expostbus51


MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Rijk maakt criteria voor bijdrage .....

Rijk maakt criteria voor bijdrage stedelijke vernieuwing bekend

Het Rijk heeft de criteria bekendgemaakt, waaraan gemeentelijke ontwikkelingsprogramma.s moeten voldoen, willen gemeenten aanspraak kunnen maken op een bijdrage uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Dit budget is een bundeling van een aantal belangrijke geldstromen op het gebied van de fysieke leefomgeving: subsidies voor milieu, wonen, ruimte, groen en (fysieke) economische activiteiten. De bewindslieden van het ministerie van VROM, Pronk en Remkes, en de staatssecretarissen Ybema van EZ en Faber van LNV hebben de criteria gepubliceerd bij de Voortgangsrapportage grotestedenbeleid van minister Van Boxtel van GSI.

Het ISV en de criteria (Beleidskader ISV) zijn een belangrijk onderdeel van het grotestedenbeleid, maar het ISV is breder: het geldt voor alle steden in Nederland. De criteria (prestatievelden) zijn zo geformuleerd dat gemeenten gestimuleerd worden om tot een brede en samenhangende aanpak van de stedelijke vernieuwing te komen. Het beleidskader ISV wordt dezer dagen ook toegestuurd aan gemeenten en provincies.

Prestatievelden
De ontwikkelingsprogramma.s van de gemeenten worden getoetst aan de hand van twaalf prestatievelden (zie bijlage), waarvan de eerste zes een procesmatig karakter en de overige zes een inhoudelijk karakter hebben. De GSB-gemeenten moeten hun integrale ontwikkelingsprogramma, waaronder het ISV-programma, uiterlijk op 1 november indienen. De overige gemeenten moeten hun ISV-programma voor 1 juli 2000 indienen. De gemeenten moeten hun doelstellingen en maatregelen op de 12 prestatievelden in toetsbare termen weergeven en op de inhoudelijke velden zo mogelijk kwantitatief.

Bijlage

De twaalf prestatievelden zijn:
toekomstgericht: naast ambities voor de komende vijf jaar moet het ontwikkelingsprogramma ook gericht zijn op de vijf jaar daarna; horizontale integratie (ontkokering): de kwaliteit van de fysieke leefomgeving moet breed en samenhangend worden aangepakt en deze aanpak moet ook zijn afgestemd op verbeteringen van de sociale en economische infrastructuur (grotestedenbeleid); verticale integratie (schaalniveaus): in het ontwikkelingsprogramma moet de gemeente aangeven wat de doelstellingen op de verschillende schaalniveaus zijn (buurt, wijk, stad en als dat functioneel is, ook de regio);
kansen en ontwikkelingspotenties: welke kansen heeft de gemeente door ligging, bereikbaarheid, bevolkingsopbouw, milieu- en stedebouwkundige kwaliteit, economische potenties e.d. Het ontwikkelingsprogramma geeft aan hoe die potenties benut gaan worden;
private investeringen: de gemeente geeft aan welke investeringen van private partijen zij denkt te genereren (multiplier) en wat zij zelf gaat investeren;
prioriteit, fasering en gebiedsgerichte aanpak: de gemeente geeft aan welke prioriteiten zij stelt, welke woongebieden en/of bedrijfsterreinen zij extra aandacht geeft, welke fasering zij aanbrengt en hoe bewoners(organisaties), woningcorporaties en bedrijfsleven daarbij betrokken worden;
fysieke condities economische versterking: welke maatregelen neemt de gemeente bijvoorbeeld voor het stimuleren van functiemenging (wonen en werken), het ontwikkelen van bedrijfsruimte voor startende ondernemers, revitalisering van verouderde bedrijfsterreinen en het ontwikkelen van nieuwe bedrijfsterreinen;
aanbod van gevarieerde woonmilieus: het ontwikkelingsprogramma geeft aan hoe de gemeente wil komen tot variatie en differentiatie van woonmilieus en de kenmerken daarvan, zoals woningtype, voorzieningen, functiemenging en dichtheid, toegesneden op de regionale vraag en met voldoende keuzevrijheid voor woningzoekenden;
omgevingskwaliteit: de gemeente geeft een samenhangend beeld van de gewenste omgevingskwaliteit, zowel voor de hele gemeente als voor de wijken waar de gemeente zich in het bijzonder op richt. Het gaat daarbij om een mix van ruimtelijke en milieu-aspecten, zoals de kwaliteit van de openbare ruimte, ondergronds parkeren, architectuur, monumenten, (grootschalig) groen, waterpartijen, speelvoorzieningen, stank- en geluidshinder, luchtverontreiniging en veiligheid; duurzaamheid: de gemeente geeft aan hoe haar doelstellingen voor duurzaamheid zijn geïntegreerd in het stedelijk vernieuwingsbeleid en welke maatregelen zij neemt voor bijvoorbeeld bodemsanering, duurzaam bouwen, energiebesparing en gevelisolatie tegen rail- en verkeerslawaai;
zorgvuldig ruimtegebruik: in het ontwikkelingsprogramma staat welke (woon)gebieden kunnen worden verdund en welke andere woon-werkgebieden (vooral rond stedelijke vervoersknooppunten) kunnen worden verdicht; versterking betrokkenheid bij de dagelijkse leefomgeving: welke maatregelen neemt de gemeente om de betrokkenheid van bewoners en bedrijven te vergroten. Daarbij gaat het in ieder geval om participatie van belanghebbenden bij de veranderingen in de wijk en in de gemeente als geheel.

08 jun 99 13:41

Deel: ' Rijk maakt criteria bijdrage stedelijke vernieuwing bekend '




Lees ook