MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Samenhang luchtverontreiniging snelwegen............

Samenhang luchtverontreiniging snelwegen en luchtwegklachten bij kinderen

De Wageningen Universiteit heeft in een uitgebreid onderzoek een verband gevonden tussen de mate van luchtverontreiniging nabij snelwegen, de verkeersdrukte op de snelweg en de gezondheidseffecten op de luchtwegen van basisschoolkinderen die wonen en naar school gaan dicht bij die snelwegen. Met name de luchtverontreiniging die afkomstig is van het zware verkeer vertoont een relatie met het verhoogd voorkomen van luchtwegklachten. Een longfunctiedaling bij de kinderen, die in eerder vergelijkbaar onderzoek werd gevonden, is in dit onderzoek niet waargenomen.

Uit het onderzoek blijkt dat naarmate er meer zwaar verkeer de snelweg passeert, kinderen vaker luchtwegklachten hebben, zoals piepen op de borst, ophoesten van slijm, bronchitis, allergische neusklachten en door de huisarts vastgestelde allergie voor huisdieren of stof. Ongeveer dezelfde klachten waren ook verhoogd naarmate de hoeveelheid luchtverontreiniging gemeten in en nabij de scholen hoger was. Bij de kinderen die het meest aan luchtverontreiniging van het verkeer waren blootgesteld kwamen twee keer zoveel klachten voor als bij de kinderen die het minst waren blootgesteld. De toename in luchtwegklachten is vergelijkbaar met de toename die bij kinderen gevonden wordt in geval van .passief roken. of het wonen in een vochtig huis.

Minister Pronk (VROM) heeft vandaag mede namens minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat het onderzoeksrapport aan de Tweede Kamer aangeboden. In de begeleidende brief noemt de minister een aantal initiatieven om de luchtkwaliteit langs snelwegen te verbeteren. Hij constateert dat reeds veel in gang is gezet om de verkeersemissies te reduceren. Vergeleken met 1990 zijn de motoren van het zware vrachtverkeer al aanzienlijk schoner geworden.

De emissie-eisen die recentelijk in Europees verband zijn vastgesteld zullen de komende 10-15 jaar een voortgaande verbetering voor de uitstoot per voertuig en daarmee voor de luchtkwaliteit betekenen. De verbetering in luchtkwaliteit zal naar verwachting, ondanks de groei van het wegverkeer, aanzienlijk zijn aangezien nieuwe personen- en vrachtauto.s voor stikstofoxiden en (roet)deeltjes 70 tot 85% schoner zullen worden.

Initiatieven op rijksniveau
Uit ander onderzoek is bekend dat met name langs snelwegen het voldoen aan de nieuwe (aangescherpte) Europese grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof een knelpunt vormt. De mogelijkheden om al op korte termijn de situatie te verbeteren zijn echter beperkt. Minister Pronk ziet vooral mogelijkheden om via financiële stimuleringsregelingen de invoering van de nieuwe Europese eisen te versnellen. Voorwaarden zijn wel dat de ontwikkeling van de techniek gelijke tred kan houden, en dat een tijdige introductie van zwavelarme dieselolie op de markt verwezenlijkt wordt. Komend jaar wil minister Pronk een besluit nemen over vervroegde introductie van schonere dieselolie.

Het schoner maken van bestaande voertuigen door het inbouwen van een roetfilter, komt binnen enkele jaren technisch ook binnen bereik. De doorvoering van een dergelijke kostbare maatregel zal echter aanzienlijke investeringen vergen. Minister Pronk hoopt via verschillende initiatieven in ieder geval te bereiken dat de overheid het goede voorbeeld geeft. Via een programma gericht op een 'duurzaam' inkopen wil hij bij het rijk, de provincies en de gemeenten een 'milieubewust' inkoopbeleid bevorderen, onder andere ook voor de zwaardere voertuigen (zoals minibussen, bussen en huisvuilwagens). Voertuigtechnische maatregelen geven relatief veel rendement. Mogelijke maatregelen van andere aard - zoals het tegengaan van 'lege' kilometers bij het binnenlands vrachttransport - willen beide ministers echter ook niet onbenut laten. In het kader van het Nationale Verkeers- en Vervoersplan (NVVP), dat volgend jaar wordt gepresenteerd, zullen dergelijke maatregelen nader worden uitgewerkt.

Initiatieven provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland richt zich op lokale of regionale maatregelen. De knelpunten binnen de provincie worden hiervoor afzonderlijk bekeken. Te denken valt aan snelheidswijzigingen of omleidingsroutes. Met de betrokken gemeenten zal worden gezocht naar een goede oplossing. Eerder dit jaar is de provincie een proefproject gestart om dieselbussen te voorzien van roetfilters, waardoor de uitstoot van roetdeeltjes afneemt.
Om een relatie te leggen tussen ruimtelijke ontwikkeling en lokale luchtkwaliteit is de Handreiking Luchtkwaliteit en Ruimtelijke ordening ontwikkeld. Hiermee kan bij ruimtelijke plannen blootstelling aan verontreinigde lucht zoveel mogelijk worden beperkt. Op langere termijn zal het provinciale Strategisch Mobiliteitsplan nieuwe knelpunten voorkomen en bestaande verminderen.
Initiatieven gemeente Rotterdam
De gemeente Rotterdam ontplooit diverse activiteiten om het gebruik van de auto in en rond de stad te verminderen. Hierbij wordt vooral gestreefd naar het aanbieden van alternatieven zoals een goed fietspadennetwerk, en voldoende veilige stallingsmogelijkheden en veilig openbaar vervoer van hoge kwaliteit. Daarnaast worden praktijkproeven met elektrische en hybride auto.s georganiseerd en wordt bij bussen het gebruik van roetfilters of gas als brandstof gestimuleerd. Bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen is de (gewenste) luchtkwaliteit onderdeel van de besluitvorming. De gemeente Rotterdam dringt aan op verder onderzoek naar maatregelen om de luchtkwaliteit langs snelwegen te verbeteren, waarbij met name bronmaatregelen een belangrijke rol dienen te spelen.

Opzet onderzoek
In een kleinschalig onderzoek ('Luchtweg-1'), dat in 1995 in de provincie Zuid-Holland is uitgevoerd, werden aanwijzingen gevonden voor een verband tussen het wonen nabij drukke verkeerswegen en negatieve effecten op de gezondheid. In opdracht van het ministerie van VROM met als mede-opdrachtgevers het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam is het nu gerapporteerde 'Luchtweg 2' onderzoek gestart, om na te gaan of in een meer diepgaand en uitgebreider onderzoek dergelijke verbanden zouden kunnen worden bevestigd.

De resultaten van het onderzoek hebben betrekking op een groep kinderen. Dit houdt in dat er geen uitspraak kan worden gedaan over wat de betekenis is voor elk kind afzonderlijk. Het is wel opvallend dat kinderen met allergische antistoffen in het bloed, en kinderen met verhoogde luchtwegprikkelbaarheid een extra gevoelige groep vormen, omdat vooral zij bij hogere blootstelling meer last hebben van luchtwegklachten. Het percentage van de kinderen dat allergische antistoffen heeft of een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen vertoont is in dit onderzoek aanzienlijk, circa 40%.

Ongeveer 2500 schoolkinderen in de leeftijd van 7 t/m 12 jaar (groep 4 t/m 8) op 24 basisscholen werden in het onderzoek betrokken. De scholen liggen in 19 verschillende gemeenten in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant. De ouders van de kinderen hebben een vragenlijst ingevuld waarin vragen stonden over luchtwegsymptomen en allergie van hun kind. Bij de meeste van deze kinderen is op school, met behulp van een eenvoudige blaastest, het functioneren van de longen bepaald. Bij ongeveer de helft van de kinderen is daarnaast ook prikkelbaarheid van de luchtwegen gemeten en is de overgevoeligheid voor allergische prikkels gemeten door een bloedtest en/of huidpriktest. Op alle scholen is de luchtverontreiniging in de binnen- en buitenlucht gemeten. Onder andere werden de hoeveelheid roetdeeltjes (vooral afkomstig van dieselvoertuigen) en de hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht gemeten. Het Luchtweg-2 onderzoek is er niet op gericht geweest vast te stellen op welke schaal in een onderzochte wijk overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. De meetresultaten wijzen op normoverschrijding die beperkt is voor stikstofdioxide, maar die op omvangrijke schaal aanwezig is voor wat betreft fijn stof. Verkeer speelt daarbij een belangrijke rol, weliswaar naast bijdragen van diverse andere bronnen.

persvoorlichting VROM persvoorlichting V&W Marja van Paassen Simone Braun 070 - 339 39 86 070 - 351 71 16

persvoorlichting Provincie
Zuid-Holland bestuursvoorlichting
gemeente Rotterdam Marjet Korf Desiree van Dijk 070 - 441 65 16 010 - 417 20 03

voorlichting over de uitkomsten van het onderzoek: Wageningen Universiteit
Bert Brunekreef
0317 - 48 20 80

16 nov 99 13:11

Deel: ' Samenhang verontreiniging snelwegen en luchtwegklachten '




Lees ook