Reactie Bve Raad op de beleidsbrief ICT in het onderwijs

Bve wil voort met ICT in onderwijs. Vier voorbeelden van ICT in de bve-sector

Basisscholen profiteren van ICT in open leercentrum (Albeda College Rotterdam)

Deelnemers Horizon College scholen docenten in computergebruik

Digitaal inburgeren met 'Nieuwe Buren' bij ROC Utrecht

Roc's werken samen en intensiveren contacten met bedrijfsleven Reactie Bve Raad op de beleidsbrief ICT in het onderwijs

De Bve Raad geeft in deze reactie op de beleidsbrief ICT in het onderwijs eerst een beeld van de ideeën en initiatieven van de bve-sector op het gebied van ICT in het onderwijs. Vervolgens wordt ingegaan op de beleidsbrief. Een samenvatting van de reactie wordt hieronder weergegeven.

Samenvatting In december 1998 bracht de Bve Raad de notitie Meerjarenkader Investeren in Voorprong uit. In deze notitie wordt aangegeven welke doelstellingen de bve-sector op het gebied van ict in het onderwijs in 2003 gerealiseerd zal hebben. De sector is zelf verantwoordelijk en wil hierover na afloop van deze periode verantwoording afleggen. Een groot deel van deze doelstellingen komen overeen met de uitgangspunten van de beleidsbrief ICT in het onderwijs. Het grootste knelpunt vormt echter de financiering. De nu beschikbare middelen zullen onvoldoende zijn om deze doelstellingen te realiseren. Dit betekent dat op onderdelen de ambities van zowel de sector als die van de minister niet gerealiseerd kunnen worden. Om de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk te benutten, stelt de Bve Raad voor de gelden die zijn gereserveerd voor Kennisnet aan de instellingen zelf toe te kennen. Die kunnen dan op grond van hun eigen verantwoordelijkheid de toegekende middelen op de beste manier aanwenden.

Beleidsnota Bve Raad Meerjarenkader Investeren in Voorsprong In december 1998 heeft de Bve Raad een nota gepubliceerd - genaamd Meerjarenkader Investeren in Voorsprong - waarin wordt aangegeven welke doelstellingen de bve-sector in 2003 bereikt zal hebben. ICT kent twee belangrijke toepassingsgebieden binnen het onderwijs in de bve-sector. Enerzijds wordt ICT ingezet ten behoeve van de beroepsvoorbereiding (van tekstverwerken bij secretariële opleidingen, computer gestuurde draaibanken en simulaties) anderzijds wordt het toegepast in het leerproces. Bij deze laatste toepassing staat de vraag centraal hoe het leerproces met behulp van ICT versneld kan worden, verbeterd kan worden en aantrekkelijker kan worden gemaakt.

Belangrijk uitgangspunt voor het realiseren van deze doelstellingen is de eigen verantwoordelijkheid van de bve-sector gekoppeld aan het facilterend beleid van de overheid. Deze eigen verantwoordelijkheid is vormgegeven in een aantal actiepunten voor de komende jaren. Als eerste zal de rol die ict speelt in het onderwijsproces beter verankerd moeten worden in de organisatie. Het management van de instellingen zal hierbij een essentiële rol vervullen. De docenten zullen geschoold worden om beter toegerust te zijn om vorm, inhoud en (be)geleiding te geven aan het zich steeds vernieuwende onderwijsproces. Deelnemers zullen in toenemende mate een deel van hun kennis en vaardigheden verwerven met behulp van de computer, zodat zij na beëindiging van hun opleiding meer dan digitaal vaardig zijn. Bij de realisatie doen zich ook problemen voor. Er is onvoldoende goede educatieve software, er is onvoldoende geld voor investeringen in hard- en software en voor de exploitatie van de ict-infrastructuur. Op het gebied van de educatieve software heeft de Bve Raad onlangs in samenwerking met BVEnet een initiatief genomen om te komen tot een inventarisatie en ordening van de aanwezige software. Tevens wordt er gestreefd naar de ontwikkeling van een standaard voor nieuw te ontwikkelen producten. Daarnaast zullen bve-instellingen meer nadruk leggen op regionale samenwerking met instellingen in hun directe omgeving. Deze regionale expertisecentra willen andere scholen mee laten profiteren van de kennis en ervaring van bve-instellingen. Door de grotere schaalgrootte van bve-instellingen kunnen zij diensten verzorgen op het gebied van beheer, nascholing en het medegebruik van de faciliteiten van roc's (zie bijlage).

Belangrijk uitgangspunt voor het realiseren van deze doelstellingen is de eigen verantwoordelijkheid van de bve-sector gekoppeld aan het facilterend beleid van de overheid. Deze eigen verantwoordelijkheid is vormgegeven in een aantal actiepunten voor de komende jaren. Als eerste zal de rol die ict speelt in het onderwijsproces beter verankerd moeten worden in de organisatie. Het management van de instellingen zal hierbij een essentiële rol vervullen. De docenten zullen geschoold worden om beter toegerust te zijn om vorm, inhoud en (be)geleiding te geven aan het zich steeds vernieuwende onderwijsproces. Deelnemers zullen in toenemende mate een deel van hun kennis en vaardigheden verwerven met behulp van de computer, zodat zij na beëindiging van hun opleiding meer dan digitaal vaardig zijn. Bij de realisatie doen zich ook problemen voor. Er is onvoldoende goede educatieve software, er is onvoldoende geld voor investeringen in hard- en software en voor de exploitatie van de ict-infrastructuur. Op het gebied van de educatieve software heeft de Bve Raad onlangs in samenwerking met BVEnet een initiatief genomen om te komen tot een inventarisatie en ordening van de aanwezige software. Tevens wordt er gestreefd naar de ontwikkeling van een standaard voor nieuw te ontwikkelen producten. Daarnaast zullen bve-instellingen meer nadruk leggen op regionale samenwerking met instellingen in hun directe omgeving. Deze regionale expertisecentra willen andere scholen mee laten profiteren van de kennis en ervaring van bve-instellingen. Door de grotere schaalgrootte van bve-instellingen kunnen zij diensten verzorgen op het gebied van beheer, nascholing en het medegebruik van de faciliteiten van roc's (zie bijlage).

Beleidsbrief ICT in het onderwijs De Bve Raad constateert dat veel uitgangspunten van de beleidsbrief inhoudelijk overeenkomen met de ideeën van de Bve Raad. Doordat onder meer een financiële uitwerking ontbreekt is het echter niet direct mogelijk te bepalen of deze doelstellingen ook (financieel) gerealiseerd kunnen worden. In de beleidsbrief wordt verwezen naar de afspraken in het regeerakkoord. Deze bedragen zijn aanzienlijk lager dan de raming die in april 1998 aan de Kamer zijn voorgelegd. Toen werd berekend dat f 1,3 miljard noodzakelijk was, in de beleidsbrief wordt uitgegaan van f 670 miljoen. De Bve Raad is van mening - mede door een eigen onafhankelijk onderzoek- dat de genoemde bedragen onvoldoende zijn om alle doelstellingen te realiseren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat voor het inrichten en exploiteren van een goede inhoudelijke- en technische infrastructuur jaarlijks per deelnemer f 141,- aan investering nodig is en f 350,- aan exploitatie. Omgerekend is dat voor de bve-sector f 260 miljoen op jaarbasis. Duidelijk is dat deze bedragen aanzienlijk hoger zijn dan de beschikbare middelen, hetgeen consequenties heeft voor het tempo en de mate waarin de aangeven doelstellingen kunnen worden gerealiseerd.

In de notitie van de minister wordt aangegeven dat de bestuurlijke aanpak verschuift. De instellingen krijgen meer eigen verantwoordelijkheid en ruimte. In dat uitgangspunt past ook dat instellingen zelf kunnen bepalen op welke wijze zij gebruik willen maken van Kennisnet. Aangegeven wordt dat per deelnemer jaarlijks voor de looptijd van het project f 45,- wordt besteed aan Kennisnet. De Bve Raad vindt dat instellingen de beschikking moeten krijgen over dit geld en zelf moeten kunnen bepalen hoe zij dit geld besteden. Op grond van hun eigen beleidsprioriteiten en de fase van informatisering waarin zij zich bevinden kunnen zij dan een keuze maken voor Kennisnet of een andere bestemming. Naast dit principiële uitgangspunt zijn er ook nog andere argumenten. Voordat we hierop ingaan dient er een onderscheid gemaakt te worden in de redactiefunctie en de transportfunctie van Kennisnet. De Bve Raad onderschrijft de totstandkoming van een redactiefunctie voor de verschillende onderwijssectoren. Op dit moment kent de bve-sector in de vorm van BVEnet al een redactiefunctie. Deze redactiefunctie heeft duidelijk meerwaarde voor de sector. Dit heeft ertoe geleid dat Colo en de Bve Raad bestuurlijke verantwoordelijkheid hebben genomen voor de continuering van dit initiatief. Voor het realiseren en behoud van een redactiefunctie is de technische infrastructuur van Kennisnet echter geen voorwaarde.

Op het gebied van de transportfunctie ontwikkelt de technologie zich zo snel dat de vraag gesteld moeten of het juist is op dit moment een keuze te maken. Een groot aantal bve-instellingen heeft al eigen (deel)oplossingen gekozen voor het verzorgen van hun transportfunctie. Oplossingen die passen in hun regionale situatie. Daarnaast is het onduidelijk welke voorzieningen Kennisnet nu eigenlijk zal gaan bieden. Bve-instellingen hebben een hoofdvestiging met veel nevenvestigingen (oplopend tot 70). Indien Kennisnet een aansluiting per nevenvestiging zal opleveren, maar als er niet gezorgd wordt voor extra servers en beveiliging zal dit grote extra kosten van bve-instellingen met zich meebrengen.

De minister geeft in de beleidsbrief aan dat na de evaluatie van de pilot van Kennisnet er nog een onderzoek gedaan zal worden naar de wenselijkheid van Kennisnet. De Bve Raad is van mening dat gezien het grote beslag dat Kennisnet zal gaan leggen op de beschikbare middelen, de instellingen de vrijheid moeten hebben zelf te beslissen of zij een keuze maken voor Kennisnet. De keuze past ook in de veranderde bestuurlijke aanpak. Aangezien de onderwijsinhoudelijk ontwikkeling voorrang heeft bepleit de Bve Raad dan ook een andere toewijzing van het beschikbare geld.


Bve wil voort met ICT in onderwijs Vier voorbeelden van ICT in de bve-sector

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) willen voort met ICT in onderwijs

De invoering van ICT in het bve-onderwijs is in volle gang. De bve-sector investeert zelf in onderwijsdeelnemers en in samenwerking met andere scholen en bedrijven.

Deze folder geeft u een indruk van ICT-ontwikkelingen in de beroepsonderwijs en educatie (bve) aan de hand van vier succesvolle praktijkvoorbeelden. U kunt lezen welke activiteiten bve-instellingen uitvoeren ten behoeve van de ruim 600.000 deelnemers aan het onderwijs en van de regionale samenwerking van de bve-instellingen.

Computers zijn nodig om de opleidingen af te stemmen op de eisen die het bedrijfsleven stelt. De opleiding Mode en Kleding van ROC Oost-Nederland moet daarom fors investeren om bij te blijven. Een multimediale aanpak blijkt ook voor volwassen deelnemers in de educatie effectief te zijn. Zo gebruikt ROC Utrecht het programma 'Nieuwe Buren' voor de opleiding Nederlands als tweede taal. Regionale opleidingencentra laten ook de omgeving profiteren van hun voorzieningen. Het Albeda College stelt bijvoorbeeld haar openleercentrum open voor leerlingen van basisscholen en het Horizon College in Heerhugowaard staat het basisonderwijs bij met cursussen, ondersteuning op locatie en de levering van gereviseerde computers.

Bve Raad Maart 1999

Basisscholen profiteren van ICT in open leercentrum (Albeda College Rotterdam)

Samenwerken met primair onderwijs Vijf keer per week stappen cursisten van klein formaat het open leercentrum van het Albeda College binnen. De kapstokken zijn inmiddels aangepast aan de kleinsten onder hen. Twee Rotterdamse basisscholen profiteren van faciliteiten van het open leercentrum en bovendien doen de onderwijsassistenten-in-opleiding ervaring op met informatie- en communicatietechnologie in het basisonderwijs.

"Het Albeda College wil heel nadrukkelijk ook een maatschappelijke rol vervullen. We zijn meer dan een school in de enge betekenis van het woord. Vanaf september 1998 hebben we hier de opleiding tot onderwijsassistent in huis. Van daaruit is het idee ontstaan om basisscholen in de buurt de gelegenheid te bieden met de leerlingen naar het leercentrum te komen", aldus Peter Siemann van het Albeda College. Tot voor kort was na tien uur 's ochtends het open leercentrum bomvol, maar voor die tijd was er best nog wat tijd over. Daarom is nu de dalurentijd tussen halfnegen en tien uur beschikbaar voor twee basisscholen. De kinderen werken met z'n tweeën aan één computer, terwijl de onderwijsassistenten als bezige bijen rondlopen om de kinderen op weg te helpen. Bij de start van het project heeft het Albeda College de wensen van de deelnemende scholen op het gebied van software geïnventariseerd. Siemann: "De cursisten van de opleiding onderwijsassistent hebben de pakketten uitgeprobeerd. Soms merk je dat een school een bepaalde keuze doet, maar dan blijkt dat de software niet dat te bieden heeft wat men ervan verwacht. Ook de gebruiksvriendelijkheid laat soms te wensen over." Volgens Siemann snijdt het mes bij dit project aan twee kanten. "Basisscholen beschikken niet over de faciliteiten om echt met computers aan de slag te gaan. Hier in het open leercentrum kunnen de kinderen wekelijks vijf maal anderhalf uur intensief bezig zijn. Voor onze onderwijsassistenten is het begeleiden van de kinderen een essentieel onderdeel van hun opleiding." In het open leercentrum hebben ze de smaak van het werken met basisschoolkinderen te pakken. Siemann: "We willen in de toekomst eigenlijk nog een stapje verder gaan door ook na schooltijd het centrum voor kinderen open te stellen. Voorwaarde is dan wel dat ze tenminste één van hun ouders meebrengen. En wie weet komen die ouders straks naar ons toe om zelf een computercursus te gaan volgen."

Deelnemers Horizon College scholen docenten in computergebruik

Het onderwijs in de gemeente Heerhugowaard heeft in het Horizon College een welkome partner gevonden bij de invoering en het gebruik van computers in het basisonderwijs. Docenten van de unit economie verzorgen cursussen, testen software uit en deelnemers lossen bij de klant problemen op en maken afgeschreven bedrijfscomputers klaar voor gebruik in de scholen.

Toen scholen voor primair en voortgezet onderwijs via de overheid computers kregen toegewezen was er nog nauwelijks adequate ondersteuning. De gemeente kon die in elk geval niet vinden bij de meest voor de hand liggende instellingen. Het regionaal opleidingencentrum kon wel bieden wat het basisonderwijs vroeg. Cor Bontes, beleidsmedewerker welzijn, onderwijs en cultuur van de gemeente Heerhugowaard, noemt het een unieke situatie. "Docenten van een mbo-opleiding verzorgen bijscholing en ondersteuning van leraren. Ook de mbo-deelnemers worden volledig geaccepteerd. Leraren van basisscholen beschouwen de deelnemers van het regionaal opleidingencentrum als een soort whizzkids, die verstand hebben van zaken waar zij zelf niets van snappen." Bij de start van het project schafte men softwarepakketten aan en met behulp van de handleidingen zette het regionaal opleidingencentrum een opleiding in elkaar. Bontes: "In drie jaar tijd hebben we de 450 leraren in onze gemeente geschoold. Uiteraard ontstond er behoefte aan ondersteuning bij het gebruik. Van daaruit is de helpdesk ontstaan. De deelnemers van het Horizon College geven de hulp op locatie. Via de telefoon werkt zoiets niet. Nog later is het onderwijs-computerlabaratorium ontstaan. Het is een speciaal ingerichte ruimte met acht multimediale opstellingen, waar leraren kunnen experimenteren met e-mail, Internet en cd-rom's."

Hergebruik oude computer

Het Horizon College is tevens een belangrijke schakel geworden in de levering van computers aan scholen. Het klinkt mooi als bedrijven hun afgedankte computers aan het onderwijs schenken, maar het gebruiksklaar maken van de machines is voor een leek niet te doen. Onlangs schonk een verzekeringsmaatschappij 120 computers aan het onderwijs in Heerhugowaard. Bontes: "Op het regionaal opleidingencentrum worden ze getest. Soms wordt er van drie computers één gemaakt en worden ze aangepast aan de eisen en de wensen van de scholen, bijvoorbeeld door het bijplaatsen van geheugen." Ook dit project heeft zo z'n toekomstplannen. Het plaatselijke initiatief krijgt een regionaal vervolg om de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven een structurele basis te geven. Bontes: "We kunnen ons voorstellen dat scholen en bedrijven van dezelfde diensten gebruik maken. Vooral de wat kleinere bedrijven hebben niet de mogelijkheid een eigen systeembeheerder in dienst te nemen. Er is echter wel degelijk behoefte aan ondersteuning."

Digitaal inburgeren met 'Nieuwe Buren' bij ROC Utrecht

Multimediale software Nederlands leren met de modernste digitale hulpmiddelen. De cursisten van de opleiding Nederlands als tweede taal (NT2) en Nieuwkomers van ROC Utrecht leren de Nederlandse taal met behulp van het programma 'Nieuwe Buren' dat geheel op cd-rom staat. Instructie, video- en geluidsfragmenten en oefenprogramma's, het zit er allemaal in. De inhoud van de lessen is aangepast aan de situaties die de deelnemers in het dagelijks leven tegenkomen. De individuele lessen met behulp van de computer worden aangevuld met groepslessen en praktijkopdrachten.

Nieuwe buren omvat een complete leergang Nederlands als tweede taal, van niveau 0 tot en met het staatsexamen. Alle aspecten van het leren zijn erin ondergebracht: woordenschat, zinsbouw, grammatica, luisteroefeningen en lezen. Conny de Vries, beleidsmedewerker informatie- en communicatietechnologie en innovatie van de unit Educatie van het ROC Utrecht geeft aan dat door het programma de rol van de docent sterk is veranderd. "Het meeste leren de deelnemers met behulp van de computer. De helft van de lestijd werken de deelnemers achter de computer. Het inoefenen van de lesstof gebeurt tijdens een groepsles. Daarin is de docent de begeleider."

Leren met behulp van de computer De samenstelling van Nieuwe Buren is met grote zorg gebeurd. Het is duidelijk te merken aan de motivatie van de deelnemers. Een van de lessen gaat over een defecte televisie. De les start met een introductiefilmpje, vervolgens leert de cursist met de Gouden Gids werken en oefent tenslotte zinnen om een gesprek te voeren met een reparateur. Dit alles gebeurt achter de computer. Na de oefensituatie volgt de opdracht om in de les een echt telefoongesprek te voeren met een reparatiebedrijf. De Vries: "Het geleerde toepassen in levensechte situaties is een essentieel onderdeel. De cursisten gaan bijvoorbeeld naar de bibliotheek om iets op te zoeken of brengen een oriënterend bezoek aan een ziekenhuis." Bij de ontwikkeling van het pakket was ook de Hogeschool van Utrecht betrokken. De Vries: "De betrokkenen van de hogeschool hebben vooral het leren leren in het programma verwerkt. De cursist moet nadenken over wat hij gaat doen en hoe hij dat zal aanpakken. Na verloop van tijd moet de cursist ook zijn eigen leerdoelen formuleren." De grote voordelen van het gebruik van Nieuwe Buren zitten volgens De Vries niet in de snelheid waarmee de cursisten Nederlands leren, maar in de kwaliteit van hun kennis. De deelnemers zijn actiever en kunnen zich beter redden. Dat geldt zeker voor de langzame leerders. We merken dat ze beter zijn toegerust voor het functioneren in de maatschappij."

Roc's werken samen en intensiveren contacten met bedrijfsleven

Opleiden voor een beroep vergt computers De computer is in de modebranche een onmisbaar stuk gereedschap. De schaar, de centimeter en de meetlat zijn vervangen door muis, toetsenbord en beeldscherm. Wie kiest voor de opleiding Mode en Kleding, kiest voor een technisch beroep. Met geavanceerde hard- en software wordt het modebeeld bepaald. Opleidingen moeten alles op alles zetten om de snelle ontwikkelingen in het bedrijfsleven bij te houden.

Met de inrichting van een computerlokaal met vier werkplekken is zo'n 120.000 gulden gemoeid. De opleiding Mode en Kleding van ROC Oost-Nederland heeft er op dit moment vier staan. Een investering die de reguliere middelen ver te boven gaat. Bovendien is het gebruik van vier computers met twintig leerlingen verre van ideaal en de apparatuur veroudert razendsnel. Opleidingscoördinator Eric Wikkerink kijkt reikhalzend uit naar de nieuwe apparatuur die dit jaar mag worden aangeschaft. "Vorig jaar was er geen geld voor", aldus Wikkerink. "Best begrijpelijk, maar de aanschaf is absoluut geen overbodige luxe. De meeste leerlingen gaan na de opleiding het bedrijfsleven in en mogen daar natuurlijk niet de aansluiting missen."

Regionale samenwerking Er is een inhaalslag nodig, want de opleidingen hebben zich op relatief grote afstand van het bedrijfsleven ontwikkeld. De negen regionale opleidingencentra die de opleiding verzorgen hebben intensief overleg en dit jaar worden er in samenwerking met de brancheorganisatie in de textiel voor het eerst bedrijvencontactdagen georganiseerd. Wikkerink: "Opleidingen up to date houden is niet alleen een kwestie van apparatuur. In de komende jaren moeten docenten bedrijven bezoeken om hun vakkennis op te frissen. In het oosten van het land heeft de samenwerking tussen middelbaar en hoger onderwijs, bedrijfsleven en wetenschappelijk onderzoek gestalte gekregen in de oprichting van een textiel opleidings- en expertisecentrum. Wikkerink: "Het Nederlandse bedrijfsleven speelt een belangrijke rol in de kop (ontwerp) en de staart (eindfabricage) van het productieproces van de textielbranche. De regionale opleidingencentra hier in de regio willen samen met de Hogeschool Enschede, de Universiteit Twente, het bedrijfsleven en de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij de confectieopleiding duidelijk in de markt zetten. Het centrum moet één aanspreekpunt bieden voor scholing, onderzoek en expertise.

E-mail: info@BveRaad.nl

Deel: ' Reactie Bve Raad op de beleidsbrief ICT in het onderwijs '




Lees ook