Ministerie van Binnenlandse Zaken


Regelgeving belemmert grensoverschrijdende samenwerking

31 maart 1999
Verschillen in regelgeving tussen Nederland en Duitsland vormen een belemmering bij grensoverschrijdende activiteiten van zowel bedrijfsleven als bestuur. Dat geldt met name op terreinen als het belastingrecht, arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht. Die verschillen moeten niet met eenzijdige stappen door Nederland of Duitsland worden aangepakt. Een gezamenlijke aanpak via toegespitste overeenkomsten of afspraken verdient sterk de voorkeur. Dit is de belangrijkste conclusie van een onderzoeksrapport - getiteld De grens nader verkend - dat vandaag is aangeboden aan staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
De rapportage is opgesteld door een Haags-Limburgse werkgroep, onder voorzitterschap van mr. A.Ch.M. Rijnen, hoofd van de afdeling Bestuur en Wetgeving van het ministerie van BZK. Taakopdracht van de werkgroep was na te gaan welke juridische en praktische knelpunten bij de verschillende grensoverschrijdende activiteiten in de regio Limburg worden gevoeld en daarvoor oplossingen aan te reiken. Het onderzoek spitste zich toe op twee projecten: het grensoverschrijdende bedrijventerrein Aken-Heerlen en de bestuurlijke samenwerking tussen de gemeenten Kerkrade en Herzogenrath (Eurode).
Geconcludeerd wordt dat er sprake is van reële knelpunten voor de beide projecten, omdat oplossingen binnen de huidige regelgeving vaak niet tot de mogelijkheden behoren. Decentralisatie van bevoegdheden biedt volgens de werkgroep evenmin soelaas, omdat het hier aangelegenheden betreft die exclusief tot de competentie van de nationale overheden behoren.
De werkgroep adviseert dan ook te komen tot een betere inhoudelijke afstemming van de regelgeving. Voor grensoverschrijdende bedrijven-terreinen langs de oostgrens wordt voorgesteld een specifiek verdrag tussen Nederland, Duitsland en de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen te sluiten. Voor het samenwerkingsproject Kerkrade-Herzogenrath stelt de werkgroep onder meer voor het verdrag over publiekrechtelijke grensoverschrijdende samenwerking tussen lagere overheden in Nederland en Duitsland - het zogeheten Anholt-verdrag van 1991 - uit te breiden met een extra bepaling. Alle grensoverschrijdende openbare lichamen aan de Nederlands-Duitse grens krijgen met zon bepaling de mogelijkheid besluiten te nemen die de burgers rechtstreeks binden.
Staatssecretaris De Vries verklaarde in een eerste reactie dat hij in grote lijnen kan instemmen met de aanbevelingen van de werkgroep. Het rapport wordt nu voor advies gezonden aan de bij beide projecten direct betrokken Limburgse gemeenten, het provinciebestuur van Limburg en, gelet op de relevantie van het rapport voor de gehele oostgrens, aan alle Euregios aan de Nederlands-Duitse grens. De staatssecretaris zal nog voor de zomervakantie nadere voorstellen doen aan het kabinet over de uitvoering van de in het rapport gedane aanbevelingen.

Deel: ' Regelgeving belemmert grensoverschrijdende samenwerking '




Lees ook