Vlaamse overheid

PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN MINISTER BERT ANCIAUX VLAAMS

MINISTER VAN CULTUUR, JEUGD, SPORT, BRUSSELSE AANGELEGENHEDEN EN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING 15 OKTOBER 2001

Reactie Bert Anciaux op Staten-generaal van acteurs

Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux vindt het belangrijk enkele cijfers te schetsen als reactie op de vakbondsvergadering van de acteurs zaterdag jl.

Wat betreft de situatie in het teksttheater, citeren de vakbonden in een pamflet dat de tewerkstelling van acteurs in het theater alsmaar achteruit gaat. Enkele cijfers op een rijtje:
Tijdens het seizoen 1999-2000, waarvan de eindrekeningen bekend zijn, werd er met een totale subsidieenveloppe van 731.300.000 BEF gewerkt. Het in het decreet vastgelegde minimumbedrag dat verplicht aan wedden moet besteed worden, bedraagt 462.174.500 BEF. De eindrekeningen tonen aan dat de theaters in totaal echter 907.486.003 BEF aan wedden hebben besteed, waarvan 393.165.606 BEF aan acteurs, regisseurs en dramaturgen (336.020.847 BEF enkel aan de acteurs). Dit komt neer op 40% van het totale besteedde bedrag aan wedden. 60% gaat naar zogenaamde managementfuncties (zakelijk beheer, boekhouding, techniek, infrastructuur, onderhoud, promotie, rekwisieten, decorbouwers, enz). Daarbovenop besteedden de theaters nog eens 147.413.437. BEF aan erelonen en honoraria op zelfstandige basis (diverse diensten en goederen waaronder freelancers, fotografen, compositieopdrachten, enz).

Zoals geweten, bedraagt de subsidieenveloppe vanaf het seizoen 2000-2001 912.800.000 BEF. We hebben nu al sterk de indruk dat over het algemeen het "artistiek budget" stijgt. Dat was ook uitdrukkelijk de vraag van de minister: de toch wel belangrijke vermeerdering van de budgetten podiumkunsten moet in eerste instantie gaan naar artistiek budget en naar de inspanningen om het publieksbereik te verhogen.

Wat betreft de vraag naar informatie. Jaarlijks ontvangt de administratie de jaarverslagen van alle via het decreet erkende en gesubsidieerde organisaties. Deze verslagen bevatten in principe alle gegevens over de besteding van de subsidiegelden, over de verhouding tussen werkings- en personeelslasten, over eigen inkomsten . Samen met de administratie zal er onderzocht worden hoe deze gegevens in de toekomst op een systematische manier kunnen verwerkt en ontsloten worden. De start van de nieuwe subsidieperiode is een geschikt moment om deze systematische verwerking op te starten. Eenzelfde operatie wordt ook voorzien voor de muziekorganisaties en voor de nominatim ingeschreven instellingen zoals de Vlaamse Opera, Het Ballet Van Vlaanderen, Het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en het Vlaams Radio Koor en Orkest. Deze gegevens zullen eveneens op de webstek van de Vlaamse Gemeenschap geplaatst worden.

Moet het decreet nu gewijzigd worden om meer garanties inzake werkgelegenheid te bieden? Wanneer we de cijfers over het teksttheater (toch de grote bijt in het budget) bekijken, dan stellen we vast dat de theater s
méér uitgeven aan personeel dan hun subsidie hoog is. Welke garanties wil men dan nog? Van de in 1999-2000 toegekende subsidie van 731.300.000 BEF werd aan acteurs 336.020.847 BEF uitbetaald. Dat is bijna de helft. Moet de besteding van de subsidies aan nog striktere regels worden onderworpen? Het is uiteindelijk op aandringen van de sector zélf geweest dat werd afgestapt van de contracten voor onbepaalde duur, precies om het artistiek bespeelbaar pallet breder te maken.

De situatie van de acteurs is berooid: structurele werkloosheid is de regel, staat in het pamflet te lezen. Cijfers tonen aan dat dit voor een deel correct is. Moeten die cijfers echter niet geanalyseerd worden? Wie is artiest? Zij of hij die één dag per jaar contractueel wordt gebonden heeft voor de overige dagen van het jaar recht op een werkloosheidsuitkering. Dit vraagt om uitklaring van de cijfers.
Een conclusie die minister Anciaux hieraan ook verbindt is de noodzaak aan een sociaal statuut voor de kunstenaar. Minister Vandenbroucke gaf hier omstandig uitleg, en drukte de hoop uit dit 30 jaar aanslepend probleem binnenkort op te lossen. Dit is cruciaal. De enige inbreng die de Vlaamse minister van Cultuur hierin kon hebben was te proberen de Franse en de Vlaamse Gemeenschappen op één lijn te brengen. Dat is ook gebeurd en met resultaat. De ministers Miller en Anciaux staan op één lijn wat betreft het kunstenaarsstatuut.

In ieder geval, de manier waarop op de vakbondsvergadering de toon werd gezet - een aanval op de "Vlaamse Dictators der Podiumkunsten" - maakt duidelijk dat er tussen vakbonden en VDP een constructief gesprek nodig is. Dat is cruciaal, wil men uit deze discussie geraken. Niet de overheid dicteert deze relatie, maar wel de overeenkomst die uit die gesprekken moet voortvloeien.
In de audiovisuele sector zijn er geen collectieve akkoorden voor de acteurs. Ook hier is véél werk aan de winkel, want contracten worden hier - zoals wordt gezegd - langs interimbureaus en op zelfstandige basis gemaakt. Bovendien vaak aan prijzen die niets aan de verbeelding overlaten.

En tot slot wijst men op het feit dat oudere acteurs niet meer aan de bak komen. Dit gaat niet enkel over acteurs, maar is een probleem van alle artistieke disciplines. Het is even belangrijk de vaak rijke ervaring van deze artiesten te gebruiken, ze door te geven aan jongeren. Deze oudere mensen (let wel: men is blijkbaar al 'oud' op 50 jaar!) moeten in hun waardigheid van artiest erkend worden. Deze gesprekken wil de minister op gang brengen.

info : Koen T'Sijen, woordvoerder van minister Anciaux - tel. (02) 553 28 11
e-mail: koen.tsijen@vlaanderen.be

Deel: ' Reactie Bert Anciaux op Staten-generaal van acteurs '




Lees ook