopig en wacht op bevestiging vanuit geavanceerde modelexperimenten.

De voorspelbaarheid van El Niño op termijn van maanden heeft voor een aantal gebieden op aarde perspectieven geopend voor het maken van seizoensverwachtingen van het weer. Slechts sporadisch is de sterkte van El Niño zo groot dat ook het Nederlandse (lente)weer merkbaar beïnvloed wordt. Voor het doen van winterverwachtingen voor Nederland zou voorspelbaarheid van de Noord-Atlantische Oscillatie mogelijkheden bieden, maar op dit moment ontbreekt het perspectief hiervoor.

Wereldtemperatuur en broeikaseffect

De wereldgemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak is in de 20e eeuw toegenomen. Er zijn goede aanwijzingen dat het broeikaseffect hier aan heeft bijgedragen. De wereldgemiddelde temperatuur van 1998 (het laatste jaar dat in deze rapportage is beschouwd) was de hoogste tot nu toe in de 20e eeuw. Het is plausibel dat de recente El Niño een bijdrage van 0.2 °C aan de temperatuur van 1998 heeft geleverd. Het jaar 1999 is een La Niña jaar. De overgang van El Niño naar La Niña kan voor 1999 een eventuele verdere stijging van de wereldtemperatuur door het broeikaseffect maskeren.

Zonder beperking van de uitstoot van broeikasgassen zal volgens de gangbare verwachting de wereldtemperatuur in 2100 met 1 tot 3.5 °C zijn toegenomen. Er zijn thans afspraken gemaakt om de uitstoot van geïndustrialiseerde landen terug te brengen. Het recentste voorbeeld is het Kyoto Protocol, dat voorziet in beperking tot het jaar 2010. Als alle landen er ook ná 2010 in zouden slagen hun uitstoot daadwerkelijk te beperken, in overeenstemming met de door RIVM uitgevoerde 'Safe Landing' analyse, dan zou de bovengrens van de verwachte temperatuurstijging naar schatting met een graad verlaagd kunnen worden. Een zeespiegelstijging van 20 cm voor 2100 lijkt al niet meer te vermijden.

Klimaat Nederland 21e eeuw

Het 'Safe Landing' scenario vormt geen reden om het in de vorige klimaatrapportage beschreven klimaatscenario voor Nederland bij te stellen. Hiervoor is de onzekerheid in de veronderstellingen die aan dit scenario ten grondslag liggen, te groot. Het NAO onderzoek geeft echter aanleiding tot het toevoegen van detail. Zoals gemeld moet volgens de huidige inzichten de ongewone sterkte van de NAO in zijn positieve fase primair opgevat worden als een gevolg van natuurlijke variabiliteit. Hiervan uitgaande mag worden verwacht dat de NAO op termijn terug zal keren naar zijn normale fase en dat daarmee de wintertemperatuur van Nederland begin 21e eeuw een daling zal vertonen.

Voor wat er verder in de 21e eeuw gebeurt kunnen we vooralsnog het klimaatscenario van de vorige klimaatrapportage als werkhypothese blijven gebruiken. Vooruitlopend op een eventuele bevestiging van het Duitse modelresultaat dat de NAO later in de 21e eeuw in een meer positieve fase zou kunnen komen, kan het effect hiervan in rekening worden gebracht via een versnelde temperatuurstijging in de winter.

Volgende hoofdstuk:
Waargenomen schommelingen in het Nederlandse klimaat van de 20e eeuw

Dit hoofdstuk:
Samenvatting

Vorige hoofdstuk:
Voorwoord

Inhoudsopgave:
De toestand van het klimaat in Nederland 1999

PR & Voorlichting KNMI

Deel: ' Rapport De toestand van het klimaat in Nederland 1999 '




Lees ook