Trimbos Instituut

Nieuwsflits

Rapport: `In behandeling'

Op verzoek van de Ziekenfondsraad is in 1997 en 1998 onderzoek gedaan naar het functioneren van de ambulante geestelijke gezondheidszorg (aggz). Verschillende zorgaanbieders zijn doorgelicht op drie punten: toegankelijkheid van zorg (hoe moeilijk of makkelijk is het om met de hulpverlening in contact te komen?), kwaliteit van zorg (hoe tevreden zijn cliënten met de hulpverlening en de gang van zaken daarbij?) en doelmatigheid van zorg (hoeveel schieten cliënten er uiteindelijk mee op?). Aan het onderzoek werkten 101 ggz-instellingen mee verspreid over Nederland: twaalf Riagg's, achttien poliklinieken psychiatrie, tweeënvijftig vrijgevestigde psychiaters/psychotherapeuten, en negentien zorgvernieuwingsprojecten.

De resultaten brengen grote verschillen aan het licht: cliënten tonen zich meer tevreden over het behandelaanbod van de eigen praktijk dan over dat van de RIAGG en polikliniek. Als het eindoordeel wordt uitgedrukt in gemiddelde rapportcijfers krijgt de eigen praktijk een 7,3, de Riagg een 5,9 en de polikliniek een 6,2. Cliënten vonden dat ze in de eigen praktijk betere voorlichting kregen over de verschillende behandelmogelijkheden en meer ruimte zelf een keuze te maken. Bovendien sloeg de behandeling beter aan. Het oordeel over hun therapeuten was telkens onverkort positief. Ook bleken de wachtlijsten in de eigen praktijk korter te zijn, de behandeling sneller van start te gaan (minder diagnostiek) en het totaal aantal zittingen hoger. Als rekening wordt gehouden met de verschillen in cliëntkenmerken dan blijken cliënten bij alle drie voorzieningen ongeveer dezelfde hulp te krijgen van dezelfde intensiteit (aantal sessies diagnostiek, frequentie van behandelcontacten), behandelduur en kwaliteit (effect van behandeling, satisfactie van de cliënt).

Het zorgaanbod van de reguliere ambulante ggz lijkt toegankelijker voor hoger opgeleiden. De gemiddelde kwaliteit van de zorg is van voldoende niveau. Toch zegt slechts 41% van de cliënten zich bij herhaalde of nieuwe problemen weer bij dezelfde zorgvoorziening aan te melden, 24% zou dit beslist niet weer doen en 15% heeft hierover geen mening.

Zorgvernieuwingsprojecten hebben een duidelijk andersoortig hulpaanbod dan de Riagg, polikliniek en eigen praktijk. De doorsnee projectcliënt is lovend over met name de begeleider, maar zou wel wat serieuzer willen worden genomen en wat meer maatwerk geleverd willen krijgen.

Onderzocht is ook welke mogelijkheden zorgkantoren hebben om te kunnen sturen op toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van ambulante zorg. Hun mogelijkheden blijken vooralsnog beperkt. Zorgkantoren weten in de regel wel exact hoeveel zorg ze inkopen, maar zij hebben weinig zicht op de inhoud en de kwaliteit ervan. Een aantal zorgkantoren is bezig hierin verbetering aan te brengen. Over de betekenis van deze resultaten wordt op dit moment binnen de Ziekenfondsraad gediscussieerd en wordt eind december een werkconferentie georganiseerd.

Het onderzoeksrapport werd geschreven door M. ten Have, W. Vollebergh en G. Hutschemaekers. Een samenvatting met de titel "In behandeling. Cijfers en meningen over ambulante geestelijke gezondheidszorg" is te bestellen bij het Trimbos-instituut o.v.v. `Trimbos-reeks 99-5'. De prijs bedraagt f 30,-.

Margreet ten Have, Wilma Vollebergh (030) 297 11 00

19|99 Nummer 19, december 1999

Trimbos-instituut Netherlands Institute of Mental Health and Addiction

Da Costakade 45
Postbus 725 3500 AS Utrecht
Telefoon (030) 297 11 00
Fax (030) 297 11 11

Copyright ©1999 Trimbos-instituut, Utrecht

Deel: ' Rapport `In behandeling' '




Lees ook