Ministerie van Financien

Titel: Bijstandsproblematiek.

Aan:

de voorzitter van de vaste Commissie

voor Financiën

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

4 en 8 september 1998,Fin-98-741/SoZa-98-55 en Fin

DB98/3585U

Onderwerp

Bijstandsproblematiek.

Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid reageer ik hierbij op de door uw Commissie toegezonden brieven van de FNV en het Sociaal Instituut Raadslieden inzake de problemen die zich voor kunnen doen op het raakvlak van bijstand en belastingen.

Medio september heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen medewerkers van de FNV, medewerkers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en mijn medewerkers. Tijdens dit gesprek zijn de verschillende knelpunten in de heffing van de loon- en inkomstenbelasting over (aanvullende) bijstandsuitkeringen besproken en waar mogelijk oplossingen geformuleerd, die inmiddels voor een belangrijk deel zijn uitgevoerd. Een verslag van dit overleg heb ik ter informatie als bijlage 1 bijgevoegd. Zoals ook uit dit verslag blijkt kunnen de meeste knelpunten worden weggenomen. Het lijkt aannemelijk dat met de invoering van een systeem van algemene heffingskortingen -zoals is voorgesteld in de bijlage bij het regeerakkoord over de herziening van het belastingstelsel - ook de twee nog resterende knelpunten kunnen worden opgelost.

Tijdens het overleg is ook uitvoerig gesproken over de toepassing van artikel 64 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna de Wet IB 1964) in samenhang met de toepassing van artikel 19 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 (hierna: de Uitv.reg. IB 1990). In artikel 64 van de Wet IB 1964 is geregeld wanneer een verplichte aanslag moet worden opgelegd; voor het jaar 1997 is dat het geval als de verschuldigde inkomstenbelasting de gezamenlijke voorheffingen met meer dan f.405 overtreft. In artikel 19 van de Uitv. reg. IB 1990 is bepaald dat voor de beoordeling of een verplichte aanslag moet worden opgelegd de ontvangen bijstand en de daarop gedane inhoudingen buiten aanmerking worden gelaten. Vanaf 1997 zal dan ook veel minder snel dan voorheen een verplichte aanslag worden opgelegd bij samenloop van bijstand met neveninkomsten. Om de werking van dit artikel wat te verduidelijken is een aantal rekenvoorbeelden als bijlage 2 bijgevoegd.

De problemen die samenhangen met de tariefgroepindeling in de loonbelasting bij volledige uitstroom van echtparen uit de bijstand zijn met ingang van 1 januari 1999 opgelost. Ik heb goedgekeurd dat degene die uit de bijstand stroomt als alleenverdiener direct in tariefgroep 3 kan worden ingedeeld ook al heeft het bijstandsinkomen van de niet-verdienende partner meer bedragen dan het belastingvrije bedrag. Een kopie van het Besluit van 15 december 1998, nr. DB98/4224M heb ik als bijlage 3 voor u bijgevoegd.

Zoals hiervoor is opgemerkt heeft de FNV de onderhavige problemen ook rechtstreeks aan mijn ambtgenoot van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan mij voorgelegd. Mede namens hem heb ik de FNV dan ook rechtstreeks geïnformeerd bij brief van 15 december 1998, kenmerk DB98/3515U. Ook het Instituut Sociaal Raadslieden heeft de problemen rechtstreeks aan mij voorgelegd; hen heb ik geïnformeerd bij brief van 15 december 1998, kenmerk DB98/ 2776U. Kopieën van beide brieven heb ik voor u als bijlage 4 bijgevoegd. Zoals blijkt uit mijn antwoord ben ik van mening dat vanaf 1997 de grootste problemen zijn opgelost. Mocht blijken dat er in individuele situaties toch nog problemen zijn, dan ben ik bereid in overleg met de betrokkenen te zoeken naar een passende oplossing.

Inmiddels heeft de FNV bij brief van 25 november 1998 een nieuwe voorstel gedaan inzake de belastingheffing op bijstand. De FNV stelt voor de heffing van belasting over bijstand en de heffing van belasting over ander inkomen volledig van elkaar te scheiden. Bij brief van 18 december 1998 verzoeken zij hierop alsnog nader in te gaan. Het voorstel van de FNV wordt thans bestudeerd. Ik ben voornemens de FNV en uw Commissie hierover op korte termijn nader te informeren. Ook het Instituut Sociaal Raadslieden heeft inmiddels gereageerd op de brief van 15 december 1998. Afschriften van beide brieven heb ik als bijlage 5 voor u bijgevoegd.

Met deze brief meen ik tevens uw brief van 9 oktober 1998, uw kenmerk SoZa-98-630/Fin-98-796 inzake bijstandsgerechtigden met neveninkomsten en uw brief van 20 maart 1998, uw kenmerk Fin-98-102/SoZa-98-144 inzake de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen over bijstandsuitkeringen, te hebben beantwoord.

De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid is door mij bij afzonderlijke (gelijkluidende) brief ingelicht over deze problematiek.

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

W.A. Vermeend

Deel: ' Reactie Vermeend op problematiek bijstand en belastingen '




Lees ook