algemene rekenkamer

aanpak millenniumvraagstuk en veiligheid

samenvatting

dit is het derde rapport van de algemene rekenkamer in een serie over het millenniumvraagstuk in enkele maatschappelijk relevante sectoren. het betreft de resultaten van een in mei 1999 uitgevoerd onderzoek naar de aanpak van de millenniumproblematiek en de voortgang in de oplossing ervan bij politiekorpsen. de rekenkamer richtte zich op de korpsen gooi en vechtstreek en rotterdam – rijnmond. ook onderzocht zij de mate van inzicht van de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties.

de rekenkamer kwam tot de conclusie dat het regionaal politiekorps gooi en vechtstreek goede vordering heeft gemaakt met de aanpak van de geautomatiseerde informatiesystemen en de gebouwgebonden systemen en communicatiemiddelen. het korps was daarmee bijna gereed. de voorbereiding op de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid daarentegen was nog niet ver genoeg gevorderd.

de rekenkamer concludeerde dat het korps rotterdam - rijnmond zich met de aanpak van de operationele handhavingstaken juist goed voorbereidt op mogelijke calamiteiten als gevolg van millenniumproblemen. de stand van zaken bij de interne bedrijfsvoering bij het korps daarentegen noopte tot een extra voortvarende aanpak.

de rekenkamer heeft twijfels over de kwaliteit van de informatie die de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties bereikt over de voortgang bij de korpsen.

in hun reacties op de bevindingen van de rekenkamer zeiden de korpsbeheerders de belangrijkste conclusies van de rekenkamer te delen en de aanbevelingen op te volgen. de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties deelde de twijfels over de kwaliteit van de voortgangsinformatie bij de korpsen niet. wel zal hij in de eerstvolgende voortgangsrapportage ook over de noodplannen voor de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid rapporteren.

de rekenkamer was in mei 1999 niet onverdeeld optimistisch over de tijdige oplossing van de millenniumproblemen bij beide korpsen. de korpsen zijn inmiddels verder gevorderd met de oplossing van het millenniumprobleem. de rekenkamer ziet door de huidige ontwikkelingen de oplossing van dat vraagstuk aldaar veel dichterbij gebracht.

het geheel overziende valt op, dat beide korpsen eigen accenten hebben gelegd bij de aanpak van het millenniumprobleem. het ene korps had een meer technische benadering door de aanpak van de interne bedrijfsvoering voorop te stellen. het andere korps had grotere aandacht voor een multidisciplinaire voorbereiding van de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid.

de rekenkamer neemt aan dat het onder de niet in het onderzoek betrokken korpsen niet anders zal zijn. uiteraard zullen beide taken, dus zowel bedrijfsvoering als operationele inzetbaarheid, bij alle korpsen tijdig millenniumbestendig moeten functioneren. tijdig is in dit verband eigenlijk: nu.

bij de onderzochte regio’s – en naar mag worden aangenomen geldt dit voor alle politieregio’s – zal daarenboven namelijk nog aandacht en tijd uitgetrokken moeten worden voor integratie en het testen daarvan van bedrijfsvoering en operationele inzetbaarheid.

1 inleiding

de algemene rekenkamer schenkt in 1998 en 1999 in drie rapportages aandacht aan de aanpak van de millenniumproblematiek en de voortgang in de oplossing daarvan bij drie belangrijke maatschappelijke sectoren, namelijk gezondheid, sociale zekerheid en veiligheid. dit is het derde rapport in die serie. in dit rapport gaat het om de veiligheid van de burger.

vanwege het grote maatschappelijke belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid mag van de politiekorpsen worden verwacht dat de millenniumproblematiek goed georganiseerd wordt aangepakt. in dit onderzoek heeft de rekenkamer zich gericht op de aanpak van de millenniumproblematiek bij:

het regionaal politiekorps rotterdam - rijnmond;

het regionaal politiekorps gooi en vechtstreek.

het doel van het onderzoek van de rekenkamer is een bijdrage te leveren aan een doeltreffende verbetering van de aanpak van de problematiek door de korpsen en aan een toereikende invulling van de stimulerende en toezichthoudende rol van de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksaangelegenheden (bzk) en de stimulerende rol van de minister voor grote steden- en integratiebeleid (gsi) bij wie het millenniumvraagstuk in portefeuille is.

daartoe onderzocht de rekenkamer de aanpak van millenniumproblemen bij de interne bedrijfsvoering (het millenniumbestendig maken van geautomatiseerde systemen en communicatiemiddelen) en bij de operationele handhavingstaken (de voorbereiding op calamiteiten in de maatschappij) van de korpsen. ook onderzocht de rekenkamer de mate van inzicht van de minister van bzk in de aanpak en voortgang van het millenniumprobleem bij de politie.

de algemene rekenkamer zond haar bevindingen op 19 juli 1999 naar de korpsbeheerders van beide korpsen, de minister van bzk en ter kennisneming aan de minister van gsi. de korpsbeheerders en de minister van bzk reageerden medio augustus. hun reacties zijn op hoofdlijnen verwerkt in hoofdstuk 5. waar de reacties daartoe aanleiding gaven, heeft de rekenkamer haar rapport aangepast.

2 bestuurlijke verantwoordelijkheid

het kabinet heeft bij brief van 19 december 1997 aan de tweede kamer over de aanpak van het millenniumprobleem de politie een maatschappelijk vitale sector genoemd. de burgemeesters, de korpsbeheerders, de commissarissen van de koningin, de procureurs-generaal, de minister van bzk en de minister van justitie hebben ieder eigen verantwoordelijkheden in de oplossing van het millenniumprobleem.

het millenniumvraagstuk waarmee de regionale politiekorpsen worden geconfronteerd heeft betrekking op twee delen:

zaken van de interne bedrijfsvoering;
de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid bij calamiteiten in de samenleving.

de bedrijfsvoering is ingevolge artikel 24 van de politiewet primair een verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder. deze wordt daartoe bijgestaan door de korpschef. de korpsbeheerder legt over het gevoerde beheer verantwoording af aan het regionaal college van burgemeesters. dit geldt dus ook voor de aanpak en oplossing van het millenniumprobleem in geautomatiseerde systemen en communicatiemiddelen van het korps.

er zijn echter ook landelijk werkende ‘concernsystemen’, die door de landelijke organisatie informatie en communicatie technologie organisatie (ito) worden beheerd. ito is een agentschap van het ministerie van bzk. de oplossing van problemen bij deze concernsystemen is daarmee een verantwoordelijkheid van de minister van bzk. onder meer kan gedacht kan worden aan het herkenningsdienst systeem en het politie datacommunicatie systeem.

de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van de millenniumproblematiek in de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid ligt primair bij het regionaal college van burgemeesters van de gemeenten in de regio. dit college vormt het bestuur van het regionaal politiekorps. de feitelijke handhaving van de openbare orde tijdens de eeuwwisseling blijft uiteraard een verantwoordelijkheid van de individuele burgemeesters. de minister van grote steden- en integratiebeleid (gsi) heeft bij brief van 3 december 1998 alle burgemeesters gewezen op het niet of niet voldoende functioneren van maatschappelijke voorzieningen en systemen en hen aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de daarmee samenhangende aspecten van openbare orde en veiligheid.

naast deze directe verantwoordelijkheden zijn er ook toezichthoudende verantwoordelijkheden. de commissaris van de koningin en de procureur-generaal van het gerechtshof moeten er ingevolge de politiewet op toezien dat de politie in haar ambtsgebieden haar taken naar behoren vervult. het is dan ook evident dat dit toezicht zich ook uitstrekt tot de oplossing van de millenniumproblematiek in de interne bedrijfsvoering en de operationele handhavingstaken. de minister van gsi heeft de commissarissen van de koningin bij brief van 16 december 1998 op hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde gewezen en hen dringend verzocht bestaande scenario’s te toetsen aan specifieke eisen van het millenniumprobleem en communicatie- en beslissingsstructuren te controleren en eventueel aangepaste plannen te oefenen.

de minister van bzk heeft naast zijn directe verantwoordelijkheid voor de landelijke systemen een stimulerende en coördinerende rol en hij blijft uiteindelijk ook politiek aanspreekbaar op de aanpak en voortgang bij de politie. hij dient zich dan ook goed te laten informeren over de werkelijke stand van zaken in de voortgang en de oplossing van het millenniumprobleem in de politieregio’s. de minister van bzk heeft op grond van artikel 53a, lid 1 onder b van de politiewet 1993 de bevoegdheid het beheer bij de politie te toetsen. hij beschikt daartoe over de inspectie voor de politie. de aanpak en oplossing van het millenniumprobleem moet worden gezien als een probleem van beheer. inschakeling van de inspectie door de minister van bzk om inzicht te krijgen in de aanpak van het millenniumprobleem en de voortgang in de oplossing daarvan ligt dan ook in de rede.

ten tijde van het onderzoek is van actieve betrokkenheid van deze toezichthouders bij de oplossing van het millenniumprobleem bij de twee onderzochte korpsen niet of nauwelijks sprake geweest. de rekenkamer acht met name de afstemming tussen de politie en de justitiële autoriteiten van belang. gedacht kan worden aan het maken van afspraken over celcapaciteit, sepot- en voorgeleidingsbeleid, de uitvoering van snelrecht en het onderhouden van de verbindingen voor de communicatie met het openbaar ministerie.

de minister van bzk heeft in samenwerking met het nederlands politie instituut het projectbureau millennium de nederlandse politie (dnp) opgericht. dit projectbureau ondersteunt de regionale korpsen en houdt aan de hand van een standaard registratiesysteem de voortgang bij. het projectbureau rapporteert maandelijks namens de korpsen aan de minister en houdt tweemaandelijks een gespreksronde met alle regiokorpsen.

de minister van bzk heeft in februari 1999 een coördinatiecommissie millennium oov ingesteld (de commissie alders). deze commissie heeft tot doel het coördineren en stimuleren van proactieve en preventieve maatregelen voor millenniumproblemen met gevolgen voor de openbare orde en veiligheid. deze commissie kwam medio mei 1999 met een referentiekader met gegevens over een ‘worst-case’ situatie, die zou kunnen ontstaan bij uitval van vitale sectoren in nederland. dit referentiekader is bedoeld als toetsingskader voor de coördinatie tussen de betrokken instanties en om tijdig prioriteiten te stellen voor een zo doelmatig mogelijke inzet van de schaarse mensen en middelen.

3 twee regionale politiekorpsen


3.1 inleiding

beide korpsen hebben de aanpak van het millenniumvraagstuk gesplitst in twee trajecten:de oplossing van technische millenniumproblemen in de interne bedrijfsvoering van het korps;
de organisatorische voorbereiding van en het optreden door de politie voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid bij calamiteiten in de samenleving naar aanleiding van millenniumproblemen.

het is duidelijk dat het succes van de operationele handhaving van openbare orde en veiligheid ook rondom de eeuwwisseling mede afhankelijk is van een millenniumbestendige bedrijfsvoering. beide aspecten en hun onderlinge afhankelijkheid komen in de volgende paragrafen aan de orde.


3.2 interne bedrijfsvoering


3.2.1voortgang objecten

bij de interne bedrijfsvoering gaat het om het millenniumbestendig maken van geautomatiseerde informatiesystemen zoals systemen voor de basispolitiezorg, diverse communicatiemiddelen en om gebouwgebonden systemen zoals toegangsbeveiliging en meldtafelsystemen.

voor de prioriteitenstelling hebben beide korpsen aan de onderscheiden objecten een belang toegekend:

indeling belang objecten

hoogte belang

1 van vitaal belang voor het gehele korps

2 van vitaal belang voor één primair
bedrijfsproces (noodhulp en
basispolitiezorg)

3 nuttig (efficiencyverlies treedt op in het primair bedrijfsproces)

4 ondersteunend. op langere termijn van
invloed op het primair proces.

5 geen belang of object wordt uitgefaseerd

voortgang gooi en vechtstreek

bij de start van het project is medio 1998 een algemene inventarisatie gemaakt van objecten met een mogelijk millenniumprobleem. er werden circa 130 objecten onderscheiden, waarvan 94 met belang 1 of 2. het idee de voortgang aan de hand van deze registratie bij te houden is eind 1998 losgelaten. de feitelijk stand van zaken per object wordt hierin niet meer bijgehouden. wel vindt een gedeeltelijke vastlegging plaats in het door het projectbureau millennium de nederlandse politie ter beschikking gestelde landelijke registratiesysteem. op basis van een opgave van het hoofd it en de oorspronkelijke inventarislijst kan het volgende overzicht worden gemaakt.

voortgang clusters van functioneel gelijksoortige objecten met belang 1 t/m 4

belang aantal gereed*) % planning
gereed*) einddata

1 23 21 91 1 juli 1999

2 10 8 80 1 juli 1999

3 en 4 5 4 80 1 september 1999

totaal 38 33 87


*) exclusief integratietest

de voortgang bij de landelijk werkende concernsystemen die door ito worden beheerd en dus millenniumbestendig worden gemaakt, is goed. deze concernsystemen zijn alle nagenoeg gereed en gecertificeerd.

de gegevens uit de interne voortgangsrapportage bij gooi en vechtstreek sloten niet goed aan bij de gegevens uit het overzicht van het project millennium dnp dat in mei 1999 aan de minister is verstrekt. uit het overzicht van dnp van 1 mei 1999 wordt voor gooi en vechtstreek het volgende genoteerd:

overzicht gereedmelding regionaal politiekorps gooi en vechtstreek volgens project millennium dnp

belang aantal gereed % gereed planning einddata

1 33 28 85 1 juni 1999

totaal 163 97 60

het aantal objecten is volgens dit overzicht aanmerkelijk hoger dan het aantal genoemd in de interne rapportage. dit kan worden verklaard uit een ander niveau van aggregatie: intern zijn objecten gegroepeerd in functioneel gelijksoortige clusters. het beeld van de voortgang in de interne rapportage wijkt af van het beeld dat de minister daarover heeft gekregen. dit kan worden verklaard uit het feit dat een aantal systemen in de eerste helft van mei gereed is gekomen. deze voortgang is nog niet in de rapportage van dnp verwerkt.

gooi en vechtstreek voorziet geen knelpunten. wel is men inmiddels een maand uitgelopen op de planning. men verwacht nu op 1 september 1999 klaar te zijn.

voortgang rotterdam - rijnmond

het korps heeft een overzicht opgesteld met gegevens over de voortgang bij interne bedrijfsvoering per 1 mei 1999.

stand van zaken objecten per 1 mei

belang aantal % gereed
per 1 mei

1 297 54

2 339 62

3 337 49

4 1656 89

5 263 59

totaal 2892 75

uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onder andere dat nog veel objecten met belang 1 millenniumbestendig moeten worden gemaakt wil het korps voldoen aan de eis van het project millennium dnp dat het op 1 juli 1999 volledig millenniumbestendig moet zijn.

de interne voortgangsrapportage van mei 1999 van rotterdam - rijnmond bevat een lijst met acht soms samenhangende knelpunten in de voortgang. belangrijke hiervan waren:

de resultaten van tests op de noodstroomvoorzieningen voor het hoofdkantoor van politie;

vertragingen en technische problemen bij het testen en upgraden van programmatuur;

het ontbreken van planning van tests van no-break installaties binnen het korps;

het niet millenniumbestendig zijn van verouderde telefoon-tap-inrichtingen van het korps. het is nog onzeker of het millenniumbestendig maken technisch mogelijk is. tijdige vervanging ervan is in ieder geval niet meer haalbaar. zonodig zal het korps gebruik maken van uitwijkmogelijkheden bij omringende korpsen.

er lopen weliswaar projecten voor deze knelpunten, maar hiervoor waren bij het afsluiten van het onderzoek eind mei 1999 geen concrete einddata gepland.

de externe rapportage van het project millennium dnp aan de minister van bzk over de voortgang bij de korpsen geeft overigens een afwijkend beeld van de voortgang bij rotterdam - rijnmond ten opzichte van de hiervoor geschetste voortgang. zo zou volgens de rapportage van 15 juni 1999 op 15 mei 72% van de objecten met ‘belang 1’ millenniumbestendig zijn (waar die volgens het korps op 1 mei nog 54% zou zijn geweest).

rotterdam – rijnmond merkte hierbij op dat de rapportages van dnp geen relevante informatie verschaffen over de voortgang van het korps. rotterdam – rijnmond past met medeweten van dnp zijn gegevens over nieuwe objecten al sedert medio 1998 niet meer aan. de manier van registreren in deze landelijke database sloot niet aan op de informatiebehoeften van rotterdam - rijnmond. met dnp is afgesproken dat rotterdam - rijnmond de registratie van adoptieobjecten nauwgezet zou bijhouden. de reeds in de database aanwezige objecten zouden worden bijgehouden, maar de database zou niet met nieuwe na juni 1998 gelokaliseerde objecten worden aangevuld. de regio zou zelf haar eigen inventarisatielijst hanteren.

overigens wordt hierbij opgemerkt dat de voortgang bij de landelijk werkende systemen die door ito worden beheerd en dus millenniumbestendig worden gemaakt goed is. deze landelijk werkende concernsystemen zijn alle nagenoeg gereed en gecertificeerd.


3.2.2 voortgang noodplannen

gooi en vechtstreek

gooi en vechtstreek heeft voor het politie bedrijfsprocessen systeem (pbs) een noodvoorziening ontwikkeld. daarnaast is een aantal maatregelen getroffen om uitval van voorzieningen op te vangen:

er zijn 10 sateliettelefoons gehuurd die bij uitval van de conventionele verbindingen kunnen worden gebruikt om de contacten met de 5 basiseenheden te onderhouden;

voor de radiobediensystemen zijn noodstroomvoorzieningen (generatoren) aangebracht zodat bij lokale stroomuitval de steunzenders beschikbaar blijven;

indien de telecommunicatiemiddelen geheel uitvallen, zal er gewerkt worden met ordonnansen;

er zijn noodstroomvoorzieningen aangebracht bij de gebouwen van de basiseenheden in vier gemeenten;

motorvoertuigen worden volgetankt zodat deze bij uitval van tankstations zo lang mogelijk beschikbaar zijn;

reeds afgeschreven motorvoertuigen worden niet ingeruild maar tot na de eeuwwisseling aangehouden om ook het extra dienstdoende personeel een voertuig te kunnen verschaffen;

gooi en vechtstreek tracht vlak voor de eeuwwisseling geen arrestanten in huis te hebben, zodat 20 cellen beschikbaar zijn voor arrestanten in de millenniumnacht.

rotterdam - rijnmond

rotterdam - rijnmond heeft in februari 1999 een stappenplan ontwikkeld, dat een voorzet biedt om tot een concreet noodplan - toegespitst op de millenniumproblematiek - te komen. het vervaardigen van noodplannen is een verantwoordelijkheid voor de units/systeemeigenaren en wordt beperkt tot

objecten met belang 1. volgens het stappenplan zouden de noodplannen en noodprocedures met het oog op het belang van een tijdig bereiken van een stabiele fallback-situatie per 1 juli 1999 gereed moeten zijn. bij het afsluiten van het onderzoek eind mei 1999 waren er wel noodplannen in voorbereiding maar nog geen was gereed.

op het gebied van het materieel beheer is een aantal noodvoorzieningen getroffen:

het nationaal noodnet en het interim landelijk mobilofoonnet (ilm) zijn alternatieven indien de huidige telecommunicatiemiddelen geheel uitvallen. voor alle districtsbureau, verzamelgebouwen en een aantal strategische basiseenheden zijn aanvragen ingediend voor aansluiting op het nationaal noodnet. kpn staat garant voor de millenniumbestendigheid van dit noodnet.
voor het ilm zijn noodstroomaggregaten aanwezig. de capaciteit daarvan is echter bij maximale belasting beperkt tot één uur. indien ook deze uitvallen zal er gewerkt worden met ordonnansen. daarnaast zijn 20 mobiele aggregaten op afroep beschikbaar;

motorvoertuigen worden volgetankt zodat deze bij uitval van tankstations zo lang mogelijk ingezet kunnen worden. reeds afgeschreven motorvoertuigen worden niet ingeruild maar tot na de eeuwwisseling aangehouden om ook het extra dienstdoende personeel een voertuig te kunnen verschaffen.

rotterdam - rijnmond zag geen mogelijkheid om bij alle zendmasten noodstroomvoorzieningen met voldoende capaciteit aan te brengen. de plaatsen waarop deze (circa 100) zend- en ontvangmasten zich bevinden, bijvoorbeeld op kerktorens, maken het niet altijd mogelijk een zwaar noodaggregaat te plaatsen.


3.3 operationele handhavingstaken


3.3.1 inleiding

bij de aanpak van millenniumproblemen bij de operationele handhaving gaat het om het maken van een risico-analyse van het verzorgingsgebied. aan de hand hiervan kunnen preventief organisatorische maatregelen worden getroffen bijvoorbeeld voor de bereikbaarheid en snelle inzetbaarheid van de politie en om afstemming van activiteiten van andere hulpverleningsdiensten.

daarnaast moeten er goede calamiteitenplannen voorhanden zijn. daarvoor bestaande rampenplannen kunnen als uitgangspunt dienen, maar moeten wel worden bezien op toepasbaarheid bij millennium-gerelateerde calamiteiten. te denken valt aan ketenproblematiek en aan het gelijktijdig voorkomen van verschillende problemen op diverse plaatsen in het verzorgingsgebied.

de onderwerpen van de voorbereiding van de operationele handhavingstaken komen in de volgende paragrafen aan de orde.


3.3.2 risico-analyse

gooi en vechtstreek

in de regio gooi en vechtstreek wordt een multidisciplinaire aanpak van het millenniumprobleem voorgestaan, waarin het korps zou participeren met een eigen risico-analyse. zo’n risico-analyse dient om te komen tot een goed onderbouwde inschatting van het ontstaan van incidenten en de lokatie daarvan. het politiekorps had echter tot bij het afsluiten van het onderzoek eind mei nog geen eigen risico-analyse gemaakt.

vooralsnog baseert het korps de geplande extra capaciteit rondom de eeuwwisseling op een algemene omgevingsanalyse millenniumproblematiek openbare orde en veiligheid voor de gehele politie van cmg (1998) en het referentiekader van de commissie alders. er zal volgens gooi en vechtstreek hooguit sprake zijn van ‘meer van het zelfde’. voor de bepaling van extra capaciteit heeft het korps zich gebaseerd op wettelijke kaders en het maximaal haalbare binnen de beschikbare capaciteit.

dit heeft geleid tot een beperkt aantal maatregelen:

een dubbele bezetting (92 personen) in de nacht van 31 december van 22.00 uur tot 1 januari 10.00 uur en een verhoogde aanwezigheid (sterkte normale jaarwisseling 25 tot 35 personen) in de dagen daarna;

gedurende de periode rondom de eeuwwisseling geldt een piketregeling voor de staf.

gooi en vechtstreek houdt tijdens de eeuwwisseling de hoofdbureaus van de basiseenheden open en zal op alle gemeentehuizen in de regio een contactpersoon stationeren. deze functionaris onderhoudt in geval van calamiteiten de contacten tussen de burgemeester en de politiecommandant en zal ook het aanspreekpunt zijn voor de burger-met-problemen in plaatsen waar geen basiseenheid is gevestigd.
voorts overweegt gooi en vechtstreek één van de zeven zogeheten receptiepunten in de regio tijdens de millenniumnacht open te houden. de technische voorzieningen voor het daar in stand houden van communicatieverbindingen moeten nog wel ter plaatse worden aangebracht.

gelet op de mogelijkheid van uitval van telefoonverbindingen (alarmnummer 112) acht de rekenkamer de bereikbaarheid voor de burger die gooi en vechtstreek rondom de eeuwwisseling wil realiseren, tamelijk laag.

rotterdam - rijnmond

in de regio rotterdam rijnmond wordt het millenniumprobleem eveneens multidisciplinair aangepakt. een regionale bestuurlijke stuurgroep waarin burgemeesters uit de regio zitting hebben is belast met de besluitvorming over preventieve maatregelen. het korps neemt deel aan werkgroepen van het regionaal werkende multidisciplinair projectbureau millennium.

het bureau coördinatie millennium (bcm) van het korps is belast met het maken van deze risico-inventarisatie. de risico-inventarisatie voor de openbare orde en veiligheid is opgedeeld in:

openbare orde in engere zin
bcm maakt hiervoor een inventarisatie van de soorten meldingen van de afgelopen vier jaarwisselingen en de meldingen in de weekends in 1998. de districten moeten vervolgens aangeven of er actuele ontwikkelingen zijn (bijvoorbeeld millennium-evenementen) die nopen tot aanscherping van het beeld. deze inventarisatie kan een basis vormen voor de inschatting van het ontstaan en de lokatie van incidenten en daarmee voor de berekening van de inzet per basiseenheid. uiterlijk 1 september zal dit deel van de inventarisatie moeten zijn afgerond;

bedrijfsproblemen en criminaliteit
bcm maakt onder meer een inventarisatie van de problemen bij het bedrijfsleven in rotterdam en omstreken. het betreft hier de uitvoering van een enquête onder circa 50.00o bedrijven, in samenwerking met de kamer van koophandel. de mpm-werkgroep fysieke veiligheid houdt zich in het bijzonder bezig met het bedrijfsleven met een hoog risico. een planning voor de afronding van dit deel van de risico-analyse ontbrak;

politiek activisme en terreur
het korps houdt rekening met vormen van politiek activisme. de regionale criminele inlichtingendienst zal ontwikkelingen in internationale kwesties volgen;

verkeer en vervoer
het korps moet het deelplan verkeer en vervoer, waarin onder andere evacuatie plannen aan de orde komen, opstellen. voor de opstelling van dit plan dienen naast de risico-analyse van het korps ook de resultaten van de analyses van de niet onder de verantwoordelijkheid van het korpsvallende mpm-werkgroepen fysieke veiligheid en geneeskundige zorg als input. dat de analyses van deze werkgroepen nog niet zijn afgerond vormt weliswaar een vertragende factor maar laat de eindverantwoordelijkheid van het korps voor de tijdige totstandkoming van dit deelplan onverlet. het korps heeft al wel vastgesteld dat alle routes van en naar ziekenhuizen gegarandeerd vrij moeten blijven.

naast de risico-analyses voor de aandachtsgebieden fysieke veiligheid en geneeskundige zorg waren bij het afsluiten van het onderzoek eind mei 1999 ook de analyses van de mpm-werkgroepen natte haven en nutsvoorziening nog niet gereed. ook deze analyses zullen impact hebben op de politiezorg en moeten daarom in de voorbereiding van het politiekorps worden betrokken. doordat het korps nog niet over de relevante gegevens van deze analyses kon beschikken, liep de voorbereiding van de politiezorg vertraging op.

de tot nog toe uitgevoerde analyses leiden tot het standpunt dat de politiezorg primair decentraal en monodisciplinair vorm wordt gegeven. dat wil zeggen ‘business as usual’: onder verantwoordelijkheid van de districten en zonder coördinatie vooraf tussen de verschillende hulpdiensten. voor de gevallen dat op enig moment de noodzaak tot regionale coördinatie ontstaat, geschiedt de operationele voorbereiding op en uitvoering van het optreden door een staf grootschalig en bijzonder politieoptreden (gbo). het gbo-team zal operationeel (paraat dan wel oproepbaar) zijn in de periode van 27 december 1999 tot en met 15 januari 2000. daarnaast zal er een breed inzetbare flexibele regionale reserve worden gevormd voor het verlenen van assistentie binnen de regio.

het plan van rotterdam - rijnmond houdt overigens rekening met een periode van verhoogde waakzaamheid die ligt tussen 8 september 1999 en 1 maart 2000. de inzet van personeel wordt afgestemd op de risico’s die in die periode worden voorzien. in de periode van 27 december 1999 tot en met 15 januari 2000 wordt in beginsel geen verlof verleend, zolang nog niet precies duidelijk is hoeveel personeel en van welke kwaliteit op welk moment moet worden ingezet. het korps moet de berekening van de precieze sterkte van het parate en extra oproepbare personeel in die periode nog maken. het zal bij de bepaling van deze periode rekening houden met beschikbare capaciteit en wettelijke voorschriften. in dat verband kan worden opgemerkt dat het korps van plan is alle 105 politieposten tijdens de eeuwwisseling open te houden zodat de burger-met-problemen de politie snel en op bekende plaatsen zal kunnen bereiken.


3.3.3 calamiteitenplan

gooi en vechtstreek

gooi en vechtstreek heeft voor de ontwikkeling van calamiteitenplannen in het kader van de millenniumproblematiek geen aparte impactanalyse uitgevoerd. het korps gaat er van uit dat het bestaande rampenplan toereikend is om calamiteiten rondom de eeuwwisseling het hoofd te bieden.

de rekenkamer merkt hierbij op dat het rampenplan in 1995 is vastgesteld. het plan heeft een hoog abstractieniveau en is niet toegesneden op rampen die samenhangen met de millenniumproblematiek. gedacht kan worden aan grootschalige stroomuitval met als gevolg een keten van verstoringen zoals uitval van communicatieverbindingen, van de media, van het betalingsverkeer en van beveiligings- en alarminstallaties, die elk op zich en door onderlinge samenhang tot allerlei vormen van sociale onrust en verstoringen van de openbare orde en veiligheid aanleiding kunnen zijn.

de resultaten van een risico-analyse zouden naar de mening van de rekenkamer ook aanleiding kunnen zijn voor een bijstelling van het rampenplan.

rotterdam - rijnmond

in de regio rotterdam - rijnmond, met name in het industriegebied pernis / botlek / maasvlakte bevindt zich een groot aantal potentiële bronnen en locaties waar zich ongeacht de millenniumproblematiek rampen kunnen voordoen. het gebied kan daardoor worden gekarakteriseerd als een regio met een zeer hoog risico.

rotterdam - rijnmond heeft voor de ontwikkeling van calamiteitenplannen in het kader van de millenniumproblematiek geen aparte impactanalyse uitgevoerd. rotterdam - rijnmond is van mening dat de bestaande rampenbestrijdingsregeling ook geschikt is voor de bestrijding van rampen die samenhangen met de millenniumproblematiek. zodra er sprake is van een ramp, is een multidisciplinair optreden nodig. in aanvulling op de bestaande gemeentelijke rampenplannen treedt dan de zogenaamde gecoördineerde regionale incidentenbestrijdings procedure (grip) van het korps in werking. de grip dateert van 1995 en kent vier niveaus van ernst en omvang van rampen. grip 4 kent het meest uitgebreide operationele en bestuurlijke niveau.

rotterdam - rijnmond heeft als uitgangspunt geformuleerd, dat de voorzieningen voor de uitvoering van een volledige grip beschikbaar zijn en dat het personeel binnen een half uur beschikbaar dient te zijn. er zullen rondom de eeuwwisseling op twee strategische plaatsen in de regio posten voor commando plaats incident (copi) worden ingesteld. daarnaast houdt het korps nog twee copi’s op afroep beschikbaar.


3.3.4 afstemming

gooi en vechtstreek

doordat het korps de risico-analyse voor zijn aandeel in de aanpak niet heeft gemaakt, wordt het voordeel van een multidisciplinaire afstemming binnen de regio slechts in beperkte mate bereikt.

interne afstemmingsproblemen tussen operationele handhaving en interne bedrijfsvoering hebben zich nog niet voorgedaan. dit is voornamelijk te danken aan de goede voortgang bij interne bedrijfsvoering. wanneer de risico-analyse alsnog wordt uitgevoerd zou dit kunnen leiden tot aanvullende wensen in de richting van de interne bedrijfsvoering.

het overleg dat gooi en vechtstreek voert met aangrenzende korpsen heeft tot eind mei 1999 niet geleid tot concrete interregionale afspraken bijvoorbeeld over de beschikbaarheid en inzet van me-eenheden. het uitgangspunt is dat iedere regio ‘de eigen broek moet ophouden’. gooi en vechtstreek is dan ook niet van plan dergelijke afspraken te maken.

rotterdam - rijnmond

door de multidisciplinaire aanpak in de regio kunnen de activiteiten van rotterdam - rijnmond zinvol worden afgestemd op de activiteiten van andere hulpverleningsdiensten. de afstemming heeft voor een goed deel al zijn beslag gekregen. dit voordeel wordt groter naarmate de risico-analyses van het mpm zullen zijn afgerond.

een goede afstemming tussen de interne bedrijfsvoering en de operationele handhaving is van belang. het korps heeft hiervoor de zogeheten regiegroep ingericht die driewekelijks overlegt. de rekenkamer betwijfelt echter of de noodzakelijke afstemming wel voldoende tot stand komt. zo constateerde de rekenkamer dat eisen die door de operationele handhaving gesteld worden aan de interne bedrijfsvoering - zoals de langdurige beschikbaarheid van verbindingen – niet altijd tot de gewenste technische oplossingen hebben geleid.

rotterdam - rijnmond is voornemens om in september een oefening te houden. dit biedt de mogelijkheid om enerzijds de afstemming tussen de interne bedrijfsvoering en de operationele handhaving te toetsen en anderzijds de afstemming met andere hulpverleningsdiensten te beproeven. voorwaarde hiervoor is wel dat de risico-analyses van mpm zeker voor september afgerond moeten zijn.

rotterdam - rijnmond houdt afstemmingsoverleg met aangrenzende korpsen, zoals met de regio holland-midden, zuid-holland-zuid en haaglanden. men informeert elkaar over gekozen oplossingsrichtingen en mogelijke bovenregionale effecten van calamiteiten. dit heeft niet geleid tot concrete interregionale afspraken over bijvoorbeeld de beschikbaarheid en inzet van me-eenheden. uiteraard zijn de regio’s wel bereid om elkaar in voorkomende gevallen bijstand te bieden.

4 inzicht minister van bzk

de minister van bzk krijgt maandelijks een overzicht van de stand van zaken bij de korpsen, opgesteld door project millennium dnp. deze overzichten geven de stand van zaken weer van de landelijk werkende concernsystemen en van de objecten bij de korpsen. daarnaast wordt een beeld gegeven van de planningen en van de afwijkingen van de planningen van specifieke objecten. het geheel wordt voorzien van een beperkt commentaar door de projectleider van project millennium dnp. het laatste voortgangsrapport dateert van 1 juni 1999 (peildatum 15 mei).

de rekenkamer heeft om vier redenen twijfels over de kwaliteit van de gegevens uit deze voortgangsrapportage:

gesteld kan worden dat de korpsen alle gelijke functies hebben en daarvoor over gelijke of gelijksoortige geautomatiseerde systemen, apparatuur en voorzieningen beschikken. uit analyse van het gegevensmateriaal over de objecten bij de korpsen blijkt echter dat er toch zeer grote verschillen zijn in de aantallen geïnventariseerde objecten. de aantallen lopen uiteen van 149 tot 617. ook bij de objecten met ‘belang 1’ lopen de aantalen sterk uiteen en wel van 19 tot 136. de aantallen objecten met ‘belang 1’ lopen daarbij niet synchroon met de totale aantallen objecten. een en ander kan worden weergegeven in de volgende figuur:

uit het onderzoek blijkt dat de twee onderzochte korpsen in werkelijkheid, voor het eigen beheer, met andere aantallen werken dan zijn opgenomen in de database die aan de rapportages van dnp ten grondslag ligt. het is dan ook niet zo dat de korpsen allemaal akkoord gaan met de in de voortgangsrapportage vermelde aantallen;

uit het onderzoek blijkt ook dat de stand van zaken bij de twee korpsen, maar met name bij rotterdam – rijnmond niet overeenkomt met de stand van zaken die in de voortgangsrapportage van dnp wordt aangegeven;

de planningsinformatie die in de voortgangsrapportage van dnp over rotterdam – rijnmond is opgenomen wijkt af van de informatie die in het onderzoek bij dat korps is aangetroffen. de laatst bekende planningsdatum volgens dnp is 1 september 1999, terwijl rotterdam –rijnmond nog geen afrondingsdatum had gepland.

indien de informatie uit de voortgangsrapportage van 1 juni 1999 ondanks deze twijfels toch wordt gebruikt kan de volgende figuur van de stand van zaken bij de 25 regiokorpsen worden gemaakt:

medio mei 1999 moesten nog acht korpsen meer dan 20% van objecten met ‘belang 1’ millenniumbestendig maken en acht korpsen waren daarmee nagenoeg gereed.

hierbij moet nog worden bedacht dat de informatie in de voortgangsrapportage uitsluitend betrekking heeft op de voortgang bij de objecten van de interne bedrijfsvoering. de rapportage geeft geen inzicht in de voortgang die gemaakt wordt op het terrein van de operationele handhaving, terwijl dit laatste ten minste van evenveel belang moet worden geacht.

5 conclusies en reacties


5.1 conclusies en aanbevelingen


5.1.1 de politiekorpsen

gooi en vechtstreek

de rekenkamer kwam tot de conclusie dat het regionaal politiekorps gooi en vechtstreek goede vordering heeft gemaakt met de aanpak van de geautomatiseerde informatiesystemen en de gebouwgebonden systemen en communicatiemiddelen.

het korps was hiermee nagenoeg gereed. de voorbereiding op de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid daarentegen was naar het oordeel van de rekenkamer nog niet ver genoeg gevorderd.

de rekenkamer drong er bij gooi en vechtstreek op aan zo snel mogelijk een risico-analyse uit te voeren. deze analyse moest leiden tot een onderbouwde inschatting van incidenten en calamiteiten en daarmee tot een doeltreffende inzetbaarheid (plaats, functie, omvang, tijdstip en duur) van het korps alsmede tot afstemming met de andere hulpverleningsdiensten. aan de hand van de risico-analyse kon dan tevens worden vastgesteld of het rampenplan uit 1995 moet worden bijgesteld.

het verdiende volgens de rekenkamer aanbeveling om de bereikbaarheid te verhogen en derhalve te heroverwegen of de receptiepunten niet toch moeten worden opengesteld.

rotterdam - rijnmond

de rekenkamer concludeerde dat rotterdam - rijnmond zich met de multidisciplinaire aanpak (politie, brandweer, havendienst e.d.) van de operationele handhavingstaken inmiddels goed voorbereidt op mogelijke calamiteiten als gevolg van millenniumproblemen. het succes van deze voorbereiding hangt echter in hoge mate af van de tijdige afronding van de risico-analyses en van het tijdig millenniumbestendig maken van de vitale objecten ten behoeve van de interne bedrijfsvoering.

de rekenkamer was van mening dat de risico-analyses snel moesten worden afgerond ten behoeve van een juiste inschatting van mogelijke incidenten en calamiteiten. daarmee kon het korps in afstemming met de andere hulpverleningsdiensten de eigen sterkte plannen, gespecificeerd naar functie, omvang, lokatie, tijdstip en duur.

volgens de planning van het project millennium dnp diende het korps op 1 juli 1999 millenniumbestendig te zijn. de stand van zaken per 1 mei 1999 noopte dan ook tot een extra voortvarende aanpak van de millenniumproblematiek.

ook vanwege de grote invloed van de interne bedrijfsvoering op de operationele handhaving moest naar de mening van de rekenkamer grote spoed worden betracht met de verdere oplossing van het millenniumprobleem in de vitale systemen. de rekenkamer drong er op aan om snel op de operationele handhaving toegesneden noodplannen voor de interne bedrijfsvoering te maken. het verdiende in dit verband aanbeveling de resterende werkzaamheden van het korps te verrichten onder de verantwoordelijkheid van een centrale projectleider.

de rekenkamer beval het korps aan de systemen met ‘belang 1’ en ‘belang 2’, zeker daar waar geen testrapporten van leveranciers voor handen zijn, zelf te testen.

de rekenkamer achtte de voorgenomen operationele oefening van het korps in september zinvol. bij deze oefening dient echter ook de interne bedrijfsvoering actief betrokken en getest te worden. gelet op hun potentiële impact zouden de risico-analyses van de andere hulpverleningsdiensten hierbij betrokken moeten worden. zij achtte het van belang dat de risico-analyses van deze diensten tijdig zouden worden afgerond.

afstemming met justitie over maatregelen op het gebied van celcapaciteit, sepot- en voorgeleidingsbeleid en de uitvoering van snelrecht verdiende volgens de rekenkamer aanbeveling. ook achtte zij het van belang de verbindingen tussen politie en openbaar ministerie veilig te stellen.


5.1.2 de minister

de rekenkamer had twijfels over de kwaliteit van de informatie die de minister van bzk bereikt over de voortgang bij de korpsen. de gegevens in de voortgangsrapportage van 1 juni 1999 boden een zeer divers beeld van de bij de korpsen geïnventariseerde objecten. de gegevens van de aantallen objecten en de gemaakte voortgang bij de onderzochte korpsen wijkt af van de informatie die de rekenkamer in haar onderzoek daarover heeft aangetroffen. de rekenkamer wees op het gevaar van een te rooskleurig beeld van de voortgang bij de korpsen.

zij beval de minister aan de korpsen te vragen de eigen informatie over de voortgang op betrouwbaarheid te laten onderzoeken.

de rekenkamer had waardering voor de goede voortgang die is gemaakt bij de oplossing van het millenniumprobleem in de landelijk werkende concernsystemen.

voorts zou de inspectie voor de politie de aanpak en voortgang bij de korpsen moeten toetsen. de minister zou daarmee ook een duidelijk beeld verkrijgen van de mate waarin de korpsen voorbereid zijn op de operationele handhavingstaken. zonodig zouden de korpsen gemaand moeten worden de noodzakelijke risico-analyses en impactanalyses uit te voeren. ook vroeg de rekenkamer aan de minister de korpsen te wijzen op het belang van een goede afstemming tussen de interne bedrijfsvoering en de operationele handhaving en voorzover er een oefening gepland wordt, dit een integrale oefening - dat wil zeggen in samenwerking met andere hulpdiensten - te laten zijn.

de rekenkamer drong er voorts bij de minister van bzk op aan de korpsen te attenderen op de noodzaak tot afstemming met justitiële autoriteiten te komen, in het bijzonder het openbaar ministerie.


5.2 reacties


5.2.1 de politiekorpsen

gooi en vechtstreek

de korpsbeheerder was van mening dat de conclusie dat de operationele voorbereiding van de openbare orde en veiligheid nog niet ver genoeg gevorderd was, geen recht deed aan de feitelijke situatie. deze zou namelijk in een vergevorderd stadium verkeren. hij verwees naar concrete plannen waarmee de risico's zoveel mogelijk zouden kunnen worden voorkomen dan wel gereduceerd.

de korpsbeheerder onderschreef de mening van de rekenkamer dat een risico-analyse moet worden opgesteld. deze zal vóór 1 september klaar zijn. dan zullen onder meer de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de politie voor het publiek worden geoptimaliseerd en de activiteiten voor de samenwerkende hulpverleningsdiensten verder worden geconcretiseerd. het korps heeft vooruitlopend hierop voor een aantal essentiële processen maatregelen getroffen, waaronder het plaatsen van noodstroomaggregaten en de aanschaf van 21 satelliettelefoons.

in elke gemeente is een fijnmazig bereikbaarheidsnetwerk georganiseerd, aldus de korpsbeheerder. dit netwerk bestaat uit 56 meldpunten bij gemeentehuizen, brandweerkazernes en bejaardentehuizen verdeeld over de 11 gemeenten van de regio. met behulp van brandweeralarmlijnen zou op al deze punten over politiemeldingen kunnen worden gecommuniceerd met het regionaal beleidscentrum.

de korpsbeheerder meldde dat er multidisciplinaire oefeningen zijn gepland op 8 september en 6 oktober. voorts wordt in samenwerking met de regionale brandweer een medio oktober / november te houden oefening voorbereid.

rotterdam – rijnmond

de korpsbeheerder constateerde dat de rapportage van de rekenkamer de vinger legt op een aantal risico's. hij was het evenwel op onderdelen niet eens met de bevindingen van de rekenkamer. daarnaast geeft hij aan dat er inmiddels – sedert mei 1999 – voortgang is gemaakt en beschreef hij de situatie per 1 augustus 1999. overigens wees hij er op, dat de landelijk geldende planning er van uit ging dat de korpsen per 1 juli 1999 millenniumbestendig zouden moeten zijn. hij was van mening dat het oordeel van de rekenkamer in dat licht moet worden gezien.

het korps was voor de voorbereiding van de operationele handhaving afhankelijk van de resultaten van andere werkgroepen van het multidisciplinair project millennium die risico-analyses moeten uitvoeren. het feit dat deze nog niet alle gereed waren mag naar de mening van de korpsbeheerder niet op het conto van het korps worden geschreven.

de door de rekenkamer bedoelde gezamenlijke oefening van interne bedrijfsvoering en operationele handhaving verhield zich volgens de korpsbeheerder slecht met het door de brandweer bewust beperkt gehouden oefenconcept voor 8 en 9 september. in een reeks van "bestuurlijk-operationele oefeningen" zou de interne bedrijfsvoering wel worden betrokken. Hij merkte op dat het Openbaar Ministerie sedert juli participeerde in de Regiegroep openbare orde en veiligheid van het korps. De aanbeveling van de Rekenkamer de resterende werkzaamheden te laten verrichten onder de verantwoordelijkheid van een centrale projectleider is inmiddels geëffectueerd. De afstemming van het interne en externe millenniumproject wordt door de directeur Politiële Bedrijfsvoering – tevens plaatsvervangend korpschef – gestuurd en bewaakt.

De korpsleiding heeft besloten de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer op het gebied van de interne bedrijfsvoering over te nemen. De korpsbeheerder stelde ondermeer dat de voortgang van objecten met ‘belang 1’ per 1 mei weliswaar 54% was, maar dat dit percentage inmiddels per 1 augustus 1999 gestegen is naar 80. Hij vond overigens dat alleen de millenniumbestendigheid van een systeem (een samenhangend cluster van objecten) relevant is. Daarmee kon een aanzienlijk genuanceerder beeld van de voortgang worden gemaakt. Aan het overzicht van de korpsbeheerder kan het volgende beeld worden ontleend:

Stand van zaken systemen per 1 augustus 1999

systeem % gereed

vaste spraak- en 100
dataverbindingen

mobiele spraakverbindingen 95

regionale applicatieportfolio 73

regionale rekencentra 100

regionaal 85
kantoorautomatiseringsnetwerk

huisvestingsinstallaties 80

alarm/beveiligingsinstallaties 75

toegangscontrolesystemen 70

netwerk en 90
rekencentrabeheerssystemen

Voorts meldde de korpsbeheerder dat het korps inmiddels besloten heeft de fallback capaciteit van noodstroomaggregaten voor de telecommunicatiemiddelen te verhogen van vier naar twaalf uur. Een Noodplan Mobiele Netten met aanvullende maatregelen lag ter besluitvorming voor. Het zodanig opwaarderen van de installaties dat het mobilofoonkanaal en tenminste één portofoonkanaal ook bij stroom- en lijnuitval gedurende acht tot twaalf uur in de lucht kunnen blijven, vormde voor het korps nog altijd een reële mogelijkheid. Deze mogelijkheid moest vanwege de daaraan verbonden kosten worden besproken in de beheersdriehoek. De provincie Zuid-Holland onderzocht voorts, mede ten behoeve van de regio Rotterdam – Rijnmond, de mogelijkheid om via het ministerie van Defensie te kunnen beschikken over het zogeheten Zodiac-systeem.

De korpsbeheerder hechtte eraan vast te stellen dat inmiddels de noodplannen voor Levering Energie Eneco, Beveiliging, Levering Brandstof en het Vaste Interne Spraaknet gereed en vastgesteld zijn. Naast het noodplan voor Mobiele Netten zouden binnenkort de noodplannen voor Multipol, het Herkenningsdienst Systeem en het Flexibel Meldkamer Systeem ter besluitvorming worden voorgelegd.


5.2.2 De minister

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderkende de punten van zorg van de Rekenkamer. Hij deelde de twijfels van de Rekenkamer over de kwaliteit van de informatie in de voortgangsrapportages van het project millennium DNP echter niet.

Naast deze voortgangsrapportages beschikt de minister over andere informatiebronnen. Het project is in nauwe afstemming met het Platform Informatie- en Communicatie Technologie gevolgd. De voortgangsrapportages van de korpsen hebben regelmatig aanleiding gegeven tot het inwinnen van nadere informatie. De beoordeling van de stand van zaken heeft geleid tot het laten uitvoeren van een audit bij acht zogenoemde ‘zorg- en aandachtregio’s’. De inschakeling van de Inspectie voor de Politie is nog niet aan de orde.

Naar de mening van de minister onderkennen de korpsen de onderlinge samenhang tussen de interne bedrijfsvoering en de operationele handhaving. Dit zou naar zijn mening ook blijken uit het onderzoek bij de twee door de Rekenkamer onderzochte korpsen.

In de eerstvolgende voortgangsrapportage van het projectbureau Millennium DNP zal worden gerapporteerd over de stand van zaken van de op operationele handhaving toegesneden noodplannen bij de korpsen, en ieder geval over de continuïteit van de meldkamer, de radiosystemen en het doorgeven van 112-meldingen. De minister zal de rapportages steekproefsgewijs door een externe auditor laten verifiëren.


5.3 Nawoord Rekenkamer

De Rekenkamer constateert dat de beide korpsen nagenoeg alle aanbevelingen opvolgen. Ook stelt zij vast dat sedert het afsluiten van het onderzoek eind mei 1999 op diverse onderdelen goede voortgang is geboekt.

Het beleidsstuk van Gooi en Vechtstreek over de operationele handhaving, blijkt overigens een werkdocument van het korps te zijn dat ná het afsluiten van het onderzoek werd ontwikkeld. Er worden onder meer doelstellingen en uitgangspunten voor politieoptreden in genoemd.

Het lijkt zinvol de beoogde bereikbaarheid van het korps Gooi en Vechtstreek in de geplande oefeningen op praktische uitvoerbaarheid te testen. De definitieve oplossing van dit probleem zou vanwege de ongebruikelijkheid van de gekozen communicatiekanalen, te weten de inschakeling van brandweer en bejaardenoorden om de politie te bereiken, tijdig en duidelijk kenbaar moeten worden gemaakt aan de bevolking.

Ten aanzien van voorbereiding van de operationele handhaving bij Rotterdam – Rijnmond merkt de Rekenkamer – met begrip voor het argument – op dat het korps de eindverantwoordelijkheid heeft voor de tijdige afronding van de eigen risico-analyses, ook al zijn andere, niet onder de politie vallende werkgroepen nog niet gereed.

De Rekenkamer was in mei 1999 niet onverdeeld optimistisch over de tijdige oplossing van de millenniumproblemen bij beide korpsen. De Rekenkamer ziet door de huidige ontwikkelingen aldaar de oplossing van dat vraagstuk nu veel dichterbij gebracht.

Het geheel overziende valt op, dat beide korpsen eigen accenten hebben gelegd bij de aanpak van het millenniumprobleem. Het ene korps had een meer technische benadering door de aanpak van de interne bedrijfsvoering voorop te stellen. Het andere korps had grotere aandacht voor een multidisciplinaire voorbereiding van de operationele handhaving van de openbare orde en veiligheid. De Rekenkamer neemt aan dat het onder de niet in het onderzoek betrokken korpsen niet anders zal zijn. Uiteraard zullen beide taken, dus zowel bedrijfsvoering als operationele inzetbaarheid, bij alle korpsen tijdig millenniumbestendig moeten functioneren. Tijdig is in dit verband eigenlijk: nu.

Bij de onderzochte regio’s – en naar mag worden aangenomen geldt dit voor alle politieregio’s – zal daarenboven namelijk nog aandacht en tijd uitgetrokken moeten worden voor integratie en het testen daarvan van bedrijfsvoering en operationele inzetbaarheid.

Deel: ' Rapport Rekenkamer Aanpak millenniumvraagstuk en veiligheid '




Lees ook