Ministerie van Justitie

03.12.98

Minister Korthals komt met aanpassing wetsvoorstel bescherming persoonsgegevens

Grotere rol zelfregulering, Registratiekamer krijgt minder nieuwe bevoegdheden

De Registratiekamer krijgt - in tegenstelling tot het eerdere voornemen - niet de bevoegdheid boetes op te leggen. Het bedrijfsleven en consumentenorganisaties kunnen in gedragscodes zelf geschillenregelingen opstellen over privacy-aangelegenheden. Aan de Registratiekamer worden in verband met de uitoefening van haar taken zorgvuldigheidseisen opgelegd. De toezicht- houdende bevoegdheden van de Registratiekamer blijven echter onaangetast.

Dit zijn hoofdpunten uit de wijzigingsvoorstellen op het wetsvoorstel bescherming persoonsgegevens die minister Korthals van Justitie vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De minister streeft naar spoedige afronding van de behandeling van het wetsvoorstel.

De Registratiekamer krijgt een andere naam: College bescherming persoonsgegevens. De zorgvuldigheidseisen ten aanzien van het College die in de Wet bescherming persoonsgegevens worden opgenomen, behelzen ondermeer het volgende:

Bij een onderzoek van het College dienen de resultaten - voor dat ze gepubliceerd worden - te worden voorgelegd aan degene die is onderzocht. De laatste krijgt daarbij de gelegenheid ze te becommentariëren.
Verder komt er de mogelijkheid over het optreden van het College te klagen bij de nationale ombudsman. Het College zal verder verplicht worden in zijn bestuursreglement regels te stellen voor de uitvoering van haar verschillende taken en over de publiciteit die daaraan wordt gegeven. Dit reglement moet worden goedgekeurd door de minister.

Enkele hoofdpunten uit de Wet bescherming persoonsgegevens De Wet bescherming persoonsgegevens vervangt de bestaande Wet persoonsregistraties en geeft de wettelijke regels ter bescherming van privacy van burgers. De wet regelt alle vormen van omgang met persoonsgegevens zoals het verzamelen, de opslag, het bewaren, het vergelijken, het koppelen, het raadplegen en het verstrekken van persoonsgegevens aan een derde. Eenvoudige dossiers zijn evenals nu het geval uitgezonderd van de wet, evenals gegevensverwerking voor persoonlijk of huiselijk gebruik.

Belangrijke punten in de wet zijn onder meer de volgende. Burgers hebben het recht kennis te nemen van gegevens die over hen zijn verwerkt. Ook heeft men het recht die gegevens te corrigeren. Ook krijgen burgers de mogelijkheid bezwaar te maken tegen gebruik van hun persoonsgegevens in bepaalde situaties. Bijvoorbeeld tegen de toezending van reclamedrukwerk op naam.

Een instelling die persoonsgegevens verwerkt is verplicht de burger te informeren over het doel van de gegevensverwerking en over zijn identiteit, tenzij de burger al op de hoogte is. De informatieplicht geldt zowel wanneer de gegevens bij de betrokkene worden verzameld (bij voorbeeld via Internet of een bedrijfsnetwerk), als wanneer gegevens bij derden worden verkregen. Als deze informatieplicht leidt tot een onevenredige inspanning voor de verwerker hoeft hij hieraan niet te voldoen.

In de huidige Wet persoonsregistraties bestaat een onderscheid tussen overheden en het bedrijfsleven. Overheden zijn nu verplicht ten behoeve van een registratie een privacy-reglement op te stellen en dat te sturen naar de Registratiekamer.

Voor bedrijven geldt nu alleen een meldingsplicht aan de Registratie- kamer. Dit onderscheid verdwijnt. Ervoor in de plaats komt alleen een algemene meldingsplicht. Deze meldingsplicht is lichter dan nu het geval is: handmatige verwerking hoeft in principe niet meer te worden gemeld, de melding omvat minder gegevens en het aantal vrijstellingen zal ten opzichte van de huidige wet worden uitgebreid.

Voor vragen of commentaar met betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de Directie Voorlichting van Justitie, telefoon: (070) - 3706850,
email: voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594

Laatst gewijzigd: 08-02-1999

Deel: ' Registratiekamer geen bevoegdheid boetes op te leggen '




Lees ook