expostbus51


MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Balans Ruimtelijke Kwaliteit

Balans Ruimtelijke Kwaliteit: Verstedelijking sterk geconcentreerd, open ruimte iets kleiner

De concentratie van woningen, bedrijven en voorzieningen, een wezenlijk aspect van ruimtelijke kwaliteit in Nederland, is op peil gebleven. Behalve in de stedelijke gebieden is ook in de gebieden waar strenge bouwbeperkingen gelden het bebouwde oppervlak toegenomen, evenals het aantal geregistreerde woonadressen. In deze .restrictieve gebieden. zoals het Groene Hart, het Rivierengebied en de Veluwe worden natuur en landschap beschermd. De dagelijkse reizen van mensen overstijgen steeds vaker de grenzen van het stadsgewest (zoals de agglomeratie van Den Haag of Eindhoven) en gaan steeds meer naar het niveau van de .netwerkstad. (bijvoorbeeld Arnhem - Nijmegen). In de kleine kernen in het landelijk gebied ontbreken vaak basisvoorzieningen, maar slechts een klein deel van de bevolking ervaart dit als een probleem.

Dit zijn slechts enkele conclusies die kunnen worden getrokken uit de 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999', een monitoringrapportage die de Rijksplanologische Dienst (RPD) in zijn functie als planbureau vandaag heeft gepubliceerd. De rapportage is vergelijkbaar met de Milieu- en Natuurbalans en zal in de toekomst jaarlijks verschijnen. Doel van de monitoring is op grond van cijfers na te gaan in hoeverre de ruimtelijke kwaliteit van Nederland de afgelopen jaren is verbeterd of verslechterd. Onderdeel van de rapportage is een kaart waarop de geplande ruimtelijke ingrepen tot 2010 zijn weergegeven.

Concentratie
De groei van het aantal bedrijven, woningen en voorzieningen is in hoge mate geconcentreerd in de stadsgewesten en in de grote regionale kernen daarbuiten. Hierdoor blijft de mate van concentratie van gehele voorraad min of meer op peil. De concentratie van bedrijven is zelfs licht toegenomen, van 70,9% naar 72,5% in 1997. Dit laat onverlet dat toch een behoorlijk deel is terechtgekomen buiten de stedelijke gebieden. Helaas ook in de gebieden waar we de open ruimte willen behouden ten behoeve voor natuur, landbouw en landschap (zoals het Groene Hart, de bufferzones, de Veluwe, het Limburgs Heuvelland en het Rivierengebied). De bebouwing in deze gebieden is tussen 1989 en 1993 met 260 ha. (375 voetbalvelden of de bebouwde kom van Bolsward) toegenomen. Het aantal woonadressen is hier tussen 1990 en 1998 met bijna 25% gestegen.
De verdeling van de bevolking over het land is nauwelijks gewijzigd. De wijziging hiervan is beperkt. Het aandeel van het Noorden en het Oosten daalt enigszins, terwijl dat van het Westen en Zuiden stijgt. De veel besproken overloop van de bevolking vanuit het Westen naar andere landsdelen wordt dus niet door cijfers ondersteund. Wat betreft de groei van de werkgelegenheid loopt het Westen in de pas met het Nederlands gemiddelde. Het Noorden blijft zowel qua bevolkingsontwikkeling als qua werkgelegenheidsgroei achter.

Mobiliteit
Uit analyses blijkt dat steeds meer reizen naar het werk en naar voorzieningen (onderwijs, winkels, uitgaansgelegenheden etc.) de schaal van het stadsgewest ontstijgen. Mensen gaan dus steeds vaker hun stadsgewest uit om te werken of om gebruik te maken van voorzieningen. Het aantal woon-werk verplaatsingen tussen twee stadsgewesten is in de periode 1985-1997 met 74% gestegen. Het aantal woon-werk verplaatsingen binnen één stadsgewest is slechts met 11% toegenomen. Voor verplaatsingen naar voorzieningen zijn deze percentages respectievelijk 28% en 1%.
Gezien de sterke groei van de het totaal aantal kilometers waarover we ons jaarlijks verplaatsen (toename 24% tussen 1986 en 1997) blijft de beperking van de (auto)mobiliteit voor ruimtelijke kwaliteit belangrijk. Kwaliteit wordt gerealiseerd door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk in elkaars nabijheid binnen de stadsgewesten te concentreren. In 1997 is 41% van de toename van woningen in de centrale steden gerealiseerd, 11% aan die steden (nieuwe locaties aan de rand) en nog eens 11% op een andere plek binnen het stadsgewest. De kansen voor de fiets worden daardoor vergroot en er ontstaat een goed draagvlak voor openbaar vervoer (OV).

In 1998 lag 93,4% van de woningen binnen 400 meter van een OV-halte (in 1995: 92,8%). In de periode na 1990 blijkt het OV (groei 26%) aan belang te winnen ten opzichte van de auto (groei 10%). Dit is met name het geval in het Westen van Nederland. Aan de andere kant blijkt dat in een aantal gevallen de gewenste OV-ontsluitingen van de VINEX-lokaties niet tijdig wordt gerealiseerd.
Landelijk gebied
Met uitzondering van enkele gebieden in het Noorden ontwikkelen de landelijke gebieden zich goed. Dit blijkt uit de groei van de werkgelegenheid, een maat voor economische vitaliteit. Deze groei was in de periode 1991-1997 vergelijkbaar met de gemiddelde groei in heel Nederland (circa 10%). Alleen het Noorden blijft iets achter bij deze ontwikkeling.
De inwoners in het Noorden en het Oosten vinden het vaakst dat basisvoorzieningen (huisarts, basisschool, buurtwinkel) in hun wijk ontbreken (bijna 35%). Slechts eenvijfde van die inwoners vindt dit een probleem. Vooral in kleine kernen ontbreken vaak basisvoorzieningen.
Van alle Nederlanders heeft 7% problemen met het voorzieningenniveau in hun woonplaats.

Groen
Voldoende groenvoorzieningen is een belangrijk ruimtelijk kwaliteitsaspect van de leefomgeving. 13% van de huishoudens geeft aan dat men geen groenvoorzieningen in de woonbuurt heeft, 5,5% heeft daar echt een probleem mee. Dit percentage ligt lager in het minder verstedelijkte Noorden , maar ligt veel hoger in het Westen (resp. 2% en 9% ervaren dit als probleem).
Het areaal sportterreinen, volkstuinen, parken en plantsoenen in, aan en nabij de bestaande stad is tussen 1989 en 1993 echter met bijna 7% gestegen, een toename van 1.650 hectare.

In een bijlage bij dit persbericht zijn de ruimtelijke ontwikkelingen en geplande ruimtelijke claims tot 2010 voor de regio.s Noord, Oost, West en Zuid beschreven.

De 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999' bestaat uit twee delen. Het deel 'Resultaat per doel' (212 pag.) bevat het complete overzicht van ontwikkelingen. Het deel 'Beeld op hoofdlijnen' (40 pag.) is een uitgebreide samenvatting daarvan, waarin tevens de kaart met ruimtelijke plannen is opgenomen.
Onder vermelding van de distributienummers 15453 (Beeld op hoofdlijnen) en 15426 (Resultaat per doel) is de rapportage verkrijgbaar bij VROM-distributiecentrum, tel 0900 - 8052 (40 cent/pm.).

Voor meer informatie :
Persvoorlichting Ruimtelijke Ordening
Dolf Robertus
070 339 37 30

10 nov 99 10:13

MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Balans Ruimtelijke Kwaliteit

Dit is een origineel persbericht.
Niet het ANP, maar de afzender van dit bericht is verantwoordelijk voor de inhoud.

Balans Ruimtelijke Kwaliteit: Verstedelijking sterk geconcentreerd, open ruimte iets kleiner

De concentratie van woningen, bedrijven en voorzieningen, een wezenlijk aspect van ruimtelijke kwaliteit in Nederland, is op peil gebleven. Behalve in de stedelijke gebieden is ook in de gebieden waar strenge bouwbeperkingen gelden het bebouwde oppervlak toegenomen, evenals het aantal geregistreerde woonadressen. In deze .restrictieve gebieden. zoals het Groene Hart, het Rivierengebied en de Veluwe worden natuur en landschap beschermd. De dagelijkse reizen van mensen overstijgen steeds vaker de grenzen van het stadsgewest (zoals de agglomeratie van Den Haag of Eindhoven) en gaan steeds meer naar het niveau van de .netwerkstad. (bijvoorbeeld Arnhem - Nijmegen). In de kleine kernen in het landelijk gebied ontbreken vaak basisvoorzieningen, maar slechts een klein deel van de bevolking ervaart dit als een probleem.

Dit zijn slechts enkele conclusies die kunnen worden getrokken uit de 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999', een monitoringrapportage die de Rijksplanologische Dienst (RPD) in zijn functie als planbureau vandaag heeft gepubliceerd. De rapportage is vergelijkbaar met de Milieu- en Natuurbalans en zal in de toekomst jaarlijks verschijnen. Doel van de monitoring is op grond van cijfers na te gaan in hoeverre de ruimtelijke kwaliteit van Nederland de afgelopen jaren is verbeterd of verslechterd. Onderdeel van de rapportage is een kaart waarop de geplande ruimtelijke ingrepen tot 2010 zijn weergegeven.

Concentratie
De groei van het aantal bedrijven, woningen en voorzieningen is in hoge mate geconcentreerd in de stadsgewesten en in de grote regionale kernen daarbuiten. Hierdoor blijft de mate van concentratie van gehele voorraad min of meer op peil. De concentratie van bedrijven is zelfs licht toegenomen, van 70,9% naar 72,5% in 1997. Dit laat onverlet dat toch een behoorlijk deel is terechtgekomen buiten de stedelijke gebieden. Helaas ook in de gebieden waar we de open ruimte willen behouden ten behoeve voor natuur, landbouw en landschap (zoals het Groene Hart, de bufferzones, de Veluwe, het Limburgs Heuvelland en het Rivierengebied). De bebouwing in deze gebieden is tussen 1989 en 1993 met 260 ha. (375 voetbalvelden of de bebouwde kom van Bolsward) toegenomen. Het aantal woonadressen is hier tussen 1990 en 1998 met bijna 25% gestegen.
De verdeling van de bevolking over het land is nauwelijks gewijzigd. De wijziging hiervan is beperkt. Het aandeel van het Noorden en het Oosten daalt enigszins, terwijl dat van het Westen en Zuiden stijgt. De veel besproken overloop van de bevolking vanuit het Westen naar andere landsdelen wordt dus niet door cijfers ondersteund. Wat betreft de groei van de werkgelegenheid loopt het Westen in de pas met het Nederlands gemiddelde. Het Noorden blijft zowel qua bevolkingsontwikkeling als qua werkgelegenheidsgroei achter.

Mobiliteit
Uit analyses blijkt dat steeds meer reizen naar het werk en naar voorzieningen (onderwijs, winkels, uitgaansgelegenheden etc.) de schaal van het stadsgewest ontstijgen. Mensen gaan dus steeds vaker hun stadsgewest uit om te werken of om gebruik te maken van voorzieningen. Het aantal woon-werk verplaatsingen tussen twee stadsgewesten is in de periode 1985-1997 met 74% gestegen. Het aantal woon-werk verplaatsingen binnen één stadsgewest is slechts met 11% toegenomen. Voor verplaatsingen naar voorzieningen zijn deze percentages respectievelijk 28% en 1%.
Gezien de sterke groei van de het totaal aantal kilometers waarover we ons jaarlijks verplaatsen (toename 24% tussen 1986 en 1997) blijft de beperking van de (auto)mobiliteit voor ruimtelijke kwaliteit belangrijk. Kwaliteit wordt gerealiseerd door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk in elkaars nabijheid binnen de stadsgewesten te concentreren. In 1997 is 41% van de toename van woningen in de centrale steden gerealiseerd, 11% aan die steden (nieuwe locaties aan de rand) en nog eens 11% op een andere plek binnen het stadsgewest. De kansen voor de fiets worden daardoor vergroot en er ontstaat een goed draagvlak voor openbaar vervoer (OV).

In 1998 lag 93,4% van de woningen binnen 400 meter van een OV-halte (in 1995: 92,8%). In de periode na 1990 blijkt het OV (groei 26%) aan belang te winnen ten opzichte van de auto (groei 10%). Dit is met name het geval in het Westen van Nederland. Aan de andere kant blijkt dat in een aantal gevallen de gewenste OV-ontsluitingen van de VINEX-lokaties niet tijdig wordt gerealiseerd.
Landelijk gebied
Met uitzondering van enkele gebieden in het Noorden ontwikkelen de landelijke gebieden zich goed. Dit blijkt uit de groei van de werkgelegenheid, een maat voor economische vitaliteit. Deze groei was in de periode 1991-1997 vergelijkbaar met de gemiddelde groei in heel Nederland (circa 10%). Alleen het Noorden blijft iets achter bij deze ontwikkeling.
De inwoners in het Noorden en het Oosten vinden het vaakst dat basisvoorzieningen (huisarts, basisschool, buurtwinkel) in hun wijk ontbreken (bijna 35%). Slechts eenvijfde van die inwoners vindt dit een probleem. Vooral in kleine kernen ontbreken vaak basisvoorzieningen.
Van alle Nederlanders heeft 7% problemen met het voorzieningenniveau in hun woonplaats.

Groen
Voldoende groenvoorzieningen is een belangrijk ruimtelijk kwaliteitsaspect van de leefomgeving. 13% van de huishoudens geeft aan dat men geen groenvoorzieningen in de woonbuurt heeft, 5,5% heeft daar echt een probleem mee. Dit percentage ligt lager in het minder verstedelijkte Noorden , maar ligt veel hoger in het Westen (resp. 2% en 9% ervaren dit als probleem).
Het areaal sportterreinen, volkstuinen, parken en plantsoenen in, aan en nabij de bestaande stad is tussen 1989 en 1993 echter met bijna 7% gestegen, een toename van 1.650 hectare.

In een bijlage bij dit persbericht zijn de ruimtelijke ontwikkelingen en geplande ruimtelijke claims tot 2010 voor de regio.s Noord, Oost, West en Zuid beschreven.

De 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999' bestaat uit twee delen. Het deel 'Resultaat per doel' (212 pag.) bevat het complete overzicht van ontwikkelingen. Het deel 'Beeld op hoofdlijnen' (40 pag.) is een uitgebreide samenvatting daarvan, waarin tevens de kaart met ruimtelijke plannen is opgenomen.
Onder vermelding van de distributienummers 15453 (Beeld op hoofdlijnen) en 15426 (Resultaat per doel) is de rapportage verkrijgbaar bij VROM-distributiecentrum, tel 0900 - 8052 (40 cent/pm.).

Voor meer informatie :
Persvoorlichting Ruimtelijke Ordening
Dolf Robertus
070 339 37 30

ANP Pers Support, het ANP is niet verantwoordelijk voor de inhoud van bovenstaand bericht.

Dit is een origineel persbericht.
Niet het ANP, maar de afzender van dit bericht is verantwoordelijk voor de inhoud.

Balans Ruimtelijke Kwaliteit: Verstedelijking sterk geconcentreerd, open ruimte iets kleiner

De concentratie van woningen, bedrijven en voorzieningen, een wezenlijk aspect van ruimtelijke kwaliteit in Nederland, is op peil gebleven. Behalve in de stedelijke gebieden is ook in de gebieden waar strenge bouwbeperkingen gelden het bebouwde oppervlak toegenomen, evenals het aantal geregistreerde woonadressen. In deze .restrictieve gebieden. zoals het Groene Hart, het Rivierengebied en de Veluwe worden natuur en landschap beschermd. De dagelijkse reizen van mensen overstijgen steeds vaker de grenzen van het stadsgewest (zoals de agglomeratie van Den Haag of Eindhoven) en gaan steeds meer naar het niveau van de .netwerkstad. (bijvoorbeeld Arnhem - Nijmegen). In de kleine kernen in het landelijk gebied ontbreken vaak basisvoorzieningen, maar slechts een klein deel van de bevolking ervaart dit als een probleem.

Dit zijn slechts enkele conclusies die kunnen worden getrokken uit de 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999', een monitoringrapportage die de Rijksplanologische Dienst (RPD) in zijn functie als planbureau vandaag heeft gepubliceerd. De rapportage is vergelijkbaar met de Milieu- en Natuurbalans en zal in de toekomst jaarlijks verschijnen. Doel van de monitoring is op grond van cijfers na te gaan in hoeverre de ruimtelijke kwaliteit van Nederland de afgelopen jaren is verbeterd of verslechterd. Onderdeel van de rapportage is een kaart waarop de geplande ruimtelijke ingrepen tot 2010 zijn weergegeven.

Concentratie
De groei van het aantal bedrijven, woningen en voorzieningen is in hoge mate geconcentreerd in de stadsgewesten en in de grote regionale kernen daarbuiten. Hierdoor blijft de mate van concentratie van gehele voorraad min of meer op peil. De concentratie van bedrijven is zelfs licht toegenomen, van 70,9% naar 72,5% in 1997. Dit laat onverlet dat toch een behoorlijk deel is terechtgekomen buiten de stedelijke gebieden. Helaas ook in de gebieden waar we de open ruimte willen behouden ten behoeve voor natuur, landbouw en landschap (zoals het Groene Hart, de bufferzones, de Veluwe, het Limburgs Heuvelland en het Rivierengebied). De bebouwing in deze gebieden is tussen 1989 en 1993 met 260 ha. (375 voetbalvelden of de bebouwde kom van Bolsward) toegenomen. Het aantal woonadressen is hier tussen 1990 en 1998 met bijna 25% gestegen.
De verdeling van de bevolking over het land is nauwelijks gewijzigd. De wijziging hiervan is beperkt. Het aandeel van het Noorden en het Oosten daalt enigszins, terwijl dat van het Westen en Zuiden stijgt. De veel besproken overloop van de bevolking vanuit het Westen naar andere landsdelen wordt dus niet door cijfers ondersteund. Wat betreft de groei van de werkgelegenheid loopt het Westen in de pas met het Nederlands gemiddelde. Het Noorden blijft zowel qua bevolkingsontwikkeling als qua werkgelegenheidsgroei achter.

Mobiliteit
Uit analyses blijkt dat steeds meer reizen naar het werk en naar voorzieningen (onderwijs, winkels, uitgaansgelegenheden etc.) de schaal van het stadsgewest ontstijgen. Mensen gaan dus steeds vaker hun stadsgewest uit om te werken of om gebruik te maken van voorzieningen. Het aantal woon-werk verplaatsingen tussen twee stadsgewesten is in de periode 1985-1997 met 74% gestegen. Het aantal woon-werk verplaatsingen binnen één stadsgewest is slechts met 11% toegenomen. Voor verplaatsingen naar voorzieningen zijn deze percentages respectievelijk 28% en 1%.
Gezien de sterke groei van de het totaal aantal kilometers waarover we ons jaarlijks verplaatsen (toename 24% tussen 1986 en 1997) blijft de beperking van de (auto)mobiliteit voor ruimtelijke kwaliteit belangrijk. Kwaliteit wordt gerealiseerd door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk in elkaars nabijheid binnen de stadsgewesten te concentreren. In 1997 is 41% van de toename van woningen in de centrale steden gerealiseerd, 11% aan die steden (nieuwe locaties aan de rand) en nog eens 11% op een andere plek binnen het stadsgewest. De kansen voor de fiets worden daardoor vergroot en er ontstaat een goed draagvlak voor openbaar vervoer (OV).

In 1998 lag 93,4% van de woningen binnen 400 meter van een OV-halte (in 1995: 92,8%). In de periode na 1990 blijkt het OV (groei 26%) aan belang te winnen ten opzichte van de auto (groei 10%). Dit is met name het geval in het Westen van Nederland. Aan de andere kant blijkt dat in een aantal gevallen de gewenste OV-ontsluitingen van de VINEX-lokaties niet tijdig wordt gerealiseerd.
Landelijk gebied
Met uitzondering van enkele gebieden in het Noorden ontwikkelen de landelijke gebieden zich goed. Dit blijkt uit de groei van de werkgelegenheid, een maat voor economische vitaliteit. Deze groei was in de periode 1991-1997 vergelijkbaar met de gemiddelde groei in heel Nederland (circa 10%). Alleen het Noorden blijft iets achter bij deze ontwikkeling.
De inwoners in het Noorden en het Oosten vinden het vaakst dat basisvoorzieningen (huisarts, basisschool, buurtwinkel) in hun wijk ontbreken (bijna 35%). Slechts eenvijfde van die inwoners vindt dit een probleem. Vooral in kleine kernen ontbreken vaak basisvoorzieningen.
Van alle Nederlanders heeft 7% problemen met het voorzieningenniveau in hun woonplaats.

Groen
Voldoende groenvoorzieningen is een belangrijk ruimtelijk kwaliteitsaspect van de leefomgeving. 13% van de huishoudens geeft aan dat men geen groenvoorzieningen in de woonbuurt heeft, 5,5% heeft daar echt een probleem mee. Dit percentage ligt lager in het minder verstedelijkte Noorden , maar ligt veel hoger in het Westen (resp. 2% en 9% ervaren dit als probleem).
Het areaal sportterreinen, volkstuinen, parken en plantsoenen in, aan en nabij de bestaande stad is tussen 1989 en 1993 echter met bijna 7% gestegen, een toename van 1.650 hectare.

In een bijlage bij dit persbericht zijn de ruimtelijke ontwikkelingen en geplande ruimtelijke claims tot 2010 voor de regio.s Noord, Oost, West en Zuid beschreven.

De 'Balans ruimtelijke kwaliteit 1999' bestaat uit twee delen. Het deel 'Resultaat per doel' (212 pag.) bevat het complete overzicht van ontwikkelingen. Het deel 'Beeld op hoofdlijnen' (40 pag.) is een uitgebreide samenvatting daarvan, waarin tevens de kaart met ruimtelijke plannen is opgenomen.
Onder vermelding van de distributienummers 15453 (Beeld op hoofdlijnen) en 15426 (Resultaat per doel) is de rapportage verkrijgbaar bij VROM-distributiecentrum, tel 0900 - 8052 (40 cent/pm.).

Voor meer informatie :
Persvoorlichting Ruimtelijke Ordening
Dolf Robertus
070 339 37 30

ANP Pers Support, het ANP is niet verantwoordelijk voor de inhoud van bovenstaand bericht.

10 nov 99 10:13

Deel: ' Rijksplanologische Dienst biedt Balans Ruimtelijke Kwaliteit '




Lees ook