RPF

Reactie Leen van Dijke op vrijspraak

(Persbericht RPF-fractie Tweede Kamer, 9 juni 1999)

De vrijspraak heeft mij verheugd en opgelucht. Voor mijzelf en voor mijn gezin is er een geweldige brok spanning weggevallen.

Waar ik met name bijzonder gelukkig mee ben, is de wijze waarop het Gerechtshof de vrijspraak heeft gemotiveerd. Het Hof heeft aangegeven dat ik inderdaad niet de bedoeling heb gehad om te beledigen en dat dit ook uit het interview in Nieuwe Revue blijkt. Daarmee voel ik mij recht gedaan.

Bovendien spreekt het Hof met zoveel woorden uit dat het mij op basis van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting vrij staat mijn geloofsovertuiging op het punt van homoseksualiteit uit te dragen. Ik ben daarbij - aldus het Hof - binnen aanvaardbare grenzen gebleven.

Het Hof onderstreept hiermee het belang van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Dat is erg belangrijk, omdat wij bij het instellen van het hoger beroep hebben aangegeven dat het ons juist om dit 'hogere' belang ging.

Ik besef dat de vrijspraak de klagers, en mogelijk ook veel anderen die zich aanvankelijk gekwetst hebben gevoeld door het interview, misschien teleurstelt. Ik heb echter de stille hoop dat ook zij er inmiddels van zijn overtuigd dat ik nooit heb willen kwetsen. Mijn bedoeling was juist het tegenovergestelde.

Voor alle duidelijkheid wil ik nog maar eens zeggen dat mijn inzet bij deze rechtszaak niet was en is om te vechten voor de vrijheid van een ieder om zich beledigend of discriminerend te uiten. Ik verlang respect in woord en gedrag van anderen voor mijn opvattingen. Dat ben ik op mijn beurt even zo goed aan anderen verplicht. Zij die vechten tegen discriminatie vinden in mij een medestrijder.

Mijn inzet is er wel op gericht die ruimte te behouden die nodig is om aan de geloofsvrijheid en de vrijheid van meningsuiting vorm en inhoud te geven. Dat is een vrije en democratische samenleving aan zichzelf verplicht. Niet met de bedoeling elkaar nodeloos te grieven. Maar met de bedoeling het gesprek met elkaar aan te gaan.

Deze zaak maakt meer dan ooit duidelijk dat in een samenleving van en met minderheden respect jegens elkaar centraal moet staan. Ik wil die zorgvuldigheid zoveel mogelijk betrachten. Ik hoop dat iedereen dat doet. Het maatschappelijk debat moeten we echter kunnen blijven voeren, ook als het om lastige, gevoelige zaken gaat.

Deel: ' Reactie Leen van Dijke (RPF) op vrijspraak '




Lees ook