Katholieke Universiteit Brabant

IVA-onderzoek: Rouwbegeleiding wezenlijke behoefte van nabestaanden

Rouwbegeleiding, zowel door middel van rouwbezoek als in een rouwverwerkingsgroep, komt tegemoet aan een wezenlijke behoefte bij veel nabestaanden. Rooms-Katholieke parochies kunnen hier, waar mogelijk en wenselijk in samenwerking met anderen, een belangrijke rol vervullen. Het onderwerp verdient hoge prioriteit op de beleidsagenda van de Nederlandse bisschoppen.

Dit is een van de conclusies die getrokken worden naar aanleiding van de resultaten van het IVA-Onderzoek 'Rouwgroepen in de Rooms-Katholieke geloofsgemeenschap', waarvan thans het derde en laatste deel verschijnt onder de titel: 'Ervaringen van nabestaanden' ¹. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving, met ondersteuning van de Nederlandse Bisschoppen-conferentie, in de bisdommen Breda, Utrecht en Groningen. Doel ervan was na te gaan of, en -zo ja- op welke wijze, de pastorale en de diaconale praktijk in verband met verliesverwerking na overlijden in de Nederlandse Rooms-Katholieke geloofsgemeenschap naar omvang en kwaliteit moet c.q. kan worden bevorderd.

Een groeiende behoefte
Processen van individualisering en secularisering dragen ertoe bij dat mensen die na het lijden van een zwaar verlies behoefte hebben aan ondersteuning, soms moeilijk gehoor vinden in hun directe omgeving. Zij ervaren dat er onvoldoende gelegenheid is om hun verdriet te delen. Het is aannemelijk dat de behoefte aan ondersteuning in de toekomst nog zal groeien. Immers, het aantal alleenstaanden neemt toe en in de 24-uurs-economie hebben mensen minder tijd voor elkaar. Toch zullen mensen blijven zoeken naar antwoorden op zingevingsvragen, om zin te blijven zien in hun leven, juist na het verlies van iemand die veel voor hen betekende. Bovendien, zo bleek in het onderzoek, krijgt naar aanleiding van het overlijden ook de religieuze dimensie extra aandacht: van degenen die overlijden, maar ook van degenen die achterblijven.
Vanuit de eigen traditie en vanuit de opdracht die zij zichzelf gesteld heeft, heeft de Rooms-Katholieke kerk in Nederland bijzondere aandacht voor de begeleiding van mensen die geconfronteerd worden met de dood. Voor de kerken is hier een taak weggelegd: zingeving is bij uitstek hun domein. De ondersteuning en begeleiding van stervenden, naasten en nabestaanden vertegenwoordigen daarom -naast de uitvaartverzorging- belangrijk aspecten van het parochiewerk.

Enkele belangrijke resultaten
Enkele belangrijke resultaten uit het onderzoek luiden aldus:
* Rouwbezoekgroepen komen voor in gemiddeld 38 procent van alle parochies in de onderzochte bisdommen. In de helft van de parochies, waar geen rouwbezoekgroep bestaat, is daar volgens de parochies zelf wél behoefte aan.

* Rouwverwerkingsgroepen zijn sterk ongelijkmatig verspreid. Waar initiatief tot oprichting genomen wordt, wordt er ook gebruik van gemaakt.


* Hoewel de doelstellingen van rouwbezoek en van deelname aan de verwerking in groepsverband formeel dezelfde zijn (hulp bij het vervullen van 'rouwtaken', met expliciete aandacht voor zingevingsvragen), vervullen zij in de praktijk verschillende functies. Rouwbezoek staat meestal in het teken van ondersteuning, door het bieden van gezelschap en het doorbreken van eenzaamheid. Rouwverwerkingsgroepen vervullen vooral een begeleidende rol, waarbij het formele doel van gerichte rouwverwerking dichter benaderd wordt.

* De meeste nabestaanden geven te kennen dat zij rond het overlijden steun hebben gevonden in hun geloof, ook als zij niet meer praktiseren.

Conclusies en aanbevelingen

1. Gelet op de groeiende behoefte aan rouwbegeleiding is het aan te bevelen dat de Rooms-Katholieke kerk zich (meer) inspant om te bevorderen dat nieuwe groepen worden opgezet voor rouwbezoek en rouwbegeleiding-in-groepsverband. Eerste vereiste is de vestiging van een degelijke infrastructuur, waarin de rouwbegeleiding in pastoraal en diaconaal opzicht kan worden gefundeerd. Waar mogelijk en wenselijk wordt aansluiting gezocht bij de activiteiten van bestaande instellingen, zowel binnen parochie of regio, alsook daarbuiten, bij ggz- en welzijnsinstellingen. Vanuit de kerk wordt in alle fasen ondersteuning gegeven, in financiële en in begeleidende zin.

2. Er blijven in het rouwbezoekwerk kansen onbenut. Dat is af te leiden uit: a. uitlatingen van sommige nabestaanden, die teleurgesteld zijn in de begeleiding omdat zij diepgang missen; b. de gevallen waarin nabestaanden bewijzen dat geestelijke en/of religieuze groei mogelijk is. De invloed van de competentie van de betreffende vrijwilligers is in beide gevallen aanzienlijk. Aan te bevelen zijn daarom: a. bevordering van supervisie en intervisie in de groep van vrijwilligers; en b. de facilitering van scholing en bijscholing.

3. Meer nabestaanden zouden profijt kunnen hebben van rouwverwerking in het verband van een groep, wanneer zij er meer bekend en vertrouwd mee zouden zijn. Er blijkt een tamelijk hoge drempel overwonnen te moeten worden. Een betere voorlichting is aan te bevelen.

4. Hoewel het belang van de religieuze factor rondom het sterven van een betekenisvol persoon toeneemt, wordt daar in de beide vormen van rouwbegeleiding naar verhouding weinig actief op ingegaan. Vrijwilligers en nabestaanden hebben er moeite mee daarover adequaat te communiceren. Voor een belangrijk deel hangt dat samen met hun eigen geloofshouding. Vorming en toerusting van vrijwilligers op inhoudelijke pastoraal-theologische vaardigheden zijn hier aangewezen, in het bijzonder gericht op het verwoorden van het geloof en de religieuze dimensie.

5. Pastores hebben een bijzondere taak ten behoeve van het opzetten en begeleiden van rouwbezoek- en rouwverwerkingsgroepen in parochie of regio. Zij kunnen betrokken zijn in voorwaardenscheppende, begeleidende, en ook in uitvoerende zin. Er dienen duidelijke afspraken te zijn over de verantwoordelijkheden en taken van alle betrokkenen, met name ook tussen pastor en vrijwilligers.

In zijn plenaire vergadering van 10 juni 1999 heeft de opdrachtgever het onderzoeksrapport in ontvangst genomen en zich met de onderzoeker en de begeleidingscommissie beraden over een adequate doorgeleiding ervan naar de Nederlandse bisschoppen, met name wat betreft de conclusies en aanbevelingen.
Er worden plannen ontwikkeld voor een conferentie in het najaar, naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek.

Het onderzoeksrapport 'Rouwgroepen in de Rooms-Katholieke geloofsgemeenschap. Ervaringen van nabestaanden' is van de hand van dr. Piet A.M. van den Akker, die als senior-onderzoeker verbonden is aan het IVA Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Beleidsonderzoek en Advies te Tilburg. Het rapport kost f 25,-, en is te bestellen bij het IVA, telefoon 013-4668480.

Persvertegenwoordigers, die prijs stellen op toezending van een besprekings-exemplaar kunnen een exemplaar opvragen bij het secretariaat van het IVA, tel. 013-4668420 De auteur is bereikbaar onder tel. 013-4668422/20.

¹ Eerder verschenen bij IVA Tilburg: P.A.M van den Akker (1996), Rouwbezoekgroepen en rouwverwerkingsgroepen in Nederland; en P.A.M. van den Akker en B. Breemhaar (1997), Het functioneren van rouwbezoekgroepen en rouwverwerkingsgroepen.


25-06-1999

KUB

Deel: ' Rouwbegeleiding wezenlijke behoefte van nabestaanden '




Lees ook