Ministerie van VWS


Rapport inspectie voor de gezondheidszorg over kwaliteit van gehandicaptenzorg

Vrijdag 15 januari 1999, persbericht nummer 2

Instellingen voor lichamelijk en meervoudig gehandicapten zijn op de goede weg met kwaliteitsbevordering en -bewaking. Wel is een aantal verbeteringen nodig. Zo moeten zij meer aandacht besteden aan de betrokkenheid van de cliënt bij zijn zorgplan en moeten richtlijnen en protocollen goed bekend zijn bij de zorgverlener. Dit concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het rapport De kwaliteit verkend; een eerste verkenning van kwaliteitsborgende maatregelen in de zorgvoorzieningen voor lichamelijk en meervoudig gehandicapten. Het rapport is verzonden naar staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en naar alle instellingen en koepels in de lichamelijke en meervoudige gehandicaptenzorg.

De kwaliteitswet zorginstellingen, ingevoerd in 1995, verplicht de zorgaanbieders tot het leveren en waarborgen van doeltreffende, doelmatige en verantwoorde zorg. De Inspectie heeft als toezichthouder een nieuw instrument ontwikkeld om zicht te houden op de kwaliteit van de geleverde zorg. In 1996 en 1997 heeft de Inspectie nagenoeg alle instellingen in de lichamelijke en meervoudige gehandicaptenzorg bezocht om door middel van dit instrument te onderzoeken op welke wijze instellingen invulling geven aan de kwaliteitswet. Bovendien kan iedere instelling zich met behulp van dit instrument meten aan een landelijk gemiddelde en zonodig verbeteringen aanbrengen.

Bevindingen

De instellingen in de lichamelijke en meervoudige gehandicaptenzorg zijn op de goede weg met kwaliteitsontwikkeling en maatregelen voor kwaliteitsbevordering en -bewaking. Wanneer dit verder doorwerkt in het handelen van de mensen die de zorg verlenen, kan dit leiden tot een nog meer verantwoorde en kwalitatief betere zorg.Wel heeft de Inspectie geconstateerd dat er nog een aantal verbeteringen mogelijk zijn. De samenwerking met andere zorginstellingen in de regio is nog onvoldoende. Ook hanteren veel instellingen met wachtlijsten eigen criteria voor plaatsing van mensen, in plaats van algemene geaccepteerde criteria.

De meeste instellingen stellen het zorgplan van een cliënt vast in overleg met de cliënt zelf. Maar ongeveer veertig procent van de instellingen betrekt de cliënt zelf niet direct bij de evaluatie van zijn zorgplan. Tevens komt het voor dat de teamarts, (neuro)psycholoog of de (ortho)pedagoog niet betrokken zijn bij het opstellen van het zorgplan.
Nog niet alle instellingen hebben een cliëntenraad. Een cliëntenraad kan bijdragen aan een betere positie van de cliënt en kan de cliëntgerichtheid van het beleid van de instelling bevorderen.
Het werken volgens protocollen en richtlijnen kan beter. Zo hebben de meeste voorzieningen nog geen richtlijnen voor het omgaan met cliënten met niet aangeboren hersenletsel. Ook hebben veel instellingen nog geen protocol over seksueel misbruik. Met betrekking tot de bewaking van de kwaliteit van zorg heeft de Inspectie geconstateerd dat ruim een derde van de instellingen geen kwaliteitsjaarverslag uitbrengt. De helft van de instellingen werkt met ongeschreven huisregels.
Verder hebben enkele instellingen onvoldoende accommodaties om de toegankelijkheid en de privacy van cliënten te waarborgen. Daarnaast beschikken niet alle instellingen over een brandveiligheidsverklaring en een rampenplan.

Aanbevelingen

De Inspectie voor de Gezondheidszorg doet de volgende aanbevelingen:

* De criteria voor toelating van cliënten en de indicatiestelling moeten helder en toetsbaar zijn en waarborgen geven voor rechtsgelijkheid en onafhankelijkheid.

* De cliënt moet meer betrokken worden bij het vaststellen en evalueren van zijn/haar zorgplan. Bij de evaluatie moet gelet worden of het zorgplan ook daadwerkelijk wordt gebruikt.
* Vanwege het belang van cliëntenraden voor de positie van cliënten moeten deze raden onafhankelijke ondersteuning kunnen krijgen.

* De zorgverleners moeten goed bekend zijn met richtlijnen en protocollen en deze toepassen in de dagelijkse zorg. De Inspectie acht het van groot belang dat instellingen die nog niet beschikken over protocollen met betrekking tot seksueel misbruik, deze zo snel mogelijk opstellen.

* Instellingen die nog niet beschikken over een brandveiligheidsverklaring, moeten dit zo snel mogelijk verkrijgen. Daarnaast moeten zij aandacht besteden aan een rampenplan.

* Instellingen moeten aandacht besteden aan de toegankelijkheid en privacygevoeligheid van de accommodaties.

Deel: ' Rapport kwaliteit gehandicapteninstellingen gaat vooruit '




Lees ook