Persbericht Algemene Rekenkamer


Inzicht in fiscale stimuleringsregelingen beperkt
18 maart 1999

Over de effecten van fiscale stimuleringsregelingen in de praktijk is nog weinig bekend. Bovendien wordt in het algemeen niet aangegeven waarom fiscale regelingen de voorkeur verdienen boven alternatieven zoals subsidiëring. Dit staat in het rapport Belastingen als beleidsinstrument, dat de Rekenkamer vandaag publiceert.

De Rekenkamer onderzocht het gebruik van fiscale stimulerings- en ontmoedigingsregelingen. Het aantal regelingen nam de afgelopen tien jaar toe. Zij hebben tot doel om bepaald gedrag van burgers en bedrijven te stimuleren of te ontmoedigen. Diverse ministeries zijn verantwoordelijk voor deze regelingen. De Rekenkamer maakte een inventarisatie van 50 stimuleringsregelingen, waarvan zij 28 regelingen nader onderzocht. Voorbeelden zijn de Tante Agaathregeling, de afdrachtvermindering lage lonen (SPAK), Groen beleggen en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). De overheid derfde door deze 28 regelingen in 1998 f 6,6 miljard aan belasting- en premie-inkomsten. Ook onderzocht de Rekenkamer zes ontmoedigingsregelingen. Een voorbeeld hiervan is de regulerende energiebelasting.

Bij de meeste van de 28 door de Algemene Rekenkamer onderzochte fiscale stimuleringsregelingen ontbreekt een onderbouwing van de verwachte effectiviteit en is niet duidelijk wanneer de regeling succesvol zal zijn. Vaak is bovendien de raming van de belasting- en premiederving niet duidelijk. De Belastingdienst volgt en controleert deze fiscale regelingen niet afzonderlijk.

Omdat over de effecten van de regelingen bij de ministeries nog weinig bekend was, deed de Rekenkamer zelf onderzoek naar vier regelingen. Hieruit komt een gemengd beeld naar voren. De effecten van de SPAK en Groen Beleggen op het gedrag van ondernemers lijken beperkt te zijn, van de VAMIL en de Investeringsaftrek lijkt inderdaad een stimulerende werking uit te gaan. Over fiscale ontmoedigingsregelingen was wel onderzoek beschikbaar: van accijnsverhogingen op tabak en brandstoffen blijkt een zekere remmende werking uit te gaan op het gedrag van burgers. Over de effecten van de regulerende energiebelasting kunnen nog geen uitspraken worden gedaan.

De Rekenkamer beveelt de ministeries aan om het gebruik van dit soort regelingen zorgvuldig en expliciet af te wegen. Als een regeling wordt ingevoerd, moet een ministerie voorwaarden creëren om op termijn de effectiviteit van de regelingen te kunnen vaststellen.

De staatssecretaris van Financiën en andere betrokken bewindspersonen benadrukken in hun reacties op het onderzoek dat het fiscale beleid niet op zichzelf staat, maar dat het een geintegreerd onderdeel vormt van het algehele, vooral financiële en sociaal-economische overheidsbeleid. Zij wijzen daarbij op de - via de weg van lastenverlichting optredende - algemene effecten van fiscale stimuleringsregelingen. Zij refereren daarbij aan CPB-studies, waarin op modelmatige wijze het verwachte (lange termijn) effect van regelingen berekend wordt. Naar het oordeel van de Rekenkamer moet in ieder geval vastgesteld worden of doelen die met de specifieke regelingen worden nagestreefd ook daadwerkelijk worden bereikt.

De staatssecretaris van Financiën liet zich daarnaast kritisch uit over de algemene eisen die de Rekenkamer stelt aan de beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering en de bepaling van de resultaten. Naar zijn mening vergt iedere regeling een eigen beoordelingskader. De Rekenkamer kan zich daarin vinden als in dat kader de minimumeisen van de Rekenkamer zijn verwerkt.

Deel: ' Rekenkamer weinig inzicht in fiscale stimuleringsregelingen '




Lees ook