Rekenkamer toetst Accountantsdienst Rotterdam (ADR) 25 november 1999

De Rekenkamer Rotterdam heeft in het najaar van 1999 een eerste onderzoek verricht naar de Accountantsdienst Rotterdam (ADR). Bij dit onderzoek keek de Rekenkamer alleen naar de vormgeving van de organisatie en werkwijze van de ADR. De Rekenkamer is van oordeel dat deze opzet voldoet aan de gangbare eisen voor een gemeentelijke accountantsdienst. In hetzelfde rapport concludeert de Rekenkamer echter ook dat de ADR te terughoudend is bij het nastreven van verdere verbeteringen.

De Rekenkamer nam in haar rapport onder meer de volgende aanbevelingen op voor de ADR: * het ontwikkelen van instrumenten voor de controle van de rechtmatigheid; * het op korte termijn opstellen van een bedrijfsplan; * het verbeteren van het systeem van planning en tijdverantwoording; * het schriftelijk vastleggen en/of bevestigen van alle controleopdrachten; * het jaarlijks uitvoeren van interne kwaliteitstoetsen.

In zijn reactie heeft de directeur ADR toegezegd om nog in 1999 een bedrijfsplan in te dienen en om in het vervolg weer jaarlijks interne kwaliteitstoetsen te laten verrichten. Ten aanzien van de andere aanbevelingen zijn geen concrete toezeggingen gedaan.

De Rekenkamer doet voorts twee aanbevelingen die in het bijzonder de aandacht van het gemeentebestuur behoeven. Zo beveelt de Rekenkamer aan om regelmatig het (strategisch) controlebeleid en de benutting van de controleresultaten aan de orde te stellen. De Rekenkamer constateert namelijk dat hieraan binnen de gemeente structureel te weinig aandacht wordt geschonken. Daarbij gaat het om onderwerpen als: * de wenselijkheid van meer of uitvoeriger controles dan wettelijk verplicht; * de mate van nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de accountantsoordelen; * de aandacht voor de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het beheer; * de mate waarin en de voorwaarden waaronder de ADR opdrachten voor buitengemeentelijke instanties mag uitvoeren; * de bijdrage van de accountantscontrole aan de bescherming en handhaving van de integriteit binnen de gemeente; * de implementatie van de aanbevelingen van de ADR.

De Rekenkamer geeft verder in overweging om de ADR in zijn verklaring bij de (jaar)rekening expliciet een oordeel te laten geven over de rechtmatigheid. Daardoor zou aan de gebruiker van de accountantsverklaring meer zekerheid worden geboden over de naleving van alle relevante wet- en regelgeving. Een dergelijke accountantsverklaring is bij de gemeenten en provincies niet, maar bij het Rijk al jaren gebruikelijk.

Resumerend zou de Rekenkamer het waarderen als het gemeentebestuur en de ADR, mede naar aanleiding van haar rapport, de ambitie zouden tonen een meer toonaangevende rol na te willen streven in de sfeer van de gemeentelijke accountancy.

Voor nadere informatie kan contact worden opgenomen met mevrouw L.M. van der Ham-Tuytel (telefoon: 010 - 417 22 42)

'Begrotingsproces 1997 Roteb' 27 mei 1999 Rekenkamer Rotterdam brengt eerste rapport uit: 'Begrotingsproces 1997 Roteb'.

De Rekenkamer heeft vandaag (27 mei 1999) haar eerste rapport aan de voorzitter van de Gemeenteraad van Rotterdam, burgemeester Opstelten, aangeboden. Aanleiding voor het onderzoek was een verzoek van de Gemeenteraad van 5 maart jl. om de begrotingsoverschrijding van de dienst Reiniging, Ontsmetting, Transport en bedrijfswerkplaatsen (Roteb) over 1997 (f 23,2 miljoen) te onderzoeken.

De Rekenkamer onderzocht de onderbouwing en toetsing van de begroting 1997, de informatievoorziening over de begrotingsoverschrijding en het handelen op basis daarvan.

De voornaamste conclusies van het rapport zijn dat: * de Roteb de begroting 1997 en de daarin opgenomen efficiencywinst niet zorgvuldig heeft kunnen onderbouwen. * ondanks een besluit van B&W, er geen geactualiseerde begroting is verschenen, waardoor voor 1997 nooit een goed onderbouwde begroting beschikbaar is geweest. * de problemen rond de begrotingsoverschrijding 1997 van de Roteb en het verstrekken van informatie daarover aan de Gemeenteraad op meerdere momenten vooruitgeschoven zijn. * afdoende dekkingsmaatregelen en begrotingswijzigingen achterwege zijn gebleven.

De belangrijkste aanbevelingen van het rapport zijn dat: * de Roteb de onderbouwing van de begroting en de informatievoorziening over de begrotingsrealisatie moet verbeteren. * de Bestuursdienst het toetsingsproces helder moet maken en meer aandacht moet geven aan het tijdig melden van begrotingsoverschrijdingen. * het college van B&W alerter dient te reageren en bestuurlijke verantwoordelijkheid dient te nemen door te besluiten tot nader onderzoek, dekkingsmaatregelen en eventueel begrotingswijzigingen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met mevrouw L.M. van der Ham-Tuytel, telefoon (010) 4172242.

Deel: ' Rekenkamer toetst Accountantsdienst Rotterdam '




Lees ook