Amsterdam Airport Schiphol

Reactie luchthaven Schiphol op rapport Raad voor de Transportveiligheid over Transavia-voorval

Schiphol, 30 november 1999 - Na lezing van het rapport van de Raad voor de Transportveiligheid over het voorval met de Boeing 757 van Transavia in de kerstnacht van 1997, blijft Amsterdam Airport Schiphol bij haar eerste reactie van afgelopen vrijdag, dat uit dit rapport niet de conclusie kan worden getrokken, dat het huidige systeem van baantoewijzing en -gebruik Schiphol onveilig maakt en ook niet dat veiligheid op Schiphol ondergeschikt is aan milieu.

De luchthaven blijft van mening dat er geen relatie bestaat tussen het Transavia-voorval en het systeem van baantoewijzing en -gebruik. Ten tijde van het voorval met het Transavia-vliegtuig was er sprake van uitzonderlijke weersomstandigheden, waarbij de dwarswind zeker 10 knopen meer bedroeg dan het voor de nacht op Schiphol gehanteerde criterium van 25 knopen. Baan 24 (de Kaagbaan, gebruikt vanuit noordoostelijke richting) zou wat de wind betreft in de kerstnacht van 1997 wellicht een betere baan zijn geweest, maar deze baan beschikt over minder nauwkeurige landingshulpmiddelen (geen Instrument Landings Systeem en geen naderingsverlichting).

Verbeteren windinformatie
Op de aanbeveling van de Raad voor de Transportveiligheid aan Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) om de windinformatie aan vliegers te verbeteren, is inmiddels al actie ondernomen. Samen met de luchtvaartmeteorologische dienst van het KNMI en LVNL heeft Amsterdam Airport Schiphol een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de windinformatie aan vliegers te optimaliseren.

Dat heeft geresulteerd in een voorstel voor verbetering van de windinformatie op Schiphol, dat momenteel wordt besproken door Amsterdam Airport Schiphol, Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de vliegdiensten van de Nederlandse maatschappijen.

Daarnaast heeft de luchthaven door TU Delft, WL Delft Hydraulics en het Noorse bedrijf TICS een onderzoek laten instellen naar een eenduidiger manier om de baanstroefheid vast te stellen als het regent. Dit onderzoek is onlangs afgerond.

Veiligheidsonderzoek
De Nederlandse luchtvaartsector (Amsterdam Airport Schiphol, Luchtverkeersleiding Nederland en de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen) is voorts een onafhankelijk onderzoek gestart naar de veiligheidsaspecten van de dwars- en staartwindcriteria op Schiphol. Onder leiding van dr. A.H.G. Rinnooy Kan, lid van de Raad van Bestuur van ING Group, zal een commissie van nationale en internationale deskundigen: * een inventarisatie maken van de internationale regelgeving en normen met betrekking tot dwars- en staartwindcriteria en van de criteria die andere luchthavens hanteren; * een onderzoek doen naar de specifieke omstandigheden met betrekking tot dwars- en staartwind op Schiphol; * op basis van deze informatie aanbevelingen doen voor de te hanteren dwars- en staartwindcriteria voor Schiphol.

De commissie moet eind februari 2000 met haar onderzoek klaar zijn. De luchtvaartsector wacht dit onderzoek af.

Huidige dwars- en staartwindcriteria Op dit moment worden op Schiphol de volgende dwars- en staartwindcriteria gehanteerd:
* Overdag: 15 knopen dwarswind en 5 knopen staartwind bij een droge baan c.q. 10 knopen dwarswind en 0 knopen staartwind bij een natte baan.
* 's Nachts: 25 knopen dwarswind en 5 knopen staartwind bij een droge baan c.q. 10 knopen dwarswind en 0 knopen staartwind bij een natte baan.

15 knopen staat gelijk aan 7,5 m/sec. Dat is windkracht 4. 25 knopen staat gelijk aan 12,5 m/sec. Dat is windkracht 6.

093-1999/rw

© Amsterdam Airport Schiphol

Deel: ' Reactie Schiphol op rapport Transportveiligheid Transavia '




Lees ook