expostbus51


MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Welstand

Remkes wil objectiever en doorzichtiger welstandsbeleid

Staatssecretaris Remkes van VROM wil dat welstandscommissies van gemeenten objectiever en doorzichtiger gaan opereren. Ook moet de politieke verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur voor het welstandstoezicht worden versterkt. Dit staat in een voorstel tot wijziging van de Woningwet, dat de staatssecretaris vandaag met een toelichtende brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2001 in werking treedt.

'Black box'
De laatste tijd is er steeds meer kritiek op het functioneren van welstandscommissies. Welstandscommissies worden gezien als een soort 'black box' waarbinnen dingen gebeuren die grotendeels aan de waarneming worden onttrokken; het roept de sfeer op van achterkamertjes waarin een clubje onaantastbaren met een gevoel van esthetische superioriteit en het potlood op tafel, eigen ontwerpoplossingen aan derden opdringt. Hoewel deze kritiek lang niet voor alle welstandscommissies opgaat, zegt het wel iets over het maatschappelijk draagvlak voor het welstandstoezicht. Met dit wetsvoorstel wil Remkes deze situatie doorbreken. Zo zal de gemeenteraad vooraf zo concreet mogelijke welstandscriteria moeten vastleggen in een welstandsnota. De vergaderingen van de welstandscommissies worden openbaar en het gemeentebestuur en de commissie worden verplicht ieder jaar verantwoording af te leggen door middel van een jaarverslag. Verder wordt de doorstroming van de leden van de welstandscommissie vergroot door de zittingsduur te beperken tot vier jaar.

Onderzoek
Het wetsvoorstel is mede gebaseerd op een onderzoek van de Rijksbouwmeester ('Welstand op een nieuwe leest'), dat tegelijk met het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer is gestuurd. In een reactie op dit onderzoek kondigt Remkes een stimuleringsprogramma aan om het lokale bestuur te faciliteren bij de omslag naar een toetsbaarder, doorzichtiger en meer gebiedsgericht welstandstoezicht. De uitwerking hiervan komt in De Nota Wonen en in de derde nota Architectuurbeleid.

Procedure bouwvergunningen
Het wetsvoorstel bevat verder de uitwerking van al eerder bekendgemaakte plannen om een aantal kleine bouwwerken, waarvoor nu nog een meldings- of vergunningsplicht bestaat, bouwvergunningsvrij te maken. Dit moet leiden tot een (administratieve) lastenverlichting bij de burger, het bedrijfsleven en de overheid.
Bij vergunningsvrije bouwwerken gaat het bijvoorbeeld om bijgebouwen (maximaal 100 m3) en serres of andere aan- of uitbouwen (bergingen of garages) niet groter dan 10 m2 aan de zij- of achterkant van de woning. Of om kleine veranderingen aan het gebouw zoals het aanbrengen van zonnecollectoren, dakkapellen of dakramen, het veranderen van kozijnen of het aanbrengen van aanbouwbalkons van maximaal 2 m2 aan de voorgevel en 3 m2 aan de zij- of achtergevel. De definitieve lijst van alle vergunningsvrije bouwwerken komt te staan in een algemene maatregel van bestuur.
Overigens zullen ook voor vergunningsvrije bouwwerken regels blijven gelden. Ten eerste moeten ze voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, zoals veiligheid, gezondheid en energiezuinigheid. Ten tweede kan het gemeentebestuur bouwwerken laten afbreken die in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Tenslotte geldt ook nog het 'burenrecht' uit het Burgerlijk Wetboek. Daarin staan voorschriften voor bijvoorbeeld het aanbrengen van schuttingen, balkons en ramen, waardoor de buren benadeeld kunnen worden in de vorm van lichtinval of privacy. Soms moet voor dit soort ingrepen vooraf toestemming van de buren zijn.

Lichte bouwvergunning
Voor ongeveer 50% van de bouwwerken waarvoor nu nog een reguliere bouwvergunning nodig is, gaat een lichte procedure gelden. De gemeente moet dan binnen vier weken beslissen of de vergunning wordt verleend ( normaal 13 weken). Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bouwwerken (inclusief aan- en uitbouwen) met een maximale hoogte van vijf meter en een maximale oppervlakte van 50 m2 of om inpandige verbouwingen van kleine gebouwen. Ook de vergunningsvrije bouwwerken in beschermde stads- en dorpsgezichten of horend bij monumenten komen onder deze lichte procedure te vallen. Aanvragen voor een bouwvergunning volgens de lichte procedure worden getoetst op constructieve veiligheid en op ruimtelijke kwaliteit, zoals welstand en bestemmingsplan. Een opsomming van de bouwwerken die onder de lichte procedure gaan vallen, komt te staan in een algemene maatregel van bestuur.

Gefaseerde vergunningverlening
Als de aanvrager dat wil, kan de reguliere bouwvergunning gefaseerd worden verleend. In de eerste fase wordt het bouwplan dan beoordeeld op ruimtelijke kwaliteit, zoals welstand en bestemmingsplan. In de tweede fase volgt een beoordeling op bouwtechnische aspecten en op bodemonderzoek. Dit heeft voor de aanvrager het (financiële) voordeel dat hij pas tot bouwtechnische uitwerking van het plan hoeft over te gaan nadat zeker is dat het bouwplan niet op ruimtelijke aspecten wordt afgewezen.

Deel: ' Remkes wil objectiever en doorzichtiger welstandsbeleid '




Lees ook