PERSBERICHT

GENERATIEBEWUST BELEID rapport nr.55


Generatiebewust beleid noodzakelijk

1 februari 2000

Ondanks de vergrijzing zal de Nederlandse verzorgingsstaat ook in de toekomst houdbaar kunnen zijn. Voorwaarde hiervoor is wel dat een generatiebewust beleid wordt gevoerd, hetgeen wil zeggen dat nu al consequent rekening dient te worden gehouden met de effecten van beleidsbeslissingen voor de nu jonge en voor toekomstige generaties. Op die manier kan een voldoende sterk draagvlak (zowel in economische als in maatschappelijke zin) blijven bestaan om overdrachten tussen opeenvolgende generaties in stand te houden.

Dat staat in het vandaag verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Generatiebewust beleid. Aanleiding voor het uitbrengen van dit rapport is de verwachte verandering in de verhoudingen tussen generaties. In het buitenland wordt het publieke debat over generaties hier en daar al gevoerd. Ook in Nederland kunnen de tegenstellingen tussen jong en oud gaan toenemen. Niet alleen zullen er veel meer ouderen komen in verhouding tot het aantal jongeren, maar ook verkleinen veranderingen in de levensloop (langere leertijden, vroegere uittreding uit het arbeidsproces) het draagvlak voor de collectieve voorzieningen. Dit legt een bijzondere last op de schouders van de jongere, werkende generaties. Hun zal, op grotere schaal dan nu, worden gevraagd inkomsten over te dragen ten behoeve van de ouderen.

De collectief gefinancierde stelsels voor pensionering en zorg zijn echter niet de enige kaders voor intergenerationele overdrachten. Het onderwijs is een belangrijke overdracht, doorgaans van oud naar jong. Ook de technologische ontwikkeling en de ontwikkeling van de milieukwaliteit zijn overdrachten die in een evenwichtige balans tussen de generaties niet buiten beschouwing mogen blijven. Het wrr-rapport bevat derhalve een brede analyse van de verhouding tussen generaties, waarbij al deze overdrachten aan de orde komen. Uit deze analyse blijkt dat het denken over een rechtvaardige verdeling tussen generaties onvoldoende houvast biedt. In de zorg voor houdbaarheid, waaronder de continuïteit van een stelsel van overdrachten wordt verstaan, ziet de raad een beter bruikbaar richtsnoer voor een generatiebewust beleid.

Uitgangspunten generatiebewust beleid Bij de keuze tussen tegenwoordige verdelingsproblemen en het te verwachten verdelingsprobleem op langere termijn en over opeenvolgende generaties, zullen politici zich in de toekomst meer moeten laten leiden door de laatste problematiek. Om te bevorderen dat bij de vormgeving van het beleid de gevolgen voor de verschillende generaties bij de afweging worden betrokken, heeft de raad een aantal beginselen geformuleerd voor een generatiebewust beleid: * een consequente inschatting van de gevolgen van beleidsbeslissingen op de langere termijn. Hoe moet bijvoorbeeld in het licht van de verhouding tussen generaties worden aangekeken tegen vergroting of verkleining van de staatsschuld? * alle generaties dragen een verantwoordelijkheid voor het op termijn oplossen van nieuwe vragen waarvoor de samenleving komt te staan. De gevolgen van de vergrijzing kunnen bijvoorbeeld niet eenzijdig op jongeren worden afgewenteld maar ook niet eenzijdig op ouderen; * het impliciete contract tussen generaties dient te worden gehandhaafd maar dient ruimte te bieden voor aanpassingen op grond van zich wijzigende maatschappelijke omstandigheden.

Beleidsaanbevelingen Naast een analyse van de verschillende wetenschappelijke vraagstukken die aan de orde zijn in de relatie tussen de generaties, besteedt het rapport een bijzondere aandacht aan de beleidsvragen waar de Nederlandse regering voor komt te staan, met het oog op de houdbaarheid van het stelsel van overdrachten.

Op de bestudeerde beleidsterreinen doet de raad ook enkele concrete aanbevelingen voor een generatiebewust beleid. Problemen zouden onder andere voorkomen kunnen worden door: * de staatsschuldquote te verlagen, waardoor rente-uitgaven vrijkomen om de lastenstijging van AOW en zorg te compenseren; * de arbeidsparticipatiegraad verder te verhogen, met name bij ouderen en vrouwen; * in de toekomst ook een AOW-bijdrage te vragen van draagkrachtige 65-plussers; * de collectieve uitgavenstijgingen in de zorg die voortkomen uit een stijging van aspiratieniveau en technologische ontwikkelingen beter te beheersen. Er zou duidelijk gekozen moeten worden welke zaken tot de collectieve en welke tot de persoonlijke verantwoordelijkheid behoren; * als de druk van de vergrijzing op de overdrachtsuitgaven toeneemt, vast te houden aan goede onderwijsvoorzieningen voor de jeugd; * de investeringen in technologiegerelateerde kapitaalgoederen te ontzien en waar nodig te bevorderen; * in het milieubeleid de nadruk te leggen op al bestaande en nieuwe vormen van collectieve zelfbinding (combinaties van regelgeving, institutionele voorzieningen en financiële prikkels), waardoor voor langere tijd de verantwoordelijkheden worden vastgelegd.


Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Generatiebewust beleid, Rapporten aan de Regering nr. 55, Den Haag: Sdu Uitgevers, 1999. isbn 90 399 1687 X.


Deze publicatie (Prijs 89,50) is te bestellen bij: Sdu Servicecentrum Uitgeverijen Postbus 20014 2500 EA 's-Gravenhage tel. 070-378 9880 fax 070-378 9783 U kunt ook rechtstreeks via de bestelpagina op de internet site van de Sdu bestellen

De publicatie is in zin geheel ook beschikbaar op de website van de WRR: Generatiebewust beleid.


Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij het bureau van de WRR: Dr. S.J. Langeweg tel. 070 356 4651 Dr. G.J. Kronjee tel. 070 356 4648


Deel: ' Rapport 'Generatiebewust beleid noodzakelijk' '




Lees ook