Registratiekamer

Gebruik sofi-nummer ter identificering verdachte

Samenvatting

(30 april 1999, 99.A.215)
Mag de politie het sofi-nummer van een verdachte gebruiken voor het vaststellen van diens identiteit? De Minister van Justitie vroeg de Registratiekamer onlangs te adviseren over een conceptwijziging in artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering, waarmee de politie bevoegd zou worden naar het sofi-nummer te vragen. Aan de hand van het nummer zou de politie bij de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) de identiteit van de verdachte verifiëren.

Registratiekamer:
Het sofi-nummer is een persoonsnummer, dat wordt toegekend door de Belastingdienst. Het is een uniek en verplicht persoonsnummer voor elke burger die gebruik maakt van of valt onder een fiscale en/of sociale zekerheidswetgeving. In artikel 6A van de Wet persoonsregistraties (WPR) staat dat het sofi-nummer, naast de genoemde wetgeving, slechts voor de uitvoering van bepaalde andere wettelijke voorschriften is toegestaan. Het sofi-nummer is opgezet als een persoonsnummer voor gebruik in bepaalde sectoren, met name voor de belastingheffing en de sociale zekerheidswetgeving. Het nummer heeft in dat kader ook een functie gekregen bij fraudebestrijding en andere criminaliteit. De risico's van ruime verspreiding van het sofi-nummer nemen echter toe en worden onbeheersbaar naarmate het nummer op ruimere schaal wordt verspreid. De Registratiekamer heeft de minister daarom al eerder gewaarschuwd tegen uitbreiding van de reikwijdte van het nummer. Om dezelfde redenen als toen maakt de Registratiekamer opnieuw ernstig bezwaar tegen het gebruik van het sofi-nummer in de strafrechtsketen.

Los van de voorgaande fundamentele bezwaren vraagt de Registratiekamer zich af of de voorgestelde regeling wel uitvoerbaar is. De meeste verdachten weten hun sofi-nummer niet uit hun hoofd en zijn ook niet verplicht tot het verlenen van hun medewerking in dit opzicht. Ook is het wetsvoorstel niet duidelijk over het 'tijdelijke gegevensbestand' bij het GBA, waarin de sofi-nummers zouden worden opgenomen. Die procedure garandeert volgens de Registratiekamer niet dat het sofi-nummer buiten de politiebestanden blijft.

De Registratiekamer adviseert de minister dan ook om het voorgestelde artikel 55b Wetboek van Strafvordering over het gebruik uit het conceptwetsvoorstel te schrappen.

Brief

De Minister van Justitie

.'s-Gravenhage, 30 april 1999
. Ons kenmerk 99.A.215
. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering

Geachte heer Korthals,

Bij brief met bijlage van .(uw kenmerk: .) heeft u de Registratiekamer verzocht te adviseren over een conceptwijziging van het Wetboek van Strafvordering, waarin onder meer is voorzien in een regeling voor het gebruik van het sofi-nummer bij het vaststellen van de identiteit van de verdachte. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Na het thans bestaande artikel 55a Wetboek van Strafvordering wordt een nieuw artikel 55 b ingevoerd. Dit artikel luidt - voor zover hier relevant - als volgt.
"De bij of krachtens artikel 141 aangewezen ambtenaren alsmede bepaalde door Onze Minister van Justitie aangewezen categorieën van andere personen, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn bevoegd met het oog op de vaststelling van de identiteit van de staande gehouden of aangehouden verdachte te vragen naar diens sociaal
-fiscaal nummer (sofi-nummer)".

De Registratiekamer deelt uw mening, dat voor de beantwoording van de vraag of de politie op de hiervoor beschreven wijze gebruik mag maken van het sofi-nummer drie aandachtspunten relevant zijn, te weten: (1) de rechtmatige verkrijging van het sofi-nummer van de verdachte, (2) de opslag van het sofi-nummer en (3) het gebruik van het sofi-nummer in het vervolg van de strafrechtelijke procedure. Onderstaand zal nader op deze punten worden ingegaan.

Ad 1) Rechtmatige verkrijging van het sofi-nummer Het sofi-nummer is een persoonsnummer, dat wordt toegekend door de Belastingdienst. Door een combinatie van het sociale nummer en het fiscale nummer vormt het een uniek en verplicht persoonsnummer voor elke burger die in relatie staat tot een fiscale of zekerheidsinstantie. Het gebruik van identificerende nummers zoals het sofi-nummer is geregeld in artikel 6a van de Wet persoonsregistraties (WPR).

Dit artikel luidt als volgt.

1. Een nummer dat ter identificatie van een persoon wettelijk is voorgeschreven, wordt in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit, slechts gebruikt ter uitvoering van de betrokken wettelijke regeling dan wel ten behoeve van een richtige uitvoering van wettelijke voorschriften waarbij eveneens van dat nummer gebruik kan worden gemaakt. Het nummer kan tevens worden gebruikt in andere gevallen bij of krachtens de wet bepaald.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin een daarbij aan te wijzen nummer als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt. Daarbij kunnen nadere voorschriften worden gegeven over het gebruik van een zodanig nummer.

Artikel 6a WPR beperkt het gebruik van het sofi-nummer tot een drietal situaties. In de eerste plaats kan sprake zijn van het gebruik "ter uitvoering van de betrokken wettelijke regeling". Het gaat hier om het gebruik op het terrein waarvoor het sofi-nummer primair is bestemd: namelijk de uitvoering van de fiscale en sociale zekerheidswetgeving. Deze situatie is niet aan de orde. In de tweede plaats wordt door artikel 6a WPR toegestaan het gebruik van een nummer "ter uitvoering van wettelijke voorschriften waarbij eveneens van dat nummer gebruik kan worden gemaakt".
In deze situatie dient het te gaan om de uitvoering van andere wettelijke voorschriften dan de zojuist bedoelde, waarin het gebruik van het betrokken nummer uitdrukkelijk is toegestaan. De regeling van artikel 6a WPR komt er dus op neer, dat het omschreven gebruik van een persoonsnummer slechts is bepaalde gevallen is toegestaan.

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van het gebruik van het sofi-nummer blijkt dat de domeinen waarbinnen dat gebruikt mag worden zijn begrensd. In haar advies van 3 november 1995 van de Registratiekamer, dat zij heeft uitgebracht naar aanleiding van het conceptbesluit gebruik sofi-nummer (95.A.12) heeft de Registratiekamer daarop gewezen en zich om die reden tegen uitbreiding van het nummer tot onder meer de strafrechtsketen. De Registratiekamer heeft er met name op gewezen dat de risico's voor de persoonlijke levenssfeer toenemen of onbeheersbaar worden naarmate het sofi-nummer op ruimere schaal wordt verspreid. Hiervan is met name sprake bij sectoroverstijgend gebruik dan wel bij het loslaten van het doelgebonden karakter hiervan. Het sofi-nummer is opgezet als een doelgebonden persoonsnummer voor gebruik binnen bepaalde sectoren ten behoeve van de belastingheffing en de sociale zekerheidswetgeving. Het nummer heeft in dat kader eveneens een functie gekregen bij de bestrijding van fraude en andere criminaliteit. Het gebruik is aan banden gelegd door de verspreiding van het nummer te limiteren.

Blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit gebruik sofi-nummer (Stb. 1996, nr, 190) heeft uw ambtsvoorganger in het advies van de Registratiekamer aanleiding gevonden voor een nadere bezinning op de noodzaak van het gebruik van het sofi-nummer in de strafrechtelijke keten. De argumenten tegen uitbreiding van de reikwijdte gelden onverkort. De Registratiekamer constateert dat u aan deze kwestie ongemotiveerd voorbijgaat. De Registratiekamer verwijst u in dit verband eveneens naar haar advies van 28 augustus 1997 (97.A.623), dat zij heeft uitgebracht naar aanleiding van de conceptwijziging Besluit gebruik sofi-nummer. Op dezelfde gronden als destijds maakt zij dus ernstig bezwaar tegen gebruik van het sofi-nummer in de strafrechtsketen. Zij wijst u er op dat uw verantwoordelijkheid voor de WPR en het daarop gebaseerde Besluit ingevolge artikel artikel 6a WPR zich niet verdraagt met het buiten de kaders treden waarbinnen voor het gebruik van het sofinummer een regeling kan worden getroffen. Het is de Registratiekamer ambtshalve bekend dat er een rij van belangstellende instellingen bestaat voor het gebruik van het sofi-nummer. Een voorbeeldfunctie mag dan ook zeker van de Minister van Justitie worden verwacht.

Ad 2) De opslag van het sofi-nummer
Los van de voorgaande fundamentele bezwaren plaatst de Registratiekamer kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid van de voorgestelde regeling.
In de Memorie van Toelichting geeft u aan dat het voor de verbetering van de identificatieprocedure van belang is dat de politie aan de verdachte naar het sofi-nummer mag vragen en dat bij twijfel over de opgegeven personalia c.q. identiteit in diens kleding en meegebrachte voorwerpen mag worden gezocht naar gegevens waaruit de identiteit kan blijken. Vervolgens kan het sofi-nummer worden genoteerd en aan de hand daarvan kan de verificatie bij het GBA plaatsvinden. Dit levert het Afnummer op, dat in het proces-verbaal zal worden opgenomen. Als het A-nummer in het proces-verbaal is opgenomen kan in het vervolg aan de hand van dit nummer bij de GBA steeds worden geïnformeerd naar eventuele adresmutaties met het oog op de toezending en betekening van gerechtelijke mededelingen. Ten behoeve van de vraag aan het GBA zal het sofi-nummer tijdelijk worden opgenomen in een gegevensbestand. Zodra het A-nummer is ontvangen uit het GBA zal een gemeente het sofi-nummer verwijderen uit het bestand. Naar uw mening wordt op deze wijze gewaarborgd dat het sofi-nummer niet zal worden vastgelegd in de politiële informatiesystemen.

De Registratiekamer plaatst kanttekeningen bij de praktische uitvoerbaarheid van deze procedure. Het is zeer de vraag of deze regeling in veel gevallen uitvoering zal kunnen vinden. De meeste verdachten zullen niet spontaan hun sofi-nummer kunnen reproduceren, los van de kwestie dat zij hieraan geen medewerking hoeven te verlenen. De kans op frauduleus gebruik is voorts reëel. Het is de Registratiekamer niet duidelijk wat u bedoelt met de zinsnede "ten behoeve van de vraag aan het GBA zal het sofi-nummer tijdelijk worden opgenomen in een gegevensbestand". Om wat voor een soort gegevensbestand gaat het hier? De Registratiekamer is er ook niet van overtuigd dat middels de hiervoor beschreven procedure wordt voorkomen dat het sofi-nummer in de politiële informatiesystemen wordt opgenomen.

Ad 3) Het gebruik van het sofi-nummer in de strafrechtelijke keten Blijkens de Toelichting strekt het voorgestelde artikel 55 b Wetboek van Strafvordering er alleen toe de raadpleging door de politie aan de hand van het sofi-nummer mogelijk te maken. Volgens u geldt er voor de overige actoren binnen de strafrechtketen, waaronder het openbaar ministerie geen specifieke noodzaak over het sofi-nummer te beschikken. Indien het openbaar ministerie kan beschikken over een geverifieerd A-nummer, is het sofi-nummer niet meer nodig.

Anders dan de Toelichting vermeldt is het noodzakelijkheidscriterium geen maatstaf voor opname c.q. handhaving van het sofi-nummer in de persoonsregistraties van strafrechtelijke organen (in casu het openbaar ministerie). Immers, zoals reeds eerder in dit advies is opgemerkt, is het - gezien het bepaalde in artikel 6a WPR - niet toegestaan dat een andere actor binnen de strafrechtelijke keten over het sofi-nummer beschikt. Wel begeeft u zich met de door u voorgestelde procedure op het glibberige pad van een ruimer gebruik van het sofi-nummer dan de regering steeds voor ogen heeft gestaan.

Conclusie
Gelet op het voorgaande adviseert de Registratiekamer u met klem het door u voorgestelde artikel 55b Wetboek van Strafvordering uit het onderhavige conceptwetsvoorstel te schrappen.

Hoogachtend,

Deel: ' Rapport Gebruik sofi-nummer ter identificering verdachte '




Lees ook