Stichting Natuur en Milieu


Eerste reactie van Natuur en Milieu op de Startnota Ruimtelijke Ordening

Utrecht, 22 januari 1999

'Netwerksteden' zetten eigenheid van stad en landelijk gebied op het spel

Stichting Natuur en Milieu vindt dat voor de ruimtelijke inrichting van Nederland heldere keuzes moeten worden gemaakt voor het versterken van de eigenheid van stad en land. Daarbij is essentieel dat contrasten worden vergroot, dat er duidelijke grenzen zijn tussen stedelijke gebieden waar het goed wonen is en het buitengebied waar natuur, ruimte, karakteristieke landschappen en passende landbouw bepalend zijn.

De Startnota Ruimtelijke Ordening hecht aan deze kwaliteiten, maar snijdt zichzelf flink in de vingers bij de introductie van 'netwerksteden'. Dat zijn netwerken van steden waarbinnen de bewoners zich verplaatsen voor wonen, werken en andere activiteiten. Deze moeten worden versterkt volgens de Startnota. Voorbeelden van 'netwerksteden' zijn de regio's Rotterdam - Den Haag, Arnhem - Nijmegen, Twente en zuidoost Brabant.

Het is echter vrijwel onvermijdelijk dat 'netwerksteden' uitgesmeerde stedelijke gebieden worden zonder eigen identiteit, met voorzieningen ver van huis waardoor het autogebruik wordt gestimuleerd. Tot nu toe heeft het kabinet onvoldoende geld beschikbaar gesteld voor openbaar vervoer in zulke gebieden. Een ander groot gevaar is dat de open ruimte binnen zo'n netwerkstad zoetjes aan toch dichtslibt met woningen en bedrijven, en dus voorgoed verdwijnt - ook ten nadele van de bewoners die steeds verder weg zullen moeten om echt naar buiten te gaan. We moeten bij die open ruimte denken aan bijvoorbeeld de groene ruimte tussen Rotterdam en Den Haag.

Het valt op dat de 'corridors' (bebouwing geconcentreerd langs transportassen) minder prominent optreden in de Startnota. Als deze term wordt vervangen door 'belangrijke verbindingen' of iets dergelijks, dan is er nog steeds discussie nodig over de inhoud daarvan, dan wel over de inrichting van deze gebieden.

Natuur en Milieu pleit geenszins voor een 'stand still'. Ook in de toekomst is ruimte nodig voor woningen en bedrijven. Maar we moeten af van de vanzelfsprekendheid dat daarvoor het landelijk gebied moet wijken. Intensief, meervoudig gebruik van de ruimte, onder andere door herstructurering van stedelijk en landelijk gebied, is het positieve alternatief. Met als zichtbare resultaten compacte, leefbare steden en dorpen, dicht bebouwde bedrijventerreinen, ondergrondse voorzieningen voor (bijvoorbeeld) parkeren en transport, en waardevolle buitengebieden waar het ook voor de rustzoekende en recreërende mens goed toeven is.

Nadere inlichtingen

Vera Dalm, Marijke Brunt, tel. 030-2331328

Deel: ' Reactie Natuur en Milieu op Startnota Ruimtelijke Ordening '




Lees ook