Beperkt deel natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen in glastuinbouw effectief

Datum: 25 september 2001

Bij 1.200 onderzochte gewas-belager combinaties in de glastuinbouw bleken voor zo'n 250 combinaties werkzame gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (natuurlijke middelen) te bestaan. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het project GENOEG.

Het project GENOEG staat voor Gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong effectief gebruiken. Het project is een initiatief van het Productschap Tuinbouw en LTO-Nederland. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) is projectleider. Het project is opgestart om te zorgen dat tuinders snel goede en legale natuurlijke middelen kunnen inzetten bij de bescherming van hun teelten. Door het verbod op een aantal chemische gewasbeschermingsmiddelen is het voor tuinders veel moeilijker hun gewas vrij te houden van ziekten en plagen. Een alternatief zou een aanzwellende stroom van exotische plantenextracten, zeewieren, mineralen en schimmels kunnen zijn. De middelen zijn echter niet als bestrijdingsmiddel toegelaten. Daarnaast was van veel van deze middelen de werking tot nog toe onduidelijk.
Het project GENOEG probeert onder deze natuurlijke middelen het kaf van het koren te scheiden. Het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) zette in het kader van dit project alle middelen op een rij. Daarbij is de werkzaamheid van de middelen ingeschat op basis van eigen ervaring, onderzoek van producenten of wat bekend is uit wetenschappelijk onderzoek. Op basis van deze beoordeling zijn de middelen ingedeeld in verschillende klassen, variërend van "werkzaam en toegelaten" tot "middel is niet werkzaam".
Uit de inventarisatie blijkt dat over veel van de producten weinig bekend is. De effectiviteit als bestrijdingsmiddel is veelal niet aangetoond. Vaak zijn de arbeids- en voedselveiligheidsrisico's en het effect op natuurlijke vijanden van de stoffen eveneens onbekend. De meeste stoffen vallen in de categorie "perspectief niet bekend". Van de 250 middelen die volgens het onderzoek wel effectief zijn, beschikken de meeste niet over een toelating als bestrijdingsmiddel in Nederland. Het project GENOEG werkt er hard aan om meer natuurlijke middelen op de markt te krijgen. Zo vraagt GENOEG voor de stoffen melk (spuiten), kaliumfosfiet, kaliumfosfaat en chitine een toelating aan, zodat tuinders deze middelen in de nabije toekomst bij de gewasbescherming mogen toepassen. Voorts worden de werkzame stoffen die nog niet zijn toegelaten, voorgelegd aan het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) om de toelatingsaanvraag te begeleiden. Het CLM werkt voorts samen met het CTB aan een methode om de natuurlijke middelen op middel-specifieke wijze te kunnen beoordelen.

Nadere inlichtingen:
Gé Pak, e-mail: gpak@clm.nl, tel. 030 - 2441301(CLM).

Het rapport "Inventarisatie van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen voor de glastuinbouw" is via www.gewasbescherming.nl te downloaden of te bestellen bij het CLM en kost f 35,- (EUR 15,88).

Deel: ' Resultaten onderzoek GENOEG over gewasbeschermingsmiddelen '




Lees ook