Gemeente Bergen op Zoom


Reactie Bergen op Zoom en Roosendaal op ontwerpstreekplan

Het college van Bergen op Zoom en Roosendaal reageren gezamenlijk op het ontwerp-Streekplan Noord-Brabant 2002, ook wel 'Brabant in Balans' geheten. Dit gebeurt op uitnodiging van de provincie Noord-Brabant in het kader van de inspraakprocedure. In de reactie wordt ingegaan op een aantal hoofdlijnen uit het ontwerp-Streekplan. Voor de verdere details wordt verwezen naar de StructuurvisiePlus, die Bergen op Zoom en Roosendaal beschouwen als de uitwerking van het ontwerp-Streekplan voor het gezamenlijke grondgebied.

De gemeenten zijn positief over de visievorming op de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. De methodiek die de provincie hiervoor heeft verkozen is de 'lagenbenadering'. Deze lagenbenadering hebben Bergen op Zoom en Roosendaal al gebruikt bij het opstellen van de Structuurvisie Plus voor het grondgebied van beide gemeenten. De provincie heeft al eerder bevestigd dat de Structuurvisie Plus een belangrijk document is bij de uitwerking van het streekplan op West-Brabants niveau.

De colleges zijn op een drietal kernpunten kritisch over het ontwerp-Streekplan:

- de positionering van de 'Brabantse Buitensteden' vinden zij onvoldoende.
In de regiodefinitie worden Bergen op Zoom en Roosendaal binnen de stedelijke regio Bergen op Zoom-Breda en binnen de landelijke regio Dinteloord-Putte gepositioneerd. De provincie erkent hiermee duidelijk de eigen positie van West-Brabant. Echter hiermee komt de schakelfunctie van De Brabantse Buitensteden wat de colleges betreft niet voldoende uit de verf. De samenwerking tussen beide steden is niet alleen belangrijk in de noord-zuid relatie maar heeft ook een functie richting de Zeeuwse Delta en het regionaal stedelijk netwerk Vlissingen-Terneuzen. Het streven van beide steden als regionaal stedelijk netwerk te worden aangemerkt en de erkenning daarvan door GS komt in het ontwerpstreekplan niet voldoende tot uitdrukking.


- de instemming van GS met de StructuurvisiePlus leidt op een aantal punten niet tot adequate vertaling in het ontwerp-Streekplan. Hierbij gaat het met name om de aanwijzing van de RNLE (Regionale Natuur- en Landschapseenheid) in het ontwerp-streekplan. Deze begrenzing heeft o.a. invloed op de beoogde ontwikkeling van de Augustapolder als woongebied en ontwikkelingsmogelijkheden rond (nieuwe) afslagen van de A4 en mogelijkheden om met behoud van ecologische waarden, vorm te geven aan een gewenste recreatieve ontwikkeling binnen de regio en met name in het gebied ten westen van Heerle. Verder verwachten De Brabantse Buitensteden te worden opgenomen in het provinciaal openbaar vervoersnetwerk. Dit wordt nu BrabantstadSpoor genoemd. BrabantSpoor vinden de colleges een betere benaming. In relatie tot goederenvervoer zijn de colleges van mening dat ontvlechting van goederen- en personentreinen door binnenstedelijk gebied vermeld moet worden in het Streekplan. Overigens vormt Roosendaal na realisering van de HSL en de shuttleverbinding een knooppuntfunctie op het schaalniveau van Zuidwest-Nederland. In het ontwerp-Streekplan wordt door de provincie alleen Breda genoemd als knooppunt van personenvervoer. Op het gebied van bedrijventerreinen zouden Bergen op Zoom en Roosendaal graag zien dat het bedrijventerrein Borchwerf de functie van bovenregionaal bedrijventerrein vervult zolang de Moerdijkse Hoek niet is gerealiseerd. Verder bepleiten de colleges om de projecten 'Westbosch' en 'De kragge/De heide' in het ontwikkelingsprogramma als pilotproject op te nemen.


- de rolopvatting van de provincie ten aanzien van de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid vinden de colleges discutabel. Naast planning en toezicht rekent de provincie duidelijk ook ontwikkeling tot haar takenpakket. De provincie presenteert ontwikkelingsprojecten, ontwikkelt financiële instrumenten, maar meldt tevens dat uitvoering van deze ontwikkelingsprojecten financiële consequenties heeft voor de gemeenten. Verder blijft onduidelijk welke gevolgen dit verder voor de gemeenten zal hebben. De colleges vragen zich tevens af hoe de rol van toezichthouder zich kan verhouden tot de rol van ontwikkelaar. Zij zouden het betreuren wanneer de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid wordt bemoeilijkt door een onduidelijke aansturing.

De gezamenlijke conceptreactie wordt nog voorgelegd aan de commissies Ruimtelijke Ordening en ter besluitvorming aan de raden in september en zal voor 1 oktober worden aangeboden aan de Provincie Noord-Brabant.

Deel: ' Reactie Bergen op Zoom en Roosendaal op ontwerpstreekplan '




Lees ook