PERSBERICHT
26 januari 2000

Reactie milieuorganisaties op
Hoofdlijnennotitie Structuurschema Regionale en Kleine Luchthavens (SRKL) INSTEMMING OP HOOFDLIJNEN, KRITIEK OP ONDERDELEN

In een gezamenlijke brief aan de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer ondersteunt een groot aantal landelijke, provinciale en plaatselijke natuur- en milieuorganisaties op hoofdlijnen de toekomstplannen van het Kabinet voor de regionale en kleine luchthavens. Het invoeren van stand still voor de uitstoot van geluid en CO2 en het afbouwen van de landelijke overheidsbijdragen in de kosten van luchthavens en verkeersbeveiliging worden gezien als een belangrijke indicatie dat het de overheid menens is deze luchthavens als gewone bedrijven te gaan behandelen. Niettemin zijn er op onderdelen kritische kanttekeningen. Zo vinden de organisaties dat de luchtvaart, net als het gewone bedrijfsleven, de mi-lieubelasting stapsgewijs moeten gaan terugdringen.

Aanscherpen normen
Naast een plafond voor de uitstoot van kooldioxide (CO2) bepleiten de organisaties een zelfde maatregel voor de uitstoot van stikstofoxiden (Nox). Beide plafonds moeten elke vijf jaar worden verlaagd. De reductiestappen kunnen worden gerelateerd aan de emissiereductietaakstellingen voor industrie en wegverkeer.
Het peiljaar voor de plafonds voor CO2 en Nox moet in het verleden (bijvoorbeeld in 1997) liggen, menen de organisaties. Een 'peildatum waarop alle lopende procedures zijn afgerond', zoals de plannen nu luiden, biedt ten onrechte de mogelijkheid eerst nog even een forse groei van het vliegverkeer te realiseren.
Het gevaar voor de bevolking als gevolg van het vliegen in de buurt van regionale luchthavens moet worden getoetst aan de normen die voor industrie en railverkeer gelden.
Ook voor geluid mag niet worden uitgegaan van stand still, maar moet een reductie worden verplicht zoals bij industrie en wegverkeer. Voor elke luchthaven apart dient het geluidsplafond te worden vastgelegd. Dit dient in de toekomst stapsgewijs te worden verlaagd totdat het percentage ernstig gehinderden rond de luchthavens nagenoeg nul is.

De natuur- en milieuorganisaties brengen daarnaast een aantal nieuwe normen in discussie. Boven stiltegebieden en grote natuur- en recreatiegebieden zou een vliegverbod moeten worden ingesteld. Andere vormen van lawaai zijn hier al verboden.
Met het oog op de nachtrust van omwonenden dient de nachtsluiting op de regionale vliegvelden te worden uitgebreid tot 8 aaneengesloten uren; van 23.00 tot 07.00 uur in plaats van tot 06.00 uur, zoals nu soms het geval is.

Werkelijkheidsgetrouwe geluidszonering noodzakelijk Van vier regionale luchthavens moet de geluidszone nog tot stand komen: Rotterdam, Eindhoven, Eelde en Beek. De natuur- en milieuorganisaties zouden het zeer betreuren als deze zones nog zouden worden berekend met de oude maat Ke, met een afkap bij 65 dB. Daarbij wordt vliegtuiggeluid tot 65 dB niet meegeteld. Aldus berekende zones bieden de bevolking geen adequate bescherming. De Raad van State is van mening dat toepassing van de huidige Ke-maat het werkelijk optredende geluidsniveau te veel onderschat. Ook de RLD en Schiphol erkennen dit. De vier genoemde luchthavens zouden daarom moeten worden gezoneerd met Ke45, dus met een afkap bij 45 dB. Voor de vliegvelden waar nog steeds geen zone is - ondanks de wettelijke plicht daartoe sinds 1980 - moet deze op zeer korte termijn worden vastgesteld op basis van een geluidsberekening voor het vliegverkeer gedurende de laatste jaren.

Decentralisatie
De milieuorganisaties juichen het terugtrekken van de landelijke overheid uit de exploitatie van de regionale luchthavens en de introductie van marktwerking toe. De decentraliseringsoperatie naar de regio biedt voor de omwonenden echter pas rechtszekerheid als het landelijk kader toereikend is vastgesteld.
Daarnaast moet aan nóg twee voorwaarden worden voldaan. Om belangenverstrengeling te voorkomen dienen de provincies zich terug te trekken als aandeelhouder van de vliegvelden en moet de bijdrage van de provincies in de kosten van de luchthavens worden beëindigd.

Economische betekenis
Uit onderzoek blijkt, dat de bijdrage van regionale luchthavens aan de regionale economie meer een 'kwalitatieve overtuiging' dan een hard gegeven is. Onderzoeksbureau BCI constateert dat harde gegevens hieromtrent nog steeds ontbreken. Betwijfeld wordt of er voor sommige regionale luchthavens een toekomst is. Wellicht dat voortzetting als zakenluchthavens, met vliegtuigen tot maximaal 20 passagiers en een maximum startgewicht van 10.000 kg, mogelijk is. Voor Groningen Airport Eelde echter staan alle seinen op rood. Baanverlenging zou hier achterwege moeten blijven.

Kleine Luchtvaart
In de reactie van de milieuorganisaties wordt gesteld dat ook de milieubelasting van de kleine luchtvaart moet worden verminderd, net als bij andere bedrijfstakken. Daarbij zijn twee dingen van belang:
1. dat gemeenten niet langer aandeelhouder zijn, zeker nu vast staat dat een klein luchtvaartterrein geen rol speelt als vestigingsplaatsfactor;
2. dat aan kleine luchtvaart steeds strengere milieueisen worden gesteld.
Omdat met name lawaai een probleem vormt, moet het doel zijn: het terugbrengen van het aantal ernstig gehinderden - volgens TNO ca. 500.000 - tot circa nul.
Als middel om dat doel te bereiken wordt een aantal aanscherpingen geëist:
* het verlagen - in stappen - van de toegestane geluidsbelasting rond de velden

* het meewegen van alle soorten hinder, ook die van heli's
* het beëindigen van de bizarre regeling die het mogelijk maakt om straffactoren om te zetten in groeifactoren

* een vliegverbod voor recreatieve kleine luchtvaart op bepaalde tijden, boven bepaalde gebieden en vanaf militaire velden
* scherpere maatregelen om het geluid bij de bron aan te pakken
* meer druk op een snelle vervanging van een groot deel van de huidige vloot; binnenkort is circa de helft van wat er nu vliegt te beschouwen als historische luchtvaart, d.w.z. het ontwerp ouder is dan 40 jaar of de bouw is ouder dan 30 jaar

* het bevorderen van de gewenste ontwikkelingen via differentiatie van tarieven

Nadere informatie:
J. Zuidgeest (woordvoerder Stichting Luchtvaarthinder), (0165) 38 44 95 (kleine luchtvaart)
H. Bemelmans (Milieufederatie Limburg), (046) 45 25 992 (regionale luchthavens)

Deel: ' Reactie milieuorganisaties op kabinetsplannen luchthavens '




Lees ook