NWO Persbericht

11 juni 1999
Reactie NWO op rapport

NWO zal rapport Brouns benutten om beleid vrouwen in de wetenschap voort te zetten

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft met veel interesse kennis genomen van het rapport De Kwaliteit van het Oordeel. De studie is in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen onder leiding van dr. Margo Brouns uitgevoerd door het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies (NGV). Het NGV doet in haar verslag een aantal aanbevelingen die NWO zal gebruiken om haar reeds in gang gezette beleid over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap voort te zetten. Zonder het probleem te bagatelliseren plaatst NWO wel een aantal kanttekeningen bij het rapport.

NWO neemt het probleem van de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap serieus en ontwikkelt al enige jaren beleid op dit gebied. NWO vindt het dan ook een goede zaak dat er meer helderheid komt in de mechanismen die bij de beoordeling van onderzoeksvoorstellen van mannen en vrouwen een rol spelen.
NWO heeft wel een aantal opmerkingen bij de werkwijze en uitkomsten van het onderzoek. De onderzoekers hebben alleen de programma's TALENT en PIONIER van 1993 en 1994 onderzocht, zodat de effecten van recent beleid nog niet zichtbaar zijn. Qua budget gaat het hier om circa vijftien miljoen gulden op een jaarbudget van zo'n 700 miljoen gulden. Uit het rapport blijkt dat de totaalscores voor beide programma's voor mannen en vrouwen nagenoeg gelijk lopen. Per discipline (de NWO-Gebieden) zijn er wel verschillen tussen mannen en vrouwen. Of sekse hierbij een beslissende rol heeft gespeeld is niet vast te stellen. Bij het TALENT-programma zijn de onderzochte aantallen (2 vrouwelijke aanvragers 1993 en 6 in 1994) te gering om er veel statistiek op los te kunnen laten. Het rapport spreekt dan ook van een 'vermoeden', een 'hypothese' dat er iets mis kan zijn. Bij PIONIER is ook niet helder aangetoond of sekse een rol heeft gespeeld bij de beoordeling. De vermoedens geven NWO wel aanleiding meer gegevens te gaan verzamelen om het beoordelingsproces te 'motiveren'.
Het belangrijkste probleem in de Nederlandse wetenschap blijft volgens NWO het betrekkelijk geringe aanbod van vrouwelijke aanvragers voor de meeste onderzoeksprogramma's. De oorzaken daarvan zijn nog niet in kaart gebracht maar aangenomen kan worden dat het lage aandeel vrouwen in de hogere regionen van de wetenschappelijke staf van universiteiten en onderzoeksinstituten een rol speelt.
Daarom nam de organisatie reeds eerder maatregelen om mogelijke ongelijkheid van kansen tussen mannen en vrouwen op het spoor te komen, en liefst te voorkomen. Dat gebeurt door het afschaffen van leeftijdsgrenzen voor de meeste steunvormen en het invoeren van zorgclausules, door alertheid tijdens selectieprocessen, door systematische dataverzameling over man/vrouw-scores en door de samenstelling van commissies en besturen zo goed mogelijk in overeenstemming te brengen met de man/vrouw-verhoudingen in de wetenschappelijke populatie. Probleem daarbij is dat op vrouwelijke kandidaten veelal al frequent een beroep wordt gedaan. Wat de samenstelling van NWO-Gebiedsbesturen betreft komen de verhoudingen intussen aardig overeen met het aandeel van vrouwen in de rangen van universitair docent plus universitair hoofddocent. Overigens maakte NWO vorige maand in haar Meerjarenplan bekend 1,5 miljoen gulden per jaar speciaal te besteden om de doorstroom van vrouwelijke wetenschappers naar te top te bevorderen via een speciaal stimuleringsprogramma.

Nadere informatie bij drs. Eldrid Bringmann (NWO), tel. 070 3440733, fax 070 3850971 of e-mail bringmann@nwo.nl.

99-17e

Deel: ' Reactie NWO op rapport 'Vrouwen in de wetenschap' '




Lees ook