Nieuws van de Socialistische Partij


auteurs: drs Harry van Bommel
mr Josette Hermans
drs Anneriet Meijers
dr Ineke Palm
dr Agnes Kant
uitgever: Ketch-Up Press
isbn: 90-801777-8-4
prijs: f 10,-
80 pagina's
met een voorwoord van Jan Marijnissen

Samenvatting

Met de meeste kinderen in Nederland gaat het goed. Zij hebben een goede band met hun ouders, verkeren in goede gezondheid, hebben het op school redelijk naar hun zin en maken zich over hun toekomst niet al te veel zorgen. Maar juist omdat het over het algemeen goed gaat met het grootste deel van onze jeugd, is het schrijnend dat het met opmerkelijk veel kinderen en jongeren in ons land níet goed gaat. In cijfers uitgedrukt, kampt naar schatting 20 procent van de Nederlandse jeugd met ernstige problemen, die hun welzijn en welbevinden serieus aantasten. Deze jongeren missen een gelijke kans op een fatsoenlijke toekomst. Enkele cijfers om de ernst en omvang van deze kinderproblematiek te schetsen:

* Het aantal meldingen van (vermoeden van) kindermishandelingen is tussen 1990 en 1997 gestegen met 80 procent tot bijna 15 duizend
* Circa 30 procent van de jongeren heeft onvoldoende opleiding om een goede start te maken op de arbeidsmarkt.
* Zo'n 15 tot 20 procent van de jongeren in ons land heeft serieuze gedragsproblemen of psychosociale/emotionele problemen, zoals een negatief zelfbeeld of suïcidale gedachten.

* Het aantal jongeren dat wordt verdacht van geweldsdelicten is tussen 1980 en 1994 verdubbeld; het aantal diefstallen met geweld verdrievoudigd.

* Naar schatting zwerven in Nederland 4300 tot 5200 thuisloze jongeren rond. De meerderheid van de zwervende jongeren heeft geen afgeronde schoolopleiding en ernstige psychosociale problemen.

Uit de Armoedemonitor 1998 blijkt dat rond de één miljoen Nederlandse huishoudens te kampen hebben met armoede. Tot die huishoudens behoren meer dan 500 duizend kinderen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat de kinderen in deze gezinnen door geldgebrek in hun gezondheid en ontwikkeling worden bedreigd. Aan een aantal basisvoorwaarden, zoals goede voeding, voldoende kleding, sociale contacten, gebruik van voorzieningen en een gezonde leefomgeving, kan niet worden voldaan. Kinderen die in armoede opgroeien blijken op school lager te presteren, blijven achter in cognitieve en emotionele ontwikkeling en hebben vaker gedragsproblemen.
In "Alles kids? - Plan van de Jeugd" worden deze en een groot aantal andere feiten op een rij gezet om te waarschuwen voor de toekomst van een deel van onze kinderen en opgroeiende jongeren. Maar alarmeren zonder aanpakken heeft weinig zin, zeker voor degenen wier toekomst in het geding is. En als het gaat over kinderen en opgroeiende jongeren, is het ook absoluut niet nodig om bij de pakken neer te zitten. Want het feit dat het met zoveel jongeren wel goed gaat, rechtvaardigt de hoop dat het in principe met alle jongeren goed zou kunnen gaan.

Armoede

Allereerst moeten we niet meer accepteren dat in ons land kinderen opgroeien in armoede. In alle gezinnen waar kinderen opgroeien moet voldaan worden aan de basisvoorwaarden voor een zo goed mogelijke gezondheid en ontwikkeling (psychisch, sociaal en emotioneel) voor ieder kind. De hoogste tijd dus voor een algemeen offensief tegen de armoede. Daarnaast moet er iets gedaan worden aan de achterstelling van jongeren die op eigen benen gaan staan. Er is geen enkele rechtvaardiging voor jeugdminimumlonen. Deze moeten voor jongeren vanaf 18 jaar dan ook worden afgeschaft. Bovendien moeten jongeren onder de 21 jaar recht krijgen op een volwaardige bijstandsuitkering.

Opvoeding en zorg

Zorgtaken en opvoeding moeten zowel in als buiten het gezin meer worden gewaardeerd. Ouders moeten maximale ruimte krijgen voor hun taak als opvoeder en daarbij kunnen rekenen op ondersteuning, bijvoorbeeld door het opzetten van laagdrempelige bureaus in wijken en dorpen waar zij altijd terecht kunnen met vragen over opvoeding. Ook alleenstaande ouders moeten hun taak als opvoeder volwaardig op zich kunnen nemen. Een plicht tot betaalde arbeid is hiermee in strijd, en de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders in de bijstand moet daarom worden afgeschaft. Verder moeten er wettelijke mogelijkheden komen tot zorgverlof en de wettelijke mogelijkheden voor loopbaanonderbreking moeten worden uitgebreid. Bovendien moet het gaan om betaald zorgverlof, zodat dit ook een reële optie wordt voor mensen met lagere inkomens. Er moet een wettelijk recht op deeltijdarbeid komen.

Onderwijs

De taak van het onderwijs moet zijn: kinderen, al zijn zij nog zo ongelijk, gelijke kansen te bieden. Het onderwijs moet daarom de ruimte krijgen om voldoende aandacht te geven aan alle kinderen en ze die bagage mee te geven die voor goede kansen nodig is. Daartoe moet het maximale aantal leerlingen per klas fors worden teruggebracht. Bovendien moeten er voldoende faciliteiten zijn voor kinderen die extra begeleiding nodig hebben. De wachtlijsten voor het speciale onderwijs moeten worden opgelost. De feitelijke toegankelijkheid van het onderwijs neemt als gevolg van ouderbijdragen af voor kinderen van ouders met weinig geld. Bovendien ontstaan als gevolg van deze ouderbijdragen, in combinatie met extra inkomsten uit sponsoring, rijke en arme scholen. Om deze ongelijkheid tegen te gaan moet de ouderbijdrage worden afgeschaft en sponsoring en reclame worden verboden.

Jeugdzorg

Reeds bij de geboorte blijken er verschillen in gezondheid tussen rijke en arme kinderen. Deze sociaal-economische verschillen groeien naarmate de kloof tussen rijk en arm groter wordt. De jeugdgezondheidszorg kan de oorzaken van deze verschillen niet wegnemen, maar moet wel in staat worden gesteld om bij kinderen die qua gezondheid en ontwikkeling achterop dreigen te raken, deze problemen en de achterliggende oorzaken tijdig te signaleren en indien nodig daarop adequaat te reageren. Elke wijk en elk dorp moet beschikken over een consultatiebureau. Er moet een landelijk basispakket voor de hele jeugdgezondheidszorg (nul tot twaalf jaar) worden ingevoerd, met onder andere periodieke gezondheidsonderzoeken. Kinderen met wie het toch niet goed gaat, of met wie het dreigt fout te lopen, moeten goed en tijdig opgevangen en begeleid worden in een sluitend netwerk van jeugdzorg. In elke stad of regio moet crisisopvang voor jongeren en kinderen beschikbaar zijn met voldoende plaatsen.

Sport, cultuur en ontspanning

Voor de ontwikkeling en gezondheid van jongeren is het ook van belang dat ze in aanraking komen met sport en cultuur, en dat er voldoende mogelijkheden zijn voor spel en ontspanning. Via subsidi'ring en/of eigen initiatieven moeten gemeenten ervoor zorgdragen dat er daarvoor voldoende en betaalbare mogelijkheden zijn. Ook via het onderwijs moeten jongeren meer in aanraking komen met sport en cultuur. Op de basisschool moet de vakleraar voor lichamelijke opvoeding worden heringevoerd. Gratis schoolzwemmen dient een wettelijk verplicht onderdeel in het onderwijsprogramma te worden. Uitleen van boeken in bibliotheken moeten voor jongeren gratis zijn.

Inkomensafhankelijke kinderbijslag

Een van de eenvoudigste manieren om iets aan de ongelijke situatie van kinderen te doen, is via de kinderbijslag. Blijkens gegevens van Nyfer komen huishoudens op of onder het minimum per maand 300 gulden te kort. De kinderbijslag die in deze gezinnen wordt ontvangen, is dan ook hard nodig om de financiële gaten te dichten. Daartegenover staan gezinnen met een hoog inkomen die de kinderbijslag niet of niet helemaal nodig hebben om hun kind datgene te kunnen geven wat voor zijn of haar ontwikkeling noodzakelijk is. Daarom vindt de SP dat de kinderbijslag voor gezinnen met een laag inkomen moet worden verhoogd en dat deze voor de hogere inkomens kan worden verlaagd of afgeschaft. Een eenvoudige rekensom laat zien dat zelfs zonder verhoging van het totale bedrag dat aan kinderbijslag wordt besteed, op deze manier reeds veel kan worden bereikt voor de armste gezinnen. Als de kinderbijslag voor huishoudens met inkomens tussen de 100 duizend en
200 duizend gulden per jaar wordt gehalveerd, en voor inkomens boven
200 duizend gulden afschaft, kan daarmee de kinderbijslag voor alle gezinnen met een inkomen onder de 36 duizend gulden verhoogd worden met 600 gulden per jaar.

Permanente waakzaamheid

Wie niet investeert in de jeugd, verkwanselt de toekomst. Daarom hoort de toekomst van de Nederlandse jeugd permanent bovenaan op de politieke agenda te staan. Om integraal jeugdbeleid te bevorderen, moet er in de volgende kabinetsperiode een aparte staatssecretaris voor de Jeugd komen. Om dezelfde reden moet er een "jeugd-effect-rapportage" worden ingevoerd, waarmee al het beleid wordt getoetst en gewogen op effect op kansen voor kinderen. Indien een voorgesteld beleid ongelijke kansen voor kinderen tot gevolg heeft, zal het moeten worden aangepast en zullen er maatregelen genomen moeten worden om de betreffende ongelijke kansen op te heffen. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Wie een toekomst wil, heeft het nodig dat de jeugd hier en nu onder de beste mogelijke omstandigheden kan opgroeien. Alleen dan heeft de samenleving het morele recht om de jonge mensen van nu de verantwoordelijkheid te geven voor de toekomst. En kunnen die straks zeggen: Hier is alles kits met álle kids!

"Alles Kids? - Plan van de Jeugd"

Deel: ' Samenvatting SP-plan "Alles Kids? - Plan van de Jeugd" '




Lees ook